50 Tinten

We pakken nog een extra dagje in Sungai Penuh. Het is een groter stadje dan de rest na Solok, maar ook weer niet te groot. Er zitten leuke restaurantjes, de markt is gezellig druk en op de avondmarkt zijn een soort pannenkoekjes met kokos te krijgen, superlekker.

Vanuit Sungai Penuh gaan we weer richting kust. Op de kaart is het geen doorgaande weg en iemand in het hotel in Padang wist ons te vertellen dat de weg heel slecht was, dus we zijn op het ergste voorbereid. Nou, dat ergste stelt niet zoveel voor. De eerste 15 km, die omhoog gaan, een bergrug over, zijn heel geleidelijk en over mooi asfalt. In de diepte zien we regelmatig het Kerinci dal liggen, waar we uit omhoog klimmen.

Meteen na de top staat een bord dat we Nationaal Park Kerinci betreden, met onder andere apen en tijgers. We zien natuurlijk helemaal geen beesten anders dan insecten en vogels, maar ze hebben ons in ieder geval gewaarschuwd. Het park is met zijn 15.000 vierkante kilometer regenwoud meteen het grootste van Sumatra. Dat is trouwens meer dan 1/3 van Nederland.

We rijden het regenwoud in. Weg zijn de toeterende brommertjes, maar als je denkt dat het stil is sla je de plank mis. Terwijl we langzaam afdalen door 50 tinten groen horen we overal om ons heen insecten en vogels, en af en toe een groepje apen. Op een paar plekken komt een watervalletje naar beneden, en de weg blijft adembenemend mooi. Het groen hier is van een totaal ander groen dan de theevelden. Die waren lichtgroen, jong. Dit woud staat al eeuwen en heeft met name donkerdere tinten.

De laatste kilometers voor Tapan, onze eindbestemming van vandaag, rijden we weer door bewoond en bewerkt gebied en vlakt de weg af. De komende dagen rijden we via de kust terug naar Maninjau (dat meer met die mooie zonsondergang) en tot de laatste dag betekent dat dat we zo goed als vlak rijden. Dat zal even wennen worden.
De volgende ochtend miezert het. We denken dat het zo weinig regent dat we amper nat worden, maar moeten dit idee bijstellen. Na een dikke kilometer stoppen we dus maar voor een theetje en een nasi goreng met een eitje. Die nasi is voor mij, Wilchard krijgt op de vroege ochtend geen warme maaltijd weg. 

Het blijft een beetje een aanmiezerdagje met regelmatig neerslag. Meestal kunnen we doorrijden, maar we moeten nog een keer bijna twee uur schuilen. We drinken daar weer een theetje en pakken een doekje om onze fietsen schoon te maken, dat werd weer eens tijd. Helaas wordt het wegdek daarna rap slechter met stukken modder erbij. Ze zijn nog steeds schoner dan voor het poetsen, maar dit is toch een gevalletje jammer.
Vandaag ontmoeten we ook onze eerste fietstoerist. Hij heeft het taaltechnisch wat gemakkelijker dan wij, want Damin komt uit Indonesië. Hij bewijst dat je geen kekkie uitrusting hoeft te hebben om een fietsreis te maken. Op een oude damesfiets zonder versnellingen fietst hij Indonesië door, zijn spullen heeft hij in een stoffen tas achterop gebonden. De fiets, zijn kleren en zijn brommerhelm zijn rood-wit geschilderd, de kleuren van de Indonesische vlag, en die vlag is ook aan zijn fiets bevestigd. We hebben jammer genoeg geen gemeenschappelijke taal, dus veel verder dan samen een theetje drinken en allebei noemen waar we gefietst hebben komen we niet, maar het is leuk iemand te ontmoeten die er zo voor gaat. Hij zal geen tekort aan doorzettingsvermogen hebben, want ook hij komt de Sumatraanse hellingen tegen. Als we allebei doorfietsen ben ik toch blij met onze kekkie fietsen.

Van Air Haji naar Painan rijden we voor een groot deel evenwijdig aan zee. Sinds Tapan zien we in ieder dorp wel een rechthoekig gebouw waar zwaluwen in gehouden worden. We zien ze niet alleen, we horen ze ook. Het lijkt wel alsof in het gebouw een versterker staat die zwaluwgeluiden voortbrengt. Even googlen levert trouwens de info dat een kilo zwaluwnest, afhankelijk van de soort, tot 10.000 opbrengt en dat de opbrengst van die nesten inmiddels een half procent van het bruto nationaal product uitmaken. Big business dus.

De vakantiegidsjes zijn vast niet op een dag als deze in september gemaakt, want op een uurtje zon na blijft het grauw en 50 tinten grijs. Gelukkig is het bijna de hele fietstocht droog, alleen op het einde laten we ons nat regenen. Het is absoluut niet koud, dus die regen is niet zo vervelend als je daarna weer lekker droge kleren aan kunt trekken. 

