Fietsen tussen de olifanten

We beginnen op ons gemakje met een uitgebreid ontbijt buiten de deur. Als we op onze fietsen aan komen rijden worden we enthousiast verwelkomd door een van de vaste klanten. Ze fietst zelf veel rondom Maun en wil alles weten over onze reis. Al pratende komen we erachter dat we in Chobe, een wildpark 600 km verderop, een safari geboekt hebben die start bij het reisbureau van de man van een van haar vriendinnen. Het is een klein wereldje.

Een ontbijt en twee flinke bakken koffie later doen we nog even snel onze laatste boodschappen en rijden we naar Drifters camp, 40 km verderop aan de rivier. Onderweg oefenen we alvast in wild spotten, maar we zien nu nog vooral ezels, al dan niet bereden, koeien en geiten.

Het wordt inmiddels standaard dat we, als we niet in een dorp zitten, de laatste kilometer door los zand mogen duwen, maar dat maakt het er niet leuker op. Op de campsite zijn we weer de enigen, en Wilchard regelt dat we voor een voor beide partijen prima prijs luxe kunnen kamperen. Glamping voor de lezers onder de 30, à la Felderhof voor de overigen.

We rijden langzaam het landbouwgebied uit en het gebied van de zoutpannen in. De weg doorkruist Makgadikgadi en Nxai national park. Het is gedaan met het vee, wel zien we een hele kudde zebra’s en twee giraffen die ons vanuit de verte nieuwsgierig aankijken. We speuren de bosjes af naar meer wild, en als we even stoppen om wat te drinken komen er twee zebra’s over de weg onze kant uit lopen. Als ze ons zien blijven ze staan om ons even aan te kijken, maar al snel gaan ze ervandoor.

In drie dagen fietsen we naar Nata, wild zien we na die eerste dag niet meer en het landschap blijft eentonig. Het hoogtepunt is de MKZ-controle, waar alles wat de grond heeft geraakt gedesinfecteerd moet worden. In totaal hebben we er in Botswana drie, maar bij twee geldt de controle de andere kant op. Normaal gesproken wordt ook je voertuig gecontroleerd op rood vlees dat niet meegenomen mag worden, maar bij fietsers geloven ze dat wel.

Gweta, de enige plek met campsites onderweg, zit te ver om in één dag te halen, en gelukkig mogen we bij de officiële ingang van de Nxai zoutpannen, langs de weg, onze tent opzetten op een omheinde parkeerplaats. We hadden via via al gehoord en op internet gelezen dat ze niet staan te springen, maar dat ze je altijd wel een plekje toewijzen. Na een aarzelend akkoord zijn ze supervriendelijk. De tweede avond halen we Gweta wel en hebben we een supermooie campsite.

Nata ziet er op papier uit als een redelijke plaats, maar de werkelijkheid blijkt anders. Veel meer dan drie tankstations bij elkaar en een Choppies supermarkt is er niet. De Wimpy’s blijkt tot nader orde gesloten, een kleine tegenvaller, maar gelukkig zit er bij de Caltex een ander fastfood tentje.

Na Nata slaan we linksaf, de Elephant Highway op. Officieel is dit de A33, maar vanwege het grote aantal olifanten in de wildparken die deze weg doorkruist heeft hij een bijnaam gekregen. En ik moet eerlijk zeggen dat hij zijn naam eer aan doet. De eerste fietsdag rijden we nog niet echt door de parken, dus ik let wel op maar ben niet enorm gefocust. Als Wilchard dan ook ‘olifanten’ roept en ik er een meter of 20 links van ons twee zie staan, zijn ze alweer uit het zicht verdwenen tegen de tijd dat ik besef dat ze er zijn. De weg is de meeste tijd omgeven door bosjes, en het is verrassend hoe goed die de enorme beesten aan het oog onttrekken. De olifanten houden zich trouwens niet aan de verkeersborden, want pas 5 km verderop zien we het eerste bord ‘pas op, olifanten’. Er moeten er meer in de buurt zijn geweest, aan de olifantendrollen te zien, maar wij zien ze niet. Stiekem vraag ik me af of in de bosjes langs de olifantenpaadjes ook bordjes staan met ‘pas op, mensen’.

We overnachten bij Elephant Sands, een campsite en een setje vaste tenten en chalets rond een waterhole waar olifanten naartoe komen om te drinken.

De kou is definitief uit de lucht, we zijn er op tijd en de campsite blijkt geen schaduw te bieden, dus in plaats van een plek op de campsite weet Wilchard te regelen dat we een huisje hebben dat normaal gesproken bedoeld is voor gidsen. Het blijkt recht langs een aanlooproute naar de waterhole te liggen. Opeens zie ik door het gaas dat als raam dient een grote donkere vorm passeren. En van de andere kant blijken er ook nog twee te naderen. Op nog geen 3 meter passeren de olifanten ons, een indrukwekkende ervaring. Bij alle huisjes zijn de sanitaire voorzieningen afgezet met kleine piramidetjes voorzien van een metalen staaf om te voorkomen dat de olifanten een shortcut nemen naar het dichtstbijzijnde waterpunt.

Met het geluid van drinkende olifanten en grote grijze loebassen die stilletjes voorbij sluipen op de achtergrond, vallen we in slaap.

Als we wegfietsen sprinten er meteen een stuk of 10 hertjes over de weg. Binnen het uur zien we nog 3 struisvogels, 2 wrattenzwijntjes en 3 olifanten. De eerste twee olifanten komen langzaam richting weg gewandeld maar draaien verschrikt om als ze ons zien. Nummer drie staat bij een poeltje, een eind van de weg, wat te drinken en vindt ons niet interessant.

