De eerste passen


Op de zaterdagochtend stappen we op de fiets met stralend weer. Gisteren, toen we een rustdagje Kochkor hadden, heeft het bijna de hele dag geregend, en in de bergen rondom Kochkor was dat sneeuw.

We zijn Kochkor nog niet uit of het is een drukte van belang. Ook hier is een veemarkt, net als in Karakol, en we komen er toevallig langs. Hij is enorm groot, en rondom de veemarkt zelf zitten weer restaurantjes, maar hier zien we ook kledingwinkeltjes en de lokale variant van de intratuin. Er wordt ook druk gebarbecued: verse shaslick!

We moeten vandaag flink klimmen, een meter of 800, de Kyzart pas over die op zo’n 2670 meter ligt. De weg die erheen leidt is van goede kwaliteit en blijft dat ook zo’n 45 km. In die kilometers drinken we thee uit de thermoskan met een cakeje (of 3), pakken we nog een theetje als we een restaurantje passeren en lunchen we voor de verandering met geweldig uitzicht.

Het is fris, de temperatuur is flink gezakt met de regen van gisteren. Naarmate we stijgen begint het harder te waaien en wordt het echt koud. De laatste 8 km naar de top zijn onverhard en gaan dus wat langzamer. 

Op de top staat een aantal restaurantjes en stinkt het enorm naar gebakken vis. Daar is het restaurantje dat open is nl in gespecialiseerd, en ik vermoed dat het bakvet, eenmaal gebruikt, op de parkeerplaats wordt omgekieperd. Hulde aan Wilchard, want die heeft daar een hele tijd op mij gewacht. 

Ik ga wat langzamer naar boven, vandaar, en het is het handigst als we ieder ons eigen tempo fietsen. 
De weg naar beneden blijft voorlopig onverhard en is wat minder van kwaliteit dan die naar boven. Ik heb de hele dag al winterfietshandschoenen aan, vanwege de temperatuur, maar hier switch ik naar mijn extra dikke. Wat is het enorm koud. En niet omdat je naar beneden zo hard gaat, maar vanwege de wind die nu echt zijn best doet en die we vol tegen hebben. Zelfs naar beneden moeten we meetrappen om vooruit te komen.

In het dorpje Kyzart stoppen we. Hier zit een homestay, en we vinden het welletjes voor vandaag. We krijgen een mooie kamer in het hoofdhuis, waar het wat warmer is dan in het gastenverblijf. Waarschijnlijk is dat omdat er een feestje aan de gang is. Zo’n 20 man/vrouw zit lekker te eten. 

Ook hier geen badkamer, en pas elektriciteit na 6 uur ’s middags. Wel weer heerlijke thee met jam. Omdat we in het hoofdverblijf slapen komt er om de haverklap iemand binnen vallen. In de kamer liggen namelijk ook allerhande zaken die je gewoon nodig hebt. Denk aan een oplaadsnoer voor je telefoon, een spiegel om je op te maken of heel veel dekentjes voor als je gasten blijven overnachten. Wat ze doen, dus rond één uur ’s nachts worden die opgehaald. Privacy bestaat hier niet, en dat kan ook niet als je met 10 man (het aantal tandenborstels) in een huisje woont met 3 kamers, waarvan één de keuken.

Zoals hieronder staat de homestay trouwens op open street map. Het blauwe pijltje zijn wij, dus we zitten inderdaad niet in het gastenverblijf. En de route naar het toilet klopt. Zo gedetailleerd is hij meestal niet …..

In Kirgizië doen ze niet aan bejaardentehuizen. In alle homestays waar we tot nu toe verbleven woonden 3 generaties: oma (ook hier worden vrouwen ouder dan mannen, want opa zien we nergens), ouders en kinderen. Oma heeft in ieder geval oppas en bewaker in haar functieprofiel, want ze let op de jongere kinderen en is meestal op de binnenplaats te vinden, zodat ze goed in de gaten kan houden dat er geen vreemden binnen lopen. 

We kruipen snel onder de dekens. Vanuit ons bed hebben we uitzicht op de doorgaande weg waar we overheen fietsten, met aan de overkant, jawel, besneeuwde bergtoppen. Af en toe komt er een auto langs, maar het zijn vooral schapen, koeien en ruiters te paard. 

We stappen vanuit Kyzart op de fiets naar Chaek. 46 Km volgens maps.me, de app die wij gebruiken. En ook nog eens fors naar beneden. Een eitje, zou je zeggen. Niets is minder waar. Het begint met de temperatuur. Toen we wakker werden scheen de zon nog, maar die is achter heel veel wolken verdwenen en het is wat harder gaan waaien. Koud dat we het hebben! We trekken snel wat extra laagjes aan en doen een sjaal om, maar onze vingers en tenen blijven koud. 

