Omlaag, omlaag, alsmaar omlaag (maar eerst nog even omhoog)

De eerste dag in Murgab is een rommeldagje. Ik slaap uit tot wel half negen, wat eigenlijk half acht is. In Murgab gaat de klok namelijk een uur vooruit, naar Kirgizische tijd. Sowieso zijn de meeste inwoners van Tajikistan ten oosten van Alichur Kirgizisch. 

Wilchard heeft tegen die tijd al een uur of anderhalf gekeken hoe Murgab wakker wordt. Uit alle huizen steekt een pijpje waar rook uit komt, het is nu in juni op deze hoogte ’s nachts nog rond het vriespunt. Op straat is het een komen en gaan van vrouwen en kinderen die water halen bij de vele waterputten die het dorp rijk is.

In Murgab ligt een clustertje scholen met heel veel klimrekken en 2 vrouwen die aan geïmproviseerde tafeltjes snoepjes verkopen. Het blijken drie Kirgizische scholen en een Tajiekse te zijn. Op de Tajiekse school zijn vandaag examens, maar op de Kirgizische niet en een lerares nodigt hem uit om binnen te komen kijken. Het klaslokaal is een grote kale ruimte, waar naast bankjes een enorme kachel de aandacht vraagt.

Na het ontbijt lopen we door het dorpje en bezoeken de markt die volledig uit containers bestaat. Sowieso zie je die veel in zowel Kirgizië als Tajikistan. Zou dit nou de plek zijn waar je als container met pensioen gaat?

Ook doen we weer wat fietsonderhoud. Zoals het twee it’ers met linkerhanden betaamt hebben we overal handleidingen (pdf’jes en filmpjes) voor meegenomen. In Osh, een week of zes geleden, hebben we met behulp daarvan de olie van onze Rohloffnaaf ververst, hier vervangen we de grotendeels versleten remblokjes. 

Na nog een dagje rust stappen we weer op de fiets. We fietsen in twee dagen naar Karakul, en moeten de hoogste pas van onze route in Centraal-Aziě over, de Ak-Baital op 4657 meter. De eerste dag is de aanloop en gaat het langzaam omhoog. We zijn van plan om net voor de top te stoppen, daar schijnen een paar wegwerkershuisjes te zitten, en daar kunnen we dan overnachten. 

Wilchard fietst prima, maar ik zit in een dal. Figuurlijk dan. Het is echt geen zware dag en het asfalt blijft veel langer aanwezig dan ik had gehoopt, maar ik vind het zwaar. Waarom, geen idee. Het drukt in ieder geval fors de stemming. Ik kan niet genieten van de wel weer fantastische landschappen, en daarmee Wilchard ook niet.

Uiteindelijk wonen er na een kilometer of 47 twee gezinnen. De Tajieks/Kirgizische gastvrijheid laat zich weer zien, we mogen blijven slapen bij Dinara en haar drie kinderen (Mohommed van 10, Mahammed van 5 en Madina van 4). Vaders komt tegen een uur of zeven thuis, met de kudde schapen. 

Dit gezin leeft compleet anders dan de familie van Dalei, waar we een kleine week geleden mochten blijven. Daar was nog veel groen en hadden ze een redelijk aangeklede kamer, electriciteit en zelfs een televisie. Hier bestaat het huis uit twee kamers van zo’n 20 vierkante meter die karig zijn ingericht (eigenlijk alleen wat matjes op de vloer). Het fornuis doet tevens dienst als verwarming, en er staat één kast en één bed met daarop een lading matrasjes die ’s nachts over de kamer verdeeld worden en waarop ze slapen. Dat was het. Het gezin ziet er niet ondervoed uit, maar het eten is wel eenzijdig: rijst met stukjes aardappel, rijstepap, verse geitenyoghurt, brood, boter en thee. Je kunt hier goed zien wat afwisselende, gezonde voeding doet met lengte, de kinderen zijn alledrie niet al te groot. 

