Zee en palmolie

De Indonesiërs hebben een rotsvast vertrouwen in de mensheid. Er staat wel een scanapparaat waar de bagage doorheen kan in de haven van Dumai, maar dat staat niet aan. Ook verder wordt niets gecontroleerd, een unicum in deze tijd. We betalen onze havenbelasting, gaan door de douane en dat was het wel. Volgens ons ticket mogen we 20 kg bagage per persoon meenemen en moeten we voor iedere kilo extra 3.000 rupiah bijbetalen, 20 eurocent. Met die tarieven willen we zelfs graag betalen, maar er wordt niets gewogen en onze fietsen worden netjes aan dek getild. Niks geen fietsdozen of andere verpakking nodig. Wij zijn dan ook supercontent met de veerdienst van Dumai naar Malakka.

2,5 Uur later meren we aan in Malakka. Daar moeten we nog 20 minuten wachten. Het is vrijdag en we komen net aan tijdens gebedstijd, wat betekent dat de douaniers even andere prioriteiten hebben. We zien terwijl we wachten wel twee fietsen van boord getild worden, dus dat zit goed.

De douanier vraagt me wat onze plannen in Maleisië zijn en hoe lang we willen blijven. Als ik zeg dat we naar Thailand fietsen en dat ik denk dat we daar een week of 3-4 voor nodig hebben, schudt hij eens met zijn hoofd. Aan Wilchard zal hij vertellen dat dat wel heel ver is, en dat je daar met de auto wel 12 (!) uur voor nodig hebt. We mogen 90 dagen in Maleisië blijven, en als ik zeg dat we dan nog wel wat extra kilometers kunnen maken moet hij lachen. Welcome to Malaysia!

We vinden een hotel op loopafstand van het toeristisch centrum van Malakka en zoeken een plek om wat te eten. Dat is niet al te moeilijk, het centrum van Malakka is vergeven van de eetplekken. Halverwege de middag zit veel dicht, maar er is nog keuze genoeg over. En zo komen we bij een tentje terecht waar ze alleen maar saté serveren. In de pindasaus zit ook ananas verwerkt, en die combineert bijzonder goed met de varkenssaté (ook met de kipsaté trouwens, weten we de dag erna).

We lopen het toeristisch centrum in. Na bijna een half jaar vertoeft te hebben op plekken waar de keuze fors minder is (op Almaty na), moeten we even wennen aan de hoeveelheid aan spullen die je hier kunt kopen. En ook aan de toeristen. Westerlingen zie je mondjesmaat, maar Malakka is in het weekend erg populair bij Maleisiërs en mensen uit Singapore. En terecht, vinden wij.

Malakka is een lekker overzichtelijke stad met een mooi oud centrum met namen als Jonkerstreet, Heerenstreet en het Stadthuys. De Nederlanders hebben ook hier gezeten in de VOC-tijd, maar hebben uiteindelijk hun deel van Maleisië met de Britten geruild voor een deel van Sumatra. De Engelsen hebben hier dus de meeste invloed gehad.

Je kunt hier goed zien dat Maleisië veel verschillende bevolkingsgroepen kent, en dat zie je ook terug in de Maleisische keuken en dus restaurantjes. De grootste bevolkingsgroep wordt gevormd door de Maleiers, ruim 50% van het totaal. Daarna heb je de Chinezen (30%) en de Indiërs (8%). Zij hebben ieder een eigen keuken, maar daarnaast heb je de Nonya ofwel Peranakan keuken, een mix van Maleis en Chinees. Het bekendste gerecht uit die keuken is wellicht wel de laksa, een pittige noedelsoep. 

Op vrijdag en zaterdag tegen de avond verandert Jonkerstreet in een grote straatmarkt. Je kunt er nog meer dingen kopen, maar vooral nog meer eten. En dan vooral snacks. Voor een paar ringgit (1 ringgit is ongeveer 20 cent) heb je al een lekker hapje.

Malakka kent een Little India, een straat waar je je opeens in India waant, ware het niet dat het schoner en georganiseerder is. Overal klinkt Indiase muziek, als je een restaurantje passeert waan je je in India vanwege de geur en de Indiërs uit Malakka komen hier hun boodschappen doen. 

