Back to the beach

Omhoog gaan we, over kronkelende wegen door oerwoud, naar de Cameron Highlands. Dit is een hoger gelegen gebied met veel groente, fruit en thee. En, die thee verklapt het al een beetje, met veel regen.

We stijgen 1330 meter over 60 km. De eerste 23 km stellen niet veel voor. Na veel vlak en de rest langzaam omhoog te hebben gefietst eindigt dit deel van de route bij een waterval. 

De Cameron Highlands zijn een populaire bestemming bij de Maleisiërs, met name in het weekend, omdat je hier kunt ontsnappen aan de hitte in het laagland. In een deel van Maleisië valt het weekend op vrijdag en zaterdag, maar in de meeste provincies, waaronder Kuala Lumpur, op zaterdag en zondag, dus de weg is lekker rustig. We delen hem met wat vrachtwagens die groente en fruit vervoeren en met Maleisiërs die een dagje vrij hebben. We zijn net voor de waterval ingehaald door een auto met een gezinnetje. We konden de dochters van ik schat 6 en 7 al van verre horen, zo moedigden ze ons aan. Ze stoppen toevallig in hetzelfde restaurantje waar wij onze rustpauze hebben en we krijgen netjes een handje. Wij vertrekken iets eerder, en als ze ons later weer inhalen hangen er twee hoofdjes uit het raam om ons toe te juichen. Verder zien we regelmatig een duimpje omhoog gaan van andere weggebruikers. 

Als we net zitten bij te drinken in een bushokje begint het te regenen. De regen maakt een bijzonder monotoon geluid en het is warm, dus we doezelen even weg. Echt slapen is het niet, daarvoor zitten we te ongemakkelijk, maar toch. Alhoewel ik moet toegeven dat ik die man op brommer die ook opeens bij ons an het schuilen is niet heb horen aankomen. Boeiend, dat we dat beide kunnen, zo langs de kant van de weg. Van mezelf had ik het nog wel verwacht, maar van Wilchard absoluut niet.

Na een uurtje neemt de regen af en fietsen we door. Het landschap is bijzonder fraai, overal groen oerwoud.

En dan rijden we een wolk binnen. 

Het zicht wordt snel minder en we doen maar rap onze achterlichten aan. De mist is al nat, maar tot onze spijt begint het ook weer te miezeren. Tot dan toe was het gestaag klimmen, een procentje of vier, genoeg om lekker warm te blijven, zelfs met natte kleren. Dat wordt anders als we opeens een stukje afdalen. We komen koud geworden aan in Ringlet en besluiten daar te stoppen. Het is nog een km of 13 naar Tanah Rata, onze eindbestemming, maar we vinden het wel welletjes. In de regen fietsen is ok als het moet, maar liever niet. Helaas moet het toch, alle hotels in Ringlet zijn volgeboekt. 

De laatste kilometers gaan nog wat steiler omhoog, maar niet onoverkomelijk, en dus bereiken we kletsnat Tanah Rata. Gelukkig heeft het eerste hotel dat we binnen lopen een kamer mét warme douche, en een half uurtje later is het leed alweer geleden. Het is vooral jammer dat we door de regen de eerste theeplantage wat sneller voorbij zijn gefietst.

We hebben onderweg al gezien dat we ons in toeristisch gebied bevinden. Restaurantjes om thee te proeven en theewinkeltjes bij de plantage, plekken waar je je eigen aardbeien kunt plukken en een imker waar je de bijen kunt bezoeken. En dan hebben we het bekendste deel van de Highlands nog niet eens gehad.

We blijven een dagje in Tanah Rata en sluiten ons aan bij een toertje om enkele bezienswaardigheden te bezichtigen. Theoretisch zou dat ook op de fiets kunnen, maar dan zit je steeds met die fietsen die ergens moeten staan, dus dit is wel zo handig. Bovendien is het zo druk op de weg dat het niet leuk fietsen is. Er staat één grote file, waar we helaas regelmatig bij aansluiten.

De eerste plek die we aandoen is een Chinees boeddhistisch klooster. Er zijn wat mensen die oefeningen aan het doen zijn en er lopen een paar monniken rond, verder is het uitgestorven. Het is een fraai gebouw, maar het ademt helaas niet veel leven uit.

Daarna volgen wat plekken die niet zo in ons interessegebied liggen: stalletjes met groenten en fruit, cactussen en souvenirs. Er zit ook een museum op de route, de time tunnel. Het lijkt wel alsof iemand zijn verzameling koffiemokken, potloden, langspeelplaten, emaille reclameborden en nog heel veel meer van zolder heeft gehaald om die te delen met de mensheid.

Daarna rijden we de theeplantages in. Deze liggen op veel steilere hellingen dan die in Kerinci, waar we op Sumatra waren. De mensen die hier werken zijn grotendeels gastarbeiders uit Nepal, India, Bangladesh en Indonesië. Werken in een plantage is zwaar en het levert weinig op, dus de Maleisiërs zelf doen liever wat anders om hun nasi te verdienen. Een theeplukker ontvangt per kilo theeblaadjes 26  ringgit cent, zo’n beetje 5 eurocent. Per man plukken ze gemiddeld 300 kg op en dag, 6 dagen per week, dus dat is 15 euro per dag, 90 euro per week. Ze gebruiken hier een zelfde soort stofzuiger als die we in Kerinci zagen, maar bij de steilere hellingen moet alles nog met de hand gebeuren.

