Eindelijk de eerste keer

De dag naar de Namibische grens is een lange dag. 120 km, we vertrekken om half acht en maken om vijf uur de deur van onze kamer in Noordoewer, net over de grens met Namibië, open.

Bij zowel de Zuid-Afrikaanse als de Namibische grensovergang hebben we genoeg aanspraak vanwege onze fietsen. Een kenteken kunnen we niet invullen op de uit- en inreisformulieren, en bij geen enkel vakje staat fietser. Voetganger dan maar, dat komt het dichtst bij.

In het hotel blijkt ook een gezin uit Windhoek te zitten waarmee we bij beide grenzen even hebben gekletst. Ze hebben zelf een koelbox met blikjes Windhoek bij zich, het bier van Namibië, en wij krijgen er ieder een aangereikt. Proost, dat hebben we wel verdiend.

Over asfalt rijden we naar Aussenkehr. Het landschap is indrukwekkend, rode rotsen en leegte. Af en toe een auto, maar het meeste verkeer is doorgereden op de hoofdweg naar Windhoek en wij zijn afgeslagen.

Aussenkehr is een vreemd dorp. Heel veel, en dan ook echt veel, rieten huisjes, en druiven, veel druiven. Het groen steekt fel af tegen de rest van de omgeving, die alle tinten bordeauxrood, bruin en okergeel heeft. De enige reden dat hier iets kan groeien is de Oranjerivier die de grens vormt tussen Namibië en Zuid-Afrika, op de oevers bouwen druivenboeren hun bestaan op. Het hele jaar door is er wel werk, maar tijdens de paar maanden rondom de oogsttijd zijn er opeens veel meer handen nodig. Het is ons onduidelijk of die seizoensarbeiders hier het hele jaar wonen of alleen in de maanden dat er werk is. Aan de rand van het dorp met rieten hutjes staat dan opeens een SPAR.

Ik had me er na het winkeltje net over de grens in Noordoewer waar de keuze zeer beperkt was niets bij voorgesteld, maar ze hebben zowaar een behoorlijk assortiment . Het feit dat ze ook camembert in het schap hebben liggen doet vermoeden dat ze naast de locals ook de toerist als doelgroep hebben. Wij slaan voor vier dagen eten in, zo lang duurt het eer we weer in een plaats met een winkel komen. Tijdens het pinnen zien we dat het minimum pinbedrag hier 10 Namibische dollars is, ofwel 70 cent.

Het asfalt maakt plaats voor gravel. De schakeringen bordeaux, bruin en okergeel blijven. We zien alleen nog een paar auto’s met toeristen, en als je afstapt hoor je helemaal niets. Hoe mooi Zuid-Afrika ook was, dit is enkele gradaties indrukwekkender. We voelen ons klein, en gelukkig dat we hier mogen en kunnen fietsen.

De laatste tien kilometer dalen we. Tussen rode rotsen door rijden we niet al te hard naar beneden. Hier maakt de goede gravel opeens plaats voor grote delen wasbord, en de plekken waar je zonder door elkaar geschud te worden kunt rijden bestaan regelmatig opeens uit los zand. Opletten dus, voor je het weet slip je weg en lig je onderuit, maar we komen zonder kleerscheuren op onze plaats van bestemming aan. Alleen de fles 7-up die bij Wilchard achterop gebonden zat is ergens onderweg van de fiets getrild. En ik was zo met de weg bezig dat ik hem helaas niet heb zien liggen. Overmorgen mogen we dezelfde weg weer omhoog, eens kijken of we hem dan nog tegen komen.

Als we zijn afgedaald komen we uit bij het warmwatercomplex Ai Ais, op de bodem van de Fishriver Canyon. Deze is 160 km lang en staat na de Grand Canyon op de tweede plaats in het lijstje langste-canyons-ter-wereld. Hier blijven we een dagje. Ai Ais zit op de bodem van de canyon, maar aan een relatief ondiepe kant. De rotswanden zijn dan ook nog niet torenhoog, maar wel weer mooi van tint. We wandelen de kloof in, en aan de voetsporen is duidelijk te zien dat we niet de eersten zijn. Op deze plaats loopt een riviertje door de canyon, waardoor er verrassend veel struiken en planten groeien.

