Kenia, daar zijn we dan!

Mbale is geen spannend stadje maar we blijven nog een extra dag. Lekker eten, goede koffie en Wi-Fi vormen soms ook een goede reden voor een rustdag.

De dag dat we wegfietsen is het zowaar een beetje frisjes. De wolken hangen laag maar het blijft droog, en de eerste 45 km fietsen we gemakkelijk weg bij een lekker temperatuurtje. De uitgestippelde route gaat bij Busia de grens over. Maar als we bij de afslag naar de grensovergang bij Malaba zijn, gooien we de plannen om. Er blijkt weinig verkeer te zijn op deze doorgaande weg van Nairobi naar Kampala (misschien omdat het weekend is?) en er is een brede vluchtstrook, dus we wagen het erop en draaien af richting Malaba. Ik had ergens gelezen dat de doorgaande weg van Nairobi naar Kampala superdruk zou zijn, dat het verkeer de helft van de tijd vast staat en dat het, als het rijdt, de verkeersregels aan zijn laars lapt om de verloren tijd in te halen. Vandaar dat ik een alternatief gepland had via Busia, maar dat is 80 km langer (een hele dag fietsen dus), heeft meer hoogtemeters omdat het op en neer gaat en is ook nog een stuk onverhard aan de Oegandese kant. Kortom, Malaba, here we come!

Als we bij de grensovergang komen wisselen we ons laatste Oegandese geld en halen we de verplichte stempeltjes. Er staan geen rijen en voor het eerst sinds we vertrokken zijn hoeven we geen formulier in te vullen als we een land in willen.

We hadden al gezien dat er veel vrachtwagens bij de grens waren, maar aan Kenia-kant staat ook nog een rij van een kilometer of zes voor de grens. Zouden de Oegandese douaniers een stiptheidsactie voeren? Ook hier is weer een one-stop-border-stop. Wij merken er de andere richting uit in ieder geval niks van, we zijn in recordtijd Oeganda uit en Kenia in.

Het landenstaatje voor Kenia kun je zoals gewoonlijk hier vinden.

Ook in Kenia horen we nog steeds mzungu, maar er is wat meer variatie. Naast de ‘mzungu how are you’ en ‘mzungu bye’ is het ook weer op zijn Swahilisch ‘habari’ en ‘salama’.

We besluiten nog een kleine veertig kilometer door te rijden, tot Bungoma. Volgens maps.me zitten daar wat hotelletjes en pinautomaten. Dit blijken er heel veel te zijn, dus we kunnen uitzoeken. En we vallen bijna van onze fiets, want onverwachts en voor het eerst sinds Mzuzu in Malawi zien we weer grote supermarkten. Erg fijn, iets meer keus. Alhoewel al snel blijkt dat het vooral het idee is. Als we geen boodschappen hoeven te doen om te koken, halen we uiteindelijk hetzelfde als in de kleine supermarktjes. Behalve dan een zak chips voor mij.

Met de nieuwe route ligt Eldoret nog maar 100 km verderop. Dit deel van de route heb ik niet voorbereid, dus het hoogteprofiel is onbekend. Wel weten we dat Eldoret 700 meter hoger ligt. Laat daar met wat extra op-en-neer 300 meter bij komen, en dan hebben we een forse dag voor de boeg. Klokslag 7 uur zitten we dan ook op onze fiets. En 80 km verderop heb ik het helemaal gehad. Kapot ben ik, maar we moeten nog 20 km. Gelukkig komt er een Keniaan naast ons fietsen die een babbeltje wil maken, dat leidt af.

In Eldoret krijgen we weer een kleine cultuurshock te verwerken. Wat een boel mensen. In Kampala was het voor het laatst druk, maar toen waren we erop voorbereid. En hoogbouw! Geen New York, maar een verdieping of vijf is geen uitzondering. Helaas betekent dat ook dat de hotels die we zien niet zo handig zijn als je de fiets op je kamer wil zetten. Gelukkig had ik ook nog een hotelletje met begane grond gevonden. Aan de rand van Eldoret, dus lekker rustig. Tenminste, als de muziek van het bijbehorende restaurant is uitgezet, wat gelukkig al vroeg op de avond het geval is. Afrika is een liefhebber van harde muziek, liefst met flinke bas.

Een kilometer verderop zit een heuse sjieke mall. Nog zoiets wat we al lang niet gezien hebben. Met een goeie koffietent én een KFC. Diezelfde avond zitten we achter een kipburgermenu. Om, zoals altijd, te constateren dat eten bij zo’n fastfoodketen toch tegenvalt. Een conclusie die we in de toekomst vast nog wel eens zullen trekken.

