Aan de bak!

Na een dagje niksen op ons terras aan de Mekong is het tijd om te kijken hoe het uitzicht aan de overkant is. Daarvoor moeten we wel de grens met Laos over.

Tien kilometer verderop ligt de Brug van de Vriendschap, met aan de ene kant de Thaise en aan de andere de Laotiaanse grenspost. Thailand is gemakkelijk. Ik hoef niet eens van mijn fiets af, want Wilchard kan mijn stempel in ontvangst nemen. In het niemandsland voor de Laotiaanse douane mag helaas niet gefietst worden. We moeten met de bus. Want stel er gebeurt wat in die drie kilometer niemandsland, welk land is er dan aansprakelijk? Voor het gemak vergeten ze even dat diezelfde vraag ook opgaat bij een busongeluk. Hoe dan ook, een fiets op de bus kost 100 baht, dus die leveren we dan maar in. Zelf mogen we voor 20 baht de man mee.

Onderweg komen we geen ander verkeer tegen, dus met veel geluk komen we zonder ongelukken aan de overkant. Er zit namelijk één bijzondere manoeuvre in dit traject. Omdat ze in Thailand links en in Laos rechts rijden, en simpelweg van weghelft wisselen als een te groot risico wordt gezien, hebben ze een soort dubbele rotonde aangelegd, waarbij je op de ene weghelft begint en op de andere eindigt. Briljant!

Ze hebben er in ieder geval alles aan gedaan om ongelukken te voorkomen. Nu is volgens mij de enige drukke grensovergang tussen Laos en Thailand die bij Vientiane, en de Brug van de Vriendschap daar schijn je wel gewoon op de fiets over te mogen. Tja.

Ondanks dat we bijna ons hele leven rechts gereden hebben, moeten we na bijna vier maanden op de linkerweghelft wel weer even wennen. Hier wordt er weer van alle kanten door de schooljeugd gehelloot, gewelkomt en gesabaideet. In Thailand leek het meer op Zuid-Nederland, waar iedereen gewoon netjes beleefd is als je langsfietst, hier lijkt in ieder geval de jeugd het bijzonder te vinden als je langsfietst en wil dat ook laten weten.

Laos is bezet geweest door de Fransen, en dat heeft als prettige bijkomstigheid dat we hier baguettes kunnen eten. Als ontbijt met een eitje, en we nemen er meteen twee met tonijn mee voor de lunch. Voor de afwisseling eens geen noedelsoep tijdens het fietsen.

De volgende dag mogen we weer aan de bak. In Noord-Laos hebben we in zijn algemeenheid geen lange dagen, maar ook zeker geen vlakke. Het landschap is hier meteen compleet anders, veel minder landbouw en heel veel bomen. En dat anders zijn geldt zeker voor de levensstandaard. Waar Thailand voor Zuidoost-Azië relatief rijk is, is Laos dat zeker niet. En de rijkdom die er is zit in de steden. We zien weer dat er brandhout verzameld wordt en de huizen hier in het noorden zijn van hout en bamboe gemaakt en zien er armoedig uit. Het leven speelt zich hier buiten af en we zien veel mensen op straat, waarvan het merendeel minderjarig.

We eindigen in Donchai, waar twee overnachtingsplekken zouden moeten zitten. Het is zaterdag en een feestdag, dus wellicht ligt het daaraan, maar Donchai zit dicht. Er is bijna niemand op straat en als we een vrouw vragen of we ergens kunnen slapen maakt ze een geïrriteerd wegwuifgebaar en schudt met haar hoofd. Niks behulpzaam. Gelukkig is er bij het rijtje bungalows iets verderop een jongen die iemand belt, en hebben we een kamer. Het is wel weer even wennen aan een hurktoilet en mandibak met koud water na de fantastische hotelletjes in Thailand, maar we zijn al lang blij dat we een dak boven ons hoofd hebben. En voor 5 euro kun je ook niet teveel verwachten.

