Eindelijk medefietsers

Safari. 3 dagen Chobe National Park. In totaal doen we twee boottochten en vier gamedrives en slapen we twee nachten in een bushcamp in het park. Wilchard heeft hier lang geleden al een paar gamedrives gemaakt en vindt dit het mooiste wildpark dat hij ooit heeft bezocht. De verwachtingen zijn dan ook hooggespannen.

En het is werkelijk prachtig. Krokodillen, nijlpaarden, olifanten, buffels, impala’s, giraffen, apen, mangoesten. Het kan niet op. We zien zelfs vier keer een luipaard. De eerste twee keer zien we de luipaard in eerste instantie niet, maar de vele jeeps wel. De derde keer is net na de eerste nacht bushcamp. Het eerste beest dat we zien is een impala, het tweede de luipaard die uit een boom springt in een poging de impala te pakken. De laatste komt met de schrik vrij, en wij hebben een geweldig safarimoment. Moment vier begint met een jeepachtervolging. De gidsen hebben onderling gecommuniceerd dat er in een bepaald gebied waarschijnlijk een luipaard zit, dus we gaan met zijn allen als een dolle op zoek. Uiteindelijk vinden we hem ook. We kunnen hem een tijdje volgen en zetten de auto neer op een plek waar we verwachten dat hij voorbij komt. Precies goed, want hij besluit in een boom te klimmen waar wij zicht op hebben en op een tak te gaan liggen.

Ietsje verderop is op de ochtend van onze eerste safaridagdag een giraf overleden. Waarschijnlijk aan de verwondingen die hij heeft overgehouden aan een gevecht met een andere giraf. We hadden hem al zien liggen, omringd door jakhalzen en gieren. Op dag twee moeten die echter plaatsmaken voor een groepje leeuwen met jongen, die deze buitenkans gegrepen hebben. Een luguber maar ook boeiend gezicht.

We overnachten midden in het park. Er staan geen hekken om het kamp, dus theoretisch kan er vanalles rondlopen in de nacht. De eerste avond zien we binnen twee kilometer van het kamp een kudde van zo’n 700 buffels, en nog dichterbij giraffen en meerdere olifanten. Die laatsten kun je trouwens ook goed horen vanuit je tentje. Er wordt regelmatig getrompetterd en voortdurend aan takken getrokken. Hoe dichtbij ze geweest zijn is moeilijk in te schatten, geluid draagt ver. Waarschijnlijk waren ze verder weg dan dat het klonk.

Ik laat de foto’s het verdere verhaal maar vertellen.

Het is trouwens een beetje tien kleine negertjes. Op de eerste boottocht zijn we met een man of 25. Die groep splitst zich op in mensen met een dagtocht en kampeerders, en zo zijn we nog met zijn negenen. Op de ochtend na het kamperen nemen we afscheid van drie mensen, en in de middag verlaten de laatste vier ons. En zo zijn we met zijn tweetjes over. We hebben de middagdrive met zijn tweetjes, en in het kamp hebben we drie man personeel. Ook de auto voor de ochtenddrive hoeven we niet te delen en de laatste middag hebben we een boot voor onszelf. Het voelt allemaal vreselijk decadent, maar er wil gewoon niemand met ons mee!

Na Chobe fietsen we naar de grens met Zambia. Net na Kasane mogen we op de rem. Er staat een grote groep buffels langs de kant van de weg, en we concluderen dat het ‘….. sometimes’ dat ons uit een busje werd toegeroepen niet betekende dat er soms beesten lopen, maar dat buffels soms aanvallen. We houden dan ook fors afstand en wachten af tot ze oversteken. Dat is echter niet veilig genoeg voor de Motswana, ze sturen een politiejeep die tussen ons en de buffels in rijdt. Het is trouwens geen typefout, een inwoner van Botswana heet echt Motswana. Een leuke vraag voor de volgende pubquiz.

We rijden de grens met Zambia over. Of beter gezegd, we varen erover. Ze zijn al een tijd bezig met een brug, maar de ferrylobby vormt waarschijnlijk een vertragende factor. Sinds jaar en dag is de oversteek namelijk alleen mogelijk met een veerpont. Er zijn er twee, maar naar het schijnt is er meestal maar één operationeel. Voor ons is dat niet zo’n probleem, wij passen er met onze twee fietsjes altijd wel bij. Dat geldt niet voor een vrachtwagen. Voor de douane tellen we er 74, en na de douane staan er nog een stuk of tien. Zelfs als er twee veren op en neer varen, betekent dat een lange wachttijd. Met laden en lossen erbij doet het veer al snel een half uur over een retourtje, dus als trucker kun je maar beter geen snel-bederfbare waar bij je hebben.

