De eerste Khmer tempels

In Phimai gaan we nog een keer naar de tempel en aansluitend lopen we naar een banyan bos. De banyan is in het boeddhisme een heilige boom omdat Gautama Boeddha, de stichter van deze godsdienst, onder zo’n boom verlichting bereikte. Er zijn dan ook verschillende tempeltjes te vinden waar druk wordt gebeden, en heb je behoefte aan een goede gezondheid, rijkdom of simpelweg het verslaan van je vijanden, dan kun je een vogeltje of visje kopen en vervolgens vrijlaten. Vooral de visjes zijn hier geliefd, één vrouw leegt zelfs een zak waar er wel 10 in zitten. Als die de staatsloterij niet wint weet ik het ook niet meer. Het bos is sowieso erg mooi en sfeervol. De wortels van de banyan groeien niet in de grond maar in de lucht, en zijn zodanig verstrengeld dat je niet meer ziet waar de ene boom begint en de andere ophoudt.

De fiets brengt ons naar Nang Rong. Het is een leuk plaatsje, maar de reden dat onze route hier een rustpauze heeft is dat zich ook hier khmertempels in de buurt bevinden. Als je van Phimai een lijn trekt naar Angkor in Cambodja liggen de twee tempels bij Nang Rong precies op die lijn. Vroeger stonden ze dan ook met elkaar in contact.

De eerste tempel die we bezoeken, Mueang Tam, is bijzonder omdat hij omgeven wordt door vier met lelies gevulde vijvers, wat een bijzonder fraai gezicht is. We zijn er bijna als eerste bezoekers van de dag en de rust maakt hem extra bijzonder.

De tweede en grotere, Phanom Rung, ligt op een uitgedoofde vulkaan. Hier is het nog steeds erg rustig maar wel wat drukker en kunnen we vanuit een mooi schaduwplekje lekker mensen kijken. Vooral de zesjarigen die met hun smartphones rondlopen om alles wat los en vast zit te fotograferen zijn schattig. Fluisterend lopen ze voorbij, falang falang (buitenlander) horen we dan. Koud zullen ze het niet krijgen, het is dertig graden maar het merendeel heeft een dikke jas of trui aan.

We sluiten de dag af met een bezoek aan een dorpje waar 80% van de vrouwen zich bezig houdt met de productie van zijden sjaals en rokken. Als de zijderupsen, die ze zelf fokken, groot genoeg zijn en een zijden coconnetje hebben gemaakt gaan die coconnen zonder pardon het kokende water in. De zijde wordt losgehaald en tot een draad gespind, en op de weefgetouwen worden de mooiste ontwerpen gefabriceerd. Een weefster weeft op een dag zo’n meter stof en iedere familie heeft zijn eigen ontwerpen. Gelukkig zijn er ook meiden uit de jongere generatie die dit ambacht voortzetten. De vrouw van de onlangs overleden koning koopt de eindproducten die ze zelf niet verkopen op, ook om ervoor te zorgen dat de mensen blijven weven en het niet nodig is om wat anders te gaan doen.

Na nog een extra dagje Nang Rong rijden we in twee dagen Cambodja binnen. De begroeiing verandert als we richting grens rijden. Opeens zien we meer bomen, alhoewel van een bos nog niet te spreken valt.

Net voor de grens zit opeens een grote markt. We hadden al gehoord dat er veel gesmokkeld wordt (brommertjes van Thailand naar Cambodja en goedkope arbeidskrachten vanuit Cambodja naar Thailand), maar hier zien we dat er ook een legale handel bestaat. En wat is er dan natuurlijk enorm in trek? Fietsen. De ene na de andere fietsenwinkel volgt elkaar op, gevuld met kinderfietsjes en basic fietsen zonder versnelling voor volwassenen. In de fietsenzaken in de steden worden ook nog wat kekkie mountainbikes en wielrenfietsen verkocht, maar daar hebben ze in Cambodja het geld niet voor.

Thailand uit gaat bij mij heel makkelijk, bij Wilchard is er even verwarring. We hebben een visum voor 30 dagen gekregen, maar in de computer bij zijn douanier staat nog dat de visa maar een geldigheid van 15 dagen hebben. Aangezien we uiteindelijk 16 dagen in Thailand zijn geweest zijn we dus volgens de computer in overtreding, maar die bij Wilchard blijkt dus nog niet te zijn geupdate met de laatste regels. Als alles is uitgezocht mag ook Wilchard Thailand uit.

En dan Cambodja in. Een visum krijg je aan de grens, tegen inlevering van een pasfoto en 30 dollar. Op internet hebben we gelezen dat de beambten hier nogal corrupt zijn en altijd om extra dollars vragen, en dat blijkt te kloppen. Degene die ons helpt durft niet, maar zijn collega wel. Five dollar for service, blijft hij herhalen. En wij blijven hem negeren. Uiteindelijk vraagt Wilchard of ze misschien koekjes willen. Ja hoor. En in ruil voor 60 dollar en twee pakjes koekjes krijgen wij onze visa. Cambodja staat op de corruptie-index van 2016 trouwens op plek 156. In totaal zijn er 176 plekken te vergeven, waarbij plek 176 wordt ingenomen door het corruptste land, Zuid-Soedan. En voor de duidelijkheid: hoe hoger het nummer, hoe corrupter.

