Omhoog, omhoog, alsmaar omhoog

We blijven een dagje in Khorog. En leren meteen een belangrijke les. We waren gisteren al voor de middag in de stad, en hebben toen niet meteen een bank opgezocht. Dom, dom, dom. Einde dag waren ze al dicht, de pinautomaten geven ons hier geen geld en de enige bank die euro’s wisselt is op zaterdag gesloten. Dollars kunnen we wel wisselen, maar die geven we liever nog niet uit omdat we daar onderweg waarschijnlijk ook visa mee moeten betalen. We gaan wat hotels af en kijken op de markt, maar euro’s wisselen, ho maar. Uiteindelijk worden we bij navragen in de supermarkt, door een andere klant naar een winkel gestuurd waar ze wel euro’s willen wisselen. De dollar heerst hier overduidelijk. Toch fijn om weer wat geld te hebben.

We pakken een minibusje naar de Afghaanse markt. Één keer in de week mogen de Afghanen hier in een afgezet gebied 5 km buiten Khorog handel komen drijven. We weten dat hij al een paar weken niet door is gegaan en hebben ook vandaag geen geluk. Maar hierdoor zien we wel een mooi fenomeen. Op de heenweg, vanuit het busje, zien we dat er links van de landingsbaan op het vliegveld twee goaltjes staan en dat er gevoetbald wordt. Als we terug lopen worden de doeltjes weggedragen. Is de wedstrijd gewoon afgelopen of gaat er straks een vliegtuig landen? We zullen het nooit weten.

Net binnen de bebouwde kom zit een enorm grote supermarkt. We kopen wat rozijntjes voor onderweg en wat te drinken voor nu. Voor ons in de rij staat een andere buitenlander die hier waarschijnlijk woont. Hij heeft namelijk net een frituurpan gekocht. Wat hij echter niet bij zich heeft, is genoeg somoni om mee te betalen. Dollars heeft hij wel, maar die nemen ze niet aan. Hij stelt voor om de dollars achter te laten en later terug te komen met de resterende somoni, maar dat is niet nodig, ze vertrouwen hem zo ook wel. Fijn land, dat Tajikistan.

En verder eten we voor het laatst kurutob, lopen we over de markt, doen we boodschappen voor de komende dagen en drinken we een biertje op het terras aan het water.

Terug in het hotel laten we de eerste zwaardere bagage achter. We dachten behoorlijk wat te moeten kamperen, maar dat valt allemaal enorm mee. Binnen nu en Kirgizië waarschijnlijk 1x, verder overal homestays. De tent blijft natuurlijk gewoon, maar met de twee opklapbare stoeltjes die samen toch bijna anderhalve kilo wegen maken we de eigenaresse van de homestay blij.

De komende twee dagen plus een paar uur wordt het klimmen. We moeten naar een pas van 4270 meter, en zitten nu op 2000 meter. Dat klinkt heel wat, maar de eerste twee dagen gaan geleidelijk, alleen het begin van dag drie gaat fors omhoog. Toch heb ik het de eerste dertig kilometer moeilijk. Op de een of andere manier wil ik maar niet vooruit. Aan de weg (95% fatsoenlijk asfalt, niet al te steil op dat kleine stukje van 11% na) ligt het niet en we hebben net twee rustdagen en een korte fietsdag gehad. Duidelijk gevalletje van tegen jezelf vechten. 

Na 30 km breekt de zon door en wordt het landschap fraaier en is er een winkeltje met snickers. Die combi doet wonderen en ik fiets weer als de oude. 

In Vush zou een homestay zitten. Halverwege het dorpje hebben we nog geen bordje gezien, maar terwijl we staan te treuzelen stopt er een auto met een man van een jaar of 35 die gebaart dat we met hem mee kunnen. Hij stapt uit en loopt met ons mee. Zijn neefje van naar later blijkt 12 rijdt de auto verder door. 

Hij heet Dalei, spreekt 40 woorden Duits (geleerd op school) en woont samen met zijn ouders, vrouw en zoontjes van 2 en 3 in een lemen huis op een stuk grond. Door de tuin loopt een bergbeek voor die dingen waarvoor het niet erg is dat er zand in het water zit, iets verderop kan superschoon water gehaald worden uit een bron. Er staat een overkapte verhoging buiten waar naar gewenst geslapen / gegeten / gespeeld / gebuurt kan worden. Het toilet is een hokje met een gat achter in de tuin, als wc-papier doen de bladeren van een Russisch rekenboek dienst. Tussen toilet en huis bevindt zich de moestuin en een groot eenpitsfornuis. Tussen dit alles door lopen twee kalfjes die iedere keer als ik naar het toilet moet op hol slaan.

We worden meteen op de verhoging gezet en krijgen brood, koekjes, snoepjes, thee en twee volle kommen yoghurt voorgeschoteld. Die meteen worden bijgevuld zodra ze leeg zijn. Supervers, wordt gebaard, van de eigen koe. Superheerlijk in ieder geval.

