De eerste kilometers zitten erop

Gisterochtend, na een laatste ontbijtje bij het zwembad, zijn we op de fiets gestapt. De eerste paar kilometer gingen nog door Phnom Penh en waren dus erg druk. Al helemaal omdat het spitsuur was. Maar het was eigenlijk heel erg simpel: straat uit, rechts en bij de rivier links, en we zaten al op de weg naar Udong, onze eerste bestemming.
 

 
Voor degenen die het nog niet weten: we rijden om het grote meer van Cambodja heen, en volgen dus grofweg steeds dezelfde weg. Her en der gaan we er wel vanaf, maar we komen er ook altijd weer terug op. Gisteren was zo’n dag dat we er ook vanaf zouden gaan. We hadden op de kaart gezien dat we ook via een meer scenic route (weg no. 130 en 51) naar Udong konden gaan, dus wij op zoek. Zo’n weg lijkt dan heel wat op de kaart, maar in de praktijk staat de afslag niet eens aangegeven. Mensen kenden ook geen een van de plaatsjes  die op de kaart stonden aangegeven als we de weg vroegen (of was het onze uitspraak?), maar gelukkig lag er ook een tempel in de buurt, en die kende iedereen dan weer wel. Na zo’n 15 km dus linksaf, de binnenlanden in. De weg was al meteen erg fraai: smal weggetje, weinig verkeer, links en rechts waterpartijen waar ze waterlelies kweekten. Al snel werden de waterpartijen vervangen door rijstvelden met palmbomen en verdween het asfalt. De gravelweg die we volgden was echter heel goed te berijden omdat het allemaal goed was aangereden. Er was ook genoeg te zien: koeien, paarden- en ossenkarren, hallo-ende kindertjes (en volwassenen). Een jongetje reed met Wilchard mee. Hij was ook op de fiets, en ging naar huis. Udong, waar wij heen wilden, vond hij wel heel erg ver weg, en de kruising waar wij naar rechts moesten, en die 10 km verderop lag, nou, daar was hij echt nog nooit geweest. Wel wilde hij ooit nog Angkor zien, waar wij ook heen gaan, maar dan wel met de motor!

 

Onderweg verschillende keren gestopt om wat te drinken, geen overbodige luxe met 33 graden (boven nul hier). Wilchard weet nu dat hij groene thee best wel te drinken vindt, als er maar genoeg suiker en limoen bij zit.
We kwamen ook nog bij een erg fraaie toegangsweg naar een klooster toe, met aan weerszijden boeddha’s en demonen die een slang vasthielden. Wilchard is nog even het klooster ingegaan met wat monniken, en die wisten hem te vertellen dat ze met zijn 15-en in dit net nieuwe, enorme klooster zaten, dat gefinancierd was door een meneer die nu in de gevangenis zat. Op de vraag ‘what did he do’ werd het even stil, keken elkaar aan en zeiden ‘he made a mistake’. Ach ja, als we naar de katholieken kijken kun je daar ook even biechten en weer verder met je leven.
 
032
 
Na de kruising was het nog 15 km rechtdoor naar Udong. Met 1 klein minpuntje: wind tegen. De weg was wel weer goed, dus een uurtje later reden we het stadje in. Udong is niet al te groot, maar heeft gelukkig wel wat slaapplekken, en nadat we onze bagage en fietsen gedropt hadden zijn we een nasietje gaan eten met een biertje: dat hadden we wel verdiend.
Verder nog wat door het stadje gedoold en DE bezienswaardigheid van Udong bezocht. Net buiten Udong liggen nl twee kleine bergjes met pagoda’s erop. We hadden wel genoeg gefietst, vonden we, en namen daarom een motor: wij met zijn tweetjes achterop, ging prima.
 
 
’s Avonds wilden we gaan eten in hetzelfde restaurant waar we ’s middags gegeten hadden, maar dat zat dicht. Dus bij een stalletje langs de weg gaan zitten en ja gezegd op alles wat de kokkin wel door de noedels wilde doen. Smaakte heerlijk.
Vanochtend zaten we om kwart voor zeven weer op de fiets. Vandaag wel de doorgaande weg gevolgd. Deze was trouwens van betere kwaliteit dan het eerste stuk na Phnom Penh.
 
041
 
Bijna geen gaten, dus om half elf reden we Kampong Chang al binnen. Ook nu snel de spullen op de kamer gelegd (en dit keer ook een kakkerlak van 5 cm doodgetrapt), en weer naar buiten. Weer vonden we dat we die nasi met een biertje wel hadden verdiend, en dit keer hebben we hem getopt met een ijskoffie (precies wat er staat: ijsklontjes met zwarte koffie).
Kampong Chang is een middelgrote stad alhier (stelt nog steeds niet al te veel voor), en ligt aan de rivier. Na een bezoek aan de kapper (Wilchards wangetjes zijn weer superzacht) en een overheerlijke papayashake zijn we naar de rivier gelopen. Hier liggen twee ‘drijvende dorpen’. Eigenlijk gewoon dorpen, maar dan ipv huizen boten. We pakken hier een extra dagje, dus morgen huren we een bootje om zo’n dorp van dichterbij te bekijken, nu hebben we dat vanaf de kant gedaan, onder het genot van een overheerlijk suikerrietsapje uit een plastic zakje. De maker was uiterst tevreden, want we zijn wel 2x terug gegaan. Vooral lekker op een bankje gezeten in de schaduw, en  het leven op en aan het water bekeken. Heerlijk relaxed dagje.
 
 
Morgen dus nog een dagje hier (’s morgens wel fietsen maar hier het platteland op, ’s middags het water op), en daarna fietsen we weer verder.