We slapen geweldig goed, en als we de deur van ons huisje open trekken brommeren er net 3 tienjarigen langs die hard I love you naar ons roepen. Dat is nog eens leuk aan je dag beginnen! Het is wel nog frisjes. De wolken hangen nog laag waardoor de zon ons nog niet kan verwarmen. Langs de weg hebben mensen bij hun huis een vuurtje gestookt om zich bij te warmen en op te koken. De klim van vandaag begint gelukkig al na een paar kilometer en al snel zijn we de wolken uit en schijnt de zon. Er is nauwelijks verkeer, we fietsen in het groen en overal klinken vogels en krekels. We genieten volop.

Ik zit vandaag lekkerder in mijn vel dan gisteren. Toen had ik het moeilijk met klimmen en moest ik vaak stoppen. Nu merk ik natuurlijk wel dat ik klim, maar doe ik ook de uitspraak ‘dit is goed te doen, 7% kan ik heel lang vol houden’. Ach, zo zie je maar dat je vaak vecht tegen jezelf.

Laos is een stuk minder dicht bevolkt en slechter bevoorraad dan Thailand, maar gelukkig vinden we wel soms een winkeltje waar we wat te drinken kunnen kopen. En in Vieng Poukha, de overnachtingsplek van vandaag, vullen we onze koekjesvoorraad aan, zodat we onderweg in ieder geval altijd wat te snacken hebben.

Er lijkt zich een patroon te ontwikkelen, want ook de volgende ochtend hangen de wolken weer laag. Als het mistiger blijkt dan gisteren, draai ik me nog even om. Want met mist komt kou, en aangezien de dagafstand het toelaat kunnen we dan beter wat later vertrekken. Dat blijkt een goede beslissing, want als we opstappen komt de zon net voorzichtig door. Overal hangen nog mistflarden, en de wereld ziet er geweldig mooi uit. Met alleen het geluid van onze zoevende banden, onze adem en de natuur rollen we voort, tussen de bergen door. We zijn nog niet op onze fiets geklommen nadat we dit moois op de gevoelige chip hebben vastgelegd, of we staan alweer op onze remmen omdat het 25 meter verderop minimaal net zo mooi, bijna hetzelfde maar toch helemaal anders is. Zelfs als we stilstaan verandert de wereld doordat de wind de wolken voortdurend rond de bergtoppen blaast. Achter ons de frisse kleuren van de ochtend, voor ons het harde tegenlicht van een nog laag staande zon. Kortom, we genieten met al onze zintuigen van het moois dat ons geboden wordt.

In Luang Namtha blijven we een dagje. Ik doe lekker niks, en Wilchard gaat een stukje fietsen. Helaas pakt dat laatste niet zo fijn uit als gedacht. De omgeving is mooi, en er zijn weer van die mistflarden, maar de weg langs het riviertje de Nam Tha is uitermate slecht waardoor hij er amper van kan genieten. Daarbij zijn er weinig dorpjes en zijn de dorpjes die er zitten zo goed als uitgestorven. Kortom, gevalletje leuk geprobeerd. Gelukkig zijn er wel wat mensen die op de foto willen, dus de dag is nog een beetje gered.

Je kunt hier goed zien dat dit gebied in Laos bevolkt wordt door bergstammen en dat toerisme een belangrijke inkomstenbron is. Hopelijk heeft de Lonely Planet gelijk en is alles inderdaad goed geregeld. Volgens dat boekwerk gaat een deel van de inkomsten van de reisbureautjes echt naar de dorpen die bezocht worden, hebben alle bureautjes andere routes en wordt een dorp maximaal 2 keer per week bezocht. Een deel van de vrouwen werkt in ieder geval als ambulante tasjes/armbandjesverkoper in Luang Namtha zelf. Als we nietsvermoedend iets zitten te drinken staat er opeens een vrouw aan onze tafel die uit is op verkoop. Een vriendelijk nee verstaat ze wel maar wil ze niet begrijpen. Uiteindelijk vertrekt ze na een tijdje, maar al snel wordt ze afgewisseld door een collega. En iets later door weer een ander. En dan blijkt dat ze ofwel een slecht geheugen heeft, ofwel van geen ophouden weet, want verkoopster 1 is weer terug. Wat een dramatische baan lijkt me dat, je moet wel met afwijzingen om kunnen gaan.

