De eerste kilometers op Sumatra

Om 8 uur zijn we op vliegveld Jammu. De beveiliging is streng. Eerst moet alle bagage, dus inclusief fietsen, door een scanner om überhaupt het vliegveld op te mogen. Daar word je bij de ingang zelf gecontroleerd, en 10 meter verderop mag alle bagage, inclusief fietsen,  nog een keer door de scanner. Hier hebben ze trouwens per vliegtuigmaatschappij een scanner. Zouden ze denken dat je beter oplet als de bagage met je collega’s mee vliegt? Ze zijn in ieder geval erg oplettend, want willen zeker weten dat de banden niet zijn opgepompt (dat mag niet vanwege luchtdruk). Helaas is er eentje zo fanatiek dat ze onze zorgvuldig dichtgemaakte dozen persé wil open maken. Een collega is wat realistischer, en als ze door de draaggaten kunnen constateren dat één van de banden is leeggelaten mogen we gelukkig door. 

De volgende horde is het inchecken. We zijn gisteren speciaal naar het kantoor van Air India geweest, om zeker te weten dat onze fietsen mee kunnen. Daar wisten ze ons bovendien te vertellen dat onze bagage meteen doorgelabeld kan worden naar Medan, dus daar zijn we helemaal blij mee. Sowieso vanwege het gedoe, maar ook omdat we het gevoel hebben dat het tarief voor excess bagage (meer gewicht dan toegestaan) interessanter is op een combi vlucht dan wanneer je de drie delen los moet afrekenen. Helaas blijkt de werkelijkheid iets af te wijken. Ze kunnen niet doorlabelen omdat we meer dan het toegestane gewicht aan bagage hebben en ze het tarief van Singapore naar Medan niet kennen, maar vervelender is dat het vliegtuig dat we hebben eigenlijk geen fietsen mee kan nemen omdat de dozen niet in het ruim passen. Gelukkig denkt de medewerker die ons helpt mee. Ze gaan toch proberen om de dozen in het ruim te krijgen, en als dat niet past gaat onze bagage mee op de volgende vlucht, en de extra bagage hoeven we tot Delhi niet te betalen.

Weer verder naar, jawel, security. Een formaliteit, denken we. We hebben hetzelfde in onze handbagage als altijd, en dat hebben we aangevuld met kleren. Ook hier denken ze daar anders over. Schoenen en fietsbanden zijn blijkbaar levensgevaarlijk, en de electriciteitsspullen die normaal niet ingecheckt mogen worden maar in de handbagage móeten, moeten nu worden ingecheckt. Het eind van het liedje is dat we bijna al onze handbagage alsnog moeten inchecken, en hier helaas wel voor moeten betalen.

Als we denken dat de security nu wel voorbij is, worden we net voor boarden nog naar de baggage identification kamer geroepen, waar iedereen zijn bagage moet aanwijzen om te voorkomen dat er geen bagage zonder passagier mee gaat. Éne Jogal zit niet op te letten, want die wordt wel vijf keer verzocht om zijn bagage te identificeren.

Gelukkig passen onze fietsen en vliegen we een half uur later dan gepland weg uit Jammu. Die vertraging is trouwens geen ramp, want we hebben elf uur overstaptijd op Delhi. Daar worden we in een soort wachtkamer geplaatst, omdat je pas zes uur voor vertrek in de vertrekhal mag zijn. Een gemiste kans om de Indiase economie nog wat verder vooruit te stuwen, want in die wachtruimte is geen mogelijkheid om je geld uit te geven. Als we onze bagage van de band halen constateren we trouwens dat de flight bag die om mijn tassen heen zit een groot gat vertoond. De fietstas zie daar zit vertoont gelukkig geen gebreken, maar we gaan toch even naar de klachtenbalie, want we hebben nu niets meer voor als we een volgend keer moeten vliegen. Bij de balie zijn ze echter heel duidelijk: dit soort schade is voor eigen rekening. Wij zijn het daar natuurlijk niet mee eens. We betalen om zelf inclusief bagage heelhuids op de plaats van bestemming te komen. Het enige wat ze willen doen is de inhoud van de flight bag wrappen, dus dat laten we dan maar doen.

Als we eindelijk door mogen, moeten we nog anderhalf uur wachten eer we in kunnen checken. De bagage kan hier wel worden doorgelabeld. We hebben 8 kilo excess bagage, en krijgen een discount van vier kilo, wat betekent dat onze fietsen tot Medan mee kunnen voor in totaal zo’n 80 euro. Met de 40 euro die we in Jammu hebben betaald dus 120 euro samen, en daarover hebben we niks te klagen. 

Op de counter ligt een briefje met zaken die niet in de ingecheckte bagage mogen. Naast kokosnoten staan daar ook wat spullen op die we in Jammu moesten inchecken. Ach, maar niet te veel over nadenken. De security hier vindt onze handbagage geen probleem, wat wij weer heerlijk vinden aangezien we geprobeerd hebben daar zoveel mogelijk dingen in te stoppen zodat het overgewicht mee valt. Jammer trouwens dat we al die keren dat we met zijn tweetjes 12 kilo hadden in plaats van de toegestane 40 of 60 geen korting hebben kregen voor de missende kilo’s, of een soort spaarkaart voor de toekomst.

