Eindelijk weer zee!

Langzaam rijden we naar het zuiden. Cambodja is landschapstechnisch niet enorm interessant, dus na een paar dagen gehobbel op slechte wegen besluiten we tot Phnom Penh de snelweg te volgen. Begrijp me niet verkeerd, het landschap is niet vervelend of zo, maar gewoon de hele tijd hetzelfde. Dat zal vast nog vaker gebeuren en is ook niet erg, maar als we de kans hebben om het wat aangenamer te maken grijpen we die. Pas de laatste 40 kilometer voor Phnom Penh wordt de snelweg iets wat op een Europese snelweg lijkt, tot die tijd is asfalt het voornaamste kenmerk.

Tot de hoofdstad hebben we twee rustplekken die een vermelding waard zijn.

In Moung Ruessei, 7 jaar geleden een dorp van niks, hebben we een fantastisch hotel. Ik had de plaatjes op booking.com al gezien en kon het bijna niet geloven. De vorige keer was er bijna niks te eten te krijgen anders dan curry’s die al een tijdje in de zon hadden gestaan en hebben we van armzaligheid een fruitshake gegeten. Over ons hotel schreef ik toen dit:

Tot we op onze kamer kwamen. Samen met ons waren er nl zo’n 100 andere kamergenoten, het gros van de krekelfamilie. Gelukkig stond er een bezem aan het eind van de gang, en nadat we er een paar naar het hiernamaals hadden geholpen konden we ze allemaal naar buiten vegen. De kamer zag er toen wel ok uit, al vroegen we ons wel af hoe die beesten er allemaal kwamen en wat dat gedurende de rest van de dag en (belangrijker) de nacht zou betekenen. Maar toen we de kamer uit gingen, bleek het slot niet te werken, dus werden we eerst naar een andere kamer verhuisd. Met weerom krakers. Ook die wisten we rucksichtslos naar buiten te bonjouren (ja, ja, je hebt een talenknobbel of niet).

……..

Terug naar de kamer, waar we onze teruggekeerde kamergenoten weer naar buiten konden jagen.

……..

Tot onze grote verrassing overheerlijk geslapen. Niet alleen tot onze verrassing vanwege de insecten (1 incident, waarbij iets Wilchards hoofdje voor een landingsbaan aanzag en oh ja, ook nog een tweede, waarbij een forse bidsprinkhaan zich tussen ons in probeerde te nestelen), maar ook vanwege het feestje dat ongeveer in de achtertuin van het hotel plaatsvond en waarbij flink harde Cambodjaanse (en dus valse) house gedraaid werd. Geen idee of er de hele nacht doorgefeest is, maar ’s ochtends vroeg waren ze (nog, weer ??) bezig.

En nu hebben we dit.

Onze kamer is groot en schoon en heeft zelfs een regendouche met een mengkraan zoals ze die in Nederland ook hebben. Het moet niet gekker worden.

Er is gelukkig wel nog ergens een feest aan de gang en in het restaurantje waar we overigens heerlijk eten is de volumeknop ook afgebroken op standje maximaal, maar op de kamer hoor je bijna niets.

Van de twee keer Cambodja zullen we beide keren, maar om totaal verschillende redenen, Moung Ruessei niet vergeten.

Een paar dagen later rijden we Kampong Chhnang binnen. Dit dorp ligt aan de rand van het Tonle Sap meer en er wordt dan ook druk gevist. De huizen aan de rand van het meer zijn gebouwd op palen. Het meer kent namelijk een heel andere waterstand in het droge dan in het natte seizoen, aangezien de Mekong in de regentijd het meer instroomt. En mocht je denken dat dat verschil niet heel groot kan zijn, dan vergis je je. De oppervlakte neemt in het natte seizoen met een factor 10 toe. Die palen zijn dan ook geen overbodige luxe.

En die vrouw bij de kapper heb je waarschijnlijk wel herkend, dat ben ik dus. Hilariteit alom want vrouwen met kort haar zijn duidelijk in de minderheid hier, en het valt te prijzen dat ik de kapsalon op de markt die het wél aandurfde weer een stuk toonbaarder verlaat.

En dan Phnom Penh. Ook deze stad is in de loop der jaren fors gegroeid en het toerisme is flink toegenomen. Waar we in 2011 als twee van de weinigen maar zeker niet de enigen in Tuol Sleng rondliepen, is het nu een komen en gaan van met name westerlingen. Mocht Tuol Sleng je niets zeggen, dan hopelijk de Rode Khmer wel, die deze voormalige school als gevangenis in gebruik had. In de tweede helft van de jaren zeventig was dit communistisch regime verantwoordelijk voor de dood van 1,7 tot 2 miljoen mensen. Het aantal is absoluut gezien al enorm, maar helemaal als je het vergelijkt met het totale inwoneraantal van 7 miljoen.