We zijn van plan om te stoppen in O’smach, net over de grens, maar daar blijkt geen pinautomaat aanwezig te zijn. Aangezien de wisselkoers hier nogal beroerd is besluiten we door te fietsen naar Samraong, de provinciehoofdstad. Hopelijk hebben we daar meer geluk. Net na O’smach krijgen we een kleine afdaling, en dan is opeens de begroeiing volledig anders: veel struiken en lage bomen en daarmee wat groener. Ook zien we hier, net zoals in Laos, heel veel kinderen. Jongetjes van een jaar of 10 rijden op een brommer op de snelweg, en als je zes bent rijd je op diezelfde snelweg op de fiets. Sowieso zien we heel veel jongens en meisjes op de fiets, dus die grensmarkt doet het goed.

Cambodja gaat trouwens boeiend met zijn valuta om. De riel is hard gekoppeld aan de dollar, voor 1 dollar krijg je 4.000 riel. Je mag met riel betalen, maar ook met dollars of baht (de Thaise munt). Als wisselgeld krijg je wat hen het handigst uitkomt. Zo krijgen we als we in een winkeltje met baht ons drinken kopen riel terug, en bij het hotel rekenen we af met riel en is het wisselgeld in dollars. Zij zijn niet anders gewend, maar voor ons is het steeds omrekenen, al helemaal omdat geen van die munten onze eigen valuta is, dus alles gaat in enkele stappen. Gelukkig kunnen we bij het winkeltje waar we ons drinken kopen ook al onze resterende baht wisselen, dat scheelt weer een muntsoort en bovendien zijn we dan wat minder afhankelijk van de al dan niet aanwezigheid van een pinautomaat in Samraong.

In deze stad zijn we in 2011 ook geweest, en we herinneren het ons als een slaperig stadje waar niets te doen is. Zelfs iets te eten krijgen was moeilijk. In de tussenliggende 7 jaar is er veel veranderd. Het is nog steeds geen grote stad, maar er is genoeg te eten te krijgen en op straat en op de markt is het lekker druk. We kunnen pinnen en er zijn zelfs twee bioscopen! Eigenlijk zijn ze ideaal voor ons, ware het niet dat we er niets van verstaan. Ze bedienen drie soorten publiek: (1) degenen die een film te langzaam vinden gaan, Wilchard dus, (2) degenen die liefst zoveel mogelijk films zien, Wendy dus, en (3) de stellen die van verschillende soorten films houden, Wilchard en Wendy dus. Ze hebben namelijk gewoon een aantal televisies hoog tegen de muur gehangen waarop ze verschillende dvd’s of televisiezenders tonen. In de ruimte staan een soort ligstoelen, je kunt wat te drinken bestellen dat dan op het tafeltje naast je wordt gezet en als je wilt weten wat er speelt kijk je gewoon naar binnen, de deuren staan wagenwijd open. Mooi concept.

De markt is nog lekker druk en ook hier vindt niemand het een probleem als er foto’s gemaakt worden. Waar deze markt in uitblinkt is vliegen. De marktkooplui hebben in de gaten dat ze het toch af moeten leggen tegen deze zwarte plaag. Er wordt wat lamlendig met plastic zakjes gewapperd om ze weg te jagen, maar er zit niet echt overtuiging achter.

We besluiten om te kijken of we Siem Reap, 122 km verderop, in één dag kunnen halen. Na vijftig kilometer zit het beslispunt want de aftakking naar een hotel, maar het is nog vroeg, het gaat nog prima en Siem Reap belooft enkele rustdagen, een hotel met zwembad en een ruime keus in eten en drinken, dus we gaan ervoor.

Meteen worden we beloond, want als we linksaf de wat saaie doorgaande weg verlaten krijgen we meteen een mooi onverhard pad. De lagere school is net uit en de leerlingen zijn ofwel te voet ofwel op de fiets op weg naar huis. Dat betekent veel hello’s en gegiechel van degenen die ons tegemoet komen, en veel bijna botsingen van degenen die in dezelfde richting rijden. Dat gaat ongeveer zo:

Twee fietsen met twee bestuurders en één achteropzitter rijden over een rode gravelweg. De achteropzitter kijkt wat om zich heen. Plots ziet hij een buitenlander naderen. Dat nieuws wil hij natuurlijk niet voor zichzelf houden, dus al snel zijn de twee bestuurders ook geïnformeerd. Die kijken meteen om, over hun linkerschouder. Afhankelijk van wie er het eerste kijkt fietst er dan één ofwel bijna de sloot in ofwel bijna tegen de ander aan.

