Voorlopig de laatste safari

We besluiten in twee dagen naar Nairobi te fietsen. Het kan prima in één dag, maar we hebben tijd genoeg. Als we na een kleine 60 km in Limuru aankomen, kijken we elkaar aan. Het stadje is nu niet bepaald een inspiratiebron voor de Keniaanse VVV. We besluiten dan ook door te fietsen en eventueel nog dichter bij Nairobi een hotelletje te pakken. Maar de hotelletjes vallen tegen en de voortgang mee (want bijna alles bergaf), en zo gebeurt het dat we om vier uur achter een biertje zitten in een restaurantje in de buurt van ons hotel. De laatste fietskilometers in het ‘Afrikaanse’ Afrika zitten erop.

Vanuit Nairobi vliegen we over een week naar Khartoum in Soedan, om vandaaruit verder te fietsen naar Caïro. We vliegen om twee redenen. Enerzijds om op tijd voor Iwans bruiloft terug in Nederland te kunnen zijn, anderzijds omdat we nu niet bepaald enthousiast worden van de ervaringen van andere fietsers in Ethiopië, het land tussen Kenia en Soedan. Kinderen schijnen met stenen te gooien, aan je spullen te zitten en zelfs een stok tussen je wiel te steken, en daar zitten we niet op te wachten. We vliegen dus. En dat betekent ook weer dat we onze fietsen in mogen pakken. Ik heb via Facebook al dozen geregeld bij een fietsenwinkel en ons hotel zit, niet toevallig, op loopafstand van het Yaya winkelcentrum waar die winkel gevestigd is. Dat is dus, in combinatie met een goede kop koffie en wat lekkers erbij, snel geregeld.

Nog tijd genoeg voor een verkennend rondje langs wat reisbureautjes, want we willen voordat we verder vliegen nog een laatste safari doen. Reisbureautje 1 zit dicht en reisbureautjes twee kunnen we niet vinden, maar bij nummer drie vinden we wel iemand die meedenkt. Zij geven echter aan hun klanten samen met die van wat andere bureautje in busjes te stoppen, waardoor de kans op een overvolle bus wel erg groot is. Voor vier personen kan hij voor een goede prijs wat regelen, maar we zijn natuurlijk maar met zijn tweeën. We laten hem achter met de opdracht nog twee andere geïnteresseerden te zoeken. Het zal ons benieuwen.

Bij de supermarkt kopen we alle tape op die ze hebben, en dag twee besteden we aan lunchen in datzelfde winkelcentrum en fietsen inpakken. De dozen blijken wat kleiner dan normaal, maar gelukkig zijn ze toch zo groot dat we bij beide fietsen het achterwiel kunnen laten zitten. Dat scheelt gepriegel en vermindert de kans op schade. We lopen nog bij een backpackershotel binnen waar ze ook tourtjes regelen, en zij blijken ook iedere dag te vertrekken maar voor zaterdag (overmorgen) nog niemand te hebben en geen groepen samen te voegen. Dat klinkt goed. We melden ons af bij het andere reisbureau, waar ze nog niemand gevonden hebben, en Wilchard besluit morgen nog met hun mee te gaan naar Kibera, de grootste sloppenwijk van Nairobi en de op één na grootste van Afrika. Afhankelijk van welke delen je erbij telt varieert het inwoneraantal van 250.000 tot 2.000.000. De wijk wordt door de overheid niet erkend, en er zijn dan ook geen door de overheid gefinancierde voorzieningen.

In de ochtend laat Wilchard me lekker achter met een kop thee. Ik ga boodschappen doen en rustig koffie drinken bij Yaya. We verwachten dat het tourtje 2-3 uur duurt. Echter, om 2 uur ’s middags, vijf uur na start, is Wilchard nog steeds niet terug. En om drie uur ook niet. Ik krijg geen reactie op mijn mailtjes, dus dan is hij vermoedelijk ook niet bij dat backpackershotelletje. Kortom, niet fijn. Om half vier stuur ik hem een mailtje dat ik hem tegemoet loop, en loop ik aan. Bij iedere hoek die ik omsla verwacht ik hem te zien, maar iedere keer zie ik enkel Kenianen. Mijn verstand zegt me dat er vast een goede verklaring is, maar kan me inmiddels niet meer echt overtuigen. Als ik zo’n beetje halverwege ben hoor ik getoeter. Ik kijk op en zie Wilchard in een taxi aan de andere kant van de weg. Hij had mij een sms gestuurd toen het tourtje bleek uit te lopen, want natuurlijk geen Wi-Fi in Kibera, maar mijn simkaart lijkt geen netwerk te vinden dus dat bericht is nooit aangekomen. Opluchting alom. Ik zie het maar als een bevestiging dat ik hem echt niet kwijt wil, maar dat wist ik al en was dus niet nodig.

