Oleh-oleh, oleh-oleh, feeling hot hot hot

In Bukittinggi blijven we een tijdje. Hier moeten we namelijk ons visum verlengen, en volgens de info op internet is de normale doorlooptijd 5 werkdagen. Omdat daar in ons geval een weekend tussen zit verwachten we een week kwijt te zijn. Gelukkig is er rondom Bukittinggi genoeg te doen. 

Het kantor imigrasi zit een kleine 10 km buiten Bukittinggi. We pakken een busje omdat we niet helemaal zeker weten waar het kantoor zit. Terwijl we ons helemaal suf zweten op de achterbank besluiten we dat het volgende bezoek op de fiets plaats gaat vinden. Daar is de vrouw die ons helpt bij de immigratie het roerend mee eens, zij wil die fietsen van ons graag zien. 

Ze is trouwens uitermate behulpzaam en legt precies uit wat we moeten aanleveren. Die info op internet klopte in ieder geval, dus we hebben alles al netjes bij ons. We krijgen een formulier dat we in moeten vullen en een wit vel papier waarop we aan haar baas uit moeten leggen waarom we verlenging vragen en waar in Bukittinggi we verblijven. Dat we die vragen ook al beantwoord hebben op het ingevulde formulier maakt blijkbaar niets uit. Daarna mogen we bij haar baas komen. Die ons vraagt waarom we willen verlengen en waar in Bukittinggi we verblijven. En of we misschien een souvenir voor hem hebben in de vorm van euro’s, want hij spaart vreemde munten. Als we uitleggen dat we altijd gewoon pinnen en dus alleen Indonesische rupiah hebben, geeft hij aan dat hij die al heeft en is het gesprek over. 

De beambte geeft aan dat we donderdag terug moeten komen voor foto’s, vingerafdrukken en betaling en dan vrijdag ons visum kunnen ophalen. We zijn helemaal blij, een winst van 3 dagen op de doorlooptijd! Dat betekent dat we een rondje dat we wilden fietsen tijdens de wachttijd erachteraan moeten plakken, maar dat geeft wel meer flexibiliteit.

Terug in Bukittinggi gaan we naar de markt. Daar laten we mijn fietsjasje maken, nog een slachtoffer van Air India. Het gat in de tas heeft zich voortgezet in mijn jasje, dat daar waarschijnlijk achter zat. 

We worstelen ons door bergen zelfgemaakte chips heen. Die liggen bij tig kraampjes hoog opgestapeld in grote zakken, samen met gedroogde visjes. Via de kleding (voor ons niet interessant) komen we uiteindelijk op de uitgestrekte groenten/fruit/vlees/vis markt. We concluderen dat de kippenafdeling te triest voor woorden is. In kooitjes zitten kippen dicht opeen gepropt. Bovenop de kooien zitten hanen vastgebonden, vermoedelijk om de kippen rustig te houden. Regelmatig wordt er een greep in een kooi gedaan om de voorraad schoongemaakte kippen die tussen de hanen in staat aan te vullen. Het stinkt er verschrikkelijk vanwege de levende kippen en hanen.

Wat een verschil met de vleesafdeling en de vis. Daar wordt de voorraad iedere dag opnieuw aangeleverd. Het is nog steeds verre van hygiënisch, maar het stinkt in ieder geval niet …. De visafdeling is onze favoriet.

Of nee, toch niet helemaal. Net buiten het feestgedruis staat een vrouw een soort cakejes te maken. We kopen er twee, voor 7 cent per stuk. Ze komen warm van de bakplaat en als we een hap genomen hebben zijn we verkocht. Ze smaken licht naar banaan en zijn superluchtig. We kijken niet op een dubbeltje en kopen er nog twee. Op de foto hieronder maakt dezelfde mevrouw martabak, een caloriearme koek die een kruising is van cake en pannenkoek met gecondenseerde melk en boter (blueband als we de reclame mogen geloven). De vulling kan vanalles zijn, zelfs hartig. Ik wilde er een proberen en koos voor pinda’s. Om je vingers bij af te likken, zo lekker.