Ietsje verderop zit Chinatown, duidelijk te herkennen aan de Chinese karakters op de huizen. Omdat ze een groter percentage vormen dan de Indiërs vormen ze ook buiten Chinatown een belangrijker onderdeel van het straatbeeld. 

In Chinatown ligt ook een heuvel met oude graven en bomen en aan de voet een fraaie tempel. We blijven hier helaas niet lang aangezien er ook enorm veel muggen zijn, die we verder eigenlijk amper zien. 

In de avond eten we bij een foodcourt. Dit is een verzameling eetstalletjes, en ieder stalletje heeft zijn eigen specialiteit. Hier zijn alle keukens uit Maleisië vertegenwoordigd, en vaak ook wat andere keukens, zoals Thais of westers (onder deze noemer worden zowel pasta als hamburgers geserveerd). Wij vinden dit ideaal. Niet alleen kun je van alles uitproberen, maar we kunnen ook allebei een andere keuken proberen als we dat willen. 

We blijven een extra dagje in Malakka. Dit is ook weer een wasdagje. Waar we de was in Centraal-Azië in de wasmachine van de homestay gooiden en hem in Indonesië wegbrachten naar een laundry bedrijfje met wasmachine, kunnen we hier gebruik maken van de selfservice bedrijfjes: er staat een rijtje wasmachines en drogers, je kiest de machine die bij jouw hoeveelheid was hoort en een dik uur later is de was klaar, gewassen én gedroogd. Superhandig, met name die droger want nu kunnen we de was ook doen op een niet-rustdag!

Onze eerste indruk van Maleisië is bijzonder positief: schoon, georganiseerd, aardige mensen en prima eten. Je kunt ook zien dat Maleisië een stuk rijker is dan de meeste andere landen in Zuidoost-Azië. De huizen zien er heel veel beter uit, er is meer te koop, er rijden best veel auto’s die ook nog eens niet zo’n rochelend geluid maken als die op Sumatra en er wordt, in ieder geval in de weekenden, behoorlijk wat gefietst, ook door fietsgroepjes en op goede fietsen. 

De dag erna gaan we beleven hoe Maleisië voor fietsers is. We volgen vanuit Malakka de kust naar Port Dickson. De wegen zijn goed, het verkeer rijdt bijzonder netjes en werpt zelfs een blik op de weg alvorens de afslag te nemen. Er zijn fors minder brommertjes dan op Sumatra en op de meeste zit maar één persoon mét helm, en er zijn geen busjes die om de 100 meter stoppen. Tel daar ook bij op dat de westkust, waar wij fietsen, best wel vlak is, en je kunt van ons aannemen dat het erg relaxed fietsen is.

De route van vandaag volgt deels weg 5, een brede doorgaande weg met niet al te veel verkeer, en deels wat kleinere wegen en smalle paadjes. We zien regelmatig de zee.

Port Dickson is langgerekt en op delen druk. Het is zondag, en dan komen klaarblijkelijk veel mensen uit Kuala Lumpur, dat een km of 170 verderop ligt, naar zee. We rijden ietsje verder door en vinden een rustig hotelletje. De kwaliteit van de kamers is hier tot nu toe prima!

Vanuit Port Dickson vervolgen we onze weg naar Klang, dat ten zuidwesten van Kuala Lumpur (KL) ligt. De eerste 70 km volgen we highway 5, door plantages met palmoliepalmen, kokosnootpalmen, ananasbomen en bananenbomen. Het eerste deel, met de palmoliepalmen, is wat heuvelachtig, waardoor je pas goed ziet hoe enorm die plantages zijn. Door die landbouwactiviteiten zijn er ook minder plekken om even wat te eten of te drinken, maar gelukkig komt er net als een forse bui losbarst een bushokje in zicht. Na een uurtje wordt het minder en stappen we weer op de fiets, om een kilometer later als een gek onder het afdakje van een werkplaats te schuilen. Iets te vroeg vertrokken.

Gelukkig wordt het toch nog droog en kunnen we doorfietsen. Ietsje verderop verlaten we nummer 5 tijdelijk en fietsen we een smal paadje in. Dit leidt ons naar zee, en naar de eerste mangroven die ik in mijn leven zie. Het is eb, waardoor je de wortels goed kunt zien, en in de drooggevallen zee zijn Maleisiërs op zoek naar schelpen en krabben. Ietsje verderop heeft de zee het weggetje op plekken weggeslagen, maar we kunnen nog net door. 