Na onze wandeling nemen we een plons in het warmwaterbad. We hebben onderweg zwembaden genoeg gezien, maar in de Afrikaanse winters vriezen je tenen eraf in dat ijskoude water. En het is ook nooit goed, want na een kwartiertje klim ik het water weer uit: te warm.

De canyon uit gaat eigenlijk eenvoudiger dan erin. Op 100 meter na is het nergens steil, dus rustig doortrappen in een klein verzet gaat prima. Omdat ons tempo lager ligt kunnen we het wasbord en het losse zand veel eenvoudiger ontwijken en waar we de ribbels toch niet kunnen voorkomen gaan we langzaam genoeg om er geen last van te hebben. Wilchard vindt onze fles 7-up zelfs terug!

Ook als we de canyon uit zijn klimmen we nog even lekker door, met als gevolg dat we om half elf pas 23 km achter de rug hebben. Geen probleem, denken we, meer dan de helft van de hoogtemeters zitten erop dus de geplande 85 km moet gemakkelijk lukken. Wat niet meehelpt is het landschap. Dat is zo adembenemend mooi dat we regelmatig stil staan om een foto te nemen of om gewoon om ons heen te kijken. Omdat we noordwaarts fietsen en ten zuiden van de evenaar zitten moet je af en toe gewoon even achter je kijken, met de zon mee, omdat de kleuren daar mooier zijn. En dat is simpelweg veiliger als je niet op de fiets zit. Het is sowieso beter om even te stoppen als je om je heen wilt kijken, want de weg is slecht. De gladde gravel van voor Ai Ais heeft plaatsgemaakt voor veel wasbord dat vaak niet is te ontwijken omdat aan de zijkanten los zand ligt. Ook dat remt de snelheid.

En dan rijden we tussen heuveltjes door een bocht om. En zien we de Fishriver Canyon in al zijn glorie voor ons liggen. Op sommige plekken schijnt hij wel 550 m diep te zijn. Wat een prachtig gezicht, en we kunnen er een tijdje van genieten omdat we erlangs af rijden en ietsje hoger zitten. Zodra we op dezelfde hoogte zitten als de rand van de canyon zien we hem niet meer. Net voor het eindpunt van vandaag zie ik in de verte een groepje zebra’s staan.

En dan is het moment daar. Tromgeroffel …. We gaan kamperen. Er zijn wel kamers, maar in Namibië zijn de prijzen van accommodatie rondom de toeristische hoogtepunten niet leuk meer dus de tent, slaap- en kookspullen, die we al meer dan een jaar meeslepen, krijgen eindelijk een bestemming.

Als we de receptie van het Canyon Roadhouse oplopen krijgen we meteen een verrassing te verwerken. Alle campsites zijn volgeboekt. Dat zou betekenen dat we 12 km terug moeten, want daar zit een grotere kampeerplek. Met de auto geen probleem, maar met de fiets na 85 km geen pretje. Gelukkig hebben ze wel nog een plekje, alleen zonder eigen elektriciteit, waterkraan en braai. Die elektriciteit hebben we toch niet nodig, water halen we wel wat verderop en we hebben onze eigen brander, dus vol goede moed gaan we op zoek naar plek F1. We stoppen met zoeken als we een fiets of tien tegen een boom zien staan. Een groep fietsers met bagagevervoer staat ook op de camping, en we mogen ons tentje bij hen opzetten.

Binnen anderhalf uur staat de tent, zijn matjes opgeblazen en slaapzakken uitgerold, zit de thermosfles vol met heet water voor thee en hebben we gekookt en gegeten. Tussendoor hebben we ook nog gedoucht. Dat valt helemaal niet tegen. Met onze voeten uit de tent drinken we een kopje thee bij de ondergaande zon en als het donker is duiken we in onze slaapzak. Buiten heb je amper een zaklamp nodig omdat de sterren genoeg licht lijken te geven.

Zo, dat was het romantische deel van onze eerste kampeernacht. Er waren natuurlijk ook ietsje mindere kanten. Zo ben ik blij dat Wilchard geen filmpje heeft gemaakt van mijn enorm elegante uit-de-tent-kruip-actie iedere keer als ik naar het toilet moest, is kramp in een tent niet handig, ben ik om half zeven ’s avonds als het donker is echt nog niet moe en kraken onze thermorest matjes enorm bij iedere beweging. Maar al met al is het zeker niet tegen gevallen en zijn sommige dingen ook gewoon even wennen. Gelukkig maar, want we zullen uit budgetoverwegingen en omdat er soms echt niets anders is de komende tijd nog wel vaker kamperen.

