Kazachstan uit, Kirgizië in

Vanuit Almaty gaat het nu westwaarts, om via de grens bij Bishkek Kirgizië in te rijden.  Tot onze verbazing komt in Almaty, in het achteraf straatje van het hotel, een Engelsman naast Wilchard fietsen. Hij blijkt al langer onderweg te zijn en in Almaty te hebben overwinterd. Zaterdag, dus over 2 dagen, vertrekt hij naar Kirgizië en daarna Tajikistan. Misschien komen we hem nog tegen, hij zag er wat jonger (jaar of 25) en gespierder uit dan wij …

Voor degenen die het zich afvragen: ja, onze regenbroeken, hardshells en tassen zijn waterdicht. Dat weten we omdat we zo’n 60 km in de regen gereden hebben, waarbij de wind zich ook nog even meldde.  Ergens halverwege werd door een windvlaag zelfs een deur uit de sponning geblazen. 

Gelukkig is het in het hotel lekker warm. Dat is trouwens een understatement. Overal zijn ze aangesloten op de stadsverwarming en die kent standje aan en standje uit. Aan is een graad of 28, constant. Goed voor het drogen van de was, maar wij zetten het raam wel gewoon open. 

Door dat open raam horen we ’s ochtends vroeg de vogeltjes fluiten. Een blik naar buiten wijst uit dat de lucht weer mooi lichtblauw is, en om kwart voor zeven zitten we dan ook op de fiets. We hebben een etappe van 173 km vandaag, met onderweg geen hotel. Dus het wordt ofwel een lange fietsdag en onze eerste keer kamperen op het einde, of een lange fietsdag en een bedje in een hotel. Dat laatste vereist dan wel dat we die 173 km in één dag fietsen. We zullen zien.

Niet alleen is de zon gaan schijnen, maar ook de wind is gaan liggen. We rijden op de grote weg naar Bishkek, en het verkeer is niet heel spannend en het wegdek goed. We maken dan ook goede voortgang.

Onderweg genieten we natuurlijk weer van het landschap. 

We rijden iets ten noorden evenwijdig aan de grens met Kirgizië, en na een km of 110 buigen we af naar het zuiden, richting Kordai, de grensplaats bij de grens met Kirgizië. Net voor de afslag lunchen we op een plek waar zo’n 10 vrachtwagens staan. Geen broodje bal in deze truckstop, dus we kiezen voor pelmene. Dat zijn met vlees gevulde deeghapjes (denk aan ravioli/dim sum) in een bouillon. Lekker en precies genoeg voor de lunch. 

Het is dan pas half 2, we moeten nog een kilometer of 60 en we voelen ons prima, dus we gaan ervoor. Meteen na de bocht moeten we eerst nog flink omhoog, maar boven aangekomen wordt onze aandacht getrokken door een windmolenpark dat afsteekt tegen de witte toppen van Kirgizië. 

En daarna mogen we dus ook weer naar beneden. 

Rond zes uur komen we aan bij een hotel. We hebben het gehaald! 

Als beloning eten we shaslick van eend, lekker vers brood en een salade. Dat alles spoelen we weg met een biertje. Of eigenlijk ieder 2 biertjes, en eigenlijk geen biertjes maar halve liters, kleiner doen ze hier niet. We zullen zeker goed slapen!

Na de 173 km nemen we een rustdag. We staan niet al te vroeg op, doen een wasje dat we uithangen op het balkon met uitzicht op de witte toppen van Kirgizië en lopen het stadje in. Daar bezoeken we de markt en drinken een paar keer koffie en thee. 

Als we terug op onze kamer komen blijken onze kleren een ontsnappingspoging te hebben gedaan. Alles is op de vloer van het balkon gewaaid, op twee dingen na. Mijn jasje ligt op het dakje net onder het balkon, en een van de sokken van Wilchard in de tuin van de buren. Het jasje krijgen we met wat acrobatische toeren van Wilchard terug (het is een wonder dat niemand de politie heeft gebeld), voor de sok roepen we de hulp in van de receptioniste.

