Kokette kokerbomen

Het is begonnen met waaien. En dan niet een klein beetje, maar zo’n wind waarbij in Nederland het vrachtverkeer afgeraden wordt te gaan rijden. Zo voelt het tenminste.

Wij vertrekken niet te vroeg, want we hoeven niet ver. Net buiten Keetmanshoop liggen een paar heuveltjes die vol staan met kokerbomen, en dat is de eindbestemming. 16 km, waar we uiteindelijk bijna twee uur over doen. Niet normaal hoe hard het waait. En je raadt het al, strak van voren.

Halverwege stopt er een Toyota langs de kant van de weg. Derrick, een professionele fotograaf uit Zuid-Afrika, vindt het enigszins gekkenwerk dat wij met deze wind aan het fietsen zijn maar ook enorm leuk. Hij is nu met een Toyota Fortuner op weg om een fotoreportage van een reis door Namibië te maken, waarbij de auto in de schijnwerpers staat. Maar de reis en wat hij ziet en wie hij ontmoet vormen het kader, en zo kan het gebeuren dat er opeens twee fietsers uit Nederland op de facebookpagina van een Namibische toyotadealer verschijnen.

Hij blijkt ook te overnachten bij het kokerbomenbos en nodigt ons uit om een biertje te komen drinken zodra we zijn ingeruimd. Derrick is een aardige en interessante vent, dus die uitnodiging nemen we graag aan. Maar eerst de tent op zetten met deze harde wind. Waar we de haringen de vorige keer voor de vorm her en der gebruikt hebben, slaan we ze nu allemaal diep de grond in. Het duurt wat langer, maar ook nu gaat het ons vlot af.

Het is niet druk op de camping, in totaal zullen er deze nacht 3 campsites bezet zijn. Het deel waar wij staan hebben we voor ons alleen. We staan meteen naast een van de ingangen naar het kokerbomenbos, dus zodra we gedoucht hebben lopen we het terrein even op.

Om half vijf melden we ons bij Derrick. Inmiddels is het biertje uitgegroeid tot een avondmaaltijd. Hij zorgt voor vlees voor op de braai, wij nemen de in Keetmanshoop voorbereide gevulde aardappelsalade mee.

We peuzelen eerst de salade op en terwijl het vuur van de braai dooft en de kooltjes door en door heet worden brengen we een bezoekje aan het kokerbomenbos. Het is flink bewolkt dus helaas geen mooie gouden tinten, maar zo’n dramatische luchten lenen zich ook prima voor wat foto’s.

Terug bij de braai blijken de kooltjes perfect op temperatuur, en we laten ons de worst en lamskoteletjes dan ook goed smaken.

Als het echt donker is besluiten de wolken dat we een uurtje krijgen om kokerbomen tegen een sterrenhemel te fotograferen, en dan trekt de hemel dicht. Later breekt hij ook open (nou ja, er tikken wat druppels tegen het tentdoek), maar ons tentje is goed waterdicht.

De wind is in de nacht ietsje gaan liggen, maar tegen de ochtend heeft hij er weer zin in. En ja, ook nu grotendeels recht in ons gezicht. Vandaag moeten we echter 80 km, en vol goede moed beginnen we aan de tocht. Gelukkig draait de weg halverwege een beetje zodat we hem van opzij en zelfs een km of vier schuin van achter hebben, anders betwijfel ik of we het wel zouden halen. Het blijft trouwens vreemd om te merken dat het, als de wereld er lieflijk en zonnig uit ziet, zo hard kan waaien.

We hebben een huisje geboekt bij Tina en Bob van Branddam Guestfarm. Tina weet dat we op de fiets komen, en net voordat we bij de afslag voor de F-weg naar de boerderij komen stopt er een bakkie. Het blijkt Bob te zijn. Of we misschien een lift willen. Dat laat ik me geen twee keer zeggen. Wilchard besluit wel om het laatste stuk te fietsen maar laat zijn bagage bij ons achter. Een goede beslissing, de weg naar de boerderij is met los zand en wasbord net te doen zonder bagage, maar met tassen zouden er redelijk wat meters te voet afgelegd zijn. Bob en ik rijden langzaam achter Wilchard aan, terwijl we over onze reis en hun boerderij kletsen.