Na een km of 20 moeten we onze regenbroeken aantrekken. De combinatie van wind, neerslag en temperatuur levert striemende natte sneeuw op die af en toe voelt als lichte hagel. Wonder boven wonder lijkt het wel minder koud te worden. Wilchard kan dat beamen, want zijn fietscomputer geeft ook de temperatuur aan, en die is verdubbeld: van 1 naar 2 graden. Net voordat we Chaek inrijden lijken de bomen vol bloesem te staan, maar dat is sneeuw. Gelukkig vinden we hier een mooie homestay met een warme kamer en toilet binnenshuis.
Een uurtje later is het weer volledig omgeslagen: blauwe lucht en een zonnetje herinneren ons eraan dat het hier nog voorjaar is, en in combinatie met de bergen leidt dat tot weertypes die elkaar snel afwisselen. Hopelijk kloppen de voorspellingen voor de komende dagen, want die geven zon aan.

Er zijn trouwens meer Kirgiezen dood dan levend. Net buiten ieder dorp ligt een grote begraafplaats. Dit zijn niet zomaar stenen zoals in Nederland, maar er worden heuse mausolea neergezet als aandenken. Soms fiets je er gewoon tussendoor omdat de weg er doorheen loopt. 

En dan heb je natuurlijk nog moedertje Rusland die in de meeste dorpen de wacht houdt bij de gevallenen in WOII. Je zou bijna vergeten dat er 23,6 miljoen (!) burgers uit de Sovjet-Unie zijn omgekomen, dik 13% van het inwoneraantal. Dat is het totale aantal, dat onderverdeeld kan worden in 10,7 miljoen militairen, 11,9 miljoen burgers en 1 miljoen joodse holocaust slachtoffers. Van die 10,7 miljoen militairen kwamen er 160.000 uit Kyrgyzstan, dat toendertijd ongeveer anderhalf miljoen inwoners had.

De voorspellingen kloppen, in ieder geval voor de volgende dag. De zon schijnt en de lucht is blauw. We hebben geen lange afstand voor de boeg, een kilometer of 45, dus we kunnen wat later vertrekken zodat de ergste kou uit de lucht is. Om half 10 zitten we op de fiets. Ik had voordat we vertrokken op internet gelezen dat het asfalt op zou houden in Chaek en pas weer zou beginnen op de grote weg, zo’n 100 km verderop. Niets is minder waar. De Chinezen hebben het kunstje weer geflikt, de eerste 20 km ligt er nieuw, glad asfalt. Bijna surreëel. Dat vindt een gezinnetje ook: alsof het autoloze zondag is lopen ze met kinderwagen midden op de snelweg. Ik geef ze groot gelijk, verkeer is er zo goed als niet en het duwt een stuk gemakkelijker dan in de berm.

Na die 20 km slaan we rechtsaf, en is het gedaan met het asfalt. Het is iets zwaarder fietsen en vergt wat meer concentratie, maar de omgeving maakt dit meer dan goed. We fietsen voortdurend stroomopwaarts langs een snelstromend riviertje, de Kekemeren, dat gevoed wordt door smeltende sneeuwtoppen. Soms is de kloof wat smaller en moeten we wat meer omhoog, maar in zijn algemeenheid is de stijging uiterst geleidelijk.
De weg wordt omgeven door rotsen in verschillende kleuren: rood, geel, bruin en zwart. Op sommige plekken afgewisseld door groen gras. 

We komen die 25 km een auto of 10 tegen, dan heb je het wel gehad. Terwijl we koffie zitten te drinken stopt één van die tien: de twee passagiers willen even met ons op de foto. 

De route van vandaag eindigt in Kyzyl-Oi, een dorpje in een vallei waar we weer een mooie homestay vinden bij Damira. De tafel met koekjes, snoepjes, appels, zelfgemaakte jam en thee staat alweer klaar, en nadat we het ons hebben laten smaken lopen we een rondje door het dorp en lopen we naar de begraafplaats, die iets hoger ligt.

Waar in Nederland kinderen op jonge leeftijd leren fietsen, zijn ze hier op hun vijfde al volleerd ruiter. Tenminste, als we afgaan op het jongetje dat ons tegenmoet komt.

De volgende ochtend fietsen we Kyzyl-oi alweer uit. De weg is nog steeds onverhard, maar een stuk beter dan de dag ervoor. De eerste 23 kilometer, tot aan het dorpje Kojomkul, volgen we nog steeds de Kekemeren. Verkeer is zo goed als afwezig, en een kilometer voor Kojomkul zien we waarschijnlijk de reden. Hier zijn een tijd geleden wat stenen naar beneden gekomen. Dat is inmiddels wel opgeruimd, maar de weg is er heel slecht en heel smal. 

Na Kojomkul verlaten we het riviertje en rijden we door een grote vallei die is omgeven door witte bergtoppen. De weg is hier zo slecht dat er zich een tweede en zelfs derde spoor naast heeft gevormd. Dat rijdt inderdaad een stuk beter. 
We komen in Suusamir, het dorpje dat we bedacht hadden als eindplaats. Het is echter nog vroeg en we zijn nog fit, dus we besluiten door te rijden. Na de laatste 15 km onverhard en een flinke klim bereiken we de weg die Bishkek en Osh, de twee grootste steden van Kirgizië, met elkaar verbindt.