En natuurlijk zijn er ook nog groenten, fruit en eieren. Hele winkels houden zich bezig met het ontleden van de kokosnoot. Eerst wordt hij doormidden gehakt en wordt het water opgevangen, daarna wordt het witte vlees tegen een apparaat aangehouden dat hem leegschraapt en gemalen kokosnoot produceert. Allemaal handwerk, de hele dag door, de ene na de andere kokosnoot. Regelmatig worden de restanten opgeruimd, want je hebt enorm veel afval. In volume net zoveel als oorspronkelijk aangeleverd, want alleen het binnenste is verwijderd.

Als we de volgende ochtend aan het ontbijt zitten is er telefoon. Op de tablet van het hotel, en ik kan je melden dat het vreemd aanvoelt om met een tablet te bellen. Goed nieuws, we kunnen diezelfde middag al langs komen voor de volgende stap in het proces. Super, nog een dag gewonnen! 

We brengen eerst nog een bezoekje aan het Panorama van Sianok canyon. De canyon is ontstaan doordat twee tectonische platen van elkaar af zijn bewogen. Voor degenen die opgelet hebben bij aardrijkskunde: het is dus een rift. Als we uit Bukittinggi weg fietsen loopt de route via deze vallei, en we kunnen in ieder geval al zien dat de weg hier steil naar beneden gaat.

Dan op de fiets naar de imigrasi. Net voor we er zijn even uitpuffen en, voor Wilchard, pijpen aan de korte broek ritsen. Bij een overheidsinstelling word je immers geacht netjes te verschijnen, een korte broek is uit den boze.

We worden weer meteen geholpen, en staan na een kwartiertje weer buiten. Boeiend eigenlijk, dat alles meteen digitaal gebeurt. De foto en vingerafdrukken worden meteen opgeslagen in ons dossier. Eigenlijk is dat niet eens boeiend, als wel het feit dat alle andere dingen gewoon nog lekker ouderwets gebeuren. Onze ingeleverde papieren en paspoorten worden verzameld in een kartonnen folder, net zoals alle papieren van de Indonesiërs die netjes op hun beurt moeten wachten en een nummertje hebben gekregen bij binnenkomst. Toen is er ook meteen een foto gemaakt, zodat ook degenen die niet kunnen lezen op het scherm kunnen zien wanneer ze aan de beurt zijn. Onze folder is trouwens rood, die van de Indonesiërs beige. Hele stapels liggen er, en iedere folder ziet er van een afstandje hetzelfde uit. Als ze er per ongeluk eentje fout terug leggen vinden ze hem nooit meer terug …. We krijgen te horen dat we alles de volgende dag vanaf twee uur op kunnen halen, maar ze belooft te bellen als ze eerder klaar zijn. Er moet nog even een foto gemaakt worden van ons en onze fietsen, met zowel een telefoon als met de officiële camera waarmee zojuist ook onze pasfoto’s zijn vastgelegd, en een half uur na binnenkomst fietsen we weer terug. We zijn net voor de bui binnen.

Als we aan het ontbijt verschijnen heeft de imigrasi al gebeld dat de verlenging klaar is. We halen snel de was op bij de wasserette op de hoek en checken uit. De route Bukittinggi uit is maar 30 km, dus dat halen we prima, ook met de extra 20 km op en neer om de paspoorten op te halen en een laat vertrek.

Anderhalf uur later zijn we terug in Bukittinggi, met de verlenging. We hebben tot 5 oktober om Indonesië te verlaten, tijd genoeg voor onze plannen. En die verlenging hebben we in 2 dagen gekregen, zelfs zonder souvenir. Petje af voor het kantor imigrasi in Bukittinggi.