Na dat eerste uur wordt het stil, op het aanmoedigende getoeter van passerende vrachtwagens na. We zijn laat vertrokken, om 9 uur, omdat we vandaag bij een omheinde electriciteitsmast moeten vragen of we de tent op mogen zetten. We verwachten, op basis van de ervaringen van andere fietsers, niet dat dat een probleem gaat zijn, maar willen niet te vroeg aankomen. Ondanks het late vertrek en de regelmatige drinkstops zijn we er echter al om half twee. De wind zit enorm mee vandaag, maar de volgende plek met campsite zit nog eens 75 km verderop en dat is weer te ver weg om nog te halen. We stoppen bij een rustplaats langs de kant van de weg net voor de electriciteitsmast. Bij al die rustplekken staat een disclaimer: je bent in een gebied met wild, dus stoppen is voor eigen risico.

We besluiten hier in de schaduw even te wachten. Mocht er toevallig een auto met laadbak langs komen, dan vragen we een lift, zo niet dan kloppen we aan bij de electriciteitsmast. En jawel, 10 minuten later sjezen we met 100 km per uur noordwaarts.

Om jullie een idee te geven van hoe onze kampeerdagen eruit zien, bij deze een verslag vanaf einde middag, omdat dat redelijk consistent is.

  • 17.00 uur: koken
  • 17.45 uur: eten
  • 18.00 uur: afwassen
  • 18.10 uur: kopje koffie
  • 18.25 uur: het is donker en koud
  • 18.30 uur: in slaapzak kruipen en proberen te slapen
  • 19.30 uur: Wendy moet eruit want naar toilet
  • 21.30 uur: zie boven
  • 22.00 uur: Wendy heeft kramp, om de een of andere reden bijna nooit als we een gewoon hotel hebben
  • 1.00 uur: Wendy moet eruit want naar toilet
  • 3.00 uur: Wendy moet naar toilet maar hoopt dat het niet nodig is want dat is steeds zo’n gedoe
  • 3.30 uur: Wendy gaat toch maar naar het toilet
  • 4.00 uur: Wilchard is klaarwakker en kan niet meer slapen
  • 6.15 uur: Wilchard pakt zijn matje en slaapzak in en staat op
  • 6.30 uur: de wekker gaat, opruimen, inpakken en ontbijten
  • 8.00 uur: wegfietsen

Deze nacht is een stuk fijner dan meestal, want ik hoef maar 1 keer de tent uit. De wind is ons op onze laatste fietsdag in Botswana gunstig gezind. Met een gemiddelde snelheid van meer dan 20 km per uur rijden we naar Kasane. Nog geen 10 minuten nadat we tegen elkaar gezegd hebben dat er geen olifantenpoep op de weg ligt en dat we ook geen olifantenpaadjes zien, staan er vier kolossen rechts langs de weg. Weer zien zij ons eerder dan wij hen en in gestrekte galop gaan ze er vandoor. Zo ook de twintig hertjes die iets later tussen de boompjes staan. Alleen de in een boom verdekt opgestelde giraf blijft rustig op een blaadje kauwen.

Kasane is weer een toeristencentrum. Het vormt de noordelijke ingang naar Chobe National Park, en daar gaan wij met een 3-daagse safari op zoek naar heel veel beestjes. Maar eerst een rustdag met goede koffie, een lekker ontbijtje en een heerlijke lunch. Daar zien we dat safari big business is. Ons restaurantje verzorgt koffie en lunch voor het reisbureau waarmee wij ook op stap gaan. De ene na de andere groep verzamelt, en uitgaand van minimaal 50 dollar de man (voor een aantal zal het meer zijn) levert alleen de ochtend al $2.500 op. En ja, natuurlijk zijn er ook kosten, maar wij denken dat de winstmarge heel behoorlijk is.

We maken gebruik van de goede Wi-Fi voor wat administratieve dingetjes en info over de vervolgroute, lopen wat rond en dat was het wel weer. Op naar Chobe!

7 thoughts on “Fietsen tussen de olifanten

  1. Weer heerlijk om te lezen!! Wat sjiek dat je die prachtige dieren van zo dichtbij ziet, schitterend! GENIETEN TOCH!!!
    Mooie foto’s weer!!,
    Groetjes!!

  2. Wat genieten jullie heerlijk. De primaire behoeften worden belangrijk. Zien we al hier in Noorwegen. Wildspotten op fiets wat een luxe! Jammer van dat slepen door het zand, maar eenmaal op jullie campsite vergeet je dat weer snel. Wat een prachtige foto’s van de mensen! En van de olifanten en zo dichtbij. Af en toe wat voor mij vreemd overkomende kampeerplekken, maar geen dag is saai lijkt het! Geniet door doen wij ook

  3. Weer mooi het verhaal en de foto`s een hele ervaring zo denk ik, in de dierentuin kom je er niet zo dicht bij heel bijzonder.

  4. Fijn vervolg Vd reis toegewenst en post lekker verder altijd leuk om te lezen en plaatjes te kijken

    1. Hallo Wilchard en Wendy
      Lange tijd niets meer van ons laten horen [pc van slag] maar zijn nu weer bij de tijd,de mails komen nu weer binnen.Het is weer een prachtig verslag , en wat een mooie foto’s en dat jullie zo genieten van alles,en wij blij dat we jullie kunnen volgen.
      Heel veel fiets plezier en heel veel groeten van ons.

Comments are closed.