Zodra ze zich hersteld hebben, breeduit lachend hello hebben gezegd en zijn ingehaald, lijkt het dan een goed idee om te kijken of ze die buitenlander kunnen inhalen, maar al snel blijkt dat die rammelfietsjes niet zijn opgewassen tegen een stoere Santos en geven ze het op. Totdat er een tweede buitenlander nadert. Schrikken doen ze niet meer, maar racen wel. Met hetzelfde eindresultaat.

Wie trouwens bedacht heeft dat een witte blouse een mooie aanvulling op het schooluniform is heeft echt een bloedhekel aan moeders. Dat zijn namelijk degenen die er iedere dag voor moeten zorgen dat die blouses ook mooi wit blijven, wat me best een opgave lijkt. Wij zitten, zelfs met niet dramatisch veel auto’s op de weg, helemaal onder het stof. Dat er trouwens na een douche, een duik in het zwembad en nog een douche wel af is. Afzien.

Siem Reap is de stad die het dichtst bij dé bezienswaardigheid van Cambodja ligt: het tempelcomplex van Angkor. Voor Wilchard is het de derde keer dat hij er is, voor mij de tweede keer.

Siem Reap in:

  • 1994: één hotel en drie homestays, een handvol restaurantjes, er zijn geen geasfalteerde wegen en de huizen zijn allemaal van hout. Als er brand uitbreekt moet Wilchard meehelpen met het doorgeven van emmertjes water om te voorkomen dat de aangrenzende huizen vlam vatten. Toeristen zijn er nauwelijks.
  • 2011: behoorlijk wat hotels en restaurants, het merendeel gewoon van steen. Grofweg alle toeristenrestaurants bevinden zich in één huizenblok bij de markt, de hotels zijn wat meer verspreid. Rond Angkor Wat en de Bayon, de bekendste tempels, is het redelijk druk, daarbuiten zie je her en der een andere toerist
  • 2018: booking.com kent inmiddels 888 hotels in Siem Reap en in werkelijkheid zijn er dus nog meer. Het aantal restaurants is ook geëxplodeerd. Met name bij de plekken waar je een mooie zonsopkomst en -ondergang hebt is het dringen geblazen, het aantal mensen dat tegelijkertijd Angkor Wat op mag is gereguleerd. Een ticket moet je voortaan kopen bij het nieuwe ticketcentrum, waar je je moet melden bij één van de 48 loketten.

Het verschil tussen 1994 en 2011 zit hem met name in de toename van westerse toeristen. Het verschil tussen 2011 en 2018 wordt deels veroorzaakt door meer westerlingen, maar een belangrijkere reden is de opkomst van de Aziatische economieën, waarbij China met stip op de eerste plaats staat. Doordat ze in bijvoorbeeld China en Zuid-Korea meer te besteden hebben wordt er meer gereisd, veelal in groepsverband, en Cambodja is relatief dichtbij. De belangrijkste buitenlandse talen hier zijn dan ook Engels en Chinees.

De eerste dag brengen we een bezoekje aan de markt, verstoren we de les op een schooltje en regelen we een driedaagse pas voor de tempels. Binnen 10 dagen mogen we daarmee 3 dagen de tempels bezichtigen. En verder doen we lekker helemaal niks.

8 thoughts on “De eerste Khmer tempels

  1. Geweldig verhaal, met plezier weer gelezen en gezien de prachtige foto’s!
    Hoe jullie omgaan met corruptie bijv. en die varkenskop. Pittige afstanden ook per dag.

  2. Hallo Wendy en Wilchard, heerlijk verhaal! Weer een ander land, mij lijkt dat banyan bos inderdaad heel apart!! Jullie zijn daar echt een bezienswaardigheid aan de schooljeugd te zien, prachtig!
    Geniet maar lekker verder! Groetjes!!

  3. toen we vorig jaar in SiemReap waren viel ons het verschil met 2002 zo enorm op. vergeven van de chinezen en karaoke bars.
    the “red piano” met zijn wereldberoemde cocktail van Angela Jolie verziekt door de commercie. kortom een enorme deceptie.
    bezoek in alle vroegte bij de hoofdtempel van What Ankhor voorheen 500/600 toeristen de laatste keer ongeveer 12.000 chinezen die allemaal een selfie maakten.!!!!
    hoog nivo van braakneigingen!!!
    doet niks af aan de omgeving want die blijft allemachtig prachtig, lekker uitrusten en veel genieten.
    hartelijke groeten van Ton en John.

    ps. we zijn bevallen van onze trip 2019 naar India

    Kumh Mhela in Allahbad van 8 jan tot 5 maart tesamen met Orissa.

  4. Mijn rugzak en korte broek zijn nog steeds rood van het fietsen in de buurt van Siem Reap deze zomer. Dus inderdaad respect voor de moeders. Grappig om eerst wat bekende plekjes in Laos te zien en nu Cambodja. Geniet van de tempels!

  5. Hoi Wendy en Wilchard,
    Weer een ander land. Mooi zo te zien.
    Geniet weer van deze mooie omgeving enne Wilchard heeft mooie bruine benen en armen!
    Groeten vanuit een koud DB.

Comments are closed.