Groeten uit Phnom Penh

Na een lange vlucht zijn we op kerstavond aangekomen in een lekker warm Phnom Penh. Onze originele plannen, die inhielden dat we op onze tussenstop Singapore onveilig zouden maken, zijn ingehaald door de werkelijkheid: we worden een dagje ouder …… Dus een paar uurtjes gepit in het transfer-hotel op Singapore Airport en daarna de laatste twee uurtjes doorgevlogen naar Phnom Penh. Op het vliegveld stond onze taxi klaar, met bordje ‘Wendy Cuijpers’. Ik dacht vroeger dat dit alleen voorbehouden was aan dure vakantiegangers, maar naar nu blijkt geldt dit voor iedereen die zich op laat halen op het vliegveld. Het was trouwens maar goed dat onze taximeneer een bordje bij zich had met onze naam erop, want als hij ons had moeten zoeken ….. De taxi vinden kostte al moeite, aangezien er meer van hetzelfde merk en dezelfde kleur zijn, en de deur van de eerste die hij probeerde niet open ging. De tweede gelukkig wel, en toen op naar ons hotel, een zogenaamd boutique hotel, MET zwembad: http://www.the-252.com. Erg smaakvol ingericht, en de eerste nacht heerlijk geslapen (daarna ook hoor).
Op kerstochtend, na een paar baantjes te hebben getrokken, bij 30 graden ontbijten aan het zwembad: het kan vervelender.

 
 

252

 
 

Vervolgens een stukkie gelopen, naar onze eerste markt van vele. Druk, druk, druk. Heel Phnom Penh leek kerstinkopen aan het doen te zijn. Eten genoeg in ieder geval. En restaurantjes genoeg. Ieder zesde huis is een restaurant, en op het trottoir van ieder derde huis wordt iedere dag een restaurantje opgebouwd.

 
 
 
 

Daarna naar Tuol Sleng. Dit was de grootste gevangenis tijdens het regime van de Rode Khmer, en de laatste stopplaats voor iedereen die er werd vastgezet (op 7 na). Het is gevestigd in een voormalige lagere school, en zo ziet het er van buiten ook gewoon uit. Buitengewoon indrukwekkend als je bedenkt welke gruweldaden hier hebben plaatsgevonden. En ze hebben het heel persoonlijk gemaakt, door gebruik te maken van de foto’s die in die periode van de gevangenen zijn genomen. Een soort Auschwitz, maar dan hier.

 
 
 
 

Hierna geluncht in een chinees tentje, waar halverwege de maaltijd in een doos naast Wilchards voeten een slang bleek te zitten. Mocht je trek hebben, hij leefde nog dus vers…
Fietsje kopen bleek ook niet zo’n probleem. Via kennissen van Wilma hadden we al een straat doorgekregen waar we heel fatsoenlijke fietsen zouden moeten kunnen vinden, en dat bleek niet gelogen. Binnen een uur reden we op onze twee stalen rossen (dankzij onderhandelen van Wilchard -15% dus $100 totaal) de straat uit, tussen alle brommertjes en auto’s door. Duurde toch nog een uur vanwege de lengte. Ze kunnen hier alles in elkaar zetten, maar dan moet er wel wat worden uitgeprobeerd. Dus met verlengstuk tussen zadel en rest van fiets zitten we nu hoog en droog.

 
 

027

 
 

Het verkeer hier behoeft trouwens enige uitleg. Stel je voor: een 2-baans weg. En stel je daarbij voor: verkeer dat maar wat doet, en dan liefst allemaal niet dezelfde kant uit. Met vooral veel brommertjes, wat auto’s en een enkele fietser. Dat betekent dus dat je bedacht moet zijn op verkeer dat van links komt, dat van rechts komt, van achteren EN van voren. Klinkt chaotisch, is het ook, maar uiteindelijk is het heel goed te doen. Het rijdt allemaal niet al te hard, dus het is vooral go with the flow, en doen alsof je weet waar je mee bezig bent. Onverwachte bewegingen worden afgestraft, dus niet doen. En dan blijkt dat wij toch wel een stukkie harder fietsen dan die Cambodjaantjes. Maar we hebben dan ook langere benen.
Op de fiets naar de Killing Fields gereden. Dat was, na Tuol Sleng, de eindbestemming voor de gevangenen. Hier zijn ontelbare massagraven teruggevonden, en is nu een gedenkteken opgericht. Hier moet je eigen ‘fantasie’ het vooral doen. Het is een erg rustige plek, met vogeltjes en vlinders en linksachter het geluid van kinderen op school, waar enorme gruwelijkheden zijn gebeurd. Indrukwekkend.

 
 
 
 

Weer terug, via dezelfde weg als we gekomen waren. Alleen was het inmiddels spits, wat hier betekent dat iedereen vindt dat hij zo snel mogelijk het knelpunt voorbij moet. Wat in de praktijk betekent dat fietsen en brommertjes (en wij dus) zich overal langs en tussendoor wringen om maar door te kunnen, en dat vrachtwagens en andere vierwielers zo dicht mogelijk op elkaar gaan rijden om te voorkomen dat de fietsen en brommertjes voordringen, waardoor zij niet verder kunnen. Ritsen is hier een onbekend begrip.
Terug naar Phnom Penh, waar we weer even het zwembad ingedoken zijn om wat af te koelen. Vantevoren even gedoucht, want toen we op onze hotelkamer onze hoofden afveegden aan een handdoek bleek die donkerbruin: leve de uitlaatgassen!
’s Avonds weer wat gegeten in hetzelfde tentje als ’s middags: de slang bleek niet populair want leefde nog.

 

Vanochtend rustig aan gedaan. Vooral veel gewandeld: boulevard, marktje, heerlijk mangoshakeje, nog een marktje, en veel leuke straatjes. Phnom Penh is een leuke stad. Het is de hoofdstad, en er is veel verkeer, maar toch heeft het iets kleinstedelijks.
Morgen staat onze eerste fietsdag op het programma: dik 40 km naar Udong, ten noord-westen van Phnom Penh. We hebben er zin in!