De bergen uit, voor zover dat hier mogelijk is

Het rustdagje Toktogul heeft ons goed gedaan, dus vol goede moed vertrekken we uit de homestay om het Toktogul meer voor een deel rond te fietsen. Aan de overkant van het meer, na zo’n 70 km, zitten, volgens maps.me, twee hotelletjes. We zullen zien of dat klopt. Zo niet, dan moeten we nog 500 meter omhoog en 40 km verder. 

Aan de noordkant van het meer, waar we beginnen, zit er telkens een bergje tussen ons en het meer, waardoor we geen water zien.

Pas nadat we de bocht om zijn schittert het helblauwe water ons tegenmoet, omgeven door de zachte tinten van de bergen. Ik moet af en toe denken aan Frank en Yvonne. Toen die lang geleden terug fietsten uit India besloten ze in Turkije de noordelijke route te nemen, langs zee. Zo aan de kust zou het wel vlak zijn. Dat geldt wel voor Nederland, maar niet voor bergachtige landen. Ook al lijkt de weg echt recht langs het water te lopen, toch speelt hij het klaar heuvels/bergjes over te moeten. Dat heeft wel als voordeel dat we geweldig mooie uitzichten hebben.

Het eerste hotel, na 67 km, stelt niet veel voor, en we besluiten door te fietsen. Het tweede is eerder een soort resort waar nu nog helemaal niets te doen is. Ze hebben wel heerlijke kamers, dus hier stoppen we. Bovendien zit het op een paar 100 meter van het meer, dus met een biertje in de hand lopen we naar de waterkant. Wat is het hier verschrikkelijk mooi.

Als we opstaan om verder te fietsen is het net gestopt met regenen. Niet dat het met bakken uit de lucht kwam, gewoon een beetje miezer. De temperatuur is ook iets gezakt, maar in de eerste 7 km stijgen we 460 meter, dus warm krijgen we het vanzelf. Vanuit het hotel kunnen we de weg naar boven al zien liggen.

Kirgizië kent, net zoals de rest van de wereld, borden die het stijgingspercentage aangeven. Tot nu toe hebben we 5, 8 en 12 gezien. Absoluut gezien kloppen ze voor geen meter, relatief wel. Ze betekenen volgens ons ‘een beetje steil’, ‘steiler’ en ‘echt steil’. En dan heeft een of andere grappenmaker er af en toe een bord van 7,8% tussen gezet. Alsof het heel precies gemeten is.

Net nadat we de afdaling hebben ingezet begint het weer te regenen. En niet zo’n beetje ook. We schuilen in een theehuis in de hoop dat het over niet al te lange tijd weer droog is, maar die hoop blijkt ijdel. Dus regenbroek aan en door. Onderweg is er één auto die zowel bij Wilchard als bij mij een plas raakt en ons onder sproeit. We zijn al nat, maar zo’n klets regenwater is toch niet fijn.

Omdat het maar niet ophoudt besluiten we na 40 km in Kara-Kul al te stoppen. We hebben onze spullen nog niet op onze kamer staan of er valt geen regen meer naar beneden en de zon breekt door. Ach, hebben we in ieder geval ter plekke goed weer.

We doen boodschappen op de markt (zoete broodjes, fruit, tomaten, drinken en aanvulling op de snickervoorraad) en eten een shashlickje. Erg lekker gekruid en niet al te vet. Ten zuiden van Toktogul zien de theetentjes langs de weg en sommige restaurantjes er anders uit: lage plateaus waar matrasjes op liggen en in het midden een lage tafel. Het is even wennen hoe hieraan te zitten, en het is sowieso de moeite waard te zien hoe ik overeind kom met mijn lenige lichaam. Wilchard lukt het heel behoorlijk.

In Kirgizië eet men ’s middags warm. Dat betekent dat in de kleinere plaatsjes het eten ’s avonds beperkt is. Niet alles op de kaart is dan nog aanwezig. Als we een rustdag hebben of door wat grotere plaatsjes fietsen kunnen we daar rekening mee houden, maar op veel fietsdagen komen we onderweg weinig tegen. Bovendien hebben we als we aan het fietsen zijn niet echt behoefte aan een forse maaltijd. We ontbijten dus zo uitgebreid mogelijk, ’s middags hebben we of eigen lunch bij of eten we bijvoorbeeld pelmeni (bouillon met een soort ravioli gevuld met gehakt) en ’s avonds kijken we wat we kunnen krijgen. De Kirgiezen houden van flink veel vlees en af en toe wat vis, vers uit de rivier. Als garnituur krijg je dan rijst, aardappelpuree, pasta en boekweit, liefst alle vier tegelijk. Als we geluk hebben zijn er salades. Er zijn hier weinig groenten, dus salades zijn vaak van de Russische soort, op basis van aardappels en mayonaise, en aangevuld met bijvoorbeeld erwtjes en worteltjes uit blik, stukjes hardgekookt ei, smac en augurkjes. Om toch wat vitamines binnen te krijgen kopen we regelmatig wat fruit.