We vervolgen onze weg langs een kanaal en door dorpjes, om uiteindelijk weer op de 5 uit te komen die ons naar Klang brengt. Hier hebben we een afspraak. Op Sumatra kwamen we vier fietsers uit KL tegen. 

We hebben contact gehouden en nu gaan we gezellig wat eten met Eddie. Superleuk! En ook bijzonder dat iemand even een uurtje komt rijden (en terug) om een paar uur met feitelijk wildvreemden door te brengen. Fietsen schept toch een band, je hebt wat gemeenschappelijks. 

Vanuit Klang volgen we de 5 nog een kilometer of 10 en rijden we de rest van de dag over weggetjes tussen zee en highway 5. Meestal is er nog echt sprake van een weg, maar soms is het ook opeens onverhard.

We zitten dicht bij zee, en op sommige plekken zien we hem ook. Als we ergens wat drinken en enkele palen in zee willen fotograferen, zien we allemaal kleine beestjes in de branding. Het zijn er enorm veel, en nader onderzoek leert dat het hier om de slijkspringer gaat. Deze vis kan ook boven water leven en beweegt zich dan met zijn borstvinnen voort door het slijk. Ze kunnen ook een klein beetje springen, zien we.

We stoppen in Kuala Selangor. Hier is een natuurparkje in een mangrovegebied dat we willen bezoeken. Wilchard draait na een paar 100 meter al om, aangezien hij helemaal wordt lek geprikt. Meestal kunnen muggen niet van mij af blijven, maar Wilchards gespierde fietserskuiten blijken vandaag aantrekkelijker. Ik loop in mijn eentje door, en al snel word ik eraan herinnerd wat voor een schijtluis ik ben. Als ik een bruggetje over steek zie ik iets in het water liggen. Net als ik denk ‘ze hebben hier toch geen krokodillen?’ besef ik dat het een enorme varaan is. Ik sta te kijken en op het moment dat ik mijn camera wil pakken zie ik opeens dat ik op een kleine meter afstand sta van een makaak, een aap dus. Ik schrik me vier hoedjes, geef een gil en zowel aap als varaan schrikken nog harder van mij dan andersom en maken zich uit de voeten. Schaapachtig lachend om mezelf loop ik verder, maar inmiddels denk ik bij iedere tak die beweegt dat er een beest in die boom zit. Het is natuurlijk meestal gewoon de wind, ik kom nog maar één keer een groepje apen tegen. 

Echt relaxed loop ik zo toch niet, dus een dik half uur later voeg ik me weer bij Wilchard. Die heeft zich in de tussentijd geamuseerd met het fotograferen van de apen die bij de ingang rond hangen.

We lopen door naar het vissersdorp iets verderop. Hier is opeens alles en iedereen Chinees. Nou ja, iedereen klinkt alsof er heel veel mensen zijn, maar het is er enorm rustig. 

Er wordt natuurlijk in de nacht en heel vroege ochtend gevist, dus we besluiten de volgende ochtend vroeg door het dorp te fietsen en onze route te verleggen.

Helaas is er ook de volgende ochtend niets te beleven. Dat is jammer, maar we hebben nu wel meteen een heel mooi stuk route te pakken. Binnendoor fietsen we namelijk naar een ander vissersdorp, over onverharde paden en smalle weggetjes door palmolieplantages. 

In dat dorpje is wel activiteit. Hier zijn net wat boten terug gekomen en die worden gelost. De vissen of andere dieren uit zee zoals garnalen en inktvis die ze veel gevangen hebben komen al gesorteerd aan wal, maar de krabben en grotere vissen moeten in de haven nog worden uitgezocht. 

Alles gaat in grote bakken die worden afgevuld met ijs uit het vrieshuis. Met katrollen worden de zware kisten verplaatst.

Soms blijft er een visje liggen, maar er is altijd wel een gegadigde.

