Lang leve de Chinezen

Khojand uit is weer vroeg, om tien over vijf zitten we op de fiets. Het is natuurlijk nog niet druk, maar we zijn zeker niet de enigen op dit tijdstip. Zodra we de bebouwde kom uit zijn is weer duidelijk dat de Chinezen langs zijn geweest. Een supergladde tolweg leidt ons naar Istaravshan. We ontbijten weer op een mooi plekje onderweg, waar het personeel iets na ons aankomt. De route zelf is niet heel spannend. Hij gaat geleidelijk omhoog met aan weerszijden landbouwgrond en af en toe een kudde. 

In Istaravshan heeft het eerste hotel dat we proberen plek en een mooie kamer, en de fietsen kunnen in de fitnessruimte staan. Dat komt mooi uit, want heel veel meer hotels zijn er niet. In Istaravshan zijn we in 2012, toen we met een georganiseerde groepsreis door het land trokken, ook geweest. We zullen de route van toen de komende weken volgen, tot in Murghab. Daar draaiden we toen om om terug te keren naar Dushanbe. Dit keer rijden we door naar Osh, terug naar Kirgizië.

Aangezien we hier 5 jaar geleden ook waren, en we toen foto’s gemaakt hebben op de markt, wordt het ook dit keer een soort Opsporing Verzocht. Iedereen helpt mee en stuurt ons in de richting van de volgende geportretteerde. Ook nu weer hilarische reacties van mensen die niet kunnen geloven dat iemand een 5 jaar oude foto af komt leveren. En terwijl we aan het zoeken zijn zie je aan de reactie van mensen om ons heen dat het verhaal zich verspreidt. We hebben 10 foto’s meegenomen, en we kunnen er vandaag 7 afleveren, waarvan één aan iemands broer en 6 persoonlijk.

Van die zes zijn er vier die wel weer opnieuw op de foto willen.

De overige 3 zijn toevallig even niet aanwezig, maar we vinden wel de plek waar ze zitten, dus dat gaat wel goed komen.

Na een lekker ontbijtje vier deuren verderop gaan we, gewapend met de laatste 3 foto’s, terug naar de markt. Helaas zijn ze ook nu niet aanwezig, maar we kunnen de foto’s achter laten bij een dochter en collega’s. Natuurlijk doen we ook nu weer een rondje markt. 

Het straatje waar ik 5 jaar geleden de foto gemaakt heb die bij ons in de huiskamer hing (zwartwit foto met aparte sfeer vanwege rook shaslicktentjes) is er nog steeds. De vrouw die op die foto vooraan shaslick staat te bakken heeft nog dezelfde baan. 

We krijgen weer thee aangeboden, ook bij een van degenen waar we gisteren een foto aan hebben afgeleverd, en krijgen rozijnen, aardbeien en kandijsuiker aangereikt van mensen die nu op de foto willen. De aardbeien gaan hier niet per bakje van 250 gram maar per emmer, en als je in het fruitstraatje staat waar naast aardbeien ook kersen, abrikozen en moerbeien verkocht worden geuren ze overal overheen. Heerlijk.

Istaravshan is de eerste plek van onze reis waar zo’n beetje alle jongeren tussen de 8 en 18 hun Engels willen oefenen. Er komen alleen niet al te veel toeristen in Tajikistan, en al helemaal niet in Istaravshan, dus vraag en aanbod zijn niet helemaal in balans. Een van de oefenaars wil graag net als wij toerist worden en vraagt zich af welke studie je daarvoor moet volgen. Het gros komt echter niet heel veel verder dan hello, what’s your name, my name is (Ahmed / Ulubek / …..), bye en otkuda. Om de een of andere reden wordt where are you from toch vaak in het Russisch uitgevraagd. In de ruimte naast de receptie in ons hotel wordt ook Engelse les gegeven, en een ruimte hoger zit de BSO voor vierjarigen. De kleuters zitten met hun neusjes tegen het raam geplakt naar ons te zwaaien, terwijl vanuit de Engelse les Jingle Bells klinkt.

De weg vanuit Istaravshan richting de hoofdstad, Dushanbe, is niet heel moeilijk te volgen. De markt voorbij, bij de rotonde rechts en dan steeds de weg blijven volgen. Oh, en natuurlijk bergop. De eerste 60 kilometers volgen grotendeels een vallei, de bergen in. Omdat de vallei ook een stijgende lijn vertoont, lijkt het alsof je helemaal niet omhoog gaat, maar de inspanning vertelt wat anders. We stijgen van 1035 meter naar 2695 meter in die 60 kilometer, waarvan de laatste 5 km in de Shahriston tunnel. 