Ook vanavond delen we de maaltijd. Tina heeft twee springbokpasteien in de oven geschoven, onze bijdrage bestaat uit een tomaat/komkommer/feta/tonijn salade. Onderwijl wisselen we ervaringen uit. Wij over onze reis en hoe we hiertoe gekomen zijn, zij over het leven als boer in Namibië en hoe zij hier terecht gekomen zijn. Ze hebben heel lang een mangoboerderij in Zuid-Afrika gehad maar omdat ze het gevoel hadden niet meer gewenst te zijn als blanke boer hebben ze die verkocht en hebben ze 11.000 hectare gekocht in Namibië. Hier geen mango’s, maar schapen. De volle capaciteit van de boerderij is 2.000 schapen. Bob weet het goed te verwoorden als hij zegt dat het in Nederland gaat over schapen per hectare, en hier om hectares per schaap. Je hebt dus 5,5 ha nodig om één schaap van voldoende voedsel te kunnen voorzien. En dan is het in dit deel van Namibië nog redelijk groen.

De overnachtingsplek op onze volgende bestemming blijkt gesloten, en we vragen Bob om ons de volgende ochtend met de auto een km of 120 weg te brengen. Zo hebben we dan nog 60 km te gaan tot de volgende plek waar je kunt overnachten.

Als we in de auto zitten blijkt dit een goede beslissing. Na een km of vijftig rijden we de kalahari in. Die kenmerkt zich door rood zand, veel groen en langwerpige heuvels. En de weg staat dwars op die heuvels. Het lijkt wel een achtbaan. 67 tellen we er, en ik wordt achterin de auto zowaar een beetje misselijk. Ik vind het dan ook niet erg als we linksaf draaien en we ietsje later op de C15 uitkomen, waar we weer op de fiets stappen. We volgen een droge rivierbedding, redelijk vlak dus. We zijn wel pas rond tienen begonnen met fietsen, maar dat is geen probleem. We hoeven niet ver, de wind is gaan liggen en er zijn geen noemenswaardige hoogteverschillen.

Om iets na drie uur draaien we de ingang van de boerderij op waar we kunnen kamperen. Echter, we hebben pech. Het personeel lijkt ons te willen helpen, maar na een belletje blijkt de eigenaresse pas rond vijven terug te zijn en de mannen hebben blijkbaar niet genoeg bevoegdheden om in haar afwezigheid iets te mogen verhuren. De keren dat dit elders op de wereld gebeurde, ook in Zuid-Afrika, kregen we de telefoon overhandigd en konden we het op afstand regelen. Hier moeten we gewoon wachten tot ze terug is. Dat zijn we niet van plan, want als het dan om een of andere reden niet kan kunnen we nergens meer heen.

We besluiten om flink door te trappen en meteen de dagafstand van morgen er nog bij te rijden. Dat is maar 35 km, maar we hebben natuurlijk onze bagage, rond zessen is het donker, we rijden op gravel en weten niet hoe de kwaliteit van de weg verderop zal zijn. Uiteindelijk valt het mee en rond kwart voor zes rijden we Gochas binnen waar 3 hotels zitten. Hotel 1 is gesloten, er brandt geen licht en er is geen beweging. Bij hotel 2 lijkt iemand te zijn. Er branden lichten, er staat een fiets in de keuken en een auto op de parkeerplaats maar op onze hello’s en geklop op deuren reageert niemand. Er staat een telefoonnummer bij de poort, en als ik dat bel en vertel dat we geen boeking hebben blijkt het hotel al gesloten voor de dag en ze is niet van plan nog even langs te komen. Bij hotel 3 kunnen we wel naar binnen, maar het lijkt uitgestorven. Opeens ziet Wilchard in een van de kamers licht branden en hij klopt op het raam. De kamer blijkt bewoond door een personeelslid dat aangeeft dat er 6 kamers zijn maar dat alleen kamer vier nog beschikbaar is. Niet dat de andere kamers vol zitten, maar die zijn nog niet schoongemaakt. Zouden ze dan pas schoonmaken als alle kamers gebruikt zijn? Zo warm als Tina en Bob ons gisteren verwelkomden, zo koud is de ontvangst vandaag. Maar goed, we hebben een prima kamer en ook nog eens voor niet te veel geld, dus het is goed zo. Terwijl het donker wordt haalt Wilchard nog snel wat te drinken en chips bij het tankstation, en we breien een einde aan de dag.

