Wiebelende hoofden

Vanuit Plovdiv gaat het in zuidwestelijke richting. De eerste 15 km over een redelijk grote en drukke weg, daarna nog een tijdje over diezelfde weg die langzaam minder breed en minder druk wordt. In een dorp waar op een pilaar een glimmende straaljager staat pakken we onze eerste stop. We wanen ons even in India: op mijn vraag of ze cappuccino hebben wiebelt de serveerster met haar hoofd. Iedereen die al eens in India geweest is kent het gebaar (een soort van ligggend achtje). In India betekent het ja, misschien, ok en soms zelfs nee, maar hier betekent het klaarblijkelijk gewoon ja. Daar bof ik mee, want de cappuccino die niet zoveel met cappuccino te maken heeft smaakt heerlijk.

Langzaam wordt het minder vlak en klimmen we omhoog. Gelukkig zonder te veel boompjes aan de zijkant van de weg, want het is hier weer erg fraai.

Rond een uur of 12 stoppen we ergens voor lunch. Ze hebben een Bulgaarse en Engelse kaart, dus ik denk slim te zijn en de french toast in hetzelfde hoofdstuk met hetzelfde nummertje op de Bulgaarse kaart aan te wijzen. Nu is ofwel french toast hier iets compleet anders, ofwel die kaart correspondeert niet. Ik krijg nl een kruising tussen een zandgebakje en baklava, een koekje gedrenkt in honing. Goed te eten maar niet helemaal wat ik had verwacht. Ik bestel dus ook nog maar een shopska salade, de nationale salade hier. Een berg tomaat, komkommer, soms paprika of ui en altijd rijkelijk eroverheen geschaafde sirene, een zachte geiten/schapenkaas. Superlekker. 

Na deze zit gaat het langzaam verder omhoog. Niet steil, wel lang. We slingeren met een riviertje mee, over een rustige weg. Al het verkeer rijdt erg netjes, behalve een stelletje rally auto’s dat meedoet aan the Original Balkan Rally en op de meest achterlijke momenten inhaalt. Gelukkig hoor je ze al van ver aan komen rijden. 

Na ook weer een forse afdaling eindigen we in Velingrad, de Spa Hoofdstad van de Balkan. Hier maken we een bijzonder fenomeen mee: op een overvol terras zijn wij de enigen met een biertje! Het moet niet gekker worden …. We sluiten de avond af met een optreden van de Bulgaarse Beyoncé. Op een podium staat een meisje van een jaar of 10 te zingen en te dansen. Ze sluit af met een buiging en verlaat onder luid applaus van ons het podium.

’s Ochtends is het erg koud, dus het is maar goed dat de eerste 16 km omhoog gaan. Al snel zweten we ons te blubber terwijl onze armpjes nog ijskoud zijn. Bijna boven aangekomen is een dorpje waar het café zelfs gebak verkoopt, en dat hebben we wel verdiend, vinden we zelf. De rest van de dag verliezen we langzaam de meters die we in de ochtend geklommen hebben, terwijl we kunnen genieten van mooie uitzichten. 

In Razlog lekker ontbeten en daarna meteen omhoog. Dat komt goed uit, want het is nog behoorlijk fris zo ’s ochtends vroeg. We hebben zelfs voor het eerst onze fietsjasjes aan. Naar boven toe is het vooral net wat aangenamer, met lange mouwen, maar ze zijn met name nodig voor de 20 km erna, waarin we een kleine 1000 m dalen. Als we ergens stoppen voor koffie weet een man te vertellen dat het 9 graden is. Geen idee of het klopt, maar koud is het wel.

Aan het eind van de afdaling moeten we een stuk de snelweg op. Terwijl we op een stuk vluchtstrook staan te kijken welke afslag we moeten hebben rijd ik in een doorn. Het is al heel lang goed gegaan (regelmatig glas op de weg en veel stekelplantjes langs de kant van de weg), maar hier kan mijn band niet tegen. In een mum van tijd loopt hij leeg. Tijd om het wondermiddel dat Wilchard een tijdje geleden voor een euro bij de lidl gekocht heeft te proberen. Pechspray heet het, en het werkt heel simpel. Band volledig leeg laten lopen, met flesje schudden, op ventiel schroeven en op dop drukken. De inhoud wordt in de band gespoten en die wordt ook meteen opgeblazen. Er wordt een laagje over de band verdeeld, en mits het gat niet te groot is is dat meteen gedicht. 

En jawel, het werkt! In no time kunnen we verder. Ik zou het thuis nooit doen, want die band kun je waarschijnlijk een tweede x niet meer repareren, maar zo onderweg met de decathlonfietsjes is het geweldig.

