De Thakhek loop (spreek uit loep)

Ik schat in dat zo’n beetje iedereen die we in Thakhek zien daar is om de zogenaamde loop te doen, een rondje langs mooie karstbergen en een kunstmatig aangelegd meer met Thakhek als begin- en eindpunt. Zo ook wij, alleen is hij bij ons onderdeel van de route en gaan we op de fiets en niet op de brommer.

Net buiten de stad rijzen de bergen al uit de grond omhoog. We rijden om te beginnen oostwaarts, dus we zien de grillige vormen mooi in silhouet afgetekend.

Er is, anders dan de medelooprijders, weinig verkeer en we kunnen dus mooi om ons heen kijken. Gelukkig maar, want er valt genoeg moois te ontdekken.

Het belooft een eenvoudig dagje te worden. Het hoogteprofiel laat een mooi vlak lijntje zien en we hoeven tot Nakai maar een kilometer of 75, dus zelfs met fotostops is het een relaxed dagje. Zo rond de veertig kilometer komen we twee Fransen tegen die geen brommer hebben gehuurd maar een Chinese elektrische fiets. Een mooie tussenoplossing als je fietsen te zwaar vindt en een brommer te snel of lawaaierig. Zij melden dat we zometeen een klim van een kilometer of 10 krijgen met een stijgingspercentage van 12%, maar geven wel aan dat dat pas na onze eindbestemming ligt. Dat hoogteprofiel kennen we ook en is echt nergens 12%, laat staan gedurende 10 km, dus we grappen tegen elkaar dat je dat klaarblijkelijk slecht in kunt schatten op een elektrische fiets. Enfin, je begrijpt het al. Het is gelukkig ‘maar’ 5 km en gemiddeld 8%, maar die krijgen we toch vandaag voor onze kiezen. Net na het kilometerpaaltje Nakai 6 begint het feest. Op het heetst van de dag. De temperatuur zou vanaf woensdag wat dalen, maar het is pas dinsdag. Het voelt alsof onze hoofden ontploffen. We kunnen onze warmte niet meer kwijt en de drie liter water die we nog op onze fietsen hebben zitten is echt te weinig. Maar we doen het er maar mee, met behoorlijk wat tussenstops. Om uiteindelijk opgebrand boven te komen. We vinden een rustig guesthouse en houden het voor gezien.

Lekker uitgerust gaan we weer op weg. We hebben bij Nakai de uitlopers van het Nam Theun 2 meer bereikt, een enorm gebied dat de Laotianen onder water hebben laten lopen om zo energie op te wekken. Je kunt goed zien dat het meer kunstmatig is, want de bomen staan er nog steeds en steken als lucifershoutjes boven het water uit. Een surreëel gezicht.

We rijden een groot deel van de dag langs het meer, een kilometer of veertig. Halverwege het meer zitten de hotelletjes waar het gros van de brommerrijders overnacht heeft. Ideaal, want dat betekent dat we na anderhalf uur lekker kunnen ontbijten.

Na het meer gaat het nog wat verder omhoog. Maar niet lang, en nergens steil, dus prima te doen. Onderweg zijn in de rotsen wat boeddhabeelden uitgehakt.

Als we boven zijn, komt ons een Franse fietser tegemoet. Hij meldt dat we nog een kilometer of 2 tegen de 10% krijgen. Wij hebben ons lesje geleerd met het niet serieus nemen van de Fransen en bereiden ons voor op het ergste, maar uiteindelijk stelt het niet zoveel voor en mogen we al snel naar beneden, een vlakte in. De laatste kilometers zijn vlak, dus we hebben er weer een prima dag op zitten.

Het is trouwens inmiddels woensdag, de dag dat de temperatuur zou gaan dalen. Dat doet hij ook netjes. In de avond breekt een onweer los en het blijft bijna de hele nacht regenen. Gevolg: aangenamere temperaturen maar zeker aan het begin van de volgende dag een enorm hoge luchtvochtigheid. We wachten met fietsen tot de regen ermee ophoudt. De bergen aan weerszijden van de weg worden omgeven door wolkenflarden, een mooi gezicht. Deze trekken langzaam omhoog naarmate de zon zich meer laat zien, en wat we hadden gehoopt krijgen we ook, mooi weer.

