Fietsen en kajakken

In twee dagen, met een tussenstop in Namor, rijden we naar Oudomxai, waarbij we ons regelmatig in China wanen. Overal wordt het Laotiaanse schrift vergezeld van Chinese karakters, wat het er voor ons niet leesbaarder op maakt. We vermoeden wel dat er op sommige borden ‘pas op, uitrijdend bouwverkeer’ staat, als we na een bocht op weer een enorm lelijke Chinese fabriek stuiten. Waar het ondernemerschap door de Laotianen niet is uitgevonden, wordt die leemte gevuld door de Chinezen. Ze hebben de grenspaaltjes nog net niet verzet, maar als dat zonder al te veel ophef zou kunnen hadden ze het waarschijnlijk niet nagelaten.

Onderweg passeren we, naast die Chinese fabrieken, weer veel kleine dorpjes. De laaghangende bewolking blijft deze dagen laag hangen, maar het is wel droog. 

Naast afwisseling in het eten brengen de Chinezen ons fietsers nog iets: een gladde asfaltweg. Het is natuurlijk even afwachten hoe het verderop is, maar tussen Oudomxai en Pakmong is het wegdek perfect. En dat komt mooi uit, want we krijgen twee klimmen van 500 meter voor onze kiezen. Op papier zag het er erger uit dan het is. Geholpen door het goede wegdek, een geleidelijk stijgingspercentage van gemiddeld 4% en heerlijk weer komen we behoorlijk gemakkelijk boven. En dan mogen we 30 kilometer in de afdaling, met datzelfde wegdek, dalingspercentage en weer. Af en toe lijkt het alsof we richting een regengebied fietsen, maar de weg draait steeds net op tijd weg.

Onderweg valt weer op hoeveel kinderen hier zijn. Hordes. De allerkleinsten, zelfs als ze nog niet kunnen lopen of praten, beginnen te zwaaien zodra ze ons zien, al dan niet ondersteund door vader, moeder, opa of oma. Als ze iets groter zijn komt daar ‘sabaidee’ bij, en als je een jongen bent en nog niet in groep 6 van de basisschool zit is het ook leuk om te high-fiven of om met die falang (=buitenlander) mee te rennen. Dat laatste natuurlijk alleen maar bij bergop, want dan kun je ze tenminste bijhouden. En ben je in het gelukkige bezit van een fiets, dan is een race altijd leuk. En dan juist niet bergop, want dan wint die falang wel heel gemakkelijk. Dit alles gewoon op de snelweg, waar af en toe ook een vrachtwagen met bestemming China langs dendert. Meisjes doen niet mee met die wedstrijdjes. Zij elastieken en helpen mams bij het hout verzamelen en de was aan de pomp. Oh, en als er ergens een elektriciteitskabel los hangt bij een hoogspanningsmast schommelen ze.

Onze overnachting in Pakmong is basic maar prima, en de volgende ochtend fietsen we naar Nong Khiaw. Dit ligt niet op de route maar belooft in een heel mooie omgeving te liggen, en daar fietsen we graag voor om. En de belofte wordt ingelost. Terwijl de mist langzaam optrekt en de hemel steeds blauwer wordt fietsen we het karstgebergte in en voegt de rivier de Nam Ou zich bij de weg. 

Nong Khai ligt aan de oever en we vinden een slaapplaats aan de overkant van de rivier. We wandelen langs de rivier, over een onverhard pad. Op het water zien we een kajak met twee mensen erin. Ze lijken nietig zo tussen die hoge rotswanden die hen omringen.

Geïnspireerd besluiten we de volgende dag het water op te gaan. Het is 8 uur als ons bootje vertrekt en de wolken hangen nog laag, wat een bijzondere sfeer geeft. 

Na een kleine twee uur stoppen we bij een dorpje waar zo’n beetje ieder huis een weefgetouw heeft. En dat staat er niet voor de sier. Ze zijn druk aan het weven en de eindproducten kunnen natuurlijk gekocht worden. 

Het dorpje is duidelijk gericht op toeristen, ieder boottochtje stopt hier, maar er hangt wel gewoon een dorpssfeer. Dat is niet meer het geval in dorpje nummer twee. Ieder tweede huis is een guesthouse of restaurant. Het ligt wel nog steeds op een prachtplek. Wij stappen hier in onze kajak en peddelen tussen de bergen terug naar Nong Khiaw. Zo zonder geluid van de motor en met inmiddels een blauw luchtje is het nog meer genieten. Onze schipper blijft op gepaste afstand met ons meevaren. Hij haalt ons in en een paar kilometer verderop ligt hij dan weer op ons te wachten. Een veilig gevoel, maar gelukkig nergens voor nodig. Wel ga ik morgen mijn armen voelen, daar zitten spieren die ik met fietsen niet gebruik ….