’s Avonds ben ik toch benieuwd naar de hoogtemeters die we zijn geklommen. Ridewithgps geeft voor de afgelegde route 936 meter naar beneden aan. Dat klinkt goed, totdat je beseft dat we zo’n 700 meter hoger geëindigd zijn dan het startpunt. 1623 meter zijn we gestegen. Soms is het goed als je vantevoren niet alles weet.

We pakken het dagje dat we korter gefietst hebben meteen als rustdag. Niet dat Eldoret nu zo spannend is, maar er is meer dan genoeg keus wat eten betreft, we hebben een lekker hotel en tijd genoeg en we moeten onze krachten een beetje sparen. Helaas blijkt die fijne Afrikaanse dreun in het hotel de tweede nacht niet al vroeg uit te gaan. Om twaalf uur ga ik vriendelijk vragen of het wat zachter kan. Geen enkel probleem, maar zachter betekent niet uit, en als het tegen half twee echt stil wordt slaap ik wel nog, maar Wilchard niet. Eigenlijk hebben we meestal geluk met herrie in onze hotelletjes, maar vannacht dus even niet.

We hebben vandaag gelukkig een korte fietsdag. Een kilometer of 35 verderop ligt Iten, en de hoogtemeters zijn ook niet spannend. Iten is het hardloopcentrum van Kenia. Het ligt redelijk hoog, en vanuit de hele wereld komen atleten hierheen om te trainen. Onze eigen Lornah blijkt hier ook een trainingscentrum opgericht te hebben.

We zijn er al op tijd, dus we hebben tijd genoeg om wat rond te lopen.

Meteen na Iten duikt de weg een kilometer omlaag, de Keriovallei in. Om aan de overkant weer omhoog te klimmen. Boven aan de overkant kunnen we onze bestemming van morgen al zien liggen. Het is hemelsbreed niet ver, maar met alle kronkels die de weg maakt om het hellingspercentage enigszins te beperken, zullen we toch dik 50 km afleggen.

Het eerste deel is gemakkelijk. We moeten af en toe bijtrappen omdat we een klein beetje omhoog gaan, maar het gros van de tijd houden we de benen stil. Net na het laagste punt pakken we bij een restaurantje een kop thee, chapati en een omelet als tweede ontbijt, om daarna aan de klim te beginnen. In 15 km gaan we dik 900 meter omhoog, en het valt niet eens tegen.

Anderhalf uur eerder dan ik had verwacht rijden we Kabarnet binnen. Een hotel vinden is hier wat lastiger. Degene in het centrum hebben nogal wat trappen en zijn dus niet handig in verband met de fietsen, het sjieke hotel zonder trappen vinden we eigenlijk te duur. Het alternatief is 45 km doorrijden, grotendeels fors omlaag. Gelukkig vinden we op de valreep nog een alternatief, dus hopelijk kunnen we morgen lekker van de afdaling genieten.

Maar eerst moeten we onze kamer nog uit zien te komen. We hebben hem op slot gedraaid toen we binnen waren, maar wat we ook proberen, open gaat hij niet meer. Gelukkig hoort een andere gast ons hulpgeroep en gaat een medewerker halen. Die het slot vanaf de buitenkant in één keer open draait. Dat blijkt een gelukstreffer, een tweede keer lukt het haar ook niet, dus we verhuizen tassen en fietsen naar de buurkamer, waar het slot wel goed werkt.

In de keuken staat de kok ’s ochtends met een hoofdlampje chapati’s te bakken. Hij komt even excuses aanbieden, ze hebben gisteren de elektriciteit niet betaald en daarom doet het licht het niet. Lastiger voor hem dan voor ons, het is al licht buiten en waar we zitten zijn ramen, die in de keuken ontbreken.

In de afdaling zit ook nog 350 meter omhoog, maar dat is niks vergeleken bij de 1300 die we naar beneden zoeven, de riftvallei in.

Beneden aangekomen slaan we linksaf. Over twee dagen komen we hier weer voorbij en rijden we de andere kant op, maar nu rijden we naar Lake Baringo. We konden het meer in de afdaling al een hele tijd zien liggen, maar dichterbij zien we ook de beesten in en aan het water. We lunchen bij Robert’s Camp. Tosti en goede friet onder het toeziend oog van papa krokodil, oom watervaraan en een boel soorten vogels.

