1001 hello’s

Vanuit Kep rijden we naar Kampot, een kleine 30 km verderop als je de hoofdweg volgt. Wij nemen eerst een kijkje bij de zoutvelden, die ook hier nog niet oogstrijp lijken.

De provincie Kampot staat bekend om zijn peper. De peperplantages liggen ten noorden van de weg tussen Kep en Kampot en wij besluiten er een te bezoeken. De weg ernaartoe is in ieder geval erg mooi. Een goed berijdbare gravelweg met aan weerskanten landbouwvelden waar regelmatig een palmboom uit steekt. Af en toe een dorpje, wat overige weggebruikers betreft alleen brommertjes en fietsende Cambodjanen. En af en toe een tuktuk met toeristen op weg naar diezelfde plantage.

De ligging van La Plantation is in ieder geval prachtig, aan de rand van een meer omringd door heuvels. Wilchard hoeft niet zo nodig een rondleiding, dus hij past op de fietsen in de schaduw van het tuktukgebouw. Hier krijgen de chauffeurs water en wat te eten aangeboden en kunnen ze rustig zitten terwijl hun klanten een rondleiding volgen. Er is zelfs voorzien in gratis Wi-Fi.

Na een klein kwartier begint de Engelstalige rondleiding. We krijgen uitleg over de plantage, de geschiedenis en het productieproces en een peperproeverij. De peper is in de 13e eeuw door de Chinezen (toen al!) naar Cambodja gebracht en verder gecultiveerd onder Frans koloniaal bewind. De peper uit Kampot kwam in die tijd dan ook met name in de Franse keukens terecht. Tijdens de khmer rouge werden de plantages verlaten, en pas rond 2000 weer opnieuw in productie genomen. Sinds 2010 heeft de peper zelfs een PGI status, vergelijkbaar met de Apellation d’Origine Controllée bij wijnen. Niet alleen garandeert dit dat hij uit de regio komt, maar ook dat het productieproces aan strenge eisen voldoet.

De peperplanten worden afgedekt tegen de zon en leveren vanaf 3 jaar nadat ze geplant zijn gedurende een jaar of 25 productie. Rond september beginnen de peperkorrels te groeien. Ze zijn dan groen en rijpen langzaam. In het droge seizoen, van januari tot maart, worden de overrijpe rode peperkorrels met de hand geplukt. Zowel de rode als de groene peperkorrels worden gedroogd, waarbij de groene korrels hun kleur verliezen en zwart worden. Een deel van de rode peperkorrels wordt voor het drogen ontdaan van zijn schil en pas daarna gedroogd. Dit is de witte peper. Bij La Plantation fermenteren ze een deel van de onrijpe groene peperkorrels ook nog in zout. Deze blijken tijdens de proeverij mijn favoriet.

Er volgt nog een kort rondje door de plantage waarbij we kunnen zien hoe de peper groeit. Het zou leuker zijn geweest als de uitleg tijdens de rondleiding werd gegeven, maar waarschijnlijk is dit wel praktischer.

Kampot blijkt veel toeristischer dan gedacht. Ons hotelletje ligt op loopafstand van de huizenblokken die alleen bestaan uit restaurantjes en hotels. Ideaal, niet de overlast maar je bent er zo. Plus de prijs-kwaliteit is wat beter in balans. Ook hier doen we rustig aan. Wilchard bezoekt de markt terwijl ik lekker uitslaap, we ontbijten heel uitgebreid, goeie koffie met gebak vormt de lunch en om vier uur zitten we achter de loempia’s en een biertje, gevolgd door het diner. Prima dagje dus.

Hier krijgen we ook het bericht dat onze visa succesvol zijn verlengd, en dat betekent dat we zo’n beetje kunnen plannen wanneer we weer in Vientiane zijn. Normaal gesproken niet zo belangrijk, maar we hebben besloten om vanuit Vientiane even onze ouders en Nederland op te zoeken. En daarna even niet terug te keren naar Azië, maar door te vliegen naar Kaapstad. Africa, here we come!

Terug naar Phnom Penh vanuit Kampot gaat voor de helft over bekende weg en voor de rest via een andere route. We hebben nu de zon in de rug en daarmee ziet de wereld er een stuk fraaier uit. En die wind in de rug is ook niet heel vervelend. We zien eigenlijk tijdens de hele route in Cambodja veel brommertjes met achterop een soort mand met daarin ofwel één groot varken ofwel een hele verzameling biggetjes. De Partij voor de Dieren zou er een petitie tegen indienen, alhoewel het natuurlijk niet veel slechter is dan het varkensvervoer in het westen en de afstanden hier maar kort zijn. Meestal zijn we te laat voor een foto, maar vandaag passeren we een plek waar brommertjes met lege manden aankomen en gevuld weer wegrijden.

Bij Phnom Penh, waar onze paspoorten inderdaad klaar liggen, komen we ook weer bij de Mighty Mekong uit, die we zullen volgen tot Vientiane. We zijn hier een stuk zuidelijker dan toen we hem een maand of anderhalf geleden over staken in Vientiane en hij is hier fors breder.