Tussen de thee, bij de theefabriek, staan een soort barakken waar de werklui in wonen. Ze hebben hier een eigen gemeenschap, met diverse gebedshuizen voor alle vertegenwoordigde geloven, een winkeltje en een school. Enige vorm van menging met de lokale bevolking lijkt afwezig. 

Bij de fabriek zit een prachtig gelegen cafetaria. We schuiven aan een tafel aan bij een gezin uit Ipoh, dat een kleine 100 km verderop ligt. Ze blijken regelmatig in de drukte omhoog te rijden naar deze plantage. Niet zozeer om een kop thee te drinken, maar om te ontsnappen aan de hitte van het laagland. 

Na de thee volgt het mossy forest. Dit ligt weer hoger, en alle bomen zijn inderdaad met mos bedekt, een fraai gezicht. Tot een paar jaar geleden kon je hier vrij het bos in lopen, maar er zijn inmiddels houten vlonders aangelegd om het bos te beschermen. 

We brengen een bezoek aan een self plucking strawberry farm. Wij laten het plukken aan ons voorbij gaan, maar de aardbeienmilkshake en aardbeienijsjes niet. 

Als laatste stoppen we bij een vlinder-, insecten- en reptielenboerderij. We beginnen met een kast met wandelende takken en een insect waarvan ik de naam vergeten ben maar dat er sprekend uit ziet als een blaadje. In de Nederlandse herfst zou hij het niet goed doen, maar hier is hij nauwelijks van een echt blad te onderscheiden.

Vanuit Tanah Rata hebben we een relaxte fietsdag naar beneden. Tenminste, dat denken we. De eerste 25 km zijn echter regelmatig flink omhoog, en als we dan denken dat de afdaling eindelijk inzet is het nog een beetje golvend. Waar de rit de Cameron Highlands in, op Ringlet na, ons alleen maar trakteerde op oerwoud en een theeplantage, gaan deze 35 km door het landbouwgebied. Lelijke dorpjes met veel, heel veel plastic kassen, niet bepaald het mooiste deel van onze route. 

Als de afdaling eindelijk inzet, komt het oerwoud ook weer terug. We dalen een kleine 2 uur, en rijden op het einde Ipoh in met aan onze rechterhand karstgebergte. 

Ipoh heeft een grote Chinese meerderheid, en dat kun je duidelijk zien. Aan het straatbeeld, de mensen en de restaurantjes. We proberen tau fu fah, een pudding gemaakt van tofu. Hij is heel zacht, lauwwarm en besprenkeld met een soort suikersiroop. Alleen de pudding heeft niet veel smaak, maar in combinatie met de siroop is hij lekker.

Wilchard gaat de volgend ochtend al vroeg op pad, ik blijf nog even liggen. Helaas zit het weer niet mee, het miezert. Dat doet het ook nog om half negen als ik me bij hem aansluit. Gelukkig duurt het dan niet al te lang meer, en we slenteren over de markt en door de oude stad. De markt is heel divers, de gebouwen zijn fraai en de mensen aardig. Onderweg stoppen we regelmatig om ergens wat te drinken.

Ipoh heeft, net als Penang dat we later nog zullen bezoeken, 3D street art, dat wil zeggen muurschilderingen waarin een voorwerp is verwerkt, zoals een krukje. De Maleisiërs zijn, zoals veel mensen in Azië (en ja, ik generaliseer hier even) van de selfies, dus er worden veel foto’s gemaakt van mensen die deel uit gaan maken van die schilderijen. En dat kunnen wij natuurlijk ook.

Voor bij de koffie bestellen we crème caramel. Overheerlijk.

In de middag pakken we de fiets. Buiten het centrum, bij de karstbergen, zitten een paar fraaie Chinese tempels, maar die zijn niet meer beloopbaar. Op de fiets is het gewoon een lekker stukje rijden, en we gaan gewoon één voor één naar binnen. De tempels liggen tegen de karstbergen aan en een deel van de beelden staat ook echt ín de berg. Bij sommige tempels is er zelfs sprake van heuse grotten, al dan niet met stalactieten.

Dit ligt ons toch meer dan een tourtje, gewoon lekker in ons eigen tempo wat bezienswaardigheden bekijken. Zo kun je ook precies uitzoeken wat je zelf leuk vindt en de rest overslaan.
Vanuit Ipoh fietsen we terug naar de kust, waar we het veer willen pakken naar Pangkor, een klein eiland. Het is functioneel fietsen vandaag. We volgen tot de veerboot highway 5 weer, ons welbekend. Het verkeer is hier iets drukker maar de vluchtstrook heel ruim, dus het is relaxed fietsen. Omdat het ook nog eens vlak is schieten we hard op. Onderweg hebben we nog wat grappige gesprekjes.