Dan gaan we de grens over. Hij zou volgens alle berichten 24/7 open zijn, maar als wij om 8 uur aan komen rijden wordt er net een blik militairen open getrokken. Ze zijn uiterst behulpzaam, en na een minuut of 10 staan we aan de Kirgizische kant. Daar hebben we een record: 30 seconden en we staan weer buiten met onze paspoorten. Kirgizië, here we come!

We slaan al snel linksaf, van de grote weg af. Dat hebben we geweten, het Nederlands kampioenschap veldrijden is er niks bij. Nou ja, vooruit, dat is lichtelijk overdreven, maar de weg is de eerste 30 km erbarmelijk slecht. Nu rijden we ook over binnendoorweggetjes, maar dan toch. 

In Kant komen we op de doorgaande weg terecht, die evenwijdig loopt aan de snelweg. Hier kunnen we pinnen en hebben we dus weer geld, toch een prettig gevoel. Het was vantevoren nog onduidelijk of pinnen wel mogelijk was, internet zei dat visa in zijn algemeenheid wel kon, maar dat het maar de vraag was of cirrus/maestro zou lukken, en zelfs op de maestro site stond dat je er rekening mee moest houden dat het soms niet zou kunnen. Gelukkig dus geen probleem tot nu toe.

De volgende 30 km vind ik zwaar. De wegkwaliteit is goed maar niet fantastisch en we hebben wind tegen. Normaal geen probleem, maar nu dus wel even. We rijden regelmatig door een dorpje, en wat opvalt is dat hier ietsje Engels gesproken wordt (let wel, lang niet door iedereen en vaak maar een paar woordjes, maar dat is al meer dan in Kazachstan). Bovendien zien we heel veel meer kinderen langs de weg die ons allemaal hartelijk begroeten met hello, een zwaai en soms een high five. En ook volwassenen lijken toegankelijker. In Kazachstan waren ze ook superaardig, maar wat afstandelijker.

Na die 30 km doorgaande weg gaan we eens kijken hoe de snelweg eruit ziet. En dat belooft veel goeds: tweebaans, glad wegdek en niet al te veel verkeer dat ook nog eens supernetjes rijdt, heel veel afstand en niet te hard. Dat laatste zal waarschijnlijk ook veroorzaakt worden door de agenten met lasergun die om de 7 km lijken te staan.

En dan gebeurt het wonder: de wind draait. En niet alleen dat, het gaat ook nog eens heel hard waaien. We vliegen dus over de snelweg. Ook met 1-2% stijging tikken we soms bepakt en wel de 30 km aan.

Na 105 km komen we in Kemin aan, waar een hotel zit. Wilchard loopt eerst per ongeluk de feestzaal binnen, waar gedanst wordt. Hem wordt snel duidelijk gemaakt waar hij wel moet zijn, maar daar reageert niemand op zijn kloppen. Dan loop ik naar boven. Aankloppen op kamer 27, zoals het bordje zegt, levert een man op die me naar kamer 24 wijst. Daar doet een meisje open dat gaat bellen. Dat levert een jongen op die 15 woorden Engels spreekt, en mij zijn mobiel geeft. Aan de lijn heb ik een vrouw die goed Engels spreekt, en volgens wie er nog 1 kamer vrij is voor 11 euro. Die blijkt echter vergeven. Er komt een jongen bij die goed Engels spreekt. Ze blijken nog een kamer te hebben, no bed. Ik zeg ‘no bath’, maar ze bedoelen toch echt zonder bed. Maar er zijn wel matrassen. Oh nee, toch niet. Enfin, uiteindelijk krijgen we een leegstaand kantoor 1 verdieping lager. We kunnen gebruik maken van de gedeelde douche van het hotel die er superschoon uit ziet, en op onze verdieping is een toilet voor het kantoorpersoneel. Dat gaat om 5 uur naar huis, dus dan hebben we het rijk alleen. Prima dus. Op mijn vraag hoeveel ze voor de kamer willen hebben is het antwoord ‘kijk maar wat je ervoor over hebt’. Kortom, we kunnen ‘proefkamperen’ en blazen onze thermarest matjes op.

