De laatste anderhalve week

Jammer genoeg heb ik erg veel last gehad van mijn rug sinds Mandu. Ik had gehoopt dat het na een paar daagjes wel over zou gaan, maar dat was dus niet het geval. Op de fiets ging het gelukkig goed, maar zodra ik eraf stapte liep ik zo krom als een hoepel. Dus vooral rustig aan gedaan. Toch jammer, want dit drukte een stempel op de reis. Ik ben thuis gekomen met het gevoel dat de vakantie wel ok maar niet fantastisch was, maar nu ik de foto’s en filmpjes weer gezien heb en mijn rug weer de oude is ervaar ik eigenlijk pas (weer) wat een mooie reis we gehad hebben.
Omkareshwar was mooi, en lang niet zo druk als de vorige keer, rond 2003. De vorige keer was er waarschijnlijk een festival aan de gang waardoor je in de smalle straatjes op het eiland met de tempel enkel stapvoets kon lopen. Dat was nu niet zo. Wel voldoende druk om mensen te kijken, maar niet zo druk dat je niet in je eigen tempo kunt lopen. Precies goed dus.

 
 
 
 

Vanuit Omkareshwar zijn we naar Khandwa gefietst. En daar aangekomen bevond zich, precies boven een hotel, geheel onverwacht, een Domino’s Pizza. Even iets anders eten dan Indiaas is wel eens fijn voor ons westerlingen. Khandwa was trouwens een leuk plaatsje, met een mooie markt.

 
 
 
 

Na Khandwa doorgefietst naar het islamitische Burhanpur. De tocht zelf was niet al te spannend, totdat we het plaatsje inreden. Google Maps leidde ons recht door de hoofdstraat, maar wat we niet wisten was dat die erg smal was EN, belangrijker, dat dit eigenlijk wel de winkelstraat van de stad was. Dus daar fietsten wij, boodschappende Indiërs en marktkraampjes ontwijkend, overheen. Helaas zat er geen hotel op de plek waar we uitkwamen, maar wel aan de rondweg. We hadden ons die tocht over de markt dus kunnen besparen :-). Gelukkig ging het een stuk beter met mijn rug die dag, waardoor we wel nog lekker samen door het dorp hebben kunnen rondbanjeren. De bakker vond ’t in ieder geval leuk dat we zijn lassi zo lekker vonden dat we terug kwamen voor een tweede ronde. In de buurt van het hotel zat helaas geen restaurantje of zo, maar er stonden wel wat kraampjes. Dus na 2 broodjes ei en en een theetje probeerde ik de de bhelpuri van de overkant ook nog eens. Het zijn een soort holle balletjes met een vulling van voornamelijk groenten (gok ik) en een tamarinde saus. Mijn vraag ‘spicy?’ begrepen ze niet, maar het antwoord had ja moeten zijn. Balletjes en vulling niet, maar saus wel. Die heb ik dus maar niet helemaal opgegeten, wat tot volledig onbegrip van de inmiddels toegesnelde omstanders leidde. Wat over was hoorde je toch echt achteraf van het bordje op te slurpen. Nu heb ik niets tegen slurpen, maar wel tegen spicy, dus dat ging niet helaas niet door.

 
 
 
 

Vanuit Burhanpur reden we via een enorm rustige hoofdweg naar Bhusawal. Het landschap werd wat groener en de huizen in de dorpen wat steviger: we reden Maharastra in. Onderweg weer twee keer thee gedronken op een plekje waar zo goed als niemand was toen we eraan kwamen, maar waar al snel het halve dorp kwam kijken wat die gekke buitenlanders hier op de fiets kwamen doen. Het blijft een leuk fenomeen.

 
 
 
 

De weg van Burhanpur naar Ajanta was minder. Een stuk saaier en vooral bloedheet. In Ajanta zijn in een aantal grotten lang geleden mooie boeddhistische schilderingen aangebracht. Heel fraai.
En iets soortgelijks is te zien in Ellora, waar we daarna heen fietsten. Nou ja, fietsten. Het eerste stuk wel, maar de dagafstand was gewoonweg te lang, dus we hebben zo’n beetje halverwege een vrachtwagen gezocht die ons wel naar Ellora wilde brengen. Een soort taxi dus. Wij in laadbak op een verhoging en de fietsen erbij. Ellora heeft ook grotten, maar hier is met name beeldhouwwerk en is ook hindoeistische kunst te zien. Ellora was duidelijk veel populairder bij de Indiase schoolklasjes dan Ajanta. Waar Ajanta met name families had, waren die er in Ellora vast ook maar die vielen volledig weg tegen de hordes schoolgaande jeugd. Die ons allemaal interessanter vonden dan die grotten. Met name in de tempel wilden ze allemaal wel met ons op de foto. Op een gegeven moment werd het ons te veel, en zijn we maar vertrokken. Wij moesten die dag immers nog doorfietsen naar Aurangabad. Dat was een superrelaxed tochtje. De eerste helft allemaal bergaf en een kilometer of 10 korter dan in ons hoofd zat.

 
 
 
 

In Aurangabad hebben we onze fietsen weer verkocht. Dat duurde wat langer. Deze fietsen zijn voor ons goedkoop maar voor een Indiër is 50 euro (wat we ervoor vroegen) gewoon veel geld. En dan is een simpele fiets met bagagedrager en standaard die ook nog eens nieuw is veel praktischer en goedkoper dan zo’n tweedehands mountainbike. We hebben hem uiteindelijk verkocht in een fietsenwinkel, maar dat ging ook nog niet zo gemakkelijk. We hadden namelijk wel een bonnetje hadden van de Decathlon, maar daar stond geen framenummer op. En dus konden we niet aantonen dat de rekening bij onze fietsen hoorde. Bellen naar de Decathlon in Ahmedabad leverde niet heel veel op, want daar lag het systeem eruit. Uiteindelijk heeft hij ons op onze blauwe en bruine ogen geloofd en de fietsen van ons overgenomen.