Hij heeft een leuke dag gehad. Zijn gids was een Afrikaans halfuurtje te laat en daarna hebben ze eerst nog thee gedronken alvorens naar Kibera te vertrekken. Eerst een stukje lopen, dan een matatu (busje) naar Yaya en daar overstappen op een tweede matatu. Het luxe Yaya en de arme sloppenwijk liggen net 2,5 km van elkaar af.

En arm is het. Langs de modderige straten loopt het open riool, er is één toilet per 50 huishoudens en alles maar dan ook alles bestaat uit golfplaten. De gids woont zelf ook in een golfplaten huis van 3 bij 3 meter, dat hij deelt met 11 broertjes en zusjes en zijn moeder. Mannen zitten in cafeetjes zelfgebrouwen bocht te drinken, van een mevrouw die kooltjes verkoopt om op te koken mag Wilchard geen foto maken. Niet omdat ze niet op de foto wil, maar omdat ze op niet helemaal legale wijze aan haar koopwaar gekomen is.

Het is natuurlijk niet allemaal kommer en kwel. Mensen proberen zo goed en zo kwaad als het kan een bestaan op te bouwen. Wilchards gids, Dawn, doet vrijwilligerswerk op een school, waar hij de kinderen zang- en dansles geeft. Op die school is het vandaag diploma-uitreiking, en dat betekent dat Dawn een dubbelrol heeft. Naast gids spelen moet hij de kinderen ook begeleiden bij hun presentaties. Niet gidsen was niet echt een optie want dat betekent ook geen inkomsten, en niet op komen draven op de school kon natuurlijk helemaal niet. En dan hebben we daar meteen de reden voor de wat langere duur van het tourtje.

In de ochtend worden we opgehaald voor onze safari. We blijken het busje te delen met een Russisch stel. Onverwacht, maar nog steeds prima. De rit naar Maasai Mara duurt lang. Het is niet eens zo ver, maar een busje gaat wat minder snel dan een personenauto, en over de laatste 100 km doen we bijna drie uur omdat de weg zo slecht is. We zijn in ieder geval blij dat we hem niet hoeven te fietsen. Op een paar plekken is de weg, in the middle of nowhere, afgezet met een slagboom. Een ondernemende Maasai maakt gebruik van een ingestort bruggetje. De overheid is bezig met een nieuwe weg en doet hier niets aan onderhoud, maar we kunnen, tegen betaling natuurlijk, wel een omleiding volgen over zijn land. Bij de laatste slagboom is er ook nog wat nevenactiviteit, want er zitten wat souvenirverkoopsters, een teken dat we er bijna zijn. Mocht ik trouwens het idee gewekt hebben dat het om een geasfalteerde weg met gaten gaat, dan wil ik dat bij deze even rechtzetten. Het is een onverharde zandweg, veelal dwars door de bushbush.

We komen uiteindelijk na 264 kilometer en 5 uur netto rijtijd aan in het Rhino Tourist Camp, aan de rand van het nationaal park. Een kop thee en tig apenfoto’s later zitten we alweer in de auto, op weg naar onze eerste gamedrive. Eerst wat regeltjes. Zo moeten we niet teveel herrie maken als we bij een beest staan en mogen we niet off-road, ook niet als we dan dichter bij het wild kunnen komen. Prima natuurlijk. Maar die instructietijd hadden we beter ergens anders aan kunnen besteden, aangezien al snel duidelijk is dat echt helemaal niemand zich iets gelegen laat liggen aan die off-road regel. Iedereen rijdt voor zover we kunnen zien wel gewoon op de tracks, maar als ergens een leeuw / luipaard / cheetah ietsje verder weg ligt verlaat iedereen de bestaande sporen. Ik had eigenlijk niet heel veel verwacht van die eerste gamedrive, aangezien je in zo’n korte tijd niet al te ver weg kunt bij de ingang, maar naast zebra’s, giraffen, gnoes en een aantal soorten hertjes zien we zomaar wat olifanten en twee keer leeuwen. Dat is mooi boffen.