Onderweg krijgen we 2x thee aangeboden. De eerste keer van een imker die honing verkoopt, en ieder kopje thee wordt fors (een volle eetlepel) gezoet met eigen product. De tweede keer van een gezinnetje dat net voor de pas kurut (die gedroogde-kaasballetjes die het zo goed doen met een biertje) en emmertjes gedroogd fruit verkoopt. Er zitten tig van zulke tentjes langs de weg, het is een wonder dat ze hiervan kunnen leven. Misschien hebben ze ook nog schapen, we zien in ieder geval hele kuddes onderweg. 

Meteen na de tunnel begint de afdaling: terug naar 1480 meter in 30 km. Het lijkt alsof we in een andere wereld zijn beland. Waar de stijging door een best wel lieflijk dal met groen ging, zien we nu overal om ons heen hoge, kale bergen. We dalen langzaam af en stoppen weer regelmatig voor foto’s. Bergen zijn zwaarder, maar de inspanning wordt wel degelijk beloond. 

In Ayni, het eindpunt van vandaag, blijkt het enige hotel dat we zien en dat we op internet hadden gevonden gesloten. Gelukkig weet een omstander raad, een paar huizen verderop zit nog een hotel. Geen uithangbord of niks, dus hoe hij aan klanten komt weet ik niet, maar wij hebben een prima kamer. 

De laatste dag naar Dushanbe begint weer om half vijf, want dan gaat de wekker. De eigenaar van het hotel is netjes om 5 uur aanwezig, al had dat niet gehoeven omdat we letterlijk van alle deuren een sleutel hebben gekregen. Een goeie vent. Het hotel is trouwens waarschijnlijk net nieuw want mijn lakenset zat nog in het plastic en de handdoeken moesten nog gekocht worden.

De route naar Dushanbe kan worden ingedeeld in 3 stukken. Deel 1 gaat op en neer door een kloof waar een rivier doorheen raast. Je kunt wel zien dat het voorjaar is en de sneeuw op de toppen aan het smelten is. Helaas staat de zon nog niet hoog genoeg om de kleuren tot hun recht te laten komen, maar het is dus nog wel lekker koel. 

In Sarvoda stoppen we voor deel 2 van de route. Hier zoeken we vervoer voor ons, de bagage en de fietsen. Dit is namelijk de laatste plaats voor de Anzob tunnel, die als bijnaam ‘tunnel of death’ heeft. Dat heeft 4 redenen: hij lekt, het wegdek is zo goed als afwezig, hij is niet verlicht en er is geen ventilatie waardoor alle uitlaatgassen blijven hangen (en de Tajiekse auto’s zijn niet de schoonste eruit). Het is dus geen tunnel waar we doorheen willen fietsen. In Kirgizië stikte het van de kleine vrachtwagentjes met open laadbak, maar die zijn hier een stuk schaarser. De shared taxi’s zijn grotendeels jeeps waar de fietsen in passen, dus we komen een prijs overeen voor het traject tot na de tunnel. Helaas denkt de goede man dat er dan nog wel een passagier of 3 op de fietsen kan zitten, dus dat feest gaat niet door. Een oudere man neemt de rit over. Als we gaan tanken en betalen blijkt dat hij niet goed heeft geluisterd naar de afgesproken prijs. Na een poging meer te ontvangen en op en neer geschreeuw met de man van de eerste jeep, vertrekken we alsnog. Hij rijdt netjes en heeft het al snel niet meer over het prijsverschil, dus we besluiten hem dat als fooi te geven als hij de rit netjes afmaakt. De tunnel begint een stuk hoger dan Sarvoda, dus eerst gaan we fors omhoog. Net voor de tunnel draait hij de auto. We zijn er, zegt ‘ie. Als we die 5 km de tunnel door willen moeten we nog 50 somoni (5 euro) extra betalen. We zijn woest, dat was niet de afspraak, maar hebben geen keus. Het overige verkeer dat langs komt is ongeschikt of zit vol. In Wilchards portemonnee zit nog maar 30 somoni en dat is wat we nog extra betalen.

Er komt nog iemand die bij de tunnel werkt bij om uit te leggen dat die echt wel heel slecht is. Dat zou meteen een kans zijn geweest om nog een foto uit 2012 af te geven, want ik herken hem meteen, maar foto’s van wegwerkers hebben we niet uitgeprint omdat de kans nihil is dat je die terug vindt. Dachten we. 

Ennieweej, de tunnel blijkt enorm verbeterd als we erdoorheen rijden. De weg is ok, het lekt nergens, er is verlichting en de uitlaatgassen zijn er wel maar in veel mindere mate. Nog steeds niet geschikt om doorheen te fietsen, maar zeker geen tunnel of death meer. Van die bijnaam gaat hij waarschijnlijk nooit meer af komen. 

Aan de andere kant laden we onze fietsen en tassen uit en tuigen ze op. Chauffie ziet onze spanbanden en denkt er wel een te mogen hebben als hij erom vraagt, maar we helpen hem snel uit die droom. 

En dan begint deel 3 van het traject, de laatste 77 km, waarvan er 76 naar beneden gaan. Ook nu ziet het er aan de andere kant van de pas weer heel anders uit.

