Het land van de jam

Het tweede land dat we bezoeken is Kirgizië. We zijn hier al een keer eerder geweest, maar heel lang geleden, voordat Kaat geboren was en zelfs voordat Nora geboren was. Het was toen 2006. Ik weet eigenlijk helemaal niet of papa en mama toen al verliefd op elkaar waren. Dat moet je ze maar eens vragen.

Wat wij ons in ieder geval heel goed weten te herinneren is, dat je overal hele lekkere jam krijgt. Voor op het brood, maar ook om in plaats van suiker in de thee te doen. Dat vonden we eerst wat vreemd, maar wel superlekker. En als je ergens op bezoek komt, dan wordt de hele tafel vol gezet met koekjes, snoepjes, jam en thee. Dat is gelukkig op verschillende plaatsen nog steeds het geval.

Door iemand zelf gemaakte abrikozenjam met echte stukjes abrikoos is tot nu toe onze favoriet. We hebben zelfs wat meegekregen uit een van de hotels. 

Dat kunnen we dan mooi op ons brood smeren als we picknicken. Als we heel lang fietsen op een dag willen we onderweg natuurlijk wat eten. Hier zitten niet zoveel restaurantjes, dus dan nemen we ons eigen brood mee, met jam, tomaten, een paprika en soms kaas. In een thermoskan laten we dan kiepjatok doen voordat we vertrekken, en dan kunnen we ook nog thee maken. Heel erg fijn, want er zijn mooie plekken genoeg waar we kunnen picknicken.

Picknicken jullie ook wel eens? En wat nemen jullie dan mee? Vast geen paprika’s, of wel?
We weten ook nog goed dat de mannen in Kirgizië witte vilten hoedjes dragen. Dat doen ze nog steeds, maar wel minder. En niet alleen oude mannen hebben die hoedjes op, maar ook jonge jongetjes.

Hier in Kirgizië hebben ze geen meivakantie, want alle kinderen gaan gewoon naar school. Dat zien we als we langs fietsen, want dan lopen ze allemaal naar school toe of van school weg, en roepen dan heel hard HELLO!
Ze hebben hier heel veel verschillende scholen. Naar welke van de twee hieronder zouden jullie liefst gaan?

Bij de meeste scholen waar de kinderen al wat ouder zijn gaan de kinderen op vrijdag met een bezem naar huis. Op zaterdagochtend moeten ze dan allemaal een uurtje of zo de straat vegen. Je kunt je toch niet voorstellen dat jullie op zaterdagochtend met een bezem naar buiten moeten. Hoe moet dat dan met de zwemles?

Als de school uit is en er niet geveegd hoeft te worden, spelen de kinderen op straat. Als ze in een wat groter plaatsje wonen, kunnen ze ook naar het park. In sommige parken staat een soort speeltuin. Ze hebben er schommels, maar ook zweefmolens, schiettenten en zelfs een reuzenrad.

Ik heb in een achtbaan gezeten. Nou ja, niet echt een achtbaan. Ik kreeg een bril op waardoor ik niets zag van wat er in het echt was, zelf Wilchard niet, en toen leek het net alsof ik in een achtbaan zat omdat dat was wat ze me door die bril lieten zien. Het leek net alsof ik heel hard naar boven, naar beneden en over de kop ging. Ik werd er zelfs duizelig van en Wilchard moest mij vasthouden. Want ik zag hem dan wel niet, maar hij was er natuurlijk wel.

We slapen in heel veel soorten hotels. Hele sjieke hotels, maar ook gewoon leuke kleinere hotelletjes of bij mensen thuis die een kamer verhuren. In Tamga, een heel klein dorpje, hebben we bij Flora gelogeerd. Zij is ouder dan oma An en oma Thea, maar je kunt in een kamer bij haar in de tuin slapen en dan kookt ze ook nog voor je. Bij het ontbijt krijgen we verse eieren. En we weten zeker dat ze vers zijn omdat de kippen in de tuin lopen. Dat is wel oppassen geblazen als je in het donker naar de wc moet, want die staat achter in de tuin. Als je niet oppast, trap je zo op een kip of op een vers gelegd eitje …. maar daarom nemen we een zaklamp mee, dan zien de kippen dat we eraan komen en kunnen ze alvast aan de kant gaan. Helemaal achterin de tuin staat een paard met haar veulentje.

We worden al vroeg wakker als we bij Flora slapen, want in het struikje naast ons raam zit een vogeltje dat tegen ons raam tikt. Dan kunnen we mooi naar de andere vogeltjes luisteren die aan het fluiten zijn, voordat we op staan.

Ook als we bij Gulnur slapen moeten we naar buiten als we naar de wc moeten. Hier moeten we zelfs de straat over steken. Daar moeten we een hek door, en voorbij de duiventil, het paard, de koe met kalf, de schapen met lammetjes en de kippen loopt het paadje naar het toilet. Er zit wel een voordeel aan een wc buiten: als je gepoept hebt is het niet erg als het stinkt!

Een keer zat het hotel vol. Toen mochten we in een kantoortje slapen, waar helemaal niets in stond, zelfs geen bed. Omdat we later ook af en toe kamperen hebben we toen onze matrasjes opgeblazen in dat kantoortje. We hebben heerlijk geslapen! 

Pakka pakka, tot de volgende keer maar weer!