Muli Bwanji

Na een dagje rust in Lilongwe stappen we weer op de fiets. We hoeven niet ver, maar ik merk al snel dat de kilometers met tegenwind vanaf Mchinji nog in mijn benen zitten. Wel hebben we voor het eerst sinds een dikke maand weer schuin wind mee. We zijn namelijk linksaf geslagen, noordwaarts.

Uiteindelijk rijden we drie dagen korte afstanden. We komen op tijd aan en hebben de tijd om de marktjes te bezoeken. Van de kinderen die om money/kwacha/bottle vragen is niets meer te bespeuren. Het blijft een vreemd fenomeen.

Op dag vier verlaten we het asfalt voor een dagje. De doorgaande weg gaat namelijk door een wildpark waar je naar verluid niet mag fietsen, ook al is het meeste wild verdwenen door stropers in met name de jaren ’80 en ’90. We nemen een afslag naar rechts en volgen dik 70 km rode zandwegen.

De eerste dertig kilometer is de weg van behoorlijke kwaliteit, gaat hij met name naar beneden en zijn we zelden alleen. We passeren dorpje na dorpje, en als er geen dorpje is zijn er wel een paar losstaande huisjes. Tussen die bebouwde kommen door rijden mensen op brommer of fiets, maar in dat laatste geval is het vooral duwen. Bergop voor iedereen, bergaf voor degenen met flinke last of slechte remmen, dus ook bijna iedereen. Degenen zonder vervoer, dat wil zeggen de meesten, lopen, op een kleine uitzondering na terwijl ze iets op het hoofd dragen en/of een kind op hun rug. Elektriciteit en stromend water is er hier niet, ieder dorp heeft een pomp en als je niet in een dorp woont betekent dat dus een stuk lopen met een lege (de heenweg) en een volle (de terugweg) emmer op je hoofd.

Als we een dorpje binnen rijden horen we van alle kanten Mzungu, witneus. Maar hier zien we ook nog veel kids wegsprinten of achter moeders wegkruipen als we naderen, soms zelfs kinderen die we een jaar of 12 schatten. Zonder televisie moet het inderdaad vreemd zijn om opeens een kaaskop op een fiets langs te zien rijden die ook nog eens jouw taal spreekt. Muli bwanji (hoe gaat het), Ndili Bueno (het gaat goed), Zikomo (dank je wel) is net genoeg voor het in het voorbijgaan en wekt de indruk dat je nog meer zou kunnen zeggen als die fiets niet zo hard ging. Dat laatste resulteert soms in een heleboel vragen in het chechwa voor degene van ons die toevallig achterop fietst, waarop we het antwoord dan helaas schuldig moeten blijven omdat we de vraag niet verstaan.

De kilometers 30-45 kenmerken zich door steile heuveltjes en losse stenen. Het en der komt dat ook voor ons neer op afstappen en ouderwets duwen, zelfs als we naar beneden gaan. De laatste twintig kilometer vlakt de weg uit. We gaan wel nog naar beneden, maar heel langzaam, en er zijn weer meer dorpjes en rijdende fietsers.

We eindigen bij het Meer van Malawi, zo’n 800 meter lager dan waar we vanochtend begonnen. Het meer, dat naast Malawi omgeven wordt door Mozambique en Tanzania, ligt namelijk een stuk lager dan de rest van het land. De eerste plek waar we aankloppen voor een slaapplaats ziet er sjiek uit maar is ook fully booked. De buren hebben wel nog plek, sterker nog, daar zijn we de enige gasten. Hier zijn de prijzen meteen ook dik twee keer zo hoog dan waar we tot nu toe waren, en dan zitten we niet eens in het sjieke ding. Nu we aan het meer zitten stappen we van de kip over op vis, en er gaat echt niets boven verse vis. Dat hij vers is weten we omdat we de kok vier vissen zien kopen van een visser die met zijn vangst over het strand loopt.

We rijden 20 km door naar Nkhotakota. Het meer is mooi maar het is te koud om te zwemmen, er zit bilharzia in het water (alhoewel daar medicijnen voor zijn) en het is simpelweg niet heel gezellig op een plek waar verder geen gasten zijn. In Nkhotakota zitten we bij Arnold’s lakeside resort nog steeds aan het meer, maar weer voor de oude prijzen, en in het boek waarin we moeten registreren zien we dat al onze voorgangers gewoon uit Malawi komen.

Op het strandje voor het hotel wordt met netten gevist. Ze zijn bezig de netten binnen te halen, maar voor zover we kunnen zien word je als visser niet rijk. Amper 5 kilo, schatten we. Het levert 5.200 kwatcha op, 6 euro. Die gedeeld moeten worden met de mensen in de bootjes die de netten uitwerpen en eventuele extra krachten die helpen de netten binnen te halen. Naast de vissers doen vrouwen de was en loopt een kudde koeien op het strand.

We volgen de M5. Soms loopt hij dicht langs het meer, maar vaker een eindje ervan af.

Onze eerste overnachtingsplek ligt naast een vissersdorpje. Via het strand loop je zo het dorp in, waar met name vis wordt gedroogd en netten worden gerepareerd.

Overnachtingsplek nummer twee is een plek die zich volledig richt op buitenlanders. Het is fijn om weer een keer wat anders te eten, hoe lekker de vis ook is, maar dit is toch minder aan ons besteed.

Wat ook minder aan ons besteed is is de toegangsweg. Het heeft namelijk geregend ’s nachts, en dat betekent dat zich nu een dun laagje klei aan onze banden hecht en tussen de remblokken kruipt. Gelukkig is het niet te ver, maar fijn is anders.

Hier ligt ook een dorpje tegen het hotel aan, maar het strand is afgezet en er mogen alleen hotelgasten op. Tegen de avond begeven die zich naar het strand ernaast, waar door de Malawianen druk wordt gevoetbald.

Onderweg naar Nkhata Bay regent het het eerste uur, daarna zien we soms nog wat dreigende wolken maar is het de meeste tijd droog. We vinden een prima hotelletje in het dorp, aan de waterkant, en blijven een dagje.

Vanuit Nkhata Bay loopt de weg weg van het meer. En de opmerkzame lezer weet wat dat betekent. We gaan omhoog. In 20 km stijgen we de 800 meter die we eerder afgedaald zijn. Het is even geleden dat we lang achter elkaar hebben geklommen, maar het valt niet tegen. De weg is gloedjenieuw, dus het wegdek mooi glad, wat zeker helpt.

We komen uit in Mzuzu, waar we meteen het mooiste onderschrift bij een school van onze reis zien: If you can read this, thank your teacher. Hier hebben we sinds Lilongwe eindelijk weer een hotelletje met warm water. In de meeste hotels was het een koude douche omdat er simpelweg geen warmwatervoorziening was, en in de overige twee omdat de elektriciteit weer eens uitgevallen was waardoor het water niet werd opgewarmd. Allemaal geen drama of zo, maar een warme douche is dan wel heel erg lekker.

4 thoughts on “Muli Bwanji

  1. Prachtige ‘plaatjes’ en voor jullie heerlijk om door dit prachtige land te fietsen met al deze schoonheid!!!

  2. Heerlijk verhaal! En moie foto’s, ze gaan er ook voor staan!
    Nu kunnen wij ook lezen hoe rijk wij hier zijn, of zij!
    Geniet nog met veel plezier!
    Groeten uit Helden

  3. Wat gezellige mensen ze zien er erg gelukkig uit .
    Het is soms wel afzien dat berg op maar jullie zijn inmiddels wel wat gewend fiets ze nog.

Comments are closed.