We verlaten al snel de hoofdweg en rijden langs de oever naar Kampong Chang. Het is hier groen, met vooral veel bananenplanten, palmbomen en mangobomen. Regelmatig passeren we een dorp en overal zijn houten huizen op palen. Bij veel huizen staan witte langoorkoeien.

De route is prachtig. Een kilometer of 20 onverhard, maar verder goed asfalt op een weg met eigenlijk alleen maar brommertjes en fietsers. De hello-dichtheid is hier enorm. En bovendien roepen veel kinderen wel een keer of 5 hello, dus dat telt op. Bij sommigen giert de adrenaline zo door hun lijfje dat ze staan te springen, en altijd is er een stralende glimlach. Ook de volwassenen begroeten ons uitbundig.

Als we er bijna zijn besluiten we dat het tijd is voor een grondige schoonmaakbeurt. Die stoffige rode weggetjes en her en der een modderplas maken dat dit geen overbodige luxe is. Bij een brommerwasserette weten ze wel raad met dat vuil en in no time zien onze fietsen eruit alsof ze net zijn geleverd. Schoongespoten, in het sop gezet, afgespoeld en afgedroogd. We vinden het zonde om onze verstofte tassen aan die mooie frames te hangen, dus die laten we ook maar meteen doen. Voor 2,50 dollar zijn we klaar. En eigenlijk vragen we ons stiekem af waarom we zo lang hebben gewacht.

In Kampong Cham blijkt bij het hotel dat ik heb uitgezocht een hummer voor de deur te staan. Zou het dan toch boven budget zijn? Het blijkt gelukkig een prijsbewuste hummerrijder te zijn, want voor 12 dollar hebben we een kamer waar we onze fietsen weer zo op kunnen rijden. We moeten wel nog even wachten, want er staat een kast op de kamer waar de onderkant zo’n beetje van is weggerot. Die moet eerst verwijderd worden en daarna moet er nog een geurtje in de kamer gespoten worden tegen de muffe kastdeur. Geen probleem, en terwijl we zitten te wachten wordt de kast naar buiten gesleept. In drie etappes verliest hij zijn onderkant, die niet een beetje maar volledig weggerot blijkt. Als we op weg gaan om de was weg te brengen blijkt de hummer van de eigenaar, de kast ligt achterin.

We doen lekker rustig aan. Ik heb wat meer behoefte aan niets doen dan Wilchard en breng het grootste deel van de dag op een terras door, waar ik alvast wat dingen voor Nederland en Afrika regel. Wilchard vergezelt me, maar pas nadat hij een bezoek aan de markt en een bamboe brug heeft gebracht. Die brug is een voetgangersbrug naar een eiland in de Mekong en wordt ieder jaar weer opgebouwd, inclusief verlichting.

De twee fietsdagen van Kampong Cham via Chhlong naar Kratie volgen weer de Mekong, alhoewel we de rivier niet veel zien. De route is een voortzetting van de vorige fietsdag en wij zijn dus erg content: koeien, huizen op palen, groen en veel mensen. Aangevuld met vissersboten en tabaksinpakkers. Er is overal wat te zien en te horen (hello!) en de weg is bijna volledig verhard en lekker rustig. De drie dagen na Phnom Penh zijn zonder twijfel onze favoriete fietsdagen in Cambodja.

Onderweg passeren we ook behoorlijk wat schooltjes. Terwijl ik op de fietsen pas gaat Wilchard op inspectie. In één klas is de leraar afwezig. Meteen wordt duidelijk dat ieder voor zich nadenken hier niet tot de kerncompetenties behoort die leerlingen zich eigen moeten maken in de schoolbanken. Wilchards ‘hello’ leidt tot een groepshello en ‘sossedei’, de Cambodjaanse variant, wordt ook en masse teruggeschreeuwd. Uit volle borst, zodat ik het 200 meter buiten de schoolhekken ook kan horen. Op het schoolbord staan in het khmer allerhande woorden opgeschreven. Geen idee wat er staat, maar als Wilchard met een aanwijsstokje een woord aanwijst roept de klas in koor iets voor ons onverstaanbaars. Vanwege ons gemis aan khmer kunnen we geen punten toekennen, maar aangezien ze allemaal hetzelfde lijken te roepen vermoeden we dat het goed is.

De dag Kratie uit naar Stung Treng, onze laatste overnachtingsplaats in Cambodja voordat we Laos weer in fietsen, is vooral veel kilometers. 140 om precies te zijn. We zitten dan ook al voor zeven uur op de fiets. We volgen vandaag de snelweg omdat we verwachten dat we dan de hele route asfalt onder onze banden hebben. Na 10 maanden fietsen buiten Europa zouden we toch beter moeten weten. Naast een flinke tegenwind en de enige heuvels op alle fietsdagen in Cambodja, blijkt ook een dikke 20 km te bestaan uit gravel vanwege wegwerkzaamheden. Gevolgd door asfalt waar Raymond Ceulemans jaloers op zou zijn. Vers gelegd door de Chinezen. Bij ieder van de drie stukken gravel staat namelijk een bord met daarop iets in het Chinees en in het Engels ‘China Aid’. Een tekst in het khmer ontbreekt verbazingwekkend genoeg. 10 uur nadat we vertrokken zijn komen we aan in Stung Treng. Onderweg hebben we niets gezien dat leek op een hotel en onze tent willen we ingepakt laten zitten. Bovendien blijken ze hier op verschillende plekken hun velden of delen bos in brand te hebben gestoken om de grond voor te bereiden op een nieuw landbouwseizoen. Een bekende techniek met de naam slash and burn, maar niet zo fijn als je je tentje op moet zetten.

