Bale Luz

Bale luz, oftewel goeiemorgen (goede avond kennen we niet).Dat is wat we veelvuldig uitwisselen met iedereen die we voorbij fietsen. In eerste instantie kijken ze wat afwachtend (want je moet wel volstrekt gestoord zijn als je hier gaat fietsen), maar al snel met een glimlach en een zwaaiend bale luz terug.

 

Inmiddels zijn we alweer een stukje verder. Na een rustdagje in Gyumri zijn we doorgefietst naar Stepanavan. Eerste deel snelweg, toen 45 km autoweg, in totaal 91 km met stevig hoogteprofiel. Ach ja, wisten wij veel dat autowegen niet noodzakelijkerwijs geasfalteerd hoeven te zijn? De snelweg was veel omhoog door fantastisch landschap. En snelweg is gewoon een tweebaans weg met af en toe een auto. Het is einde oogsttijd, dus de markten liggen vol en de velden zijn leeg. Ook al het graan en hooi is geoogst, dus veel kale heuvels waar het licht vrij spel heeft. Dat landschap bleef mooi aan zijkanten van de autoweg, maar het asfalt verdween. Gravel, maar vooral veel keien en oud asfalt of brokstukken ervan. Die autoweg was nl wel ooit verhard geweest, maar door extreem weer in en afwezigheid van onderhoud inmiddels helemaal verbrokkeld.
Onderweg lekker gepicknickt, en einde dag heerlijk bordje pasta met een biertje in Stepanavan.

 
 
 
 

Gisteren weer een groot deel onverhard. Weer heel mooi, maar compleet anders. We fietsten nl naar de Debed canyon. In eerste instantie bovenlangs, en op het einde van het onverharde via wat haarspelden fors naar beneden. Hier hebben we een heel deel van gelopen, de weg was gewoon te slecht. Onderweg in de middle of nowhere wel opeens een kerkje, en een tegenligger. Een gewone lada, niet eens een 4-wheel drive lada niva. Hoe die boven is gekomen is ons nog steeds een raadsel.
Het fijne van een stuk onverhard is dat daarna het asfalt supergemakkelijk fietsen is, zelfs bergop. Dat gold trouwens niet voor de kaatste 3,5 km waarin we zo’n 600 m stegen. Superzwaar in de brandende zon, maar wel heel lekker als je het dan gehaald hebt. Boven lag het dorpje Haghpat, met een mooie kerk en een prima hotel. Op het terras een frietje met salade gegeten, vergezeld van een koude Kilikia. Dit is, als we rond de middag aankomen, onze standaard lunch geworden. En het is echt heerlijk om na een fietsdag zo even uit te rusten.

 
 
 
 

Vandaag eerst weer die 600 m naar beneden. Toen we weer op de hoofdweg waren voelden we allebei onze handen vanwege het knijpen in de remmen. Nauwelijks te geloven dat we hier gisteren omhoog waren gefietst. Eenmaal beneden was het nog 15 km naar beneden, verder de canyon in. En daarna natuurlijk weer omhoog. Op onze eerste rustplek kregen we druiven van een voorbijganger, op de tweede plek kregen we ieder een ijsje van een mevrouw die boodschappen aan het doen was. We voelen ons meer dan welkom.

 
 
 
 

Morgen gaan we weer verder op onze tocht met letterlijk veel hoogte- en dieptepunten, maar figuurlijk alleen maar hoogtepunten.