We zien al snel dat we een groot deel van de route in de sneeuw af gaan leggen. Overal besneeuwde toppen, en de weg loopt er dwars doorheen. We overnachten in een hotelletje langs de snelweg, waar we helemaal blij worden van de hoeveelheid water die uit onze eigen (jawel!) douche komt. We eten wat bij het wegrestaurant naast het hotel, en duiken snel ons warme bedje in. Buiten daalt de temperatuur snel, en we zitten hier net op sneeuwhoogte, op 2278 meter.
De volgende ochtend duiken we een cafeetje in om te ontbijten. Goulash hebben ze. We houden het bij thee. Volgens de info die we hebben zou er iedere 20 km wel wat moeten zitten. Net nadat we vertrokken zijn passeren we een benzinestation van Gazprom. We herkennen de reclames, en gaan naar binnen voor een goede kop koffie. Voor de prijs van 18 koppen thee op de markt (of 9 in een restaurantje) laten we het ons goed smaken. Omgerekend is het zo’n €1,25 per bakkie. Voor ons geen probleem, hier veel geld voor de gemiddelde dorpsbewoner.

Wat betreft auto’s kun je het hier indelen in 3 categorieën: lada’s, uit het westen geïmporteerde Duitse auto’s van 20-45 jaar oud, en nieuwe Japanse auto’s. Vandaag zien we vooral auto’s uit die laatste categorie, die we tot nu toe eigenlijk nog niet veel gezien hebben.

Het is maar goed ook, dat we bij de Gazprom even pauze genomen hebben, want de restaurantjes onderweg zijn afwezig. Dat snap ik ook wel, want alles ligt ondergesneeuwd. 

Pas na 43 km komen we het eerste restaurant tegen. We bestellen wat te eten met thee, wat we buiten op willen eten zodat we een oogje op onze fietsen kunnen houden. Daar snappen ze niks van. We kunnen toch gewoon alles buiten laten staan? Als we voet bij stuk houden worden stoelen en een tafel naar buiten gesleept. Dat had van ons niet gehoeven, maar is wel zo handig.

Na de lunch rijden we verder naar de Ak-Bel pas op 3175 meter. We zijn al redelijk wat gestegen voor de lunch, maar toen ging het heel geleidelijk en af en toe ook vlak of naar beneden (dat laatste hoefde van mij niet zo, want iedere gedaalde meter moest natuurlijk ook weer gestegen worden). Na de lunch mogen we aan de bak. In krap 20 km moeten we 600 meter omhoog. En het gros daarvan zit in zo’n beetje de laatste 7 km. Het is zwaar, maar wel mooi zo in de sneeuw, en de weg blijft voortdurend goed. 

Eenmaal boven komt de beloning: een afdaling van 60 kilometer naar Toktogul waar we overnachten en een rustdag nemen. Over de 60 km omhoog hebben we 8 uur gedaan (inclusief koffie, een theestop en lunch), de 60 km naar beneden kosten 2 uur. En dan mogen we nog veel verder dalen dan we geklommen hebben ook, want we eindigen op 992 meter. 

Op de top was het fris, en de eerste kilometers naar beneden waren koud vanwege de rijwind, maar naarmate we afdalen wordt het warmer en groener, verdwijnt de sneeuw en ruikt het weer naar bomen, planten en gras. In Toktogul is het warm genoeg om buiten te eten, dus dat wordt korte mouwen!
En dan volgt een welverdiende rustdag. We slapen uit, ontbijten en lopen het dorp in. Dat heeft trouwens een veel grotere markt dan wij bij het dorp vinden passen, dus wij amuseren ons prima. Het lijkt hier wel alsof vrouwen het een minder groot probleem vinden om op de foto te gaan dan mannen, wat meestal omgedraaid is.

Er is zowaar een echte ijssalon. Het smaakt supervers, dus wij worden vaste klant!

22 thoughts on “De eerste passen

  1. Wow, wat een prachtige landschappen, bijna onecht …. Heel mooie foto’s, beiden! Ik kan me goed voorstellen dat het afzien én genieten is! Maarre … wel een beetje rechtop zitten tijdens de lunches he, er sluipt een beetje een krom fietsersruggetje in, zie ik;-) Liefs, Wilma

  2. Wilchard en Wendy

    Dank je wel voor de mooie foto’s en de verslagen.
    Wij lezen ze met heel veel plezier .
    Groetjes uit Erp

  3. Wat een avontuur!
    Geweldig om te lezen en te zien!
    Respect voor jullie x

  4. Hallo W & W, hartstikke leuk om jullie reis zo te volgen. En met name de foto’s van de lokale bevolking vinden we erg mooi. We kijken weer uit naar jullie volgende bericht. Hopelijk wordt t daar nu snel wat warmer.
    Groetjes C&C

Comments are closed.