Vandaag doen we lekker rustig aan. We hoeven maar 7 km, daar zit een lodge met campsite. Hier worden we weer warm welkom geheten. We krijgen de sleutel van de damesdouches waar ook twee toiletten zitten en hebben het rijk voor ons alleen. We zetten de tent op en doen lekker rustig aan. Koffietje, boekje, salamandertje, theetje, dadeltje, hertje. Aan de dadelpalmen hangen nog wat dadels die eetrijp zijn, en de nyala antilopen en springbokken die bij de lodge gehouden worden komen af en toe kijken wat we aan het doen zijn. Meestal blijven ze buiten de omheining, maar eentje loopt gewoon het terrein op.

En verder gaat het weer. Met half bevroren vingers dit keer, want wat is het ’s nachts koud geweest. De eerste kilometers is het dan helaas nog geen twintig graden. Gelukkig klimt de zon en daarmee de temperatuur snel. Ook vandaag kunnen we de auto’s weer op één hand tellen.

Bij Stampriet begint het asfalt weer. We wilden eigenlijk nog twee dagen binnendoor rijden, maar laten ons toch verleiden tot het verlaten van de gravel, hoe goed die ook is. Dat asfalt plus een wind die eens niet tegenwerkt zorgt ervoor dat we een gemiddelde snelheid van 15 km hebben, inclusief stops. Ik kan me niet herinneren wanneer dat voor het laatst het geval was!

We besluiten een dagje in Mariental te blijven. Op 30 mei staat er een huurauto voor ons klaar op het vliegveld van Windhoek voor een paar daagjes sightseeing, maar dat is nog maar 4 daagjes fietsen en we hebben na vandaag nog 6 dagen te gaan. Tijd genoeg dus. Mariental is niet de spannendste plaats eruit, maar heeft wel weer even wat meer voorzieningen.

Zo ook, kappers. Wilchard is in Zuid-Afrika al geweest, ik moet nu nodig. Als ik de eigenaar van het guesthouse vraag welke kapper in de hoofdstraat de beste is, schudt hij zijn hoofd. Die moet ik niet hebben, dat zijn de Afrikaanse kappers voor zwarte mensen. Voor je het weet krijg je vlechtjes en extensions. Hij belt even met zijn eigen kapper, maar die is vandaag volgeboekt. Ik besluit mijn geluk te proberen bij de Afrikaanse kappers. De eerste twee dameskappers zijn het met de eigenaar van het guesthouse eens en weigeren de ooit-blonde-inmiddels-enigszins-grijzende haren van een witte vrouw te knippen. Kapper drie heeft ook een herenafdeling, en daar word ik naartoe gestuurd. Kapper Jacob vraagt op welke stand de tondeuse moet. Ik wijs aan dat de helft ervan af mag, maar het lijkt alsof hij standje 1/2 heeft verstaan. Zo kort is het nog nooit geweest. Met een verfborstel wordt er wat talkpoeder rondom mijn haren verdeeld, en de komende maanden hoef ik geen kapper meer te zoeken.

Na de kapper is het tijd voor de innerlijke mens. Bij de Wimpy blijken ze naast goede koffie ook goede ontbijtjes te hebben dus die eten we als lunch. De display op de kassa zegt dat Jezus ook in 2018 nog leeft, we worden geholpen door Lucky Petrus en op het bonnetje staat dat we ons mogen verheugen in de Here Jezus onze Verlosser. Weten we meteen weer wat de belangrijkste godsdienst hier is.

In drie dagen rijden we naar Windhoek. Over asfalt, en even zelfs met de wind in de rug. Het landschap is niet spannend. Geelachtig gras en groene struiken, her en der een boompje, drie dagen lang. Waarbij de tweede dag, als het gras niet af en toe aanwezig is maar de hele dag de volledige berm bedekt, het fraaist is. Het hoogtepunt van de route is het moment dat we de kreeftskeerkring passeren. Dat is er trouwens eentje uit de categorie ‘de-kat-krabt-de-krullen-van-de-trap’. Om mezelf af te leiden van het gele gras en groene struikjes probeer ik hem 10x snel achter elkaar uit te spreken, maar ik faal jammerlijk. Als we het bordje eindelijk passeren blijk ik niet goed opgelet te hebben bij aardrijkskunde. Het is de steenbokskeerkring, en die is een stuk gemakkelijker te herhalen.

11 thoughts on “Kokette kokerbomen

  1. Weer een luidkeels WAUW voor het verslag in de foto’s! Wat geniet ik toch steeds mee.

Comments are closed.