Terwijl het langzaam licht wordt pakken we onze spullen in. Naast ons eigen ontbijt krijgen we ook nog wat pannenkoeken van de fietsgroep, en fris en fruitig gaan we op weg. De weg is nog steeds gravel maar wel gewoon goed en het fietsen gaat dus prima. In twee dagen rijden we naar Keetmanshoop, waar we hebben afgesproken met Joyce en Luca, twee Nederlandse meiden die van Leiden naar Kaapstad fietsen.

Het landschap blijft leeg en uitgestrekt, maar wordt wel minder spectaculair. De nacht brengen we door bij de Canyon Farm Yard, een boerderij die voor extra inkomsten ook accommodatie aanbiedt. Ze hebben 52.000 hectare, grofweg 1/80 van Nederland, maar alleen van de boerderij kunnen ze niet rondkomen. Vanwege de droogte is het houden van vee geen optie, maar ze hebben wel wild rondlopen waarvan ze af en toe wat verkopen. Denk vooral aan soorten hertjes (onze verzamelnaam voor kudu, springbok, gemsbok etc) , maar ook zebra’s, giraffes en jakhalzen. In de bergen zijn ook wat luipaarden, maar die zijn echt wild en komen op het overige wild af.

De afgelopen paar dagen hebben we regelmatig gemerkt dat andere toeristen het bijzonder vinden wat we doen, fietsen door de leegte van Namibië.

Een grote touringbus die ons tegenmoet komt stopt midden op de weg, de deur klapt open en er springt een vrouw uit. “Go girl, go! ” roept ze.

Een vrouw hangt uit het autoraampje van een gehuurde 4×4. “You are awesome!”

Bij het ontbijt in Ai Ais komt een vrouw naar ons toe met wie Wilchard de dag ervoor heeft staan praten. “So you are the tough woman”.

De laatste dag naar Keetmanshoop staat er een 4×4 met daktent langs de kant van de weg, een tafeltje met stoelen ernaast, uit de wind. Sandra en Jules (Juul?) uit Nijmegen zijn op vakantie in Namibië en zitten lekker te lunchen. Of we ook een kopje koffie willen. En misschien een broodje chocopasta? We kletsen een tijdje en gaan weer ieder ons weegs. Leuk, zulke ontmoetingen.

En dan zijn er natuurlijk de ontelbare duimpjes die omhoog gaan en foto’s en filmpjes die gemaakt worden. Voor ons is het inmiddels heel gewoon, dat fietsen met bepakking, maar zo merk je weer dat er toch maar weinig mensen zijn voor wie het ook gewoon is.

In Keetmanshoop blijven we een dagje, wisselen we tips uit met Joyce en Luca, genieten we van de luxe die een echte plaats te bieden heeft en doen we wat regeldingetjes. Een lekker rustig dagje.

Bij de kamer die we hebben uitgezocht hangt een mooi fietsbordje.

Kortom, als je maar genoeg fietst krijg je vanzelf een lekker kontje!

10 thoughts on “Eindelijk de eerste keer

  1. Mooi so Wil en Wendy, dit was wonderlik om julle te ontmoet! mooi pad vorentoe en sien julle weer.

  2. Wat een leegte maar oooh zo mooi! Sjiek als jullie iemand ontmoeten!!
    En dat plaatje over dat kontje dat zal bij jullie inmiddels wel strak zijn!!!
    En dan die foto’s weer, geweldig!!
    Groeten uit Helden!

  3. Hoi Wendy, wat gaaf dat jullie het fietsen nog steeds ‘volhouden’ en wat hebben jullie al mooie dingen gezien. Jullie avonturen in Namibie zal ik op de voet volgen, want dat staat voor mij in oktober op de agenda. Bedankt alvast voor de inspiratie en geniet er van!

    Groeten,
    Folmer

  4. Gezellig kamperen! Hoop dat jullie het nog eens leuk gaan vinden!
    Prachtige natuur. Geniet ervan.

  5. Wat bijzondere foto`s en ook weer gezellig die ontmoetingen.
    Fijn te lezen dat jullie er ook zo van genieten om al die ervaringen te mogen meemaken.

Comments are closed.