De Trans Sumatra Highway af

Gedurende de nacht blijft het regenen, pas rond zes uur wordt het droog. De voorspellingen zijn redelijk dramatisch, maar we wagen het erop. Als we vertrekken breekt het zonnetje door, een goed voorteken. Berestagi uit is één grote file busjes. Die natuurlijk zomaar overal stil staan om passagiers in dan wel uit te laten stappen. Omdat de weg niet breed is, staat het dan meteen vast. Bovendien is het ieder voor zich, dus als je rechtsaf moet zal niet snel iemand je tussendoor laten, waardoor de doorstroming ook als de busjesdichtheid minder wordt niet verbetert. Wij hebben geluk, brommers en fietsers kunnen langs de rij af.

Het wordt al snel minder druk. Superfijn aan Indonesië zijn de supermarkten. Ieder zichzelf respecterend groter dorp heeft een indomaret en alfamaret, beide met een goede selectie drankjes en zoetigheid.

Sumatra is grotendeels islamitisch, maar de Nederlandse missionarissen hebben in dit deel goed hun best gedaan, getuige de vele katholieke en protestantse kerken. De bevolking hier is van oorsprong bataks, en dat zie je goed terug in hun architectuur, ook in de kerken.

We fietsen vandaag een beetje omlaag, een beetje omhoog en heel af en toe vlak. De grond wordt intensief bewerkt. We zien gewassen die het ook in Nederland prima doen, zoals kool en maïs, maar ook koffie.

Het einddoel van de dag is de oostkust van het Toba meer. We rijden vrij lang evenwijdig aan het meer maar op zo’n afstand dat we er niets van zien. Pas als we een meter of 250 stijgen strekt het zich onder ons uit. Je kunt van deze hoogte goed zien dat het een kratermeer is (het grootste ter wereld, schijnt), de wanden gaan steil omhoog.

Als beloning mogen we ook weer naar beneden, en zonder een drupje regen zijn we rond half drie op de plaats van bestemming. Het hotel is echter zo belabberd, dat we ervoor kiezen om nu nog de ferry naar Samosir te pakken. Dit is een eiland in het meer, waar we sowieso van plan waren morgen heen te gaan.

De fietsen worden aan boord geladen, samen met 6 brommertjes en een motor. Gezien de reactie van de bootlui komen er zelden fietsen aan boord.

Op Samosir rijden we nog een kilometer of 15, alvorens we om vijf uur neerstrijken bij een hotel aan de oever. Om kwart over vijf begint het weer te hozen. Prima mee te leven zelfs als het elke dag is, normaal gesproken zijn we dan toch binnen.

Het regent de hele nacht door, en behoorlijk hard. Jammer genoeg is er dit keer geen zinken dakje in de buurt. De regen op dat dak zou dan wellicht de karaoke van het buurhotel hebben overstemd, die uiteindelijk pas rond een uur of twee ophoudt. Karaoke is volkssport nummer één alhier, met de versterker op maximaal en zo vals mogelijk. Als je niet anders gewend bent slaap je er vast zo doorheen, maar dit was zelfs voor mij geen doen.

Als we rond acht uur op staan is het zo goed als droog. De hoteleigenaar vertelt ons dat er komende nacht geen karaoke is, dus we besluiten nog een nachtje in dit hotel te blijven. We fietsen richting Tuk Tuk, het toeristisch centrum van het eiland. Net voor de bebouwde kom zit een klein restaurantje met een geweldig uitzicht. Een voordeel van een toeristisch centrum is dat we ook wat anders kunnen ontbijten dan nasi goreng, en met een fruitsalade en bananenpannenkoek kunnen we de dag weer aan. 

Als we iets later door het centrum van Tuk Tuk fietsen zijn we blij dat ons hotel wat afgelegen ligt, ook al is dat wat onhandig met eten. Het ene na het andere hotel/restaurantje/winkeltje volgt op het andere. Het lijkt wel een groot resort. Toeristen zijn er nauwelijks, dus waar ze allemaal van rondkomen is een raadsel.