Op het water passeren we een vierlandenpunt. De Zambezi brengt hier Botswana, Namibië, Zambia en Zimbabwe samen. Zambia voelt meteen weer anders dan Botswana. Armer, maar ook minder leeg. En vandaag in ieder geval wat heuvels en meer bomen dan struiken. Op basis van bordjes aan de zijkant van de weg passeren we redelijk wat dorpjes, maar de meeste liggen een eindje van de weg af. Wat vaak wel langs de weg ligt zijn de scholen, en daar hebben ze er behoorlijk wat van. Allemaal vergezeld van een mission statement of motto. Die eigenlijk allemaal op hetzelfde neerkomen: met onderwijs brengen we ons land vooruit. Een groepje kinderen op weg naar school kan de gymles wel overslaan. Ze proberen ons al rennend bij te houden en tegelijkertijd onze vragen te beantwoorden. Dat gaat een tijdje goed, maar wordt uiteindelijk toch te veel voor ze.

We zien hier ook opeens fietsers. En dan bedoel ik geen mountainbikers zoals in Namibië en Zuid-Afrika of mensen die zoals Wilchard en ik op reis zijn. Nee, gewoon Zambiërs die de fiets als transportmiddel gebruiken. Vaak voorzien van een last, zoals houtskool, melkbussen, graanzakken, emmers verf. Bergaf en vlak gaat dat goed, maar bergop moet er soms geduwd worden. Deze fietsen zijn niet uitgerust met een Rohlofnaaf of derailleur, en zonder versnelling en met bagage is ook een helling van 3% geen pretje.

In Livingstone zien we weer veel toeristen. En dat is niet voor niets want hier, precies op de grens met Zimbabwe, ligt Mosi-oa-Tunya. Vertaald is dit de Rook die Dondert, maar wij kennen hem beter als Victoria Falls. David Livingstone (I presume) noemde ze naar de toenmalige koningin van Engeland toen hij ze in 1855 als eerste Europeaan zag. Het zijn, met een miljoen liter vallend water per seconde, de grootste watervallen ter wereld. Hoog zijn ze niet, breed wel. Het water valt slechts 108 meter, maar wel over een breedte van 1,7 km. Wij blijven in Zambia, mochten we ooit nog in Zimbabwe komen dan gaan we ze dan wel van de andere kant aanschouwen. Je kunt hier raften, bungeejumpen, abseilen, boozecruisen, in een helikopter of klein vliegtuigje vliegen en nog veel meer. Wij hebben geen extra adrenaline nodig en zijn met twee biertjes wel uitgeboozecruist tegenwoordig, dus we gaan ze ‘gewoon’ bekijken.

En dat is bijzonder genoeg. Je ziet ze al van verre liggen. Het water valt met een enorm geweld naar beneden en wordt door de wind terug omhoog geblazen. Een fijne mist stijgt er meters bovenuit en die kun je al van een grote afstand zien. Van dichtbij zijn de watervallen minder goed zichtbaar. Enerzijds vanwege de hoek waarin ze liggen, maar vooral vanwege die fijne mist die overal voor hangt. Horen kun je ze des te beter. De Rook die Dondert doet zijn naam eer aan.

De ponchoverhuurders doen hier goede zaken. Naarmate je dichterbij komt wordt je licht nat, en als je de knife edge bridge over gaat is de kans groot dat je doorweekt raakt. Die brug is voor mij een brug te ver, niet vanwege het water maar wel vanwege de afgrond waar hij overheen gaat. Wilchard gaat wel kijken waar hij heen leidt, en raakt droog aan de overkant, ook zonder poncho. Daar loopt het pad echter dood, dus hij moet via diezelfde brug terug, en dan staat de wind iets minder gunstig. Doorweekt is hij. Gelukkig is het inmiddels lekker warm, dus hij droogt redelijk snel op.

We doen wat uitzichtpunten aan en dalen af naar de zogenaamde kookpot. Je bent een eindje van de waterval af maar ziet hier, aan de waterkant, het water nog steeds kolken. Op weg naar boven merk ik trouwens dat mijn conditie aanzienlijk is verbeterd.