Het is alleen niet zo’n fraai weer. Druilerig met hele fijne regen, waar je wel goed nat van wordt als je er maar lang genoeg in fietst. We schuilen dus en drinken een theetje. Als het minder lijkt te worden fietsen we door, maar de vreugde is van korte duur. Weer schuilen dus, nu met thee en nasi goreng. Ik baal, want vandaag beloofde een supermooie route te zijn, en die rijden we nu met donker weer. Maar nog een dag Bukittinggi zien we niet zitten en bovendien garandeert niets dat het morgen dan wel goed weer is, dus zodra het droog is stappen we op. De afdaling de vallei in is inderdaad erg steil, maar de remmen doen het goed. 

In de vallei begint het weer te regenen, dus nog maar een theetje. Net voor we gingen schuilen zag ik de klim de vallei uit al voor ons op doemen, en die zag er steil uit. Dat is hij ook, blijkt even later. Hij tikt de 19% aan. Ik kan nog fietsen tot er verkeer van de andere kant komt, dan is het over. Ik slinger toch wat met die 19%, en dat is prima als ik alleen ben maar niet met verkeer erbij. Dan is het een stukje de fiets duwen, want ik kom onmogelijk opgestapt op zo’n helling, maar ietsje later lukt het wel en stijgen we vrolijk verder met 12%. De zon is inmiddels ook weer verschenen, dus kletsnat bezweet kom ik boven. Tenminste, dat denk ik, maar het gaat nog verder omhoog, alleen nu met normalere stijgingspercentages. 

Na een wat langere stop met pot mie (zo’n beker gedroogde noedels met pakje kruiden en pakje pepers waarbij je ervoor moet zorgen dat jij en niet de vrouw van het restaurant de dosering bepaalt) rijden we een tijdje redelijk vlak, voordat we bij DE afdaling van vandaag komen, die naar Danau Maninjou, een kratermeer. De rechte stukken zijn zo’n 5%, maar er zitten 44(!) haarspeldbochten in de afdaling en daar is hij natuurlijk een stuk steiler. We drinken eerst nog thee en eten een cakeje (of drie) bij een uitzichtspunt. Het weer is inmiddels fantastisch: zon, maar boven het meer hangen wolken. De afdaling biedt dan ook het ene na het andere mooie uitzicht.

We slapen bij Bagoes, als we de deur van onze kamer open doen ligt het meer in zijn volle glorie voor ons. Het terras van het restaurant zit aan de oever, en tijdens ons avondeten met ons eerste biertje sinds Centraal-Azië genieten we van een fantastische zonsondergang.

We besluiten een extra dagje te blijven en rond het meer te fietsen. We hebben weer een blauwe hemel met wat wolkjes, het wegdek is fantastisch en de omgeving geweldig mooi. Kleinschalige landbouw met weer veel rijst, en constant uitzicht op het meer waar op kleine (1 visser in een bootje) en grote (eilandjes met netten) gevist wordt. Halverwege steekt een varaan van een kleine meter over, een enorm beest. 

Onderweg ligt vanalles op en naast de weg te drogen: rijst, verschillende soorten noten en kaneel. Die laatste ruikt heerlijk als je erlangs fietst.

Wist je trouwens dat in Indonesië jaarlijks gemiddeld 140 kilo rijst per persoon gegeten wordt? Dat is iedere dag zo’n 380 gram! Geen wonder dat het land, ondanks de grote hoeveelheid rijst die ze zelf verbouwen, nog steeds moet importeren ….

Vanaf het meer gaat het verder naar beneden. De weg eindigt aan de Indische Oceaan, waar het meteen weer bloedjeheet is. Daar slaan we linksaf, richting Padang, maar na 90 km vinden we het in Pariaman mooi geweest. We vinden een hotelletje. Er is nog even twijfel of we wel mogen blijven. Alleen als je getrouwd bent krijgen man en vrouw hier een kamer, en hoe toon je dat aan als je niet getrouwd bent? Uiteindelijk is het afdoende dat allebei onze paspoorten in Den Bosch zijn afgegeven. Als je op hetzelfde adres woont ben je hier getrouwd. Gelukkig weten ze in het hotel niet dat de regels in Nederland net wat anders zijn …. 