Gelukkig valt dat mee, en in drie dagen fietsen we Luang Prabang voorbij. De eerste dertig kilometer terug van waar we gekomen zijn en dan linksaf, zuidwaarts. We fietsen grotendeels langs de Nam Ou, door een dal dus, waarbij de hoogteverschillen meevallen. 

De tweede dag stoppen we in de buurt van Pak Ou. Daar zit, naast de rivier, een tweetal grotten vol met boeddhabeelden. Wilchard gaat ze een bezoek brengen, ik doe even niet mee. Hij loopt terug naar de afslag naar Pak Ou in de verwachting dat daar wel wat vervoer langs komt waar hij mee mee kan. Dat blijkt wat moeilijker dan gehoopt. Openbaar vervoer is er niet, auto’s komen ook niet voorbij en de vier brommertjes die passeren zijn al volgeladen met mensen of brandhout. Net als hij denkt dat hij om moet draaien komt er toch nog een brommer langs waarop hij mee mag. En bij Pak Ou is het even schrikken. Hij moet de grotten delen met dik honderd toeristen die bijna allemaal met een boot vanuit Luang Prabang gekomen zijn. Zoveel westerlingen bij elkaar hebben we sinds Chang Mai niet meer gezien. Met een bootje gaat hij naar de overkant. De grotten zijn inderdaad mooi, alhoewel minder indrukwekkend dan degene die we in Thailand bezocht hebben. Op de terugweg heeft hij geluk: hij kan tot de afslag meerijden met twee Israëliërs die naar Nong Khiaw gaan.  Dat scheelt behoorlijk wat tijd en zoekwerk.

In Luang Prabang, dé toeristische trekpleister hier, stoppen we alleen om uitgebreide westerse brunch te nuttigen. Ik heb zelfs gerookte zalm! We zijn hier in 2004 al geweest en toen al voelde het toeristisch centrum meer als een openluchtmuseum dan als een gewone Laotiaanse stad. Mooi, maar niet zo aan ons besteed. 

We rijden nu dus verder, naar Xieng Ngeun. Zo blijven er nog 53 km over tot Kiewkachan. In die 53 km gaan we fors omhoog en er zitten eerder dan het eindpunt geen overnachtingsplekken, dus het is prettig dat we niet helemaal vanaf Luang Prabang hoeven komen.

10 thoughts on “Fietsen en kajakken

  1. Wat een schitterende foto’s!! En weer volop genoten van jullie beschreven tocht, geweldig!! Geniet weer verder!
    Gr. tante Tien!

  2. Bedankt wederom voor de mooie verhalen en foto’s zo kunnen wij meegenieten zonder inspanning. Succen en veel plezier samen.

  3. Wat een prachtige foto’s weer! heerlijk om jullie verslagen te lezen! Geniet van Laos verder en wij duimen dat het droog blijft!!
    groetjes Ruth en Bart

  4. Bedankt weer voor het mooie verhaal en foto’s. Je kunt ze blijven maken, volgens mij. Hoeveel hebben jullie er al gemaakt?
    Vergeet Kerstmis niet, fijne dagen en alle goeds voor het nieuwe jaar en veel fiets- en kijkplezier.
    Groeten, ook van Marius.

  5. Wat weer mooie foto`s en heel andere landschappen en luchten, Wendy was je reclame aan het maken op je peddel.
    wat een lekker eten dat was genieten zo te zien .
    Fiets ze nog.

  6. Prachtig hoor! Verrassend Laos, denk ik weer. Dat het nog maar lang zo bijzonder mag blijven! Goede reis verder!

  7. heerlijk weer om jullie verhaal te lezen !
    veel herkenning ook ! grotten zijn idd mooi, maar veel toeristen.
    hadden ze daar in dat eettentje ook van die lekkere koffie ?
    terrasje komt me n.l. bekend voor. goede reis verder !

      1. Hoi Wilchard en Wendy wat een mooi verslag weer en super mooie foto’s.
        Wij leven zo met jullie mee op afstand bedankt hier voor.
        Wij wensen jullie nog heel veel fiets plezier,hele mooie kerstdagen en een goed 2018.Heel veel groeten uit Erp. Martien, Thea en ons Maureen.

Comments are closed.