We slapen heerlijk, maar ’s ochtends zijn de straten nat en miezert het. De regenbroeken maar weer aan en op weg. Als het droog wordt ziet de omgeving er weer indrukwekkend uit. Laaghangende wolken in de bergen, maar wel her en der een boompje met bloesem, ook hier wordt het lente. 

We ontbijten langs de kant van de weg bij een afdakje waar een samovar staat te pruttelen. We nemen thee, ieder twee gekookte eitjes (de kippen lopen rond, dus we gaan ervan uit dat ze vers zijn) en brood dat net uit de oven komt. Heerlijk. 

Het blijft een beetje miezeren, totdat we op een km of 30 en na een tweede theestop weer op de fiets stappen. Niet alleen stopt het met regenen, maar het is ook gedaan met de klimmetjes (alhoewel die al niet spannend waren), de wind van gisteren duwt ons met eenzelfde kracht in de rug en af en toe komt de zon door. We vliegen dan ook weer vooruit.

Eindpunt van vandaag is Balykchy, het eerste stadje aan het enorme Issyk Kul. Issyk Kul betekent ‘warm meer’, maar dat is misleidend. Het heet zo omdat het nooit dicht vriest, ook al ligt het op 1600 meter hoogte midden in het landklimaat van Centraal-Azië. Het is, met een omtrek van 669 km, enorm groot, en wij zullen een groot deel van die kilometers afleggen.
In Balykchy vinden we al snel een hotel. We zijn de enige gasten hier. Issyk Kul, en dan met name de noordkant, is een belangrijke toeristische trekpleister in Kirgizië. Alleen dan wel als het warmer is. Dan komen met name Kazachen en Russen hier een ‘strand’vakantie vieren. Nu is er nog niemand.

Met dank aan de wind hebben we ruim de tijd om rond te lopen. Aan de straat van ons hotel zien we het eerste Lenin beeld van deze reis, om de hoek bij de haven waar de poort helaas dicht is.

Het plaatsje zelf is niet al te groot. Een paar straten met in het noorden de bergketen die Kirgizië van Kazachstan scheidt, en in het zuiden het meer.

We slenteren over de markt en zien hier heel veel piepkleine tentjes waar je koffie/thee kunt drinken. Een tafeltje of twee, en dan heb je het wel gehad. We stappen ergens naar binnen en bestellen een theetje. Het is een gezellige boel aan de andere tafel. Daar zitten 6 vrouwen met rode appelwangetjes thee te drinken. Ze krijgen van een man die aanschuift een aantal glaasjes sterke dank aangereikt, die ze aan hun gezichten te zien ofwel niet lekker, ofwel veel te sterk vinden. Af en toe gaat de deur open en wordt een van de dames naar buiten geroepen, om een klant te helpen die bij haar kraampje staat. Er wordt in ieder geval flink gekletst en gelachen, en wij lachen mee.
De volgende ochtend is het droog, maar daar is dan ook alles mee gezegd. De lucht is donkergrijs. En dat duurt een kilometer of 35. Dan begint het ook te regenen. We zitten inmiddels een stuk hoger, dus het is helaas ook kouder, een graad of negen. De regenbroeken kunnen weer aan, en met koude handen en voeten rijden we 45 km later de binnenplaats van het Love Hotel in  Cholpon Ata op. We maken de fietsen en tassen nog even schoon. Dat is zeker nodig, want de laatste 10 km waren een modderboel omdat ze aan de weg aan het werken waren. 

Voor 11,50 hebben we een kamer met eigen badkamer, plek voor de fietsen, een straalkachel en de kleinste tv die we ooit gezien hebben. Alleen de straalkachel is het al waard.

De dag erna is weer regen voorspeld, dus we blijven een dagje in Colpon Ata. Er is niet veel te doen, het is buiten het toeristenseizoen een slaperig stadje, dus we doen lekker rustig aan, bezoeken de markt, drinken veel thee en lopen wat rond. Je ziet hier al regelmatig iemand met een typisch Kirgisch vilten hoedje. En deze worden niet alleen gedragen door de oudere generatie.

Het blijft trouwens gelukkig droog.

20 thoughts on “Kazachstan uit, Kirgizië in

Comments are closed.