Eén dagje waterval vinden we wel genoeg, en we fietsen verder Zambia in. Daarin zijn we niet alleen. Twee Zambianen houden ons gemakkelijk bij. De ene rijdt op een oude Chinese hero zonder versnellingen. Hij gaat verderop hout halen, daarna fietst hij terug en bij de watervallen de grens over om het in Zimbabwe te verkopen. Dit gesprek vindt een kilometer of tien buiten Livingstone plaats, dus in totaal rijdt hij dan een kilometer of 35. Zo voorziet hij in zijn levensonderhoud. Aan de staat van de fiets en zijn kleren valt af te lezen dat het geen vetpot is. De ander rijdt vanuit Livingstone naar een dorp verderop. Ook zijn fiets is niet de nieuwste, maar hij heeft tenminste wel versnellingen, geen overbodige luxe in dit golvende land. Wat hij ook heeft is een golfplaten dakje, opgerold over de lengte van zijn rijwiel gebonden. Dat kan niet lekker fietsen, maar hij houdt het toch minimaal 20 km vol. Dan stoppen wij om een theetje te drinken, hij trapt dapper door.

Bij de meeste fietsers die we inhalen krijgen we één van de twee volgende reacties. De eerste is die van de haantjes, die gaan namelijk in de versnelling om ons in te halen, opgejut door degene die achterop zit of een wandelaar. De tweede is die van de verstandigen. Die gaan gewoon lekker in onze slipstream hangen, zo rijden ze met iets minder of dezelfde inspanning toch sneller. Eentje komt zich zelfs afmelden als hij thuis is. “I’m home”.

We hebben vandaag het eerste noemenswaardige hoogteverschil sinds de Trans Kalahari Inn, een dikke maand geleden bij Windhoek. Ik had gedacht even te moeten wennen, maar het gaat gemakkelijk. Het wegdek is een stuk gladder dan het grove asfalt in Botswana, en dat scheelt 2-3 km per uur zonder extra inspanning. Wel moeten we hier vaker aan de kant. Waar het verkeer eerder bijzonder dun gezaaid was en vaak letterlijk op de andere weghelft ging rijden om ons de ruimte te geven, blijft hier iedereen gewoon op zijn eigen rijstrook. Er is een vluchtstrook, maar die heeft minder glad asfalt en is regelmatig bezaaid met glas, dus waar mogelijk mijden we die. Het is met name aan het begin weer even wennen, maar na een uurtje weten we alweer niet beter.

Waar we in Botswana bij ieder geluid in de berm te maken hadden met een vogeltje, salamander of olifant, zijn het hier meestal mensen die hout aan het verzamelen zijn. Onderweg passeren we wat dorpjes, houtskoolverkooppunten en medefietsers, er is dus niet veel maar genoeg afleiding.

In Zimba stoppen we. We zouden de volgende plek 50 km verder, waar wat meer en betere hotels zijn, nog prima kunnen halen, maar besluiten rustig aan te doen. Zimba stelt niet zoveel voor, maar de mensen zijn weer vriendelijk en op en rond de markt valt genoeg te beleven.

Ons hotel is basic. Het kraantje buiten is het enige stromende water, en het personeel is druk bezig met het aanslepen van bakken water om het toilet door te spoelen, je handen te wassen en te douchen. Mocht je je trouwens willen wassen, dan kun je dat beter even melden want dan maken ze een verse bak gemengd met warm water. Dat kan even duren, want het warme water komt natuurlijk niet uit de kraan maar moet gekookt worden. En dan niet op een fornuis of met een waterkoker, maar op een vuurtje met houtskool. We zijn het toeristengebied definitief uit.

In een dag of zeven rijden we naar Lusaka. Naarmate we noordelijker komen passeren we her en der een dorpje. Vaak zijn het niet meer dan een paar huizen, al dan niet vergezeld van een stalletje waar ze tomaten en uien verkopen. Maar soms passeren we een echt dorp, dat we ook op de kaart terug kunnen vinden. Je weet trouwens al een tijdje wanneer er een bebouwde kom aankomt, want dan neemt de medefietserdichtheid toe en komen er voetgangers bij. De plekken waar we overnachten zijn ook wat groter en hebben wat meer voorzieningen.