Dan krijgen we de keus waar we willen slapen. Dat kan buiten op de verhoging, in de kamer op en verhoging bij de familie, op een verhoging in de gang of op de grond in een aparte kamer. We kiezen voor het laatste omdat we verwachten dat we dan het beste slapen. Er worden snel matrasjes, kussens en dekbedden gehaald, en in no time is de kale kamer omgetoverd in een nette slaapkamer. We mogen de fietsen zo naar binnen rijden, dus die staan ook weer veilig.

Nadat we een middagdut gedaan hebben gaan we buiten zitten, Wilchard iets eerder dan ik. Hij leest wat op zijn ereader, en oma is zo nieuwsgierig dat ze op haar knieën naar hem toe kruipt om te kijken wat dat nou is. Ik krijg al snel een vest van oma om, aangezien ze het te fris vinden voor korte mouwen. En dan begint het eetfestijn. Eerst krijgen we een soort vermicelli met gebakken aardappeltjes. Vergezeld van thee met melk. Dan komen er gebakken visjes op tafel die Dalei gevangen heeft in de rivier waar we langsaf fietsen. En vers proef je terug, ze zijn heerlijk. Iedereen eet mee, ook de kinderen van 2 en 3. Dalei geeft aan dat de vis goed is voor hun hersenen, en Wilchard voert de jongste wat van graat ontdane vis. Natuurlijk zijn inmiddels ook thee en brood aangevoerd.

Dit is een mooi moment om ons fotoboekje te laten zien. Ik scheur er snel de pagina waar Wilchards zus en haar gezin op staan uit. Nu hebben we een boekje waar Wilma en Cees nog steeds in staan, maar los, en Rolf en Sofie ook los. Zo is wat gemakkelijker uit te leggen dat zij onze kinderen zijn. Het boekje is een hit. De familiefoto’s zijn leuk, maar ook de pagina met wereldkaart waar we kunnen aanwijzen waar Nederland ten opzichte van de Pamir ligt, en de foto’s van bloembollenvelden, molens en beschaatste Kinderdijk. Ik moet helaas wel tegen ze zeggen dat wij niet, net zoals hier afgelopen winter, anderhalve meter sneeuw hebben gehad. Wij vragen ons wel af hoe ze dat dan doen met het toilet ….

Dit is meteen een mooi moment om de familie te portretteren. Haren worden gladgestreken, kleren rechtgetrokken. Iedereen is trots om op de foto gezet te worden en vindt het leuk om zichzelf terug te zien. 

Daarna gaan Dalei en zijn vrouw aan de slag met aandappelen. Wij gebaren dat we genoeg gehad hebben en dat ze voor ons geen moeite hoeven doen. Er wordt druk geknikt, dus ik denk dat de boodschap over gekomen is en dat dit voorbereidingen voor morgen zijn. Oma vraagt of ik even op de jongste wil passen. Dat is een enorme lachebek die niet goed tegen kietelen kan, dus wij kunnen het samen prima vinden. 

Wanneer het na een tijdje donker begint te worden gaan we naar binnen. Er komt een accordeon tevoorschijn waarop Dalei het volkslied ten gehore brengt, en Wilchard moet wat op een traditionele Pamirse luit tokkelen.  

Als we aangeven te willen gaan slapen, kan daar geen sprake van zijn. Dalei heeft speciaal een geit geslacht, en dat vlees is met de aardappelen opgebakken. Dat mogen we natuurlijk niet aan ons voorbij laten gaan. We gaan dus weer zitten, en eten wat aardappeltjes. Daarna is het echt genoeg, en gaan we naar onze kamer. Er wordt nog snel een nieuwe lamp ingedraaid zodat we licht hebben, en dan gaan de ogen toe.

We slapen uit. De wekker gaat om half zes in plaats van om half vijf. Om half zeven zitten we op de fiets. Er is regen voorspeld, maar het is de hele dag wisselend bewolkt. Prima fietsweer dus! Het aantal dorpjes neemt af naarmate we hoger komen maar het asfalt blijft en het landschap is fantastisch.

We overnachten weer in een spahotel, in Jelondy. Dit keer zitten de baden in het hotel. Het ziet er schoon uit en bovendien is het prettig om weer te kunnen douchen, dus Wilchard gaat naar het herenbad en ik naar het damesbad. Het bad is bloedheet, maar bij de douche kun je gewoon mengen. Heerlijk.
De volgende ochtend hangen er wolken in het dal waar wij heen moeten. We wachten maar even af, maar het wordt wat lichter en twee uur later besluiten we te vertrekken. 

De vreugde duurt niet lang. Ik heb wat last van de hoogte en voel me licht in mijn hoofd. Omdraaien en nog maar een dagje acclimatiseren in de spa. We nemen nog een douche / bad en ik mag de keuken gebruiken om te koken. Hoe lekker kan pasta met tomatensaus, tonijn en erwtjes uit blik zijn! Dat vinden wij tenminste, de officiële keukenbrigade denkt daar, aan hun gezichtsuitdrukking te zien, heel anders over. Ze willen zelfs niet proeven ….
De volgende ochtend is het supermooi weer en voel ik me een stuk beter. We stappen dus weer op de fiets. De eerste 20 km zijn langzaam omhoog, en wat zijn ze mooi. Het wordt steeds kaler, er komen yakkuddes voorbij. We doen 4 uur over die eerste 20 kilometers, vanwege de vele foto’s die we nemen en de uitgebreide theestops.