Ietsje verderop worden garnalen gepeld en gedroogd in de zon, en ligt een lang geleden vergaan bootje half in het water. Wilchard wil een foto gaan maken van het bootje, maar ziet niet dat het afvalwater van de garnalenpellerij tussen hem en het strand loopt. En stapt middenin een stinkende garnalensloot. Er is vers water voorhanden, dus voeten en sandalen kunnen worden afgespoeld, maar ’s avonds op de hotelkamer zal blijken dat dat niet afdoende was en dat de sandalen nog enkele keren met zeep moeten worden gewassen voordat die penetrante visgeur is verdwenen.

We fietsen verder, over smalle paadjes langs zee. We tellen vandaag een varaan of 10 en zo’n 40 apen. Ook zien we onze eerste kolibries, wat zijn dat toch een mooie felgekleurde vogeltjes. En op een boomstam zit een schildpad te zonnebaden.

We blijven maar langs zee fietsen, met dank aan maps.me en google maps. Als het paadje te smal wordt om te fietsen pakken we een ander weggetje, ietsje het binnenland in maar wel verhard. 

Het voordeel daarvan is weer dat we af en toe een winkeltje tegen komen of een Chinese tempel. Bij een van de tempels staat een wensboom. Je kunt je wens op een lintje schrijven en moet dat lintje dan op zo’n manier omhoog gooien dat het blijft hangen. Dat gaat niet iedereen even gemakkelijk af. 

De eerste twee fietsdagen in Maleisië gingen over highway 5, absoluut niet vervelend maar ook niet heel inspirerend. Afwijken van de snelweg was daar wat lastiger. We hebben het wel geprobeerd, maar het waren ofwel steeds korte stukjes ofwel de weg liep dood (eerst op een haven, daarna op een militair oefenterrein). We boffen dan ook dat de route vanaf Klang zo goed uitpakt.
Ook de volgende dag is weer prima. Van de 90 km gaan er een kleine 30 over de 5, verder volgen we mooie weggetjes langs kanalen en door dorpjes die tussen de palmbomen liggen. 

We leren ook teh o ais limau te bestellen. Op Sumatra had je teh es, zwarte thee met suiker en ijsklontjes. Als je dat hier bestelt zit er melk in je thee, dus die o in teh o is cruciaal. Dat hadden we op de eerste fietsdag al geleerd. En limau is met een limoentje, nog wat frisser. 

Onze voorlopig laatste dag vlak eindigt met onze eerste lekke band in Tapah. Het is de achterband, dus het wiel moet eruit en, met nieuwe binnenband, weer terug. Dat hebben we al eerder gedaan, toen de remblokjes vervangen moesten worden, maar dit keer krijgen we de versnelling van de Rohloff niet goed teruggeplaatst. We moeten een schroefje ietsje verdraaien, en dan past hij wel, maar nu ben ik mijn 2 kleinste versnellingen kwijt. We moeten morgen 1330 meter omhoog, en die zouden dan wel eens van pas kunnen komen. We weten wat we moeten doen om het te verhelpen, en krijgen dat via Santos (prima snelle service) en een contact op facebook bevestigd, maar willen pas gaan sleutelen als we in een grotere stad met modernere fietsenzaken zijn. En die ligt 6 fietsdagen verderop.

Benieuwd of we het gaan halen? Dan moet je nog even op de volgende blog wachten. En zo kan ik een keer eindigen met een heuse cliffhanger!

6 thoughts on “Zee en palmolie

  1. Spannend !!! Een cliffhanger en verder ook spannende wandeling met herkenbaar gegil van de schrik. ? Dapper dat je toch nog verder gegaan bent. Leuke verhalen weer met veel lekker eten .mmmm. Groetjes uit Den Bosch

  2. Hahaha, ik had je daar graag willen zien lopen en horen gillen bij t zien van die varaan en dan ook nog n aap.
    Vind het trouwens wel knap van je dat je toch nog doorgelopen bent in je uppie, dat had ik je niet nagedaan ?
    Ook weer veel mooie foto’s, schitterende omgeving.
    Groetjes van ons uit Dongen.

  3. Prachtig en (alleen het eerste stuk) herkenbaar! Geniet en succes met de versnellingen. Ik wacht met spanning af hoe het afloopt…

  4. weer een boeiend verslag van jullie reis ! en i.d.d. een cliffhanger !!!
    maar het zal wel gelukt zijn !
    liefs en gr. uit Made

Comments are closed.