We hebben besloten op en neer te fietsen naar Muang Sing, dat 60 km noordelijker ligt, en daar een dagje te blijven. De vorige keer dat we er waren is een jaar of 12 geleden en wat ons met name is bijgebleven is dat het er erg koud en regenachtig was. De straten waren toen onverhard, er was maar een paar uur per dag electriciteit en nergens warm water om je te wassen. Wel een mooie exotische markt, een fraaie omgeving en heel veel mensen in klederdracht. Eens kijken of dat nu nog het geval is.

Als we aan het ontbijt zitten lijkt het alsof ik een vrouw herken die binnen komt. En zij mij ook. En dat blijkt niet alleen maar te lijken. Het is Ruth, die ook bij Nationale-Nederlanden werkt (in mijn geval werkte). Zij en haar partner Bart zijn een maand of twee geleden begonnen te fietsen in China en via Laos gaan ze naar Thailand, om daarna nog 2 maanden in Zuid-Amerika rond te reizen. Het voelt heel onwerkelijk maar is superleuk. We blijven dan ook wat langer kletsen, en als zij weg moeten voor een geplande trekking stappen wij op de fiets. Bijkomend voordeel is dat de wolken die als een grijze deken in de bergen hangen een half uur later zijn verdreven door de zon.

We fietsen langzaam omhoog en passeren weer flink wat rubberbomen. Waar in het zuiden van Thailand de latex in vloeibare vorm werd verzameld, wordt hij hier gestold opgehaald. In de balen latex kun je de kopjes waarin hij aan de boom werd opgevangen nog goed herkennen. En stinken dat het doet! Dat was dan wel een voordeel van die vloeibare vorm.

Als Wilchard even een dorpje in gaat en ik bij de fietsen blijf wachten, kan ik aan de hand van de sabaidees en byebyes precies volgen waar hij is. Het dorp is helaas, op de kids na, zo goed als uitgestorven.

Ondertussen komt er een mooie constructie voorbij. Op een soort omgebouwde trekker staat achterop een soort hok met twee enorme varkens. Voorop is een pallet vastgemaakt en daar zijn krukjes op gezet. Elk krukje is bezet. Rechts zit oma, die zich met haar rechterarm angstvallig vastklemt aan de trekker. Met haar linkerhand probeert ze de handdoek op haar hoofd in vorm te houden. Aan de blik op haar gezicht te zien hoopt ze dat het niet te lang duurt. De linkerkrukjes zijn bezet door wat jonge meiden voor wie de rit gesneden koek lijkt.

Het is relaxed fietsen. We stijgen wel, maar het is nergens steil. En op het einde ligt Muang Sing in de zon. Een deel van de straten is geasfalteerd en als we op het lichtknopje op onze kamer drukken gaat het licht gewoon aan. Er is dus wel degelijk wat veranderd sinds de vorige keer dat we hier waren. In het stadje is trouwens nog steeds niet veel te doen, en van de toeristen uit Luang Namtha zien we er maar twee terug. Wel kun je merken dat 11 km verderop een grensovergang met China zit. Er is nog meer Chinese invloed dan we tot nog toe in Laos zagen. En naast Chinees schrift en Chinese gezichten betekent dat ook elektrische brommers. Milieutechnisch hartstikke goed, maar normaal hoor je ze nog aankomen! Gelukkig is de weg niet al te goed, dus ze zijn niet helemaal fluisterstil. En bovendien zit op een deel van die brommers een tienjarige met vriendje of broertje op weg van school, en die moeten natuurlijk even sabaidee roepen.

Die Chinese invloed betekent wel dat we heerlijk eten. Vaak moet je het in die kleinere plaatsen stellen met een noedelsoep, maar hier kunnen we gewoon aanwijzen welke ingrediënten we willen en daar wordt dan een heerlijke maal van gebrouwen. We eten sinds lange tijd een maaltijd die voornamelijk uit groenten bestaat, heerlijk.