Het is voor ons aan het begin wel een beetje een hindernisbaan. Er zitten namelijk redelijk wat korte tunnels, maar ze zijn lang genoeg om telkens even de verlichting aan te moeten zetten en de zonnebril af. Het is trouwens goed dat die tunnels er zijn. Op één na zijn ze niet bedoeld om door bergjes heen te gaan, maar om bij steile hellingen te voorkomen dat in de winter door lawines de weg en eventueel auto’s bedolven raken onder de sneeuw. Zonder die tunnels zou de weg een deel van het jaar niet begaanbaar zijn.

Halverwege de middag komen we aan in Dushanbe, waar we de volgende ochtend, na een ontbijtje, de markt op zoeken. Ook hier hebben we weer foto’s te verdelen. 

Al snel blijkt, dat het hier wat lastiger vinden is. De eerste paar hebben we in no time bij de rechtmatige eigenaressen afgeleverd, maar daarna wordt het lastig. Het lijkt erop dat een deel van de gefotografeerden inmiddels op een andere markt werkt. Een score van 50% is echter lang niet slecht. Tajikistan is trouwens het eerste land ooit waar we foto’s afleveren en ze denken dat we betaald willen worden. Wellicht dat dat veroorzaakt wordt door de fotografen bij wie je jezelf kunt laten vereeuwigen, alhoewel dat in meer landen voorkomt. Zonder uitzondering zijn ze in ieder geval blij als ze een foto krijgen.

Tijdens de lunch eten we op de markt kurutoob, een van de weinige vegetarische opties in Tajikistan en een gerecht dat je verder nergens vindt. Het bestaat uit platbrood in een soort yoghurt (kurut, die balletjes voor bij het bier, opgelost in wat water) met als topping tomaat en komkommer. We hebben deze de vorige keer in Tajikistan gegeten met Theo van der Laar, die hier toen een project deed, en vonden het een fantastisch gerecht. Nu vinden we het nog steeds lekker, maar merken we wel dat we het lichtjes hebben geromanticeerd. 
We eten de kurutoob in een restaurantje op de markt, en aan de tafel naast ons zit een jongen van een jaar of 25. Hij blijkt een beetje Engels te spreken en vertegenwoordiger in luxe snoepjes te zijn. We lunchen samen en krijgen een wat beter beeld van Tajikista, en hij van Nederland. Er zijn 3 dingen waar hij niets van snapt:

  • dat in Nederland mannen met mannen een relatie kunnen hebben
  • dat we maar 2 kinderen hebben. Minimaal 5 is namelijk handig voor je oude dag
  • dat we, aangezien we weten dat na Jezus Muhammed is gekomen, niet zijn overgestapt op de islam

Voor degenen die zich nu afvragen hoe ik dat slanke figuurtje heb weten te behouden na mijn zwangerschap even een uitleg. We zeggen in den vreemde tegen vreemden vaak dat we 2 kinderen hebben, een jongen en een meisje, Rolf en Sofie. Niet toevallig van dezelfde leeftijd als Rolf en Sofie, het neefje en nichtje van Wilchard. Dat maakt het leven net wat eenvoudiger.

En dat slanke figuurtje? Dat komt langzaam weer terug. Ook dat afgetrainde lichaam van Wilchard. Je kunt zoveel snickers / taarten / zoete frisdrank / chips eten als je wilt, die fiets je er in no time weer vanaf. 

We hebben twee rustdagen in Dushanbe. Die tweede dag lopen we wat door de stad, eten wat blini’s (soort flensje) met witte kaas en crème fraîche, lopen we nog wat, eten we in een sjiek tentje op het terras een supergoeie caesar salad (Wilchard) en spaghett bolognese ((Wendy) en lopen nog wat. 

Onderweg zien we een mengelmoes van protserige gebouwen, grote parken, brede boulevards met veel groen, gewone straten, oude en nieuwe flats en gewone huizen. De oude flats zijn niet al te hoog.

De weken na Dushanbe tot we weer terug zijn in Osh zullen we het met minder moeten doen, dus we eten nu even goed vooruit. We gaan namelijk de hoogte in, dus dan is het gedaan met de ruime keuze aan vers fruit en verschillende gerechten, omdat daar simpelweg niets groeit. Bovendien start de ramadan over een paar dagen, dus dan zullen overdag ook veel restaurantjes dicht zitten. Maar met de hoogte komt ook de leegte, dus dat wordt vooral zorgen dat we voldoende mee hebben voor onderweg.

18 thoughts on “Lang leve de Chinezen

  1. Wat een geweldige beleving voor jullie en met jullie foto’s beleven wij het mee. Geweldig mooi en ook vooral jullie mooie verhalen. Toppie geniet er maar vooral van.

  2. Wat een super verhaal en mooie foto s helemaal top!!!! Groete van Jan Hendriks.

Comments are closed.