Onderweg passeren we een paar borden waarop aangekondigd staat dat alle clusterbommen in het desbetreffende dorp zijn geruimd. Deze bommen zijn in Laos gedropt tijdens de oorlog in Vietnam. Enerzijds om de bevoorradingslijnen naar Vietnam door te snijden, anderzijds om het Laotiaanse koningshuis te steunen dat in strijd was met de communisten die zich schuil hielden in de bergen. Een groot deel van de bommen is nog niet geruimd en zorgt nog steeds voor veel slachtoffers. Regelmatig zie je dat een bom hergebruikt is als tuinhekje of, in het dorp Van Thabak, als boot.

Om je een idee te geven van de aantallen hieronder wat statistieken, gevonden op internet.

Tussen 1964 en 1973 zijn in totaal 270 miljoen clusterbommen gedropt boven Laos.

Van die 270 zijn er 80 miljoen niet ontploft.

Omgerekend betekent dit dat in Laos iedere 8 minuten een vliegtuiglading bommen naar beneden is gestuurd, 24 uur per dag, 9 jaar lang.

Ik kan me niet voorstellen wat dat met je moet doen. Angst, voor jezelf en je geliefden. Afstompen, want je moet toch door.

En na die periode is het leed dus nog niet geleden, want die 80 miljoen onontplofte bommen eisten sinds die tijd nog zo’n 20.000 slachtoffers. Deels dodelijk, veelal gewonden. In 2008 overleden er nog 310 mensen door een clusterbom, in 2016 waren dat er nog 50. De aantallen gaan dus gelukkig naar beneden, maar moeten naar nul. Om dat te bereiken wordt er druk geruimd.

Met nog een kilometer of tien te gaan krijgen we de enige echte klim van de dag voor onze kiezen. Een kleine drie kilometer maar hij tikt regelmatig de 9, 10 en zelfs 11 procent aan. Nu het minder heet is, betekent dat een fikse klim maar goed te doen. Als extra motivator trekt de hemel dicht en begint het te rommelen. Er komt onweer aan, en fietsen met onweer is voor ons een no-go. Net na de top begint het hard te regenen en mogen we schuilen bij wat militairen. Vanuit hun positie heb je een mooi uitzicht over het dal waar we heen moeten maar dat we door de regen en laaghangende wolken amper zien. Als het onweer stopt en de regen minder wordt leggen we in sneltreinvaart de resterende kilometers af naar Nahin.

De volgende ochtend regent het nog steeds. We hebben voor vandaag dik 40 km gepland, dus we kunnen het ons weer veroorloven om even af te wachten of zelfs helemaal niet te starten. Uiteindelijk besluiten we tegen twaalven toch op de fiets te stappen. Het drupt nog regelmatig, maar echt regenen doet het niet. Onder een grijze hemel rijden we verder het karstgebergte in. De laatste 10 km wordt de kwaliteit van de weg rap minder en laveren we tussen de met water gevulde gaten.

Ons eindpunt is Konglor, en daar houdt de weg ook op. Hier vinden we een mooi huisje aan de rand van hét dorp met uitzicht op de karstbergen. Het stopt met regenen en de lucht wordt weer blauw.

Als je verder wil moet je met de boot, een zeven kilometer lange grot door. En dat is precies wat we de volgende dag doen. We lopen de weg af en komen uit bij de kaartverkoop voor de grot. Voor omgerekend 12 euro kunnen we met zijn tweetjes heen en terug. Als we afrekenen vraag ik me nog even af waar we aan beginnen: in een wankel bootje een grot door, beide behoren niet tot mijn favorieten. Het is echter zo bijzonder dat ik van ieder moment geniet. De bootsman heeft een sterke zaklamp waarvan hij het licht tegen de grotwanden laat dansen om te bepalen wanneer hij een bocht moet nemen. Na een kilometer of anderhalf hebben ze een stuk van de grot verlicht en mag je uit de boot. Tegen het einde moeten we even de boot uit: omdat het het droge seizoen is moet de boot een ondiepe stroomversnelling op geduwd worden. En dan spuwt de grot ons aan de andere kant uit, temidden van grijze karstbergen en uitbundig groen. Na een korte stop draaien we om en varen we terug. Dat gaat een stuk sneller, want we hebben nu stroom mee.

Terug naar Nahin is de regenperiode definitief voorbij. Dat levert een volledig ander beeld op dan toen we richting Konglor fietsten. Het lijkt een compleet ander landschap.

12 thoughts on “De Thakhek loop (spreek uit loep)

  1. Fantastisch mooi weer! Wat een prachtige loop bij Thakek. Ik dacht eigenlijk dat je verder kon aan de andere kant van de grot? Mooie afsluiting van deze periode toch? Jammer van de regen op het laatst maar de foto’s zijn er niet minder mooi door!

Comments are closed.