Yerevan – Gyumri

Na een absoluut niet enerverende vlucht zijn we vrijdagnacht geland in Yerevan. In een recordtijd van 35 minuten vanaf touchdown waren we ingecheckt in het hotel. Dat was ook wel prima, want in de ochtend om 11 uur zouden onze fietsen worden afgeleverd.

Dus na een ontbijtje even snel de stad in om te pinnen. De tijd die we hadden gewonnen bij het inchecken waren we nu echter kwijt bij het pinnen: de eerste 9 pinautomaten gaven allemaal storing! We waren al bijna zover dat we onze reserve-euro’s ouderwets zouden inwisselen, toen een pinautomaat toch nog geld uitspuwde. Snel terug naar het hotel, en daar kwam Erik van Ideal Bikes, waar we onze fietsen gehuurd haddden, snel genoeg daarna aan. Na wat geruil van en gesleutel aan fietsen, fietsten we om half 2 Yerevan uit.

 

001

 
De eerste dag was niet al te lang, een kilometer of 25, naar Echmiadzin. Een deel van de route liep door dorpjes, een deel over de snelweg (met name toen de weg door de dorpjes gewoon opeens ophield). In Echmiadzin hadden we een superleuk hotelletje met een mooi binnenplaatsje, waar we onze aankomst vierden met een echte Kiliaki: een groot glas ijskoud bier. Daarna naar de kathedraal. Echmiadzin is nl het Vaticaanstad van Armenie. Juist toen we daar aankwamen bleek een mis te starten. Een stuk of 40 priesters, veel gezang en wierook. Erg sfeervol.
’s Avonds gegeten in het hotel. De tafel werd helemaal volgezet met superrijpe tomaten, salades, Armeense kaas en brood. En toen moesten de soep en het hoofdgerecht nog komen. Allemaal even smakelijk.
 
 
 
 
De volgende ochtend de markt op, waar we al snel vrienden maakten: een Armenier die in Hendrik-Ido-Ambacht woonde, een man die 2 maanden in de gevangenis in Amsterdam gezeten had, zijn vriend die in Rotterdam was geweest maar niet in de cel was beland, een gepensioneerd slager met wie we een kopje koffie moesten drinken (inclusief in de zon gesmolten twix), en een heleboel mensen die we niet konden verstaan maar van wie we wel eten (brood, druiven) aan moesten nemen. We wisten meteen weer waarom we Armenie de vorige keer zo’n gastvrij land vonden …..
 
 
 
 
En toen weer op de fiets. Weer een relaxed dagje, door een heleboel dorpjes. We eindigden iets voorbij Ashtarak, maar waar ik een hotel had verwacht zat helemaal niets. Een kilometer of 6 terug zat gelukkig een groot hoog gebouw, waar bij nader inzien inderdaad een hotel gevestigd was. Niet dat wij het als zodanig konden herkennen:net zoals in Echmiadzin 0 Latijnse karakters. Alles Armeens en een heel klein beetje Russisch.
De afdelingsjuffrouw wees ons naar een supergoed restaurant, waar we vis en kebab van, hoe kan het ook anders, de bbq gegeten hebben. BBQ (khoravats) is de nationale bereidingswijze.
 
 
 
 
En toen was het alweer maandag, onze eerste echte fietsdag. 60 km,waarvan 1200 hoogtemeters. En die zaten bijna allemaal in de eerste 20 km. Dus die biertjes van zondagavond vlogen er weer vanaf. Voordat we echter echt gingen stijgen stond er nog een kerkje op het programma. We zagen het wel liggen, maar kwamen er niet zo goed achter hoe we er moesten komen. Een meneer en mevrouw wisten ons te vertellen dat we wel binnendoor konden lopen en de fietsen bij hun achter konden laten. Tenminste, als we 2,5 kg perziken van hen aannamen. En nee, natuurlijk wilden ze daar niets voor hebben.
 
 
 
 
Die dag eindigde met 2,5 uur op het politiebureau. Maar lees eerst even door voordat jullie je zorgen gaan maken. We kwamen nl in Tsaghkohavit aan, waar ik twee maanden eerder op booking.com een hotelletje had gezien. Echter, geen hotelletje te bekennen, enkel vervallen flats waar zeker jaren al geen hotel meer ingezeten had. Doorfietsen naar onze volgende plaats van bestemming was vanwege het tijdstip niet meer echt een optie, maar gelukkig zagen we een bordje met POLICE. Enfin, wij de pijl gevolgd en we kwamen bij het districtskantoor van de politie uit. Gelukkig sprak 1 agente, Anna, een paar woorden Engels, dus ze ging aan het bellen. In de tussentijd kwamen er steeds meer agenten aanlopen die toch wel wilden zien wat voor vlees ze in de kuip hadden. Anna had intussen geregeld dat we bij haar thuis, waar ze met haar ouders en zus woonden, konden overnachten. Superlief. Eerst nog even naar boven, waar we een kopje koffie met koekjes kregen aangeboden. Als hun Engels tekort schoot, werd Amalia, de zus van Anna gebeld, die wel goed Engels sprak, en dan even mocht tolken. Chef kwam nog even langs, wiens Engels bestond uit ‘No speak English’, gevolgd door een giechelbui. Paspoorten werden geinspecteerd, bagage gecheckt. Niet vanwege terrorismedreiging, maar vanwege goeie ouderwetse nieuwsgierigheid.
Na 2,5 uur konden we naar het huis van Anna. Haar vader en moeder stonden met de lada voor het politiebureau. Daar pasten Anna en onze bagage nog wel in, en wij eventueel ook nog, maar onze fietsen absoluut niet. Dus was er maar 1 oplossing: wij met zijn tweetjes in razende vaart achter de Lada aan, uitgezwaaid door 15 van de 22 agenten uit het district. Me zelden zo gelukkig gevoeld als tijdens die rit. Zo’n tien kilometer verderop sloegen we linksaf, een hobbelend keienpad in, dat naar een dorp leidde. Daar woonden ze in een groot huis. Ook hier weer: een en al gastvrijheid. De tafel weer vol eten en drinken, en Amalia maar tolken. Supergastvrij, supertrots op hun Armeens zijn en alle bekende Armeniers (waar wij er geen van kenden) en supervriendelijk.
 
 
 
 
Vanochtend werden we na een uitgebreid ontbijt weer naar de weg gebracht (als in: zij in de lada, wij erachteraan), en we kregen nog een lunch van zelfgemaakte kaas en zelfgebakken brood mee. Vandaag was het gelukkig bijna allemaal bergaf, ook wel een keer fijn voor de afwisseling.Onderweg in een bushokje onze laatste perziken gegeten, en in een grasveldje met uitzicht op prachtige bergen brood met kaas. Wat een geweldig vakantiegevoel.
 
 
 
 
En nu zijn we in Gyumri. We zitten in dezelfde B&B als 7 jaar geleden, in dezelfde kamer. Er is niets veranderd, behalve dat de knuffelberen verdwenen zijn (dochterlief is inmiddels ook 7 jaar ouder). Op de markt hebben we wat foto’s afgegeven die we de vorige keer genomen hebben. De eerste man, op de vleesmarkt, bleek overleden en de foto is nu tegen de muur geplakt bij een enorme poster van een Hollands tulpenveld. Een van de vrouwen van de kaasmarkt bleek uitermate verguld met haar foto en zou de twee overige foto’s afgeven aan haar collega en de kinderen van de kaasboer, die inmiddels ook overleden is. Die collega heeft de foto inderdaad gekregen: de volgende dag moest ze nl wel werken, en ze was zoals je hieronder kunt zien eenvoudig te herkennen.
 
 

059