We vliegen naar Singapore, waar we een paar uurtjes hopen te slapen in een van de twee transithotels. Helaas, ze zijn vol. We trekken ons terug in een rustig hoekje en doezelen wat. Later vinden we nog twee lege relaxstoelen.

Het vliegveld van Singapore is een soort luilekkerland: heerlijk eten uit alle delen van  Zuidoost-Azië, en verschillende goede koffieshops/bakkerijen. Er zit zelfs een Paul! Met echte mozzarella en camembert (oui, oui).

Nog een kort vluchtje naar Medan, en dan mogen we vervoer zoeken voor fietsen, bagage en ons. De standaard vliegveldtaxi’s zijn echt te klein, maar iemand pleegt een belletje en daar hebben we Henri. We krijgen alles net in zijn auto, en nemen met zijn tweetjes plaats op de bijrijdersstoel. Henri ligt dubbel, de politieagent op het vliegveld vindt het ook prima, en zo zetten we koers naar het Aero hotel, te herkennen aan het vliegtuig dat ervoor staat. Henri belt tijdens de rit drie keer een vriend om te melden dat hij met twee gekke buitenlanders in de taxi zit, en ieder gesprek wordt afgesloten door zijn bulderende lach. Ik heb de route op maps.me op mijn telefoon staan, maar Henri vertrouwt het blijkbaar niet aangezien hij 500 meter voor het hotel stopt en de weg vraagt. Met als enige resultaat dat hij de route op mijn telefoon moet laten zien en bevestigd krijgt dat het goed is. 

We hoeven gelukkig niet ver te slepen vandaag, 10 meter na de receptie op de begane grond is nog een lege kamer. Fietsen in mekaar zetten, boodschappen doen in een enorme supermarkt en een nasi goreng eten, en dan kunnen de ogen toe.

Na een heerlijke nachtrust blijkt de volgende ochtend dat ik op het vliegtuig verder had moeten kijken dan de tas die zich bij het gat in de flightbag bevond. Er zit een gat van 8×8 cm aan de onderkant van een tas, daarnaast zit een schroeiplek van zo’n beetje dezelfde omvang en aan de andere kant heeft iets scherps een paar scheuren in de waterdichte laag gemaakt. Flink balen, maar gelukkig hebben we tear-aid en ducttape bij ons. De ducttape gebruiken we om het gat van binnen te dichten, aan de buitenkant kunnen we nu, ook voor het gat, tear-aid gebruiken, en over die tear-aid heen gaat nog een laag ducttape. Hij is in ieder geval weer bruikbaar, en we hopen dat hij ook waterdicht is, maar dat moet de toekomst uitwijzen.

We tuigen de fietsen op en rijden Medan uit. 

Onderweg struikel je over de supermarkten en plekken om iets te eten dan wel drinken. Dat komt goed uit, want alhoewel het een stuk minder heet en vochtig is dan in India, moeten we nog steeds voldoende drinken om het vochtverlies aan te vullen.

Het wordt allengs minder druk, en via een combinatie van doorgaande wegen en smalle straatjes verlaten we Medan.

Al snel wordt duidelijk dat we voorlopig heel veel ‘hello mister’ gaan horen, soms aangevuld met ‘how are you’ en iets minder minder vaak met ‘what ’s your name’. Zodra je stil staat is er meestal wel iemand die met ‘selfie?’ komt vragen of hij/zij met ons op de foto mag. Als Wilchard foto’s gaat maken bij een soort beautysalon, worden er minimaal net zoveel foto’s van hem gemaakt, en wordt hem verzocht om zijn naam op facebook in te typen zodat ze hem ter plekke een vriendschapsverzoek kunnen sturen. Facebook heet hier trouwens FB.

Het wordt steeds rustiger, en zo komen we op een smal, rustig weggetje terecht dat omgeven wordt door kokosnootplantages, en met af en toe een groepje huizen.

De laatste paar kilometer gaan weer over een grotere weg, en net als we bij Hotel Sayna zijn aangekomen begint het te onweren. We zijn nog niet op onze kamer of de hemel breekt open en we krijgen onze eerste tropische bui. En een herrie dat dat is op die golfplaten dakjes!

De bui zorgt er wel voor dat de temperatuur fors daalt. En dat is maar goed ook, want alhoewel we de volgende dag maar een kilometer of 35 hoeven gaan die wel allemaal omhoog, in totaal zo’n 1200 meter. De eerste tien kilometer gaan prima. Na een lange stop lijken de haarspeldbochtjes voorbij, maar gaan we nog steeds omhoog. Ik merk dat we vier weken nauwelijks hebben gefietst en dat ik de energie die ik in India ben kwijtgeraakt weer moet opbouwen. Wilchards conditie is beter, dus die is wat sneller hersteld. We houden een vrachtwagentje aan dat mij en mijn fiets de resterende 26 km naar Berastagi brengt. Hij heeft nog geluk ook, want bij de politiecontrole waar hij tot stoppen wordt gemaand lacht de agent vriendelijk als hij mij ziet zitten en mag hij alsnog doorrijden. 