Op de foto hieronder zie je die salade en bifshtek. Dat laatste is geen biefstuk, maar een soort hamburger met een gebakken eitje.

’s Ochtends is het grijs maar droog, dus we wagen het erop. Net buiten Kara-Kul is een cluster wegrestaurantjes waar we ontbijten. Dat is een goede keuze, want de eerstvolgende 40 km is er alleen de weg die op en neer gaat, naast de rivier de Naryn. Na een tijdje komt de zon tevoorschijn, en het water kleurt turquoise. 

Het verkeer rijdt nog steeds rustig, en met name vrachtwagens maken een grote bocht als ze ons passeren. Er wordt druk getoeterd ter aanmoediging, en zwaaiende handen en uitgestoken duimen worden uit het raam gestoken. Als ik bergop ga en een vrachtwagen me tergend langzaam passeert, zie ik de bijrijder fietsbewegingen maken met zijn handen en een duimpje omhoog steken, dit alles vergezeld van een brede glimlach. 

We blijven de hele dag de Naryn volgen, maar het landschap wordt wel degelijk vlakker. 

We fietsen de bergen uit, de Fergana vallei in. Dit is het vlakste en vruchtbaarste deel van Kirgizië, en voor het eerst sinds lange tijd zien we landbouwgebieden. Vlak is natuurlijk wel relatief. Ook hier zie je overal wel nog heuvels, maar de laatste 10 kilometer van vandaag loopt de weg daar mooi tussendoor.

Als we Shamaldy-Say binnen rijden passeren we eerst de markt. Hij is niet al te groot, maar er is nog genoeg te doen. We rijden richting waar op maps.me een hotel zou moeten zitten. Als we er bijna zijn stopt een lada. ‘Gostenitsa?’ Vraagt de chauffeur. Als we bevestigen dat we inderdaad een guesthouse zoeken wijst hij de weg. Rechts, links en dan ben je bij de ingang van het huis waar we recht op kijken en dat dus het guesthouse is. Het lijkt wel een oude school of zoiets, die nu nog nauwelijks wordt onderhouden. De rozenperken in de tuin staan volop in bloei, maar de ruimte ertussen is ingenomen door onkruid. Onze kamer is enorm. Een slaapkamer met vier bedden, een woonkamer met stoel, bank en tafel en een badkamer die het goed zou doen in The Shining, compleet met ijzeren badkuip met verroeste pootjes. Maar wel met warm water, en dat had de modernere badkamer van de vorige nacht dan weer niet.

We staan op tijd op, want als het droog is en blijft en het fietsen goed gaat willen we Djalalabad zien te halen, dik 100 km verderop. De klimmetjes van vandaag stellen niet veel voor, maar het begint te miezeren en de druppels nemen toe in intensiteit, dus in Kochkor-Ata, waar een hotel zit, besluiten we te stoppen.

Dat stoppen met fietsen is een goede beslissing, want niet alleen begint het fors te regenen, maar het is ook nog eens een leuk plaatsje. Wat groter, waardoor de bazaar ook groter is en er wat meer restaurantjes zitten. De jongere generatie roept Sneijder, Robben en van Persie, de oudere zweert nog bij Gullit en van Basten. Iemand kent wat Engels, en terwijl de broodverkoopsters het en masse zielig voor me vinden dat we geen kinderen hebben, moet ik mijn leeftijd intoetsen op een rekenmachine, want ze dachten dat ze het niet begrepen hadden. 45 jaar kan echt niet, ze hadden me maximaal 25 gegeven! 

Nadat ik iedereen hartelijk heb bedankt voor dit compliment, komen we uit bij een rijtje restaurantjes. Er ligt shaslick, maar ook kebab (shaslick van gehakt in plaats van stukken vlees), en die neem ik. Hij is heerlijk gekruid en niet te vet, een toppertje. In tegenstelling tot het noorden van Kirgizië krijg je hier niet meer automatisch suiker voor in de thee, maar moet je erom vragen. En hij komt ook apart terug op de rekening.
Als we af willen rekenen heeft de kokkin wisselgeld nodig. Ze vraagt een andere klant, die prompt haar rok een stukje omhoog trekt en wisselgeld uit haar dikke sokken tevoorschijn tovert. Ik begrijp dat jullie benieuwd naar haar zijn, dus hieronder haar foto.