De auto’s die voor het restaurant staan hebben bijna allemaal Chinese kentekens. Zou dat betekenen dat ze zelfs vanuit China hier Chinees komen eten? Het is in ieder geval een populair restaurant. Drie tafels zijn gereserveerd. Klaarblijkelijk voor een bepaald tijdstip, want ook al is er bij één tafel nog niemand, het eten wordt gewoon op tafel gezet.

De volgende ochtend blijkt dat de markt een metamorfose heeft ondergaan. De vorige keer waren er zo’n 20 verkoopsters, allemaal in klederdracht en met de meest uitzonderlijke waren. Nu is het een gewone markt met weliswaar wat insecten, dode tropische vogels en knaagdieren, maar toch vooral veel groenten. En klederdrachten zijn op één hand te tellen. Gelukkig is een markt altijd leuk en fotogeniek.

Ook vanochtend is het mistig, maar dit keer wil hij niet echt optrekken. We willen eigenlijk pas op de fiets stappen als de zon doorbreekt, maar daar wachten we maar niet op. We fietsen vandaag een blokje rond Muang Sing, zonder bagage dus. Op het onverhard betekent dat dat we wat harder op en neer stuiteren, maar we zijn ook wendbaarder, dus dat heft elkaar op. Het is een mooie tocht.

We rijden door een paar dorpjes waar hard gewerkt wordt om het suikerriet van de velden te krijgen. Een paar mensen lopen nog in traditionele kledij, maar bij het gros zit er een ‘made-in-China’-labeltje ingestikt. De dorpen zelf zien eruit alsof ze al jaren geleden zijn neergezet. Armoe troef. Maar dat weerhoudt de hordes kinderen er niet van ons uitbundig te begroeten. Het lijkt alsof ze wel vaker buitenlanders gezien hebben, maar de kleinsten doen een bijzonder goede imitatie van Churandy Martina als we dichtbij komen: een enorm brede glimlach en hard wegrennen. Of wegkruipen achter een volwassene, dat kan ook. En dan, in de middle of nowhere, opeens een enorm potserig bouwwerk, compleet met kroonluchters aan de buitenkant. Iemand heeft ergens veel geld aan verdiend.

Tegenover ons hotel is een schooltje, in 2004 gefinancierd door de Duitsers. Het doet 13 jaar later nog steeds dienst, en het is geen probleem om rond te kijken, en ook foto’s mogen gewoon gemaakt worden. In een klas staat ‘Glad to meet you’ op het bord, gevolgd door de Laotiaanse vertaling. Wilchard doet de Engelse variant, de klas volgt in het Laotiaans. In een ander lokaal staan wat sommen op het bord, 17 + 12 = …. en 13 + 14 = …. Met toestemming van de juffrouw en onder grote hilariteit vult Wilchard ze aan. En verder wordt er uiterst geconcentreerd doorgeleerd.

Op de terugweg naar Luang Namtha hebben we geluk. Er is regen voorspeld, maar bergop is het in ieder geval droog. En naar beneden hebben we niet echt regen, alleen laaghangende bewolking. Daar word je wel een beetje nat van, maar niet heel erg.

7 thoughts on “Aan de bak!

  1. Wat is het daar weer mooi zeg! En goed eten, heerlijk. Wat een uitdrukkingen op die gezichten, onbeschrijflijk mooi!
    Geniet weer lekker verder, met die miljoenen op zak kom je een heel eind!!!

  2. Mooie verhalen en schitterende foto’s! Toen ik onze buren (Henk en Rosan) vertelde dat ik een Santos had gekocht werd ik op jullie site gewezen. Elk verhaal is weer prachtig. Blijf genieten!

  3. Wat weer mooie foto’s en goed eten zo te zien en prachtige omgeving geniet ze .
    Heel veel fietsplezier.

  4. Ook deze keer weer schitterende foto`s en zeker die luchten geweldig.
    Kon je dat allemaal op wat op de borden lag dat is wel smullen .
    Geniet er nog maar van.

Comments are closed.