Daarna is het gedaan met de pret en moeten we in 4 km dik 300 meter omhoog. We hebben wel één gelukje: net ervoor woont een gezin dat ons thee aanbiedt, en met de thee wordt ook verse yoghurt geserveerd, van yakmelk, overheerlijk. 

Die 4 km duren zo’n anderhalf uur. Voor Wilchard is het al pittig, voor mij loodzwaar. De hellingshoek en onverhard samen zijn al genoeg, maar we gaan ook nog eens naar de 4270 meter. Een boel gehijg dus, en om de paar 100 meter even stoppen. Er komt een jeep langs met toeristen die vanuit het raampje applaudiseren. Wilchard krijgt van mij een staande ovatie, aangezien hij mijn fiets een paar keer over pakt.

Eenmaal boven is het een tijdje vlak en begint het asfalt weer. En dat asfalt verdwijnt weer zodra we afdalen, het wegdek is van beduidend mindere kwaliteit dan de weg omhoog. Regelmatig schieten er grote marmotten hun holletje in. En weer: wat is het prachtig.

Na een kilometer of 20 waarvan zowaar een deel asfalt, begint de volgende pas. Gelukkig een stuk minder hoog. Aan de andere kant van de top is het weer indrukwekkend mooi.

In de afdaling voldoet zich het wonder: we krijgen goed asfalt, en het houdt niet na een kilometer of twee alweer op. Het landschap blijft geweldig, het licht wordt alsmaar mooi. Dat laatste betekent dat we door moeten fietsen, aangezien het langzaam later wordt. Een uur voor zonsondergang komen we aan in Alichur. 

We slapen weer bij mensen thuis. Om half negen liggen we op bed (stapel matrasjes op de grond), een kwartier later slapen we. Zo’n dag gaat je niet in de koude kleren zitten. Er is ook niet veel te doen. Geen stromend water, geen electriciteit. Het dagritme van de mensen hier is dan ook heel simpel: naar bed zodra het donker wordt, op zodra er weer licht is. Om zes uur ’s ochtends heeft de eigenaresse de was alweer gedaan.

De wind gaat ’s nachts liggen, het is helder en volle maan. Jammer dat je dan weinig sterren ziet als je ’s nachts naar het toilet moet, maar je ziet wel de contouren van de huisjes en bergen. 

We stappen weer eens op de fiets voor de tocht naar Murgab, de grootste plaats in de Pamir. Stel je er trouwens niet te veel van voor, er zijn plekken met stromend water, maar er is geen electriciteit en geen warm water, op een paar plekken na waar ze een aggregaat hebben staan.

Het is prachtig weer, strakblauw met her en der een wolkje. Er zitten onderweg geen officiële restaurantjes, maar er zijn wel twee plekken waar een gezin woont dat op verzoek thee en wat te eten verkoopt. Na 13 km drinken we een kopje thee, en 16 km verderop schuiven we aan voor thee en yakyoghurt. Op de tweede plek houden ze ook yaks, honderd als we opa mogen geloven.

De eerste helft van de route gaan we langzaam omhoog, de tweede helft fors naar beneden. Het is toch een inspannende dag, vanwege de inspanning van gisteren, de nog steeds forse hoogte en het aantal kilometers (103). Ik laat de foto’s maar weer voor zich spreken.

Onderweg komen we drie keer ‘tegenliggers’ tegen, fietsers dus die de andere kant uit rijden. Het eerste stel vindt onze fietsen supersexy (zijn woorden). Daarna treffen we Trien uit België die met haar fietstocht €30.000 ophaalt voor Unicef, en als laatste drie jonkies (halverwege 20) die in Osh een groep gevormd hebben. Grappig om even te kletsen. 

In Murgab slapen we in het Pamir Hotel, met de luxe van electriciteit en warm water tussen 7 en 12 uur ’s avonds. Hier blijven we drie nachten, om weer bij te komen en energie op te doen voor de laatste etappe Pamir Highway.

PS: excuses voor de vele foto’s het is hier zo geweldig mooi dat kiezen lastig is

19 thoughts on “Omhoog, omhoog, alsmaar omhoog

  1. Wat een belevenissen en landschappen (foto’s laten zien hoe super mooi het daar is)

  2. oeps, geen katte…., lijkt me toch ff afzien, maar daar staat wel iets tegenover.
    hoe is het met de darmen, inmiddels voorzien van een keramische mantel??

    nagaland/orissa begint vorm aan te nemen,
    half november/december ongeveer 6 weken.
    hou jullie op de hoogte

    groet

    j

  3. Prachtige foto’s! De uitgebreide verhalen van jullie ontmoetingen met de locals vind ik geweldig. Ik rook het geitenvlees bijna en kon die kleine bijna horen giechelen. Verheug me nu al op het volgende verslag. Dikke knuffel uit N’gein.

  4. Adembenemend! Wat zijn jullie toch enorme bofkonten dat jullie dit (kunnen) doen.

Comments are closed.