We slaan van de snelweg af richting Rila klooster en klimmen weer langzaam naar boven. Je kunt zien dat zich aan het einde van deze weg een toeristische attractie bevindt, want er wordt overal aan de weg gewerkt en op de meeste plekken ligt gloedjenieuw asfalt. Zo’n km of 4 voor het klooster nemen we onze intrek in hotel Gorski Kut (what’s in a name). 

Na het ontbijt lopen we de resterende 4 km naar het klooster. Het is nog frisjes, maar het klooster ligt mooi in de zon en is bijzonder fraai. 

Als we aankomen is er nog zo goed als niemand, een uurtje later arriveert de eerste tourbus maar druk wordt het niet.

Aan de andere kant van het klooster zit een bakkerij waar ze een soort oliebollen maken en wat restaurantjes.  Zoals overal kun je zien dat we buiten het seizoen zitten, veel zit dicht, maar de automaat met koffie doet het gelukkig gewoon.  

We lopen nog een stukje door en draaien dan om. De rest van de middag lezen we wat op het terras van ons hotel.

De volgende ochtend moet mijn achterband toch wat worden bijgepompt, maar dan kunnen we wel gewoon verder. De eerste 16 km zijn voorspelbaar, die hebben we eergisteren in tegenovergestelde richting omhoog gefietst. Lekker afdalen dus. In Rila halen we ontbijt bij een supermarkt en daarna mogen we een heuvel over. Mooie landschappen, we kunnen weer wat wegkijken. 

We komen uit op de voormalige snelweg. Er is een nieuwe aangelegd, 200 m verderop, waar het doorgaand verkeer overheen rijdt. Op de oude snelweg rijdt nu alleen bestemmingsverkeer, dus lekker rustig. Na een paar km stoppen we bij een cafeetje. Beetje surrealistisch: Uit de speakers klinkt Nostradamus van Rammstein en aan de tafeltjes zitten een gezinnetje met baby en wat 60 plussers. En wij natuurlijk. Het personeel blijkt geen Rammstein fan want verschijnt niet, dus we steken de weg maar over en drinken daar onze 3-in-1. Voor degenen die het niet kennen: instant koffie met melk en suiker uit een zakje. Smaakt vooral zoet, maar is goed te drinken.

We gaan weer van de snelweg af en rijden evenwijdig aan de bergen naar de b&b in onze volgende stopplaats, Sapareva Banya. Een plaatsje van niks maar vol met hotels en guesthouses, want er zit zwavelhoudend water in de grond: een spastadje dus. Op het plein hebben ze een fontein gebouwd waar dit water omhoog komt, en aan de rookpluimen te zien is het behoorlijk warm. Het ruikt in ieder geval net als op IJsland naar rotte eieren.

Klaarblijkelijk is die zwavel ook goed voor de tomatenteelt, want zo ziet de koelkast in onze b&b eruit …

Aan het einde van de dag zit alles in potjes. Voor de pasta? Nee, het blijkt een ideale combinatie met wodka.

En dan is alweer de laatste fietsdag aangebroken. In eerste instantie gaan we weer omhoog, maar de laatste 30 km zijn allemaal naar beneden of vlak. We vinden een hotelletje en gaan de fietsen verkopen. Sofia’s bikes, waar je fietsen kunt huren (ook b’twin, hetzelfde merk dat wij hebben), willen ze ze niet hebben en verwijzen ze naar een parkeerplaats waar tweedehands handelaren zaken doen. Daar aangekomen wil echt niemand ze hebben. Het gros gaat niet eens in onderhandeling en de twee die dat wel doen worden  door hun baas teruggefloten. We besluiten dan maar terug te gaan naar Sofia’s bikes in de hoop dat hij er in ieder geval nog iets voor wil geven, maar uiteindelijk krijgen we anderhalf x onze minimumprijs. Hij bleek ervan te zijn uitgegaan dat we er zo’n beetje de aankoopprijs voor wilden hebben. Beetje afstellen en ze kunnen zo de verhuur in. Hij blij, wij blij.

We sluiten de dag af met een biertje op een terras (hoe origineel) en een maaltijd in hetzelfde restaurant waar we anderhalf jaar geleden ook waren.

2 thoughts on “Wiebelende hoofden

  1. Gaaf hoor! Weer een reis om met veel plezier op terug te kijken! Enne, wij waren in Tsjechië in Kutna Hora, dat was ook wel even gniffelen;-)

Comments are closed.