Wat wel gelijk is aan het gezin van Dalei is de warmte die ze uitstralen. Niet alleen naar ons door het open stellen van hun huis, maar ook naar elkaar. Zo zonder tv, computer, tablet en smartphone heb je alleen maar elkaar, en het tempo ligt natuurlijk ook laag. Vanaf half zeven schiet het hele gezin bij ieder geluid naar het raam, en als paps thuis komt met de kudde geiten sprint iedereen naar buiten.

Gedurende de dag is ieder geluid op de weg voor de kinderen reden om even uit het raam te kijken en te rapporteren of ze een auto of motor gezien hebben. In 4 uur tijd is de vangst 1 motor en 5 auto’s. Wilchard laat tijdens het middagdutje van Madina, Mahammed en mij alle foto’s die hij tot nu toe heeft gemaakt zien aan Mohommed en Dinara. Als ze in de Tajiekse foto’s mensen zien wordt meteen geroepen of het een Tajiek of Kirgisch is. Mohommed heeft de foto van de leeuw in de dierentuin van Karakol als favoriet, Dinara vindt het leuk om mensen te herkennen op foto’s uit Murgab.

De volgende ochtend zijn onze fietszadels wit. Het heeft een beetje gesneeuwd, en de toppen om ons heen zijn bepoedersuikerd. De lucht is inmiddels wel weer blauw. 

Vanaf hier tot aan de grens fietsen we grofweg langs de Chinese grens. Die is moeilijk te missen, want het is een enorm lang hekwerk. Wel zitten er soms enorme gaten in en her en der staat een poort open, maar een kniesoor die dat een probleem vindt.

Het fietsen gaat beter dan gisteren, maar ik ben blij als we 15 km voor Ak-Baital ingehaald worden door Ellen en Erik uit Nederland in hun mosterdgele volkswagenbusje. Mijn fiets, bagage en ikzelf worden de pas over gereden, super! Wilchard wil omhoog fietsen, en tot de wegwerkershuisjes 3 km voor de top is het heel goed te doen. Daarna houdt het asfalt op en geeft zijn kilometerteller een stijgingspercentage van 8/9/10% aan. De laatste 200 meter moet hij lopen. Een jeep met Slovenen passeert hem, die allemaal met hem op de foto willen. De vrouw uit het gezelschap zelfs twee keer. Ze geeft als reden dat dit een inspiratie voor haar zoon moet zijn, die ook graag fietst, maar ik denk dat ze gewoon graag met Wilchard op de foto wil.
Het Ak-Baital bordje staat net voor en net na de pas. Bij het bordje na de pas zijn we weer samen en staan twee auto’s met toeristen, dus we hebben weer een foto van ons samen. In een van de jeeps zitten twee Amerikaanse meiden die met ons, hun helden, vereeuwigd willen worden. 

Daarna hebben we nog zo’n 16 km onverhard. Dat zou niet zo erg zijn, als de weg geen wasbord zou zijn. Wat een drama, we worden alle kanten op geschud. Dat wordt weer schroefjes aandraaien. 

Ook draait het weer om. Het begint enorm hard te waaien en een beetje te hagelen. We zien dat het verderop op onze route alleen maar erger wordt, dus we schuilen onder ons grondzeil tot het beter is. De omgeving was al mooi, maar is door een vers wit laagje alleen maar mooier geworden. 

Zo’n 20 km voor het eindpunt wordt de lucht achter ons pikzwart. We racen naar Karakul, waar we weer in een officiële homestay zitten. De bui komt wel achter ons aan maar blijft in de bergen hangen en komt niet bij Karakul dat aan het gelijknamige meer ligt.

Als we de volgende ochtend wakker worden ligt er een dun laagje sneeuw. We besluiten een dagje in Karakul te blijven. Wilchard staat meteen op om in het dorp te gaan fotograferen, ik draai me nog een keer om. 

In de ochtend begint het opnieuw te sneeuwen. Natte sneeuw weliswaar, maar we zijn blij dat we er niet doorheen hoeven te fietsen. Tussen de buien door doen we een rondje dorp, verder is het veel theedrinken en lezen. De tieners van de homestay spelen een potje volleybal (geen idee waarom dat hier zo populair is).

