Hierna nog 2 daagjes fietsen

De ochtend na het vorige mailtje was meteen bergop: 800 m omhoog naar de hoogvlakte. Dit viel uiteindelijk enorm mee. Het was nog vroeg en fris, we fietsten bijna de volledige route bergop in de schaduw en de hellinghoek viel mega mee. Dus kleine versnelling en omhoog. De laatste 2 km waren eigenlijk het vervelendst, want die gingen door een tunnel. Er was wel verlichting aanwezig, maar de waas uitlaatgassen die je daardoor zag hangen hebben waarschijnlijk 2 jaar van mijn leven gekost, en het is toch niet heel fijn fietsen in zo’n tunnel dus ik fietste iets te hard voor mijn kunnen, waardoor ik aan het einde redelijk op was. Dat was niet erg, want daarna ging het een redelijke tijd bergaf. Niet steil, maar zodanig dat je niet mee hoefde te trappen maar wel mee kon trappen. Net voor het Sevan meer, dat het eindpunt van die dag zou zijn, zat een hele grote supermarkt met koffie automaat. Hier hebben we op de rand van een fontein lekker in het zonnetje een paar bakkies weggewerkt. Het was nog vroeg, rond half 11, dus de temperatuur was uitermate behaaglijk.

 
 
 
 

Uiteindelijk zijn we het plaatsje Sevan voorbijgefietst en doorgefietst naar Noratus, waardoor we 2 dagen in 1 hebben gefietst. In Noratus zit een heel oud kerkhof met Kashkars, Armeense grafstenen, erg indrukwekkend.
Ik had me ’s ochtends niet ingesmeerd omdat we al op tijd op onze eindbestemming zouden zijn en ik toch al flink bruin was. Maar omdat we door zijn gefietst was ik einde dag behoorlijk rood.

 
 
 
 

Gisteren hebben we uiteindelijk maar 30 km gefietst, ik in lange broek en met blouse met lange mouwen. De geplande dagafstand was 90, maar ik had 0 energie. Dus in Martuni gestopt en rustig aan gedaan. ’s Avonds een superlekker visje van de bbq gegeten met salade. Dat rustig aangedaan ging trouwens vanzelf. In Martuni is echt niets te beleven.
Wel hier de tip van de dag gekregen. In een cafeetje (het enige in Martuni) zaten 2 mannen te wachten op hun vrienden, er stonden 2 verschaalde glazen bier op tafel, maar daar gooiden ze wat zout in en voilà, Een mooie schuimkraag. Ze zagen ons kijken, dus daarna volgde nog wat extra zout en peper, en het geheel werd door elkaar geroerd met eer servetje, waardoor het schuim weer afnam. Maar dat gaf niet, want er werd gewoon wat extra zout bij gegooid. Zo’n 5 minuten later kwamen hun vrienden, die wel een smerig fezicht trokken maar gewoon doordronken. Ach ja, je bent een vent of niet. Een van de twee boosdoeners had het niet meer en kreeg de slappe lach. Enfin, wij hebben ons dus prima vermaakt. Tweehonderd meter verderop zat gelukkig ook een restaurantje, en daar hebben we ’s avonds echt overheerlijke vis uit het meer gegeten.

 
 
 
 

Vanochtend kon ik er dus weer vol tegenaan. Dat was ook wel nodig, want we moesten een pas over. De eerste 25 km waren omhoog en over weer een hoogvlakte. Supermooi! En bij de pas zelf hebben we met uitzicht op de haarspeldbochten naar beneden wat perziken en tomaten met kaas opgepeuzeld, daarna was het al in de remmen knijpend naar beneden. Gelukkig is dit een hele rustige weg, dus we konden grotendeels op het midden van de weg rijden. Na een km of 7 haarspeldbochten bleef het nog 25 km omlaag gaan, alleen nu zodanig dat je gewoon in zijn vrij naar beneden kon. Heerlijk! Onderweg nog geluncht in een restaurantje aan een watertje, en toen de laatst 12 km. Eerst nog 7 km omlaag, toen nog 5 omhoog. En daar merkte je opeens dat je EN geen rijwind meer had EN bijna een km lager zat. Bloedheet. Bij het eerste het beste hotel zijn we gestopt. ’s Middags nog een taxi genomen naar Noravank, een bijzonder fraai klooster, en ons af laten zetten in het dorp. Een km of 40 in totaal en nog een dik half uur wachten voor 7,5 euro. Daar hoef je het niet voor te laten. Biertje en pizza, en nu zijn we weer op de kamer.
Morgen wordt nog een superzware dag (eerst naar 2000 m en dan terug naar de 1000 waar we nu op zitten) en op zaterdag dobberen we terug naar Jerevan, waar we ’s nachts het vliegtuig terug hebben.