Het is een mooi plekje om even te zitten, maar we rijden toch door. De overnachting kost drie keer zo veel als wat we gemiddeld uitgeven, en in het dorp schijnt ook een hotel te zitten. Dat blijkt basic en niet duur, maar het is nog vroeg en we besluiten uiteindelijk om 25 km terug te fietsen naar Marigat, bij de afslag. Daar hebben we wat meer keus en zo maken we het ons de komende dagen gemakkelijker.

Er is, in ieder geval nu nog, weinig verkeer als we verder rijden in de richting van Nairobi. Eigenlijk is er weinig van alles, behalve acaciastruikjes. Die zijn er in overvloed, met her en der wat geiten. Het is geen enorm inspirerend landschap, ik fiets zelfs de helft van de tijd met muziek. Wel met maar één oortje, zodat ik het weinige verkeer nog kan horen plus de wazungu als we weer gespot zijn. Dat laatste is vooral belangrijk omdat ik dan weet dat ik moet beginnen te zwaaien.

Net voor Mogotio, het eindpunt van vandaag, steken we de evenaar weer over. We verlaten het noordelijk halfrond weer, maar dat blijkt van niet al te lange duur. Het hotel dat we op het oog hadden is namelijk weliswaar prima, maar zonder trouwboekje mogen we niet bij elkaar op de kamer. Ietsje terug, op het noordelijk halfrond, zijn we een ander hotel gepasseerd, dus we rijden terug.

Terwijl Wilchard aan het onderhandelen is, komt een groepje mannen onze fietsen bekijken. Zoals wel vaker vragen ze hoe duur de fietsen zijn. Als ik een bedrag verzin en $3500 antwoord, geven ze aan dat je daar wel een tuktuk voor kunt kopen. Of drie bromfietsen. En of ik weet hoe er door Kenianen tegen fietsers aangekeken wordt. Jawel, zeg ik, dat zijn arme sloebers die niet genoeg geld hebben voor een brommer. En ze weten nog een nadeel te bedenken, want met een fiets denken ze wel wat kilo’s kwijt te raken, en ook dat buikje laat zien dat je het economisch goed doet.

We komen eruit met de prijs, dus we hoeven niet terug.

In twee korte daagjes fietsen we naar Naivasha. We hoeven pas op 31 oktober in Nairobi te zijn, dus we doen het rustig aan. Bovendien komt dat ook wel goed uit, want beide dagen valt er in de middag een forse bui, maar dan zijn wij al binnen.

Onderweg doen we af en toe een theetje en passeren we Lake Nakuru en Lake Elementaita. Je kunt duidelijk zien dat hier wat wildparken in de buurt zitten, de zebra’s grazen langs de snelweg…

Ook Naivasha heeft een meer, en op onze rustdag pakken we de fiets en rijden we naar de oever. Nog voordat we van de doorgaande weg af zijn hebben we twee giraffes en verschillende zebra’s gezien. Een paar honderd meter voor het meer moeten we door een hek. Ik vraag vriendelijk of we door mogen rijden naar het meer, en we worden doorgewuifd. Er staan mooie bomen, en ook hier zien we weer giraffes en zebra’s, maar ook verschillende antilopesoorten, hippo’s en heel veel soorten vogels. Net van de kant af staan een paar mannen tot hun middel in het water. Ze zijn aan het vissen, ietsje verderop liggen de nijlpaarden.

Terwijl we een paar giraffes staan te bekijken, komt er opeens iemand op ons af. Of we $20 pp willen betalen. Tja, dat willen we dus niet. Hadden ze het bij binnenkomst gevraagd, dan waren we omgedraaid. Het is wel mooi, maar niet zó mooi. We rijden terug naar het hek, en melden dat we niet van plan zijn te betalen. Of het nu een officiële prijs is of dat ze hem ter plekke bedacht hebben weten we niet, maar we kunnen in ieder geval zo wegfietsen.

5 thoughts on “Kenia, daar zijn we dan!

  1. Jullie zijn nu in het land waar ik 14 jaar heb gewoond en waar mijn kinderen zijn geboren en hun jeugd hebben doorgebracht. Er liggen heel wat voetstappen van mij! Leuk jullie verslag te lezen en hoe jullie het ervaren. Het is een land met veel creatieve energie om de situatie naar eigen hand te zetten. Ook veel warmte en vriendelijke. Geniet!

  2. Kenia zeg, weer heel anders! Die foto’s met die zebra’s en die kale bomen in het water, heeel apart! En dan over dat trouwboekje😂😂wat maken jullie toch leuke dingen mee!! Geniet weer volop en tot de volgende blog!!
    Groeten!

  3. Het land waar ik als 20 jarige zou gaan werken. Mijn leven heeft toch een andere en ook mooie wending gekregen 😉

Comments are closed.