Groetjes uit Sisophon

Sinds ons laatste mailtje hebben we alweer heel wat fietskilometers in de benen zitten.
Vanuit Pursat zijn we naar Battambang gefietst. Omdat dat een te lange afstand was voor 1 dag, hadden we de route opgesplitst in 1x 60 en 1x 50, met een tussenovernachting in Moung Russei. Onze inschatting dat daar wel niet al te veel toeristen zouden zijn klopte. Geen. Er zat een guest house aan de doorgaande weg. Het hekwerk was dicht, maar een voorbijganger was zo vriendelijk om met zijn mobieltje het telefoonnummer te bellen dat op het bordje stond. Zal ook wel een mobiel nummer zijn geweest, want hij kreeg iemand aan de lijn die hem wist te vertellen dat het dicht zat omdat de eigenaren in Battambang waren. Nieuwjaar vieren met vrienden, denken wij. Enniehow, wat verder gekeken en toen zagen we een bordje dat naar een ander guest house ging met de intrigerende naam Moung Russei Guest House. Het lag voorbij de markt, en zag er van buiten ok uit.
Tot we op onze kamer kwamen. Samen met ons waren er nl zo’n 100 andere kamergenoten, het gros van de krekelfamilie. Gelukkig stond er een bezem aan het eind van de gang, en nadat we er een paar naar het hiernamaals hadden geholpen konden we ze allemaal naar buiten vegen. De kamer zag er toen wel ok uit, al vroegen we ons wel af hoe die beesten er allemaal kwamen en wat dat gedurende de rest van de dag en (belangrijker) de nacht zou betekenen. Maar toen we de kamer uit gingen, bleek het slot niet te werken, dus werden we eerst naar een andere kamer verhuisd. Met weerom krakers. Ook die wisten we rucksichtslos naar buiten te bonjouren (ja, ja, je hebt een talenknobbel of niet). Wat rondgelopen in de stad, maar het was inmiddels na de middag en dus bloedjeheet. De enige plekken waar wat te eten te krijgen was waren pottenzaken: restaurants waar buiten enorme pannen en potten staan, waarin het eten klaar staat, uren lang. Soort stoofpot. Vast enorm lekker, maar dit advies van de GGD hebben we wel opgevolgd dus toch maar overgeslagen. We zeggen regelmatig, als we weer eens achter een glas / zakje suikerrietsap met enorm veel ijs zitten, dat het maar goed is dat onze vrienden van de GGD dit niet zien (eten in stalletjes en ijs is ten strengste verboden). Maar in deze vonden we dat ze toch wel een beetje gelijk hadden.
Terug naar de kamer, waar we onze teruggekeerde kamergenoten weer naar buiten konden jagen, en even heerlijk geslapen. Geen incidenten. ’s Avonds twee overheerlijke vruchtensapjes gescoord langs de kant van de weg (mocht vast ook niet van onze vrienden). Tot onze grote verrassing overheerlijk geslapen. Niet alleen tot onze verrassing vanwege de insecten (1 incident, waarbij iets Wilchards hoofdje voor een landingsbaan aanzag en oh ja, ook nog een tweede, waarbij een forse bidsprinkhaan zich tussen ons in probeerde te nestelen), maar ook vanwege het feestje dat ongeveer in de achtertuin van het hotel plaatsvond en waarbij flink harde Cambodjaanse (en dus valse) house gedraaid werd. Geen idee of er de hele nacht doorgefeest is, maar ’s ochtends vroeg waren ze (nog, weer ??) bezig. Er zijn trouwens hier overal trouwpartijen, waarbij een enorme tent midden op straat wordt opgezet, vergezeld van een box of 10 (zo’n 8 meter breed en 3 meter hoog). Hoef je in ieder geval niet met je tafelgenoot gezellig te kletsen tijdens het eten. Want eten kunnen ze hier. In het midden van welke straat maakt trouwens ook niet uit. Wij dachten nog dat we dit ook wel konden regelen met onze overburen (doodlopende straat), maar hier doen ze het zelfs gewoon op de snelweg.
Volgende ochtend op tijd vertrokken naar Battambang, waar we ter compensatie een ontzettend net hotel hebben gekozen.

 
 
 
 

Battambang is toeristenstad nummer 4 in Cambodja, wat trouwens niet veel wil zeggen. Iedereen gaat naar Angkor Wat (toeristenplaats 1), daarna komen Phnom Penh (hoofdstad met Killing Fields) en Sihanoukville (strand), en heel ver daarna hebben we dan Battambang. Toergroepen komen er niet, dus alleen wat individuele reizigers. Als we er 100 gezien hebben is het veel. Leuk plaatsje, met stijlvolle gebouwen, aan een rivier. De middag na aankomst hebben we wat door het stadje geslenterd en onze was afgegeven bij een mevrouw in een straatje (5 dollar voor de hele zak, daar doen we het voor). Er hing wel geen bordje met Laundry, maar wel zoveel was dat dat nooit van haar gezin alleen kon zijn.
Lekker tapbiertje bij een toeristentent en heerlijk gegeten.
De volgende ochtend zijn we weer op ons fietsje gestapt voor een kort tochtje naar een tempelruine in de buurt. Onderweg nog een krokodillenfarm bezocht, waar ze handtasjes fokken voor de Thaise (en dus internationale) markt. We kregen een rondleiding van een superlief grietje, die wist te melden dat ze twee krokodillen had liggen die nog ‘gewerkt’ hadden voor de Khmer Rouge: ze aten mensen. In een ander huis had ze nog wat baby-krokodillen, dus wij daar ook naartoe. En ik heb dus wel even superstoer een krokodil vastgehouden. Moest wel het bekje dichthouden, dus vermoed dat de tandjes al aanwezig waren. Ze hadden daar ook een soort zwembad met honderden krokodillen eromheen, varierend van een jaar of 5 tot een jaar of 40. Ze gebruiken de krokodillen om te fokken (1 krokodil legt wel 40 eitjes in 1x) en verwijderen de huid pas als ze zelf doodgaan: ze vermoorden ze dus niet. Het zwembad blijkt eens in de twee maanden te worden schoongemaakt. Dat gaat als volgt: 2 personen verversen het water, terwijl 3 anderen de krokodillen in de gaten (en, nemen we aan, op afstand) houden. Lijkt ons toch een klusje met een hoge risicopremie.

 
 
 
 

Vanochtend weer op ons fietsje geklommen en verder noordwaarts gereden, naar Sisophon. Hier is het wat meer bevolkt, geen stukken meer zonder bebouwing. Maar nog steeds heel rustig. De dorpen zijn allemaal heel klein, en een huis staat op palen op een behoorlijk groot perceel, vaak met een vijvertje erbij. Je snapt dat we nog niet het gevoel hebben door enorm bevolkt gebied te rijden.
Vanaf Sisophon gaan we van de snelweg af. In plaats van rechtsaf, rechtstreeks naar Siem Reap en Angkor, rijden we morgen verder noordwaarts, om uiteindelijk via Anlong Veng (hoofdkwartier van de Khmer Rouge, waar in de buurt Pol Pot ook is overleden) naar het zuiden, naar Siem Reap, af te dalen. We verwachten niet heel veel internet tegen te komen, dus het kan even duren eer jullie weer wat van ons lezen (anderzijds kan het zomaar zijn dat het meevalt).
Wij gaan weer lekker de markt op, wat banaantjes kopen en een sapje drinken.