Groeten uit Coimbatore

25-12-2012

Coimbatore was bijzonder leuk, we hebben ons prima vermaakt op de markt, waar waarschijnlijk nog niet eerder een witneus had rondgelopen, gezien de reacties. Vanuit Coimbatore zijn we lekker op ons gemakje naar Udumellapettai gefietst, alhoewel de platte banden ons inmiddels wel parten gaan spelen: onderweg slechts 1 onverhard paadje, maar helaas wel met veel doornen. Dus ook met veel platte banden (3 in totaal). Wel heel mooie weggetjes verder, met veel palmbomen en kokosnoten. Ook de windmolen heeft hier zijn intrede gedaan: en dan niet een paar her en der, maar overal staan ze te zoemen. In Udumalapettai werden we in het hotel opgehaald door Sathish en zijn broer en hebben we een bezoek gebracht aan het ouderlijk huis van Sathish. Zijn broer woont hier samen met zijn vrouw en kind, zijn ouders en zijn oma. En nu dus eventjes Sathish. Het is een boerderij, waar ze met name mais en kokosnoten verbouwen. Moeders en schoonzus hebben erg hun best gedaan om de kilo’s die er met het fietsen vanaf gevlogen zijn weer aan te laten groeien: alles was even lekker. En het was bovenal erg leuk om Sathish te zien in de omgeving waarin hij is opgegroeid.

 
 
 
 

De dag erna ging weer bergop, dit keer naar Munnar. Net als toen we naar Ooty fietsten gingen we ook hier door een park met tijgers en olifanten, maar aangezien het die dag wat minder mooi weer was (mistig, maar dan bij 30 graden en dus bloedbenauwd) was de sfeer ook wat anders: die tijgers konden ieder moment vanachter een boom tevoorschijn springen….. Maar dat hebben ze dus niet gedaan. Wel bleek er nog een doorntje in Wilchards band achtergebleven te zijn. Dit, in combi met de langdurige stijging (te doen, maar leuk is anders) deed ons besluiten om ook hier te kijken of we vervoer konden regelen. En jawel, er kwam een bus langs waar de fietsen ook in konden. Gelukkig hoefden we maar een half uurtje of zo te staan, daarna stapten er wat mensen uit zodat we de laatste 1,5 uur konden zitten en de meneer die eerder zo vriendelijk was om onze fietsen tegen te houden van zijn last konden bevrijden. Munnar had opeens heel ander weer: helder en zonnig. En dat kwam mooi uit, want het ligt prachtig, midden tussen de theevelden waar we dus even doorheen hebben gewandeld.

 
 
 
 

De volgende ochtend mochten we naar beneden: helaas was er toch iets mis met de band die was vervangen, maar dat was gelukkig op te lossen door her en der lucht bij te laten pompen. En het ging dus voortdurend naar beneden, tussen de theevelden door. Fantastisch mooi. De weg ging op een gegeven moment over in een stenen / zandweg, en dat werd helaas alleen maar erger. Na een kilometer of 6 kwamen we bij een dorpje, en daar bleek dat er helemaal geen weg bestond naar Todhopuzha, waar wij heen wilden. En Wilchards band was helemaal plat, terwijl er geen pomp in de buurt was. We moesten dus terug. Aangezien we die 6 km toch echt niet nog een keer wilden lopen (want te fietsen was hij niet) hebben we alles maar op een jeep geladen en ons voor 1,40 euro terug laten brengen naar het vorige dorp. Google had het dus een keertje mis ….. Maar we hadden geluk: 10 minuten nadat we in dit dorp, dat dus echt in the middle of nowhere ligt, aankwamen, kwam er een bus die naar Thodopuzha ging! Dat kan echt alleen in India. De tocht duurde zo’n 4 uur, en de fietsen konden mooi op het dak mee.

 
 
 
 

Gelukkig konden we de volgende ochtend wel weer lekker op het fietsje stappen, want we hebben immers een fietsvakantie en geen busvakantie. Wel bleken we de route iets te moeten aanpassen, want hellingen van 20%, ook nog in combi met slechte weg, zijn ook met goede fietsen te veel van het goede. Dus we hebben zo’n 60 km over de snelweg gereden. Dat was nog steeds af en toe omhoog, maar lang niet zo steil, en bovendien meer omlaag dan omhoog want we moesten uiteindelijk naar de kust. Na 60 km hebben we de route weer opgepikt. De snelweg viel qua drukte wel mee en had fantastisch wegdek, maar het is toch echt leuker om over kleinere weggetjes te fietsen. We gingen naar Aleppuzha, wat in Kerala ligt, de staat van de K’s: katholieke kerk, kerstmannen, kommunisme en koe op het menu. Kerstmis wordt dan ook uitgebreid gevierd.
Hier liggen ook veel rubberplantages en de backwaters: een gebied met veel kanaaltjes en meren, waar het leven zich op en langs het water afspeelt. En hier fietsten we dus tussendoor, erg mooi allemaal. Dit was tevens de langste fietsdag van onze vakantie: 111 km.