De volgende dag rijden we de hele dag in het park en zien we een luipaard, een cheetah en nog meer leeuwen. Plus de reden dat die roofdieren er zijn. Tijdens de jaarlijkse migratie trekken ieder jaar 1,7 miljoen gnoes, vergezeld van honderdduizenden zebra’s en hertensoorten, op en neer van de Serengeti in Tanzania naar de Maasai Mara in Kenia. We zien zelfs een leeuw die een kudde gnoes achterna zit maar de jacht helaas staakt, en ietsje verderop zit een drietal vrouwtjesleeuwen dat succesvoller was. Overal waar je kijkt staan grazers, van de 1,7 miljoen gnoes hebben we er zeker 1.658.986 gezien. Het zijn er meer geweest, maar toen raakten we de tel kwijt.

Rond het middaguur bereiken we de Mara rivier, die grofweg de grens met Tanzania vormt, en zoeken we een boompje om onder te lunchen. Dat is nog gemakkelijker gezegd dan gedaan, bijna ieder boompje is al bezet. Er zijn redelijk wat andere jeeps, maar het is nog lang niet de drukte die je ziet tijdens de migratie. We vinden dus nog wel een boompje waar geen jeep onder staat en waar de chauffeur de meegebrachte dekentjes kan uitspreiden. Boeiend dat je in het hele park de auto niet uit mag, maar dat dit blijkbaar niet gezien wordt als een risico. De laatste leeuwen die we gezien hebben zijn gelukkig een eindje weg.

Uiteindelijk zien we van de zogenaamde Big Five olifanten, buffels, leeuwen en een luipaard. Tijdens de laatste ochtenddrive doen we nog een poging om het lijstje compleet te maken met de neushoorn, maar die houdt zich goed schuil. We hebben in ieder geval een geweldige tijd in Masaai Mara gehad, en ik kan Bencia, het reisbureau waarmee we uiteindelijk meegingen, van harte aanbevelen.

De laatste dag in Nairobi gebruiken we voor het backuppen van foto’s, het regelen van vervoer naar het vliegveld en het organiseren van wat extra dollars. In Soedan kan, vanwege de nog steeds geldende sancties, niet gepind worden, dus er moet cash mee. En om met onze Russische vrienden van de safari te spreken : George Washington gets you anywhere.

6 thoughts on “Voorlopig de laatste safari

  1. Jullie zijn weer een ervaring rijker en wat fijn dat jullie ons mee laat genieten van dit avontuur. Geweldige foto’s. Wens jullie weer een fijne reis en zie weer uit naar het volgende verslag.

  2. Weer zooo genoten van het verhaal!! En die foto’s!! Wat zijn wij toch bofkonten als nederlanders! 1 toilet voor 50 personen kunnen wij ons niet voorstellen dat zoiets bestaat! En door de staat niet erkend worden, raar maar waar. Fijn dat die mensen proberen toch er het beste van maken!!
    Respect!!😀🤗

  3. Hoi Wilchard,

    Weer prachtige wild foto’s !!!!
    Andere vraag….die fietsdozen waar ik voor ga kijken, wij hebben oa. stevige dozen van o.a Giant, waar een fiets helemaal cpl in kan, dus met voorwiel erin….alleen stuur schuin en trappers en evt zadel eraf…….is dat iets ?????
    Atb dozen hebben we ook, maar die zijn te klein/compact
    ..Gazelle en Cortina hebben vaak zo’ n hangdoos, waar de wielen onderuit komen, maar dat is niks..voor ver transport.

    Ik hoor het wel
    Succes met het vervolg van de reis !!!!!

    Gr marcel

  4. Mooie foto’s weer en ja, van zo’n sloppenwijk wordt je niet vrolijk. Ook hiervan mooie foto’s.
    Wij wensen jullie een goede vlucht en fijne fietskilometers in Egypte. Ook mooi.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *