Naar Lianzhou

Na weer een paar daagjes fietsen zijn we eergisteren aangekomen in Lianzhou. We fietsen voornamelijk op hoofdwegen, maar die zijn gebouwd op de hoeveelheid verwacht verkeer, niet op wat er daadwerkelijk overheen rijdt. En dat wordt ook nog eens met de dag minder. Wat er rijdt houdt allemaal heel netjes afstand.  Het grote voordeel van zo’n hoofdweg is wel dat het wegdek daardoor bijzonder goed is. Wat vandaag erg goed van pas kwam, want we haaden 2 bergjes van zo’n 500 meter op de route. Normaal niet zo spannend, maar met de hoge temperaturen en hoge luchtvochtigheid een forse inspanning. Mijn petje regent dan, en als Wilchard zijn voet buigt loopt het water letterlijk uit zijn schoenen. De Chinezen die met ons op de foto willen staan er met 2 verzopen katjes op.
De dag voor Lianzhou hebben we in een heel klein dorpje overnacht. Het hotel vinden was weer boeiend. Aan Engels doen ze hier namelijk niet (ook niet nodig, iedereen anders dan wij spreekt Chinees, nog geen westerling gezien sinds het vliegveld), en op de begane grond was een verbouwing gaande. Uiteindelijk wees een brommertaxi ons de goede kant uit en kwam hij ons nog even achterna toen hij zag dat we het niet konden vinden. In zijn algemeenheid vinden ze het trouwens grappig en raar dat we geen Chinees spreken. En soms schrijven ze het maar op als alternatief, maar dat helpt natuurlijk ook niet.

Ennieweej, degene die ons ook op de route volgt heeft al gezien dat we een dag voor liggen. Dat komt omdat we de geplande twee dagen voor Lianzhou in 1x gefietst hebben. In Lianshan, waar we eigenlijk zouden stoppen, hebben we gepind (lukte uiteindelijk met veel pijn en moeite bij bank nummer 6) en geluncht, en daarna zijn we doorgereden. Hier was ook het eerste hotel dat ons niet wilde hebben. Niet omdat we nat (zweet en regen) waren en stonken, maar omdat ze niet wisten wat ze met onze paspoorten aanmoesten. Dat wist de receptioniste in het hotel waar we nu zitten ook niet, maar die maakte gewoon een kopietje van ons Indiase visum. Ach, hindi en het Latijnse schrift lijken voor haar waarschijnlijk op elkaar.
Hier trouwens een restaurantje gevonden met superlekker eten: sizzling beef, supermals en gekruid met pepertjes, knoflook en gember.

In Lianzhou hebben we 2 leuke dagen gehad. Gisterochtend op de markt rondgedoold en ’s middags naar een Yao (chinese minderheid) in de bergen. Erg fraai landschap.

Vandaag hebben we hier een dagje gefietst, over wat kleinere weggetjes. Leuk fietsen, maar wel jammer dat we uitgerekend vandaag een platte band kregen die maar niet geplakt wilde blijven. Vanwege de kleinere weggetjes zaten we in onbewoonder gebied, dus uiteindelijk flink wat gelopen om bij een fietsenmaker uit te komen die we er een andere binnenband op hebben laten leggen.