We hadden het kunnen weten. Als we ’s avonds weer een kebabje willen eten zit het restaurantje dicht, met zoals zoveel andere. Gelukkig komt er nog ergens rook uit de bbq, dus daar laten we wat kebabjes uit de koelkast halen. Als we terug komen bij het hotel blijkt een lange Nederlandse goed van pas te komen. Het antwoord op de vraag hoeveel Nederlanders je nodig hebt om een peertje te verwisselen is dan ook één.

De zon schijnt, en met een brede glimlach stappen we op de fiets. Die glimlach wordt ietsje minder vanwege de staat van de weg, want die is abominabel. Vaak kun je bij slecht asfalt nog wel tussen de gaten door laveren, maar dat is hier onbegonnen werk. Gelukkig wordt het na een kilometer of 15 beter, en snel daarna vinden we een mooi restaurantje om te ontbijten. Wij nemen alleen een gekookt eitjemet brood.

We zien vandaag ook de eerste yurts langs de kant van de weg. Dit zijn enorm grote, ronde tenten die in de zomermaanden worden gebruikt om in te wonen, veelal door herders op plekken waar het gras groen is en de kruiden en plantjes goed groeien. Je ruikt hier nu, en het is echt nog voorjaar, regelmatig een flinke tijmlucht als je door het gras loopt of zelfs als je langs fietst: heerlijk. Bij deze yurts wordt kumis (geen idee hoe je dat in niet-Cyrillisch schrijft) verkocht, gefermenteerde paardenmelk. Hmmmm. Er stoppen regelmatig auto’s om even een voorraadje mee te nemen, het drankje is hier razend populair.

In Djalalabad, onze eindbestemming van vandaag, is het druk. We merken het al bij de receptie van het hotel, waar op televisie de Russische troepen onder toeziend oog van Vladimir langs marcheren. Het is 9 mei, de dag waarop de overgave van Duitsland aan Rusland na WOII wordt herdacht. Op straat is het allemaal wat relaxter, we hebben nog nooit zo’n grote ijsverkoopdichtheid meegemaakt.

In het park zijn ad-hoc kermisattracties verschenen. Een rekstok waaraan je zolang mogelijk moet blijven hangen en waarmee je kans maakt 500 som te winnen (8 euro). Een tafel met flessen, waar je ringen omheen kunt gooien en iedere fles staat voor een geldbedrag. Ballonnen die je kapot mag gooien met pijltjes (Michael van Gerwen hoeft zich geen zorgen te maken om concurrentie uit Centraal-Aziatische hoek). Autootjes waar je je peuter in kunt zetten en die je zelf radiografisch kunt besturen. Twee mensen met Mongoolse trekken in een Mickey Mouse pak met wie je op de foto kunt. Een hamburgertentje met een rood logo en omgedraaide M, waar ze de whopper verkopen. Displays ter ere van 9 mei 2017, waar je je kinderen of het hele gezin kunt laten vereeuwigen. De populairste heeft onder andere een levende pauw, twee konijntjes en een duif. Bij de andere kun je je kids op en levensgrote nepleeuw zetten, waarbij ze worden omringd door twee konijntjes en twee duiven. 

En in het park staan de vaste attracties (draaimolens, zweefmolens, de rups, het schip) die er altijd zijn, maar vandaag zijn ze zeker winstgevend. Kortom, genoeg te doen voor iedereen.

Na een rondje over de markt komen we uit bij het circus, waar 4 minuten eerder een voorstelling begonnen is. Er worden echter nog steeds kaartjes verkocht, dus wij gaan ook naar binnen. Het is een niet al te grote tent, waar we een zitplaats of 400 tellen, en zo’n 500 bezoekers, aangezien er veel ouders en oudere broers/zussen zijn met een peuter of kleuter op schoot. 

De Kirgiezen zijn blijkbaar een volk van de klok, want al rap begint een deel te applaudisseren, om aan te geven dat ze het wel tijd vinden om te beginnen. 4 Uur mag dan misschien kwart over 4 worden, maar zeker geen half 5.
Snel genoeg daarna komt iemand in Jomanda’s jurk op, de spreekstalmeesteres. De eerste act zijn twee acrobaten die halsbrekende toeren uithalen in twee cirkels die om elkaar heen draaien (beetje lastig uitleggen, dus ik laat het over aan jullie eigen fantasie, kijk ook maar naar de foto hierboven). Ze worden opgevolgd door een clown, die regelmatig assistentie vraagt uit het publiek. De kinderen willen maar al te graag, dus wij hoeven gelukkig niet aangewezen te worden. Het klapstuk van de show is een voorstelling met neusberen, wasberen en een kangaroo. Niet vanwege de dieren, maar omdat de spreekstalmeesteres, formaat Imca Marina, zich nu in een strak zwart lycra pakje gehesen heeft, met een klein beetje paarse stof om wat delen te bedekken, er zijn tenslotte kinderen in de zaal. Er is ook een mannelijke assistent. Ook hij is in het zwart, maar geen lycra en niet strak. Een gemiste kans, want het overgrote deel van de toeschouwers is vrouw.