Ik wist trouwens niet dat er zo ontzettend veel christelijke smaken zijn. De kerken zien eruit als gewone huizen, alleen wat groter. Bij de ingang staat dan wat voor afsplitsing het betreft. De missie heeft goed zijn best gedaan, de kerken zitten hier voller dan in Nederland te oordelen naar de mannen in nette pakken met stropdas en vrouwen met supernette kleding die je op zondag naar de kerk ziet lopen. En mocht je gemist hebben dat het christendom hier de dienst uitmaakt, dan zijn er nog de namen van winkeltjes en bedrijfjes die hier geen twijfel over laten bestaan.

In Choma nemen we een rustdag. Niet omdat we eraan toe zijn maar omdat het de hoofdstad van de provincie is. Hier is dus iets meer te beleven, denken we. In de praktijk betekent dat in Zambia dat er een grote markt is (en dan ook echt een grote) en veel winkeltjes die allemaal om en nabij hetzelfde verkopen dan wel aanbieden: kappers (voor de heren), haarkunstenaars (voor de dames), lassers, plekken om je telefoon op te laden, kiosken voor simkaarten en beltegoed, kleine supermarktjes, kledingwinkels (al dan niet tweedehands, er wordt door tussenhandelaren grof geld verdiend met de Zak van Max), naaiateliertjes, restaurantjes, barretjes en niet te vergeten jongens die met een computer en minimaal twee boxen lekkere Afrikaanse popmuziek de lucht in slingeren. Gevolg: om de 20 meter een ander deuntje. Eén ding hebben ze gemeen, het moet allemaal flink hard. Ik ben er nog niet helemaal achter wat hun verdienmodel is.

Wilchard wordt aangesproken door Fred, een ondernemende man die, om rond te komen, naast zijn vierkante meters met meubels ook lasdiensten verricht, een plek heeft om je telefoon op te laden en de haren van de heren van Choma in bedwang houdt. Hij wil weten hoe het zit met de kerken in Nederland, want mocht hij ooit het geluk hebben in Europa terecht te komen dan moeten die er wel voldoende zijn. Wilchards wilde haardos wordt door hem getemd, terwijl hij een schuin oog houdt op de laswerkzaamheden die plaatsvinden. Hij vindt het nogal wat. Wilchard is zijn eerste witte klant, en ons haar is een stuk dunner en slapper dan het haar van zijn landgenoten.

11 thoughts on “Eindelijk medefietsers

  1. Weer met veel plezier gelezen en bekeken! De waterval lijkt me een grote belevenis en de safari was onwijs gaaf! Zoveel gezien. Prachtige foto’s!

  2. Mooi verslag en foto’s. Bedankt ervoor en een mooie reis verder.
    Groeten uit een “heet” Den Bosch.

  3. Wat een fantastische foto’s weer, vooral die van Chobe! Grappig detail: vorig jaar tijdens onze rondreis Sri Lanka was er een gezin met een dochter, Chobe. Jullie moeten in 1x goed hebben waar het meisje is verwekt en of haar ouders het national park ook leuk vonden.

  4. Tjonge, jonge wat een verhaal!! En die foto’s van die dieren, geweldig!
    Heb weer volop genoten!
    Groetjes!!

  5. Wat leuk dat de kinderen met jullie mee rennen en wat weer mooie foto`s .Prachtig dat jullie zo genieten.

  6. Misschien moeten wij toch eens overwegen om naar Afrika te gaan. Wat een prachtig verslag. Groeten…

  7. Geweldig ! Wat een leuk verhaal weer. Het vrolijkt mijn dag helemaal op ?
    En wat een mooie foto’s van mooie kleurige mensen .. en dieren .

  8. Fantastische tocht door Memory lane voor mij. Choma heeft ook een klein museum dat de moeite waard is en waar je daarna een hapje kunt eten of drinken onder de bomen. Het is inderdaad een heel ander Afrika dan verder naar het zuiden. Veel plezier! En pas op het voorbij rijdend gemotoriseerd verkeer. Die zien de fietsers heel vaak niet.

    1. Lusaka viel gelukkig erg mee. Ik zet de route meestal zo uit dat we wel doorgaande wegen hebben (minder afslaan en soms zelfs verkeerslichten) maar niet dé doorgaande weg. Heeft wellicht weer goed uitgepakt. Of we hebben gewoon geluk gehad met het moment van de dag…

Comments are closed.