De volgende ochtend is het weer een stuk beter, dus we maken ons op voor vertrek. Na een km of 20 nagenoeg vlak gaat het omhoog. Het grootste deel is prima te doen, maar er zitten een paar venijnige stukjes in van meer dan 10%. Gelukkig helpt Wilchard me hier weer, waardoor we samen boven komen. 

En boven, en daarna een eind bergaf en vlakkig, is het supermooi. We fietsen in een soort veelkleurige kom, waarvan de randen bestaan uit bergen. Alle aardtinten komen langs. 

De laatste 10 km in die kom zijn onverhard en op het einde gaat het steil omhoog naar de Kyzylart pas. Ik duw het grootste deel mijn fiets omhoog, kan hier echt niet fietsen. Wilchard helpt ook hier weer even.

In het steile deel zit de Tajiekse grensovergang. We hadden vantevoren gelezen dat de douaniers zich soms van hun corrupte kant laten zien, op een onprettige manier. Dat is bij ons absoluut niet het geval, we zijn er snel aan voorbij. 

Je zou dan al snel de Kirgizische grenspost verwachten, maar die zit pas 20 km verderop. We moeten dus door een stuk niemandsland. Zo’n anderhalve kilometer na de grens zit de Kyzylart pas, dus nog even verder omhoog.

Het eerste stuk na de pas is beroerd. Het gaat weliswaar bergaf, maar het is een modder/kleifestijn. De berg bestaat uit een soort rode grondstof, die omdat het gisteren geregend/gesneeuw heeft is bedekt met een laagje rode kleiachtige modder. Glad en het blijft aan je banden kleven. 

Aan het einde van dat bergje drinken we thee bij een soort wegwerkershuisje. Hier staat ook het bord voor de pas pas.

Het is vreemd hoe net na het passeren van de Tajiekse grens de bergen opeens bedekt zijn met gras. Gras, dat hebben we al een dag of 15 niet meer gezien.  En we dalen verder, eerst nog onverhard maar na een tijdje over asfalt. 

Als we het asfalt bereikt hebben worden we ingehaald door drie jeeps die ietsje verderop stoppen. Er stromen zo’n 14 Japanners uit die zich aan weerskanten van de weg opstellen om ons te filmen en foto’s te maken. Drie gaan er met ons op de foto.

De Kirgizische grens gaat ook heel soepel. Stempels worden gezet en de customs afdeling roept dat we door mogen. Het voelt wel een beetje vreemd als je zelf het hek dat toegang geeft tot Kirgizië van het haakje mag halen en weer achter je mag sluiten, maar we zijn binnen. 

De laatste 30 km gaan verder omlaag. Aan weerszijden van de weg staan yurts. Het asfalt vertoont wel wat gaten, maar daar manoeuvreer je als fietser gemakkelijk tussendoor. De auto’s met Japanners halen ons pas net voor Sary Tash, het eindpunt, weer in. De jeeps moesten waarschijnlijk ingeklaard worden, en dat duurde blijkbaar behoorlijk lang. Als we terug kijken zien we de witte toppen van het hooggebergte aan de horizon.

Het voorlopig zwaarste deel van onze trip zit erop: de Pamir Highway. Zwaar vanwege slecht wegdek, steile passen, minder voedzaam eten (omdat er simpelweg niet veel is en de aanvoer duur is) en de hoogte van gemiddeld 4 km. Dat laatste is zwaar omdat je er moet komen, maar ook omdat de hoeveelheid zuurstof in de lucht daardoor behoorlijk minder is. We hebben nog steeds niet gekampeerd, wat ook prima is vanwege de harde wind ’s nachts en de sneeuw. Het was dus het voorlopig zwaarste deel, maar ook zo adembenemend mooi! Eerst de pas over naar Kalaikum, dan drie dagen langs de Panj met Afghanistan aan de overkant. Na Khorog omhoog om op de hoogvlakte te komen. Na iedere pas daar verandert het landschap en kun je je amper voorstellen dat je zo gelukkig bent dat je hier mag zijn. De vriendelijkheid, nieuwsgierigheid en gastvrijheid van de mensen uit de Pamir mag natuurlijk ook niet vergeten worden. De tegenstelling tussen het harde leven hier en het leven in Nederland maakt indruk. Kortom: superblij dat we dit hebben mogen enedoen kunnen doen, we hadden het voor geen goud willen missen.