De dag naar de grens gaat deels over goed asfalt en een kilometer of 15 over slechte gravel. Een voordeel van de vorige dag 140 km gefietst te hebben is dat de 90 km van vandaag helemaal niet zo ver lijkt. We doen dan ook rustig aan en maken onderweg onze laatste riel op aan ijsthee.

De grensovergang tussen Cambodja en Laos is voorlopig de laatste waar we een visum moeten kopen. We hebben al gelezen dat beide kanten van de grens bemand worden door corrupte ambtenaren. In een whatsapp groep waar we lid van zijn heeft iemand die recent is overgestoken een bericht geplaatst waarin ze beschrijft dat ze aan beide kanten een aantal extra dollars heeft moeten achter laten, ook al had ze net gedaan alsof ze een telefoongesprek met haar ambassade aan het voeren was om haar beklag te doen. Dat leverde een korting op van een dollar, maar betalen moest ze toch. We zijn dan ook blij verrast als aan de Cambodjaanse kant niemand om geld vraagt. De Laotiaan die de visa on arrival verstrekt vraagt ook niets extra’s bovenop de visumkosten. Nog één loketje te gaan. En daar vragen ze inderdaad om 2 dollar per persoon. Voor het uitreisstempel. Wij zeggen rustig dat we nooit betalen voor een stempel en dat we de vorige keer dat we Laos in kwamen ook niet hoefden te betalen. Hij probeert het nog met een ‘but Lao Cambodia border is different’. Wij reageren niet en kijken wat ongeïnteresseerd voor ons uit terwijl we wachten. 3 minuten later krijgen we onze paspoorten terug, mét stempel en het excuus dat het in het weekend wel twee dollar extra is maar dat hij vergeten was dat het inmiddels maandag is. In totaal heeft de grensovergang ons 45 minuten gekost. Niet slecht. Als we aan de whatsapp groep terug melden dat het gesprek met de ambassadeur geholpen heeft krijgen we als reactie dat ze blij is dat ze de fietsgemeenschap heeft kunnen helpen:

“This will be my great and only cycle touring legacy: that for a brief window I annoyed the Laos border officials so much they gave up overcharging cyclists.”

Aan de Laos kant begint snelweg 13 die we her en der zullen verlaten maar grotendeels zullen volgen tot Vientiane. De eerste afdwaling begint al snel, want we nemen de afslag naar de 4000 eilanden. Onze fietsen gaan aan boord van een smal motorbootje en we steken de Mekong half over. In het midden ligt namelijk een verzameling eilandjes en dit is één van de plekken waar iedere toerist in Zuid-Laos wel een paar dagen blijft. We zien al snel waarom, want het is inderdaad erg idyllisch. Alleen zijn alle huizen zo’n beetje omgebouwd tot guesthouse of restaurant en lijken er meer toeristen dan Laotianen rond te lopen. De omgeving blijft echter heel mooi en we vinden een mooi huisje met terras aan het water. We nemen ons dan ook voor even twee dagen lekker niets te doen.

8 thoughts on “1001 hello’s

  1. Hoi Wilchard en Wendy…..een technische vraagje…hoe houden de Magura remmen zich en al remblokjes moeten vervangen ?

    Veel succes met de tocht !!!

  2. Weer ontzettend genoten van het verslag en de foto’s! Wat een scitterende foto’s van die mensen ook! Geniet nog lekker van jullie fietsavontuur!!!!
    Groeten van tante Tien!!

  3. En dan lees ik dat jullie op ’n dag 140km. gefietst hebben,ik krijg er spontaan zadelpijn van.Nog veel mooie kilometers gewenst.Groetjes,bedankt voor weer een mooi verhaal met foto’s.

  4. Wat een leuk verhaal weer ! En prachtige foto’s ! Fijn om jullie straks even te zien voor het Afrika avontuur .

  5. weer heerlijk om jullie verslag te lezen !
    vooral dat op het schooltje was leuk en zo herkenbaar,
    wij gaan ook altijd een of meerdere schooltjes bezoeken als we op reis zijn.
    tot gauw en fiets ze tot die tijd ! gr. ton en john

  6. En nog een ‘hallo’ voor weer een mooi verhaal! Ik hoop dat jullie Azië fijn kunnen afronden! See you!

  7. De foto`s zijn weer prachtig en de fietsspullen blinken ook weer en is de kleur ook weer te zien. Jullie hebben ook geweldig mooi weer hier is het koud brrr. Geniet ze nog.

  8. Weer prachtige foto’s. En zeker die Wilchard maakt van de inwoners.
    En tot ziens in DB.

Comments are closed.