Na nog een keer de clown en een act met zeeleeuw, wordt de pauze aangekondigd waarin je op de foto kunt met genoemde zeeleeuw. De suikerspinnen worden gesponnen en de popcorn gepopt, en wij verlaten het terrein. We vinden het mooi geweest.

Na weer een nachtje goed geslapen te hebben (zelfs Wilchard slaapt goed, dat doet fietsen met je) rijden we naar Osh, verder zuidwaarts. Het is nu definitief warmer geworden. De ochtend heeft prima temperaturen, wat goed uitkomt want na 15 km zit de enige echte klim van vandaag, verder is het relatief vlak. 

Vanaf een uur of 11 is het echt heet, en zonnebrand voorkomt niet dat onze armen een tikkie rood worden. Tegelijkertijd sneeuwt het, het lijkt alsof er miljoenen paardenbloemen worden weggeblazen. Bij een benzinestation liggen zelfs hoopjes van het spul, en soms moeten we stoppen omdat er een vlok achter een van onze brillen blijft zitten. Vast geen goede dag voor hooikoortspatiënten …..
In Osh is het even wennen. Alle plaatsen die we tussentijds stad genoemd hebben vallen in het niet bij Osh. De stad telt dik 250 duizend zielen, en dat zijn er waarschijnlijk net zoveel als de inwoners van alle plaatsen sinds Koshkor bij elkaar opgeteld. In het guesthouse is de eigenaresse, die wat later komt, niet heel blij met de fietsen die we met toestemming en hulp van iemand anders op de kamer hebben gezet. Uiteindelijk kunnen we ze laten staan, maar ze vraagt zich nog wel even af of de penetrante geur die op onze kamer hangt van de fietsen afkomstig is. Wij moeten helaas bekennen dat wij dat zijn, na twee dagen in de zon fietsen. Een douche en wasmachine lossen het probleem op.

Ik kijk al een tijdje uit naar Osh, een wat wereldsere stad (relatief dan), waardoor we wat meer keuze in eten hebben. Het eten is zoals eerder gezegd prima, maar in Nederland eten we ook niet iedere dag Hollandse pot en wisselen we af. Als we aangekomen zijn laten we ons een Ceasar Salad met een bordje pasta, vergezeld van een biertje, in ieder geval prima smaken. Lekker buiten op een terras, je zou er bijna een vakantiegevoel van krijgen!

De eerste rustdag hier beginnen we met de visumaanvraag voor Tajikistan. Kan gewoon via internet, ideaal! Die van Wilchard gaat in 1x goed, die van mij levert bij de betaling een foutmelding op, maar ik krijg wel een bevestiging. Einde dag hebben we allebei het visum in de mail, dus dat is goed gegaan. Het volgende klusje is pinnen. Tot nu toe nergens problemen gehad om een pinautomaat te vinden waar we geld uit konden halen, maar in Osh, de tweede stad van het land, is het een ander verhaal. Een boel banken hebben geen pinautomaat, en degene die er wel een hebben, zijn of niet gevuld, of ze accepteren onze passen niet. Na een dik uur vinden we er eindelijk een die het doet, en daar wordt ook extra service verleend. De oudere Kirgiezen hebben nog wat moeite met die automaten, dus als je wilt pint de agent die de bewaking verzorgt voor je. Voor zover we kunnen zien inclusief pincode. Wij kunnen het gelukkig zelf. ’s Middags nog wat fietsonderhoud (olie van de Rohloff naaf vervangen). Een dag voor klusjes dus. Morgen zorgen dat we het visum krijgen uitgeprint en de fietsen wassen, en dan is het takenlijstje weer leeg.

En voor de lijstjesfetisjisten onder jullie. In Osh staat het grootste beeld van Lenin in Centraal-Azië.

18 thoughts on “De bergen uit, voor zover dat hier mogelijk is

  1. Wat een mooi land! Echt prachtig! !! Ik moet nog wel even op kaart kijken waar jullie nu precies zitten.

  2. Heel mooi weer! Ongelooflijk, wat een prachtig landschap, alsof jullie door een filmset fietsen! Ik zie nu het fotoboek ‘Onze wereldreis in 5 (ofzo) jaar’ al helemaal voor me! X Wilma

    1. Het is inderdaad fantastisch mooi. We rijden nu door de Fergana (de Kirgizische). Nog steeds mooi maar minder indrukwekkend. Wat landschap betreft zijn bergen fantastisch. Wat fietsen betreft ook, maar dat is dan wat zwaarder. De beloning is er ook naar ….

Comments are closed.