In Berastagi zet ik mijn fiets buiten een restaurantje en ga ik wat eten. Wilchard doet uiteindelijk een kleine twee uur over die 26 km, een hele prestatie aangezien hij nog fors omhoog moest en de luchtvochtigheid weer is gestegen. Aangezien we hoger zitten, is het met een temperatuur van zo’n 23 graden bijzonder aangenaam.

Berastagi is een plek waar meer toeristen komen. In het hotelletje waar we verblijven zitten bijvoorbeeld ook twee Françaises van begin twintig. Ze vragen Wilchards hulp omdat ze er zelf met hun Engels niet in slagen erachter te komen hoe laat de bus vertrekt naar hun volgende bestemming. We vinden het dan ook bijzonder om een uurtje later te zien dat ze Engelse les aan het geven zijn aan een groepje Indonesische jongeren. Dat wordt zo nooit wat.

In Berastagi bezoeken we onze eerste Indonesische markt van deze reis. We zien vlees (rund, varken, kip) en allerhande vissen. De meeste groenten kunnen we nog wel thuisbrengen, maar van het fruit hebben we minimaal 75% ofwel nog nooit gezien, ofwel alleen op een eerdere reis.

In de buurt van Berastagi liggen twee vulkanen. De Gunung Sinabung is nog actief, en op dit moment onrustig. We zitten er ver genoeg vandaan, maar de afgelopen tijd zijn zo’n 10.000 mensen geëvacueerd. 

De Gunung Sibayak is niet meer actief en relatief eenvoudig te beklimmen. Dat gaan wij dus doen. De eerste zeven kilometer gaan langzaam Berastagi uit, het regenwoud in. De weg blijft verhard en gaat gestaag omhoog. 

De laatste kilometer gaat over een smal pad door het oerwoud. Mijn hoogtevrees komt een paar keer op bezoek als we over een smaller richeltje lopen, maar als we er zijn ben ik blij dat ik het gehaald heb. En dat smallere richeltje bestaat voornamelijk in mijn hoofd, voor het deel van de mensheid zonder hoogtevrees is het een prima pad.

Her en der ontsnapt gas aan de aarde, de geur van rotte eieren komt ons tegenmoet en er ligt een kratermeertje. De meeste toeristen waren er iets eerder dan wij en komen we tegen als wij naar boven lopen. We zijn dan ook bijna de enigen boven, en als beloning voor de klim komt de zon tevoorschijn.

Als we terug naar beneden lopen wordt duidelijk waar de naam regenwoud vandaan komt. Net als het echt hard begint te regenen en donderen lopen we de bebouwde kom binnen en kunnen we schuilen.

Het laatste stuk naar beneden stappen we in een busje. Niet alleen wil het maar niet stoppen met regenen, ook zouden passerende auto’s ons volledig nat sproeien omdat de weg is veranderd in een snelstromend riviertje. Het eerste deel van de route gaat prima, dat is namelijk bergaf, maar de laatste 300 meter heeft hij de motor toch echt nodig, en die heeft er geen zin in. Na een tijdje is ook de motor verzopen, dus we lopen het laatste stukje maar.

14 thoughts on “De eerste kilometers op Sumatra

  1. Schitterend!!! En geweldig om dit op afstand met jullie mee te ervaren. Ben erg benieuwd naar het volgende verhaal. Suc6

  2. Mooi om te zien en te lezen hoe jullie genieten van al dat mooie om jullie heen. Geweldig. Lekker verder genieten. Groetjes Petra

  3. Het is soms toch wel moeilijk met dat reizen! Maar eind goed al goed!
    Hoe anders is het daar!! En die foto’s van die mensen prachtig!
    Dat is dus kaasje voor Wilchard begrijp ik!!
    Geniet weer lekker verder! Groetjes Tien!

  4. Fijn dat jullie goed zijn aangekomen. Informeer eens of er ergens in het oerwoud een raflesia in bloei staat, prachtig om te zien en volgens mij is het nu het seizoen daarvoor.
    En salamat makan hè!

  5. ik ben jaren geleden op Sumatra geweest. Aan jullie foto’s te zien is er weinig verandert. Het mooiste vond ik de orang-oetangs in Bukit Lawang, gaan jullie die nog bezoeken? Ze zijn echt geweldig om te zien!

  6. Het is af en en toe een beetje afzien maar dat wordt ruimschoots beloond door de mooie natuur en de vriendelijke mensen. Ook is zo te lezen het eten een stuk beter dan in India. Veel plezier en tot volgende bericht.
    Groetjes Wil en Marijn

      1. Duct tape heb ik altijd aan boord, ooit met een boot met ernstig lekkende ramen met duct tape afgeplakt de Noordzee droog over gestoken. Wel zorgen dat de ondergrond droog en vetvrij is. UV straling zorgt er wel voor dat je na een maand of 2 je opnieuw moet tapen. Wij gebruiken het veel aan boord!

Comments are closed.