Dat we gemakkelijker ademhalen is meteen te merken als we Sary Tash uitfietsen. We mogen meteen twee passen over. De eerste is het langst en het steilst: zo’n 5 km naar 3550 meter, het grootste deel daarvan stijgen we 7%. In de Pamir, op hoogte, weet ik zeker dat ik helemaal stuk zou zijn gegaan, als ik het al gehaald had. Hier was het een kwestie van kleine versnelling en naar boven. Nog steeds fors, maar prima te doen. De tweede stelde niets voor, terwijl we daar in 3 km ook 170 meter stegen. Ik heb me in de Pamir regelmatig afgevraagd in hoeverre de hoogte het moeilijker maakte. Nu weet ik het.

Na dat stijgen komt de beloning: een afdaling van 85 km. Eerst steil naar beneden met haarspeldbochten, daarna nog steeds fors omlaag. Het landschap is weer compleet anders dan we tot nu toe hebben gezien. Veel rode bergen begroeid met gras. Bijzonder fraai. Met name aan het begin staan er regelmatig yurts, en we zien behoorlijk wat kleine vrachtwagentjes langskomen met in de open laadbak de onderdelen van een yurt en een paard. De zomer komt eraan. Onderweg bij een winkeltje zijn ze kurut aan het maken. Kwestie vanvan zachte kaas opkoken en balletjes van draaien, dan laten uitharden, lijkt het. 

Hoe meer we afdalen, hoe warmer het wordt. Het is alweer een dag of 10 geleden dat ik met korte mouwen fietste. Ik ben de dag weliswaar met een extra fietsjasje en hardshell begonnen, maar die worden halverwege ingepakt. De hoogste top vandaag was 3615 meter, maar we eindigen op 1540 meter.
We overnachten in een homestay in Gulcha. De overige gasten zijn Kirgiezen die voedingsvoorlichting geven op scholen. Met behulp van een mondje Engels van hun, een paar woorden Russisch van ons, handen en voeten en een laptop met google translate kunnen we aardig communiceren. Ons fotoboekje komt weer tevoorschijn, en zij laten familiefoto’s zien op hun telefoon. De drie heren kunnen maar niet begrijpen dat wij kymyz, gefermenteerde paardenmelk en nationale drank nummer één, niet lekker vinden.

De laatste fietsdag naar het relatieve laagland begint met, jawel, een klim van 600 meter over 10 kilometer. Iets minder steil dan die van gisteren, maar wel langer. We doen er, inclusief de aanloop van 12 km waarin we 200 meter stijgen, 3,5 uur over. Op de top staan weer heel veel yurts.

Over de afdaling van 63 km doen we ook 3 uur, inclusief stop bij een winkeltje en lunch. Het gaat bijna vanzelf.

In Osh slapen we in hetzelfde guesthouse en ’s avonds proosten we met een lokaal biertje op de tocht tot nu toe en op jullie, trouwe lezers. We willen even kwijt dat we het leuk vinden dat jullie in Nederland zo aan het meeleven zijn. Dat zien we in de reacties op de blog zelf, maar ook in whatsapp en mail. Bovendien zien we soms nieuwe abonnees verschijnen van wie we de naam herkennen als vrienden of overburen van onze vrienden. Onze avonturen worden klaarblijkelijk gedeeld, en dat vinden we superleuk. 

4 thoughts on “Omlaag, omlaag, alsmaar omlaag (maar eerst nog even omhoog)

  1. Een zo hele andere wereld daar boven in de bergen. Schitterent! Kan me voorstellen dat het niet altijd meevalt on weer omhoog te fietsen over slechte wegen. Fijn dat jullie elkaar helpen. En de vriendelijkheid en gastvrijheid is overweldigend en doet je wellicht je eigen negatieve gedachten verdwijnen.
    Knap gedaan, temeer omdat het voedsel niet altijd de benodigende voedingsstoffen bevat.

  2. Als ik jullie fantastische verhalen lees en die geweldig mooie foto’s bekijk, vraag ik mij steeds meer af wat ik hier in Nederland toch aan het doen ben….

Comments are closed.