We fietsen vandaag, zonder bagage, een stuk over het eiland. Er is één weg, dus het is een kwestie van die volgen en op een gegeven moment omdraaien. Het is heel fijn fietsen, want alhoewel het binnenste deel van het eiland forse heuvels heeft en Tuk Tuk korte maar kuitenbijtende klimmetjes, is de weg redelijk vlak. Regelmatig zien we graven en huizen van de Batak. Heel bijzonder, moet ik zeggen. Sommige doen dienst als bezienswaardigheid, maar een groot deel wordt gewoon bewoond. Verder zijn er wat dorpjes en wordt op kleine schaal landbouw bedreven. Op heel Sumatra zien we veel kinderen in schooluniform, maar hier we vermoeden dat de Fransen en Jansen en Janssen hier hun invloed hebben uitgeoefend gezien de alpinopetjes en bolhoedjes.

Als we, nadat we een superlekker visje hebben gegeten, terug komen in het hotel, wordt ons gevraagd of we afgelopen en komende nacht kunnen betalen. Dat is natuurlijk geen enkel probleem. Nadat we betaald hebben wordt tussen neus en lippen door gemeld dat er vannacht nieuwe gasten in het hotel slapen. We geinen onderling dat dat vast is waarom we nu moeten betalen, omdat ze bang zijn dat die gasten zoveel herrie zullen maken dat wij niet meer willen betalen. Helaas is het geen geintje. Rond elf uur draaien er vijf auto’s het terrein op waar een aantal families uitbuitelen. Ze zijn nog lang niet moe, dus we kunnen nog een paar uur meegenieten. In de ochtend blèrt om half acht jaren-vijftig-muziek uit de luidsprekers, dus we vertrekken met niet al te vriendelijke gedachten richting de eigenaar. Gelukkig kun je tegenwoordig een review achter laten op google. 

We ontbijten ergens in Tuk Tuk en pakken het veer naar Parapat op het vaste land. 

Vanaf daar rijden we de volgende ochtend naar Balige aan de zuidkust van het meer. Het zijn maar 61 km, maar na een ontbijt om zeven uur vertrekken we meteen. Niet omdat we denken dat we de hele dag nodig hebben, maar om de kans om doorweekt te worden in een tropische bui zo klein mogelijk te houden. Het is dan vooral lastig om je kleren weer droog te krijgen. Het is prima fietsweer hier maar niet stralend zonnig, en doordat het de hele nacht door regent blijft alles nattig. Zelfs na twee dagen is het nog wat klam. 

We gaan eerst omhoog. Onderweg roepen talloze bijrijders ‘gogogo’ en gaan er duimpjes omhoog. Na een kilometer of zeven kunnen wij hetzelfde doen. Er is een of andere hardloopwedstrijd aan de gang en de renners lopen in tegengestelde richting, dus we kunnen elkaar aanmoedigen. De weg is niet afgezet, maar er rijden her en der auto’s achter de renners aan die het achterop rijdend verkeer moeten afremmen. Ook zien we twee ambulances, maar we hopen dat die de rest van de dag niet nodig zijn. We stijgen gestaag 5%, maar doordat ik bezig ben met de hardlopers merk ik niet eens echt dat we stijgen.

Na omhoog komt er ook omlaag, en we eindigen vlak. De route loopt door landbouwgebiedjes die omringd zijn met bomen. Er wordt met name rijst verbouwd. Omdat Sumatra, vanwege de vulkaanuitbarstingen in een ver verleden, extreem vruchtbaar is, kent de rijst hier geen seizoenen en kan hij het hele jaar door worden verbouwd. Je ziet dan ok verschillende stadia tegelijkertijd en naast elkaar wat we bijzonder vinden. In de diepte zie je af en toe het Tobameer liggen.

Onderweg kopen we een ananas die we in stukjes laten snijden, drinken we regelmatig een theetje, brengen we een bezoek aan de Indomaret voor een ijsje en wat te drinken en delen we met zijn tweeën een halve cake bij Bakkerij van Houten. Hij is nog een beetje warm, zo vers is ‘ie.