 
 
 
 

Op onze rustdag hebben we het veer op en neer naar Kottayam gepakt. Dwars door de backwaters, en erg relaxed. Het eerste hotel in Kerala was trouwens boeiend: nadat Wilchard de prijs had gevraagd kwam er een jongen de receptie in lopen die meldde ‘ this hotel is no good ‘, en dus hebben we maar verder gekeken. Uiteindelijk bleek het tweede hotel een home stay bij een heel vriendelijke vent te zijn, midden in het centrum, dus we zaten nog beter dan we hadden gedacht.
In Aleppuzha waren tempelfeesten aan de gang: ’s avonds volle straten, met mensen in hun mooie ’s zondagse kleren en rond een uur of 8 vuurwerk.En dat 10 dagen lang: dan komen wij er maar bekaaid vanaf, met onze 2 kerstdagen.

 
 
 
 

Hierna een kort fietsdagje, een kilometer of 65 over route 66, langs de kust. Links zee en rechts backwaters, en overal kerken die uitlopen en mensen die happy christmas roepen, het is immers eerste kerstdag. Lang geleden dat we in een land waren waar zoveel aan kerst gedaan wordt als hier. Na die 65 km zitten we in Cochin, een oude koloniale plaats waar de hollanders ook nog gezeten hebben. Dit is de eerste plek waar we veel witneuzen zien: in Aleppuzha en Munnar waren wel veel toeristen, maar dat zijn toch veel Indiers die het inmiddels wat rijker hebben.

 
 
 
 

Cochin is erg fraai: grote pakhuizen voor de handel, enorme vissersnetten, mooie koloniale gebouwen. Hier hebben we dan ook lekker een dagje rustig aan gedaan.

 
 
 
 

Na Cochin was het op naar Guruvayur, een plek die bij Nederlanders niet bekend is maar wel bij de zuid-Indiërs: hier staat een hele grote tempel (waar 1x per jaar een enorme optocht met tempelolifanten plaats vindt) en is een opvangcentrum voor tempelolifanten. Ook hier dus een prima plek om even rustig aan te doen.

 
 
 
 

Vanuit Guruvayur zouden we in 1 dag naar Palakkad fietsen, maar het feit dat we hier niet al te voedzaam eten (sowieso slaan we vaak een maaltijd over, de Zuid-Indiase keuken is superpittig en dat wat we eten volgt zeker niet de schijf van vijf) breekt Wendy op: de route wordt in tweeën gebroken. In een plaatsje onderweg staat een erg fraai hotel, maar dat blijkt enorm vol te zijn (1 auto op de parkeerplaats). Gelukkig doen ze aan de overkant, waar ook een mooi hotel staat, niet zo moeilijk. Hier zelfs een menukaart die we kunnen lezen en Noord-Indiase gerechten, dus we kunnen bij-eten! Naar Palakkad gaat dan ook een stuk eenvoudiger. Palakkad is een leuke marktplaats waar we helaas pas aankomen als de markt zo’n beetje ten einde is. Omdat onze reis ook zijn einde nadert kunnen we niet een dag extra blijven.

 
 
 
 

De volgende dag fietsen we weer door naar Coimbatore, waar we de bus terug naar Bangalore pakken. In Bangalore stappen we op het busstation aan de andere kant van de stad uit en fietsen we op de GPS terug naar het huis van Nitin. Waar blijkt dat hij al naar het busstation is gefietst om ons op te halen, maar aangezien wij dus wat eerder zijn uitgestapt hebben we elkaar misgelopen. Leve de mobiele telefoon, hij wordt snel gebeld zodat hij zich niet ongerust hoeft te maken (en de buschauffeur had hem ook al ingelicht dat er een paar gekke buitenlanders waren die een halte eerder waren uitgestapt) dus hij is al snel weer thuis. We eten nog een keertje met hem en zijn zus, en dan staat het vliegtuig alweer klaar om ons terug naar Nederland te brengen.