Painan ligt aan zee, en het hotelletje waar we onze intrek nemen ligt wel 100 meter van het water verwijderd. We gaan verderop wat eten en zien de regen gestaag naar beneden komen. ’s Middags stopt het nog even waardoor we droog op onze kamer komen, maar de wolkbreuk tijdens ons avondeten weet van geen ophouden. Wachten tot het droog wordt heeft geen zin, dus we rennen door enkelhoog water terug naar het hotel.

De volgende ochtend miezert het licht, maar we besluiten toch naar Bungus te fietsen. Het weer wordt beter, en we gaan langzaam omhoog. Om aan het einde van de dag weer te dalen. 

Ook Bungus ligt aan zee, in een baai, en hier blijven we een extra dagje. Als we de deur van onze kamer open doen lopen we zo het strand op en, als we blijven doorlopen, een meter of 20 verderop de zee in. Wilchard gaat een stukje zwemmen maar is snel weer terug. Bungus ligt in een baai, en het plastic komt die baai wel in maar niet meer uit. Niet lekker zwemmen dus.

Op het strand bij onze huisjes wordt vier keer per dag vis binnen gehaald. Een groot net wordt door een bootje een heel eind de zee in gebracht. Aan de twee uiteinden zijn lange touwen geknoopt, en twee groepjes van ieder 4 man trekken het net langzaam het strand op. Zwaar werk door de weerstand van zee en de gevangenvissen. Het gaat langzaam, maar per keer wordt dan ook een kilo of 300 binnen gehaald. Die worden vervolgens gesorteerd en de wasteilen met vis worden op een brommertje weggebracht. Deels om te drogen en dan te verkopen, een deel gaat rechtstreeks de verkoop in. Als je eerste keus wilt hebben zorg je dat je op het strand bent als het net binnen wordt getrokken. 300 Kilo levert zo’n 500.000 rupiah op, 33 euro. Per dag wordt dus voor een dikke 130 euro opgehaald. Daar moeten alle deelnemers aan de vangst een deel van krijgen, en de kosten moeten worden betaald (gelukkig niet al te veel: bootje, netten en transport naar markt). Nu zijn de kosten van levensonderhoud hier een stuk lager dan in Nederland, maar grofweg 10 euro per dag om een gezin (en eventueel je ouders) van te onderhouden, inclusief onvoorziene omstandigheden, is nog steeds niets. Dan zijn we er ons voor de zoveelste keer van bewust hoe gezegend we zijn om in het westen geboren te zijn. En dat spreken we ook regelmatig tegen elkaar uit.

Rechts van het hotel zit een heel ander soort visser. Daar worden doorzichtige plastic zakjes van een wat grotere boot in een uitgeholde boomstam geladen. Nadere inspectie leert dat hier mooie gekleurde visjes voor de aquariumhandel in zitten, die een eind uit de kust zijn gevangen.

Na een dagje niets doen en wachten tot de was gedaan is fietsen we via Padang naar Pariaman. Het grootste deel van deze tocht hebben we eerder in omgekeerde richting afgelegd, maar bij minder zonnig weer. Toen waren de 25 km voor Pariaman al fraai, nu helemaal. Rustige weggetjes met wat bebouwing, grotendeels op een meter of 100 evenwijdig aan zee die we regelmatig zien liggen. 

In Pariaman speelt een verkoudheid (tja, airco) me parten. Zo’n hoofd met watten kost toch teveel energie om weer naar boven te fietsen, en aangezien we nog tijd genoeg hebben eer het visum verstreken is blijven we een dagje. 

De dag erna klimmen we weer op de fiets en naar boven. Niet wereldschokkend, maar we eindigen een dikke 500 meter hoger en dat kun je meteen merken aan de temperatuur. We eindigen weer aan het Maninjau meer. Hier blijven we ook een dag, niet omdat het moet maar omdat het kan. Wilchard fietst op de rustdag het rondje meer dat we de vorige keer ook gereden hebben, ik blijf op het terras hangen en doe heerlijk rustig aan. Het regent een paar druppen rond het hotel, maar Wilchard krijgt de volle laag. Hij is net zoveel tijd kwijt met schuilen als met fietsen, en nog rijdt hij een deel in de regen. Het had beter andersom kunnen zijn, ik heb een afdak …

12 thoughts on “50 Tinten

  1. Prachtig die foto’s weer! Wij hebben een fietsvakantie van 2 weken achter de rug met een paar dagen Ardennen. Genoeg uitdaging voor ons. Bewonderenswaardig dat jullie het al zo lang volhouden en nog steeds met zoveel passie schrijven over wat jullie meemaken!

Comments are closed.