In Balige moeten we, als we het dorpje in lopen, schuilen voor de regen. We waren gelukkig op tijd binnen, want na deze bui had het zeker een week geduurd eer we droog waren. Als het alleen nog maar druppelt lopen we naar de markt, die gelukkig overdekt is. Vis voert hier de boventoon, maar dat is niet gek met het meer om de hoek.

We fietsen in een weekje naar het zuiden, naar Bukittinggi, over de Trans Sumatra Highway. Het klinkt heel wat, maar het is een smalle weg, op de meeste plekken minder dan de invalswegen in veel Nederlandse dorpen. Het verkeer is wat toegenomen sinds Parapat, maar ook weer niet dramatisch. Prima te fietsen dus. En omdat het de highway is gaat hij wel omhoog en omlaag, maar nooit steil. Zou je denken. Als voorbeeld: een klim van een kilometer of 10 is nergens minder dan 5%, meestal 7 maar op het einde ook een stuk 11. De weg is gelukkig meestal wel van goede kwaliteit, dus het is goed te doen, met name als de zon niet schijnt en het een beetje waait. Als aan allebei die voorwaarden niet wordt voldaan is het zwaar, vanwege de hitte. Steil is echter relatief. Kijkend naar de zijweggetjes ben ik blij met die 11% ….

De weg gaat door tropisch oerwoud met regelmatig landbouw. Bananenplanten, palmbomen en vooral veel rijst. 

We kruisen ook nog even de evenaar. 

40% van de wereldwijd geteelde kaneel schijnt uit Sumatra te komen, en in heel wat winkeltjes langs de weg zie je enorme bladen liggen. Hoe ze daar van die kleine kaneelstukjes van maken die je bij appie kunt kopen is mij een raadsel. Het is in ieder geval weer een mooi gebied om doorheen te fietsen.

We stoppen regelmatig bij een stalletje om warme thee of ijsthee te drinken. Met enorm veel suiker, want Indonesiërs zijn zoetekauwen. Op tafel staan dan vaak plastic bakjes met koekjes en cake. Kat in ’t bakkie voor Wilchard. Met name de felgroene pandancake, al dan niet met een laagje chocoladehagelslag, bevalt goed.

Volgens het factbook van de CIA, dat ik gebruik om mijn staatjes te maken, zet een vrouw in Indonesië gemideld 2,23 kinderen op de wereld. Wellicht dat het gemiddeld aantal kinderen in de steden dan lager ligt, want op basis van het aantal leerlingen op de ontelbare scholen die we passeren zou je zeggen dat het fors hoger ligt. De schooldag begint hier met een toespraak, een muziekje of gymnastiekoefeningen op het schoolplein. En gedurende de dag horen we her en der getrommel of xylofoons. Dan loopt er weer ergens een optocht van kids muziek te maken. Dit blijkt achteraf gezien in veel gevallen de generale repetitie te zijn geweest voor 17 augustus, de Indonesische onafhankelijkheidsdag. Of zouden die optochten allemaal ter ere van mijn moeder zijn, die dan ook jarig is? 

De meeste scholen die we passeren lijken openbare scholen, maar in een paar dorpen zitten speciale islamitische scholen. Dat zijn ook meteen een soort kostscholen. De jongens, meisjes zijn er niet, wonen in houten huisjes van 2 bij 2,5 meter met alleen een matrasje. 

Het aantal moskeeën en kerken is hier enorm. En het zijn ook allemaal enorme gebouwen. Langs de weg wordt trouwens regelmatig gecollecteerd voor reparaties of de bouw van een nieuwe moskee. Als het daarvan af moet hangen kan de bouw nog wel even duren. Er wordt zelden een donatie gedaan voor zover we kunnen zien, en gezien de inkomsten hier zullen die donaties niet hoog zijn. 