Politieagent in auto, rolt raampje naar beneden: Hoe oud ben je? Wilchard: 52. Agent: Ik ben 57 maar ik lijk ouder door mijn snor. Vette lach, verkeerslicht springt op groen, raam schuift dicht en auto rijdt door.

Man in restaurantje: hebben jullie een koning? Wij: ja. Hij: Elisabeth? Wij: Nee, die was van Engeland. Belanda heeft Willem Alexander. Hij: Maleisië heeft (telt hardop) 7 koningen. (Wacht even) 8 kings.

Wilchard aan echtpaar op leeftijd: mag ik een foto van jullie nemen? Vrouwelijke helft: oh, je wilt een foto van een knappe oude man!

In Lumut ligt de haven waar het veer naar Pangkor vertrekt. Het lijkt wel alsof we het gepland hebben: we komen aan, kopen kaartjes, rijden de fietsen aan boord en we vertrekken. 

Het is maar een kort tochtje, Pangkor ligt dicht tegen de kust aan. Op het eiland fietsen we nog een kilometer of zes, maar hier is het vlakke wel afgelopen. De weg is grotendeels golvend, maar er zitten een meter of 200 bij waar hij de 17% aantikt. Dat is te veel voor mij, dus ik duw mijn fiets omhoog. Voor die paar meter is dat te doen. We vinden een hotelletje op loopafstand van zee en gaan op het strand een biertje drinken. Ook al is Maleisië een islamitisch land, dankzij de Chinezen is bier hier overal gemakkelijk verkrijgbaar, zij het tegen Europese prijzen.

Bij het eten zitten de neushoornvogels op anderhalve meter van tafel. Er schijnen er veel op het eiland te zitten en ze worden helaas gevoerd als attractie, waardoor ze absoluut niet meer bang voor mensen zijn. Wel een prachtig gezicht.

Op Pangkor doen we rustig aan. We gaan anderhalf uur snorkelen bij Pulau Giam, dat op zwemafstand ligt maar waar we ons met de boot heen laten brengen. Een retourtje en huur van zwemvest en snorkelspullen zet de rekening op 15 ringgit per persoon, 3 euro dus. Het is zeker niet de fraaiste snorkelplek (troebel water, redelijk wat bootjes, klein afgezet gebied, dood koraal), maar wij zijn op snorkelgebied niet veel gewend en hadden hier onze verwachtingen ook op aangepast. En dan valt het eigenlijk mee hoeveel vissen je ziet. Het zijn er sowieso veel, en een soort of zeven. De meeste weten netjes om ons heen te zwemmen, maar soms botst er eentje tegen me aan. Of ik tegen die vis, ik ken de verkeersregels te water niet. Al met al prima voor anderhalf uur, die sneller om zijn dan we in de gaten hebben. Unaniem de mooiste vinden we de maskerwimpelvis. Hieronder een plaatje. We hebben zelf geen foto’s van het tourtje omdat we geen risico wilden lopen met Wilchard zijn telefoon, die onder water in ieder geval theoretisch aan zou moeten kunnen.

Wilchard fietst ’s middags het eiland rond en doet nog iets actiefs, ik ga lekker met een boekje op een terrasje van het uitzicht genieten.

8 thoughts on “Back to the beach

  1. Weer mooie verhalen en prachtige foto’s.
    Wilchard van harte gefeliciteerd met je verjaardag maak er een mooie dag van samen met Wendy.

  2. Wat weer schitterende foto`s en zeker de theeplantages en die heldere vis.
    De benen moeten nog wat bruiner de haren worden ook al lichter, al bij al ook weer een heel mooi verhaal.

  3. hoi W & W,

    een interessant verslag, mooie, verrassende zaken tegengekomen. complimenten voor het gevarieerde fotowerk. nog ruimte voor opslag in de cloud moeten bijkopen??
    selfies zijn zeer apart en origineel (in Nederland)

    goede reis!
    j

  4. Het slechte weer levert wel de mooiste plaatjes op! Echt schitterende foto’s van de theeplantages! Mijn herinnering aan Maleisië is vooral dat de alcohol heel duur was of niet verkrijgbaar. En heel veel heel brutale aapjes. .. maar dat is wel weer zo’n 25 jaar geleden

    1. Hoi Sonja, die brutale aapjes zijn er nog steeds en ook de alcohol is relatief duur. Niet duur voor onze begrippen, maar wel als je het vergelijkt met de overige prijzen. De wereld lijkt soms snel te veranderen, maar op een heleboel plekken blijft er ook nog veel gelijk, zelfs in 25 jaar. Groet, ook aan Peter!

  5. Hallo, wederom prachtige foto’s en erg groen allemaal.
    Ook lekker bruin jullie, behalve de bovenbenen van Wilchard!!!!

  6. Wat een prachtig verhaal weer, geniet ervan. Een van de mooiste snorkelplekken ter wereld is op Bunaken in Noord-Sulawesie, dus als jullie daar in de buurt komen…

Comments are closed.