Gamelanmuziek klinkt door de Cambodjaanse nacht

Angkor. Enorm. Enorm indrukwekkend en enorm groot. 400 Vierkante kilometer om precies te zijn, waarbinnen zich meerdere hindoeïstische en boeddhistische tempelcomplexen bevinden. Het bekendste hiervan is Angkor Wat, maar liefst 1,6 vierkante kilometer en hiermee het grootste religieuze bouwwerk ter wereld. De tempels zijn gebouwd tussen de 9e en 14e eeuw in de toenmalige hoofdsteden van de Khmer, die heersten in een groot deel van Zuidoost-Azië. Van de steden zelf is niets meer over, die werden niet gebouwd voor de eeuwigheid. Van de tempels des te meer.

Wij pakken twee dagen de fiets om dit terrein te verkennen. Tussen de tempels liggen landbouwgebieden, dorpen en bossen, en zo fietsen we op de eerste dag 80 km en op de tweede 40. Maar zonder bagage en in toeristisch gebied, dus alle wegen zijn verhard.

Onderweg stoppen we bij de tempels die we het meest interessant vinden. Natuurlijk zien we genoeg andere toeristen, maar alleen bij Banteay Srei is het echt druk. Bij alle overige tempels valt het enorm mee, en als je het een beetje uitzoekt kun je je zelfs alleen wanen. En als er toevallig een groep is, dan wacht je 10 minuten. Je kunt dan ook prima foto’s maken zonder dat er een toerist in beeld loopt. De natuur en het weer hebben hun invloed flink doen gelden op de ruïnes, maar dat werkt alleen maar sfeerverhogend.

De bekendste tempels, Angkor Wat en de Bayon, hebben we bewaard voor dag drie. Dan gaan we met een tuktuk het park in en bezoeken we ook onze favoriet nog een tweede keer, Preah Khan. Via een pontonbrug lopen we het eiland op waarop Angkor Wat zich bevindt, en met ons vele anderen, uit alle delen van de wereld. Hier is het echt druk, en bij de hoofdtempel heeft zich zelfs een rij gevormd om de trappen op te mogen die de tempel in leiden. We hebben sinds maart niet meer in de file gestaan en ook nu bedanken we.

Een groepje Chinese toeristen vermaakt zich door foto’s van elkaar te nemen in poses die op de muren van de tempel zijn afgebeeld. Een jongetje heeft in de drukte een eigen wereldje geschapen en zit lekker te lezen. Cambodjanen melden zich bij de monniken die her en der een plekje hebben ingenomen en betalen voor een zegening, om vervolgens wierook aan te steken bij een van de vele boeddhabeelden. En de talloze toeristen maken foto’s van elkaar.

Na Angkor Wat volgt de Bayon, de tempel met de mysterieuze hoofden. Op 54 torens zijn 4 gezichten per toren afgebeeld. Er zijn verschillende theorieën over wiens gezicht wordt afgebeeld en waarom 54 torens, maar zekerheid hierover is er niet. Hier zijn minder mensen maar doordat de tempel veel kleiner is voelt het drukker.

Als laatste gaan we op de herhaling in Preah Khan. Het is grappig om te zien dat buiten Angkor Wat en de Bayon het aantal toeristen opeens fors afneemt. Dit komt vooral doordat bij de overige tempels geen grote toerbussen mogen komen, waardoor iedereen overgeheveld wordt in tuktuks en kleinere busjes. Daardoor krijgt de menigte beter de kans zich te spreiden.

We merken dat we uitgetempeld raken. Na drie dagen is het dan ook heerlijk om weer op het fietsje over het Cambodjaanse platteland te zwalken. Om kwart over zes gaat de wekker en het lijkt wel alsof ze erop gewacht hebben want om zestien over zes start de muziek bij de tempel een paar straten verderop. Je vraagt je vast af hoe we dat weten, maar dat komt omdat muziek hier altijd snoeihard moet staan. Op feesten en partijen is het doel vast dat je dan geen gesprek hoeft aan te knopen met die buurman met wie je ruzie hebt over het geluidsvolume van je eigen feestje van vorige week en met wie je toevallig aan een tafeltje bent beland. Voor de gamelanmuziek die bij de tempel uit de luidsprekers dendert geldt in ieder geval dat je zo de deur niet uit hoeft om alles mee te krijgen.

We nemen afscheid van Siem Reap en als we 16 km verderop het grenspaaltje passeren dat aangeeft dat we het Angkor gebied verlaten vinden we het tijd voor koffie. Nou ja, koffie…. Een zakje oploskoffie met 1/4 koffie, 1/4 melk en 2/4 suiker. Wij vinden het meer dan zoet genoeg, maar krijgen toch steevast de vraag of we er gecondenseerde melk en suiker in willen. Aan echte koffie zijn we niet meer gewend en het is vloeken in de kerk maar we drinken nu zelfs liever deze 3-in-one. We stoppen zoals gewoonlijk bij een winkeltje waar we koffiezakjes zien hangen en vragen of ze twee kopjes klaar kunnen maken. Je ziet ze denken dat de buitenlanders maar vreemde lui zijn, maar ze vinden het ook wel weer grappig en meestal is het geen probleem. Zelfs op de dagen dat we op het Angkor complex rondfietsten konden we zo onze koffie krijgen voor 10 cent per kopje.

