Laatste daagjes in Cambodja

We hebben jullie achtergelaten in Siem Reap, terwijl we inmiddels alweer zijn aangekomen in Phnom Penh.
In Siem Reap zijn we ook de tweede dag naar Ankor gegaan, Dit keer een fietstocht langs de wat kleinere tempels. Let op: kleiner is hier echt een relatief begrip. Het zijn nog steeds enorme complexen, maar je bent hier wel de grote groepen toeristen kwijt. Ze liggen zo’n 2-3 km uit elkaar, dus al met al heb je toch een mooi fietstocht met tussendoor prachtige tempels die soms deels zijn teruggeeisd door de natuur en waar om iedere hoek mooie sculpturen kunnen verschijnen.
Op onze derde dag in S.R. splitsen we op: ik neem deel aan een kookcursus en Wilchard trekt er te voet op uit.

 
 
 
 

De kookcursus is hartstikke leuk en ik leer een toetje met tapioca en zoete aardappel, een salade met kip en de bloem van de bananenboom, een viscurry en een hibiscusdrankje te maken. Allemaal overheerlijk, maar de uitdaging in NL wordt het vinden van de ingredienten. Daarna lekker relaxed bij het zwembad totdat Wilchard terug komt. Die heeft een grote markt bezocht en is een centrum binnenlopen waar slachtoffers van mijnen revalideren. Er liggen nog heel veel mijnen op het platteland. Zolang je op de wegen en paadjes blijft is dat geen probleem (en dat doen alle toeristen netjes, ook wij) maar voor de Cambodjanen, die veelal afhankelijk zijn van landbouw, is dat lang niet altijd een optie. Je ziet dan ook redelijk wat mensen die ledematen missen. In het centrum is een jongetje bezig opnieuw te leren lopen met een kunstbeen. Het goede van de grote hoeveelheid toeristen in S.R. is, dat er veel geld terecht komt bij de instellingen die zich bezig houden met armoedebestrijding, het bestrijden van sekstoerisme en het leren verder leven na een mijnongeval.
De volgende ochtend fietsen we terwijl het net licht wordt weg: de wekker gaat iedere ochtend om half zes, en soms blijven we dan nog 15 minuten liggen, maar vandaag is onze langste fietsafstand (96 km), dus we willen zoveel mogelijk gefietst hebben voordat het echt heet wordt. De hitte kost namelijk verreweg de meeste energie, meer dan tegenwind of af en toe een heuveltje.
We hebben geluk, het blijft relatief lang bewolkt. Aangezien alle bussen van PP naar SR deze kant van het meer volgen, hadden we verwacht dat het hier wat drukker zou zijn, maar ook hier nauwelijks verkeer.
Onze eerste overnachting is in Stung, een niet heel spannend plaatsje, maar we hebben er wel heerlijke noedels met rundvlees, groenten en een gebakken eitje gegeten. De dochter van de eigenaar van het restaurant is een grappig meisje dat steeds ergens anders een vraag gaat oefenen in ’t Engels, en daarna naar ons toe rent om ‘m te stellen. Apetrots is ze, dat ze met ons kan praten.

 
 
 
 

Vanuit Stung is het 50 km naar Kampong Thom (bomen vol met vleermuizen), en daarna 90 naar Skon. Skon staat bekend als het spinnenstadje. In heel Cambodja eten ze gefrituurde sprinkhanen en waterkevers bij hun biertje, maar hier hebben ze gefrituurde spinnen. Ze waren klaarblijkelijk in trek, want er loopt nog maar 1 vrouw rond met een halve schaal vol. Gelukkig vangen ze ze niet in het dorps zelf maar in de heuvels: dat slaapt een stuk rustiger.
Vandaag hebben we de laatste 78 km naar PP gefietst, en nu zitten we weer in ons eigen B252 en we kunnen melden dat een duik in het zwembad nog lekkerder voelt na 1130 km fietsen!