Ik blijf het vreemd vinden om hier te zeggen dat ik uit Nederland kom, helemaal op onafhankelijkheidsdag. Ik weet dat de onderdrukking door de VOC en later Nederland zelf lang geleden is en dat de enige relatie die ik ermee heb is dat ik jaren later in Nederland geboren ben. Maar dan toch. En ik blijf me erover verbazen dat het er zo goed als geen aandacht aan de kolonialisering is geschonken tijdens de geschiedenislessen op school.
Voor zover ik kan zien vindt niemand het vervelend dat we uit Nederland komen. Het enthousiasme om met die blanke met die grote spitse neus op de foto te gaan is in ieder geval enorm. Soms kan ik wat lager gaan staan zodat onze hoofden enigszins op gelijke hoogte komen of kan ik een andere truc toepassen, maar meestal lukt dat niet.

We staan echt super vaak op een foto, ook al omdat we eigenlijk nooit nee zeggen, behalve als we op de fiets zitten en er iemand op een brommer langs je komt rijden en vraagt om een foto. Wij vragen immers ook vaak genoeg of we een foto mogen maken …

Soms moeten we omrijden. Er zijn ontelbare feestjes aan de gang, en als de organisator maar belangrijk genoeg is wordt zonder pardon de hele weg afgezet. We dachten wel door te kunnen, maar ietsje verderop was de hele straat volgebouwd met plastic stoeltjes. 

We hebben erg veel geluk met het weer terwijl we de Trans Sumatra Highway af rijden. Vaak zon, de helft van de dagen geen druppel regen en de andere dagen pas regen als we al lang en breed binnen zijn. Tot de laatste dag voor Bukittinggi. Die dag fietsen we een kleine 80 km en moeten we ook nog eens fors omhoog, dus eigenlijk is die regen helemaal geen probleem, wel lekker fris zelfs. Met de temperaturen van de dag ervoor, tegen de 40 graden, hadden we het waarschijnlijk niet gered. We schuilen anderhalf uur als het echt met bakken naar beneden komt. Dat is net rond etenstijd en ons schuilplekje blijkt een restaurantje. Als de mie goreng telor (mie met een eitje dus) op is, is de regen aanvaardbaar en rijden we door.

Op het laatste stuk voor Bukittinggi krijgen we trouwens het hoogste hellingspercentage tot nu toe voor onze kiezen. Op een gelukkig niet al te lang stuk gaat het van 8, naar 11, naar 14 en naar 17 procent. Om zijn max te bereiken op 21%! Ik wist niet hoe ik het had en heb het lastste stukje gelopen. Wilchard is natuurlijk gewoon naar boven gebikkeld.

11 thoughts on “De Trans Sumatra Highway af

    1. Dank voor de tip! Ik weet inderdaad nog dat jij supertevreden was over een restaurant in Jakarta. Wij blijven op Sumatra en gaan vanuit Dumai met het veer naar Malacca. Het restaurant moet dus wachten tot een eventueel volgende keer …

  1. Wat heerlijk om jullie verslagen en foto’s weer te lezen. Sommige dingen zijn blijkbaar typisch Aziatisch, want ook in Sri Lanka vinden ze suiker een traktatie. En dan niet een beetje, neeee, hele hompen mierzoete klompjes traktatie (ik weet nog steeds niet wat ik heb gegeten) waar je gezicht van vertrekt. De foto’s zijn weer prachtig en geven een mooi beeld van Sumatra. Ik verheug me al op het volgende verslag, zodat ik met jullie mee kan genieten.

  2. Wat een fantastische tocht! Sumatra is een mooi eiland! De vele rijstvelden en bananenbomen duiden op veel regen, want beide gewassen hebben veel water nodig. Leuk om met jullie mee te mogen genieten!

    Woensdag 23/8 is het weer een Jerommeke avond!

    Geniet verder van Indonesië!

  3. Wat een geweldig mooi eiland is dat Sumatra toch! Wij waren er in 1990 en lijkt er nog zo bij te liggen…… zo mooi groen

  4. Wat prachtige foto`s en ook weer een beetje bruiner geworden.
    Volgend jaar op 17 aug zal ik weer aan de optocht denken.
    Geniet ze nog.

  5. Ziet er allemaal mooi uit en jullie ook, Wilchard heeft nog een bril op ook al heeft hij die af!!!!! Haha
    Geniet van Indonesie.

Comments are closed.