Na de koffie verlaten we het asfalt en via grotendeels goede gravelwegen rijden we naar Kralanh. Onderweg fietsen we door kleine dorpjes en komen we welgeteld 3 auto’s tegen. Dat scheelt enorm met de hoeveelheid stof. Verder zien we wat brommerrijders, fietsers en veel kinderen. Onze eerste lunch onderweg in Cambodja bestaat uit een kom soep, omelet en rijst. De eigenaar van het restaurantje spreekt redelijk Engels. Sowieso is die taal hier veel meer verspreid dan in Thailand, wat af en toe wel gemakkelijk is. En spreekt degene tegenover je alleen Cambodjaans en kom je er samen niet uit, dan is snel iemand gebeld die wel Engels spreekt.

Na Kralanh is het nog twee dagen fietsen naar Battambang, waar we weer een rustdag pakken. En ook die twee dagen voert rode gravel de boventoon. We hebben heel af en toe een stukje asfalt, maar het grootste deel van de route is onverhard. De kwaliteit varieert. Op de hard geworden klei stuiteren we op en neer, dus daar is de gemiddelde snelheid een kilometer of 12. Als hij is losgereden daalt de snelheid zelfs naar 9 kilometer. Op de stukken gravel met stenen halen we de 14, en als de gravel goed is, is 17 kilometer per uur geen probleem.

We volgen kanalen waarin wordt gevist en fietsen door dorpen waar tapiocawortel langs de kant van de weg ligt te drogen. In de winkeltjes staan geen koelkasten zoals wij ze kennen, maar plastic koelboxen gevuld met ijs waarmee ze de drankjes koud houden. Hoe koud wordt bepaald door het smeltniveau van het ijs.

Witte koeien met grote oren en zwarte ossen lopen in het landschap, soms zelfstandig en soms met oppas. Hordes eenden zwemmen tussen de lotusbladeren en lelies steken her en der boven het water uit. De leeggeoogste rijstvelden maken regelmatig plaats voor groene jonge rijst. De huizen die we passeren staan vaak op palen. Op de begane grond is schaduw en hier hangen hangmatten en verzamelen zich hele families. Op de eerste verdieping, die van hout is gemaakt, wonen ze. Stromend water lijkt er niet te zijn, elektriciteit wel.

Een nieuw land, dus tijd voor een kookworkshop. Twee Zwitsers en ik worden op een wagentje geladen dat achter een brommer is gebonden en zo gaan we naar het huis van Vannak, net buiten Battambang, waar we ook de markt bezoeken en de ingrediënten voor de workshop halen. De vis spartelt nog als we hem kopen, en ik leer dat de vis die niet snel genoeg wordt verkocht ofwel wordt gedroogd ofwel wordt verwerkt tot vispasta.

We beginnen met het maken van de kokosmelk. Twee kokosnoten worden open gekapt en we krijgen een stuk hout aangereikt waarop een bierdop is bevestigd. Hiermee mogen we het kokosvlees uit de noot schrapen. Vervolgens knijpen we hier het vocht uit. Toch wel makkelijk, zo’n appie waar je een blik van het spul kunt kopen. Ja, je proeft het verschil, maar de hoeveelheid kokosmelk die ik weet te produceren is niet om van onder de indruk te geraken. Gelukkig wel voldoende voor mijn vis amok, een curry die gestoomd wordt in een bakje gemaakt van bananenblad. Het tweede gerecht dat we produceren is een roerbakschotel met als hoofdingrediënten rundvlees, de stengels van de waterspinazie (morning glory), pittige basilicum en een specerijenmengsel van citroengras, galangal, knoflook, kurkuma en kaffir limoenblaadjes.

Vannak wist te vertellen dat Battambang na de tijd van de Rode Khmer een spookstad was. De regel was dat, als je een gebouw betrok, je automatisch eigenaar werd van dat gebouw. Omdat de Rode Khmer de gewoonte had explosieven aan deurposten te bevestigen zodat je je leven verloor als je de deur open trok, kwamen veel Cambodjanen wel de stad in om eten en spullen te halen, maar namen ze geen huizen in bezit. De Chinezen deden dat wel, met als gevolg dat 80% van de bevolking van Battambang van Chinese afkomst is.

Dit kan Wilchard bevestigen. Die doet namelijk in de tussentijd een rondje Battambang. De ‘loose rolling tobacco’ die op openstreetmap staat aangegeven blijkt geen fabriekje maar één vrouw die in een portiek tabak zit te rollen. De markt is groot en indrukwekkend, dus daar is hij weer een tijdje zoet mee. Ook brengt hij een bezoekje aan Human, een fotogalerie van een Spanjaard die, blijkt ter plekke, 37.000 km heeft gefietst en onderweg mooie foto’s heeft gemaakt.

6 thoughts on “Gamelanmuziek klinkt door de Cambodjaanse nacht

  1. Wederom een prachtig verhaal en schitterende foto’s. Jullie genieten volop zo te zien.
    Wij hebben afgelopen weekend, samen met Cees en Coby, heerlijk gekookt en gegeten. Hierdoor blijft Cees op niveau met zijn kookkunst en wij liften lekker mee. Groetjes Wil en Marijn.

  2. Inderdaad indrukwekkende foto`s en super mooie.
    Fijn te zien dat jullie nog zo genieten van alles.
    Dat koken wil je natuurlijk niet verleren Wendy.
    Geniet ze nog

Comments are closed.