We lopen naar het strand. Het is inmiddels bewolkt, en daarmee is de zee ook niet meer zo felblauw als eerder op de middag, toen we vanaf de weg af en toe een glimp opvingen. Voor de kust liggen drie eilandjes. Op het strand liggen vissersbootjes, maar er staan vooral heel veel plastic stoeltjes. Er zijn vast ooit genoeg mensen om die te vullen, maar nu niet. We lopen wat rond, eten en drinken wat en houden het voor gezien.

De markt is behoorlijk uitverkocht, dus die bezoeken we de volgende ochtend. Er is vooral veel vis, kleine ansjovisjes maar ook grote tonijn.

De laatste 55 km naar Padang beginnen heel mooi, op een rustig weggetje langs zee met her en der een vissersdorpje.

Op de strandjes waar je kunt zwemmen staan meestal tentjes waar je wat kunt eten en drinken. Heel relaxed.

De tweede helft van de route gaat door de voorsteden van Padang, en is beduidend minder. Gelukkig duurt dat niet al te lang en vinden we een leuk hotelletje. De doelgroep is surferdudes, maar een paar fietsers zijn ook welkom.

Padang kent een chinatown, dus dat zoeken we op. Voordat we er zijn komen we de Padangsche Spaarbank nog tegen, een van de gebouwen die door de Nederlanders zijn achtergelaten. Er staan sowieso nog wel wat mooie gebouwen die er wat ouder uit zien. 

De Chinese wijk is wat levenloos. In de Chinese tempel zijn wij de enige bezoekers. Dan maar een durianijsje proberen. We hebben hier een licht trauma aan overgehouden in Myanmar, toen we dit per ongeluk proefden en echt heel vies vonden. Maar dat is lang geleden, en het verpakte durianijsje dat we een paar dagen geleden per abuis gekocht hadden bleek best oké te smaken. Dus we gaan ervoor, in een van de bekende es durian zaken die Padang rijk is. En dat was meteen het laatste durianijsje dat we ooit gehad hebben. Die durian ruikt niet alleen enorm, hij smaakt ook nog eens smerig. Vinden wij dan, want heel Indonesië lijkt hem heerlijk te vinden.

De oplettende kijker heeft onder het es durian uithangbord ook het bord met de tsunamivluchtweg gezien. Die hangen hier veel sinds 2014. Laten we hopen dat ze voor niets zijn opgehangen en nooit de weg hoeven wijzen.

7 thoughts on “Oleh-oleh, oleh-oleh, feeling hot hot hot

  1. Geweldig! Pas op met voorverpakte ijsjes, de stroom wil wel eens uitvallen en dan ontdooit het ijsje om vervolgens weer te bevriezen…

  2. Hartstikke leuk verslag weer, blijft steeds weer leuk om te lezen…
    Nog ongeveer 6 weken te gaan dus in Indonesië. Waar gaan jullie dan ook weer naar toe ?
    Gr. Coby

  3. Wauw schitterend en jou verhaal is ook weer heel mooi ik geniet er van om ook steeds te lezen over jullie belevenissen en de indrukwekkende luchten geniet ze.

  4. Die durian doet me denken aan die durian die we eens in de Philipijnen kochten en een paar dagen bewaarde in de koelkast. Ohh wat stonk dat ding. Trouwens wat een geweldige verslagen en foto’s komen we weer elke keer van jullie te zien. Ik hoop dat jullie dit nog lang kunnen doen en dat we zo mee kunnen genieten. Ik wens jullie dan nog veel geluk en fietsplezier toe de komende tijd.

Comments are closed.