Tuol Sleng is bedoeld als herinnering aan die tijd, om niet te laten vergeten. Volgens de organisator van de kookworkshop in Battambang is het echter ook zeker een melkkoe voor de Cambodjaanse overheid. Wat in ieder geval opvalt is de afwezigheid van Cambodjanen. Voor een groot deel begrijpelijk want ook mensen van mijn leeftijd hebben dit deel van de geschiedenis nog gewoon meegemaakt en hoeven dus niet zodanig naar een museum om hieraan herinnerd te worden. Jongeren zijn er echter ook niet. Geen vergelijk met het Anne Frank Huis dus, waar de schoolklassen in rijen voor de deur staan. Ik begrijp dat hier geen geld over is voor dit soort uitstapjes, maar in plaats van een vrijwillige bijdrage om kinderen naar het museum te brengen waar nu om gevraagd wordt in een standje op het terrein, zouden ze ook een bedrag extra bovenop de toegangsprijs kunnen vragen, dat zet meer zoden aan de dijk. Ennieweej, mijn westerse blik speelt hier duidelijk parten.

Verder gaan we hier ons visum verlengen. Een visum aan de grens duurt 5 minuten. De verlenging van datzelfde visum neemt 5 werkdagen in beslag waar dit eerder 2 dagen duurde. Waarom, wie het weet mag het zeggen. Mocht je dat te lang vinden duren dan kunnen ze het proces ook versnellen naar één dag, tegen een kleine vergoeding. Van 60 euro. Dat is meer dan de verlenging zelf kost, dus wij nemen die extra dagen op de koop toe en passen onze route iets aan waardoor we over een paar dagen opnieuw door Phnom Penh komen. We halen onze paspoorten dan wel weer op en in de tussentijd doen we het met kopietjes.

Phnom Penh is trouwens nog steeds een mooie stad, zodra je de straatjes met restaurants, barretjes, hotels en reisbureautjes uit bent. En de markten zijn heerlijk.

Vanuit Phnom Penh fietsen we zuidwaarts, om twee dagen later de zee te bereiken. We rijden met name over de grote doorgaande wegen, maar zodra we 15 km buiten Phnom Penh zijn is de drukte voorbij. Phnom Penh uit is vooral go with the flow, waarbij de flow met name bestaat uit brommertjes. Heel veel brommertjes. Die meestal dezelfde kant uit gaan als wij, maar soms ook niet omdat ze maar een klein stukje tegen de stroom in hoeven en dat gemakkelijker is dan 2x oversteken. Het is vooral anticiperen op alles wat voor je zit en hopen dat degenen die achter je rijden anticiperen op jou. Wat ze ook doen, want zo zit het verkeer hier in elkaar.

Naarmate we verder zuidwaarts fietsen wordt het landschap groener en steken er af en toe heuvels omhoog wat het landschap een stuk interessanter maakt.

De zee zien we weer bij Kep, dat bekend staat om zijn krabmarkt en dus ook zijn krab. Als hapje bij het welverdiende tapbiertje met uitzicht op zee eten we dan ook krabkoekjes. De zon gaat mooi onder, we eten beiden vis dan wel zeevruchten en zo vieren we de zee.

6 thoughts on “Eindelijk weer zee!

  1. Wat mooi allemaal, ik geniet enorm van de blogs. Deze had ik over het hoofd gezien.
    Hebben jullie velden met lotusbloemen gezien?
    Ik vond het verschil tussen arm en rijk in Phnom Penh zo groot.

  2. Super verhaal weer en geweldige foto’s! Dat er zoveel verandert in zo’n land dat verwacht je niet! Dringt de beschaving daar ook door???

  3. Wat een mooie tocht toch weer door Cambodja, ook al hebben jullie deze al een paar keer gemaakt. Prachtige foto’s ook deze keer. Geniet van Kep en de zee!

  4. Prachtig, hoeft Wilchard nooit naar de kapper?
    Gaan jullie ook Choeng Ek Killing Fields bezoeken?
    En als er een uurtje over is, laat je eens masseren door blinden.
    Fijne reis verder…

  5. De natuur is inderdaad heel anders en de klimmen ook.
    Zo te lezen eten jullie super gezond die krab op de foto zal wel niet op je bord kunnen
    maar geniet er maar van.

Comments are closed.