Werk aan de winkel voor de Chinezen

Dushanbe uit is niet zo interessant. Zoals bij iedere hoofdstad is het wat drukker, alhoewel dat snel afneemt.  Tegen het einde van de dag zien we de eerste echte bergtoppen weer. 

We overnachten in een spa resort in Obigarm, 93 km verderop. Dit klinkt boeiender dan wat het is. In een bladderend gebouw is een kamer nieuw betegeld. Uit een slang stroomt bloedheet water een badkuip in. Schijnt gezond te zijn, maar wij slaan over. 

Na Obigarm schijnt het asfalt op te houden. Dat klopt tijdens de route van vandaag voor zo’n 50%. China wil een moderne Zijderoute, een goede infrastructuur tussen China en het westen. Die loopt wel door Centraal-Azië, maar duidelijk niet via deze route. Vandaag is een goede oefening, want na deze etappe houdt het asfalt voorlopig op. Een gravelweg met veel losliggende stenen heeft, naast dat het soms minder prettig fietsen is, nog een nadeel: ander verkeer werpt veel stof op. Maar dat levert in de vroege ochtend, bij laag tegenlicht, ook mooie beelden op.

We volgen voor de verandering weer eens een rivier. 

Bij onze eerste theestop hebben ze helaas geen eieren. Gelukkig staat er ook een opel astra volgeladen met galiameloenen, dus we kopen er een voordat hij de markt op gaat, snijden de helft voor onderweg en de andere helft is ons fruitontbijt. 

We gaan vandaag 3 keer fors omhoog en fors omlaag. Deels verhard, deels onverhard, en met weinig verkeer. Deze weg gaat niet naar grotere steden, en voor regulier verkeer is er een eenvoudigere route naar het Pamirgebergte, waar wij ook heen fietsen.

Wel zien we enorme kuddes schapen. En ook alleen maar schapen. In Kirgizië zagen we ook kuddes koeien en geiten en zaten de herders te paard, hier zien we alleen kuddes schapen, zij het veel groter, en lopen de herders. In de kudde lopen ook een paar honden die je amper herkent omdat ze de grootte van een schaap hebben, en ezels voor de bagage. De kuddes delen de weg met het reguliere verkeer, en dat is meestal niet al te geduldig. Al toeterend banen ze zich een weg door de kudde.

Aangekomen op de plek waar volgens maps.me een hotel zou moeten zitten, blijkt dit een oude verlaten fabriek te zijn. Waarschijnlijk heeft iemand daar zijn tentje op gezet en dat als hotel op openstreetmap gezet. Gelukkig weten ze bij het tankstation te vertellen dat een kleine kilometer verderop een gostenitsa (gasthuis) zit. Na 5 x navragen en 2x eraan voorbij rijden blijkt het een gewoon woonhuis, dat boven 4 kamers heeft waar je kunt slapen. Beneden is een eetkamer, een televisiekamer, de badkamer en de keuken. Een prima plekje dus, en wij zijn de enige gasten.

De volgende ochtend begint de route waarvoor we naar Tajikistan gekomen zijn. We rijden de M41 op, die verderop de bijnaam Pamir Highway gekregen heeft en daar fors de hoogte in gaat. Voorlopig volgen we dezelfde rivier als gisteren, alleen is de weg smaller en is er nauwelijks verkeer over. Soms ligt er een stukje asfalt, maar meestal niet. De ondergrond is echter een stuk beter dan de onverharde stukken van gisteren. Af en toe komt er ergens smeltwater naar beneden dat de weg kruist. De eerste keer doen we onze schoenen en sokken nog uit, maar bij de tweede wisselen we ze in voor onze keens, sandalen die tegen een stootje en vooral ook tegen water kunnen. Ik laat de foto’s maar voor zich spreken.

In Tavildara vinden we een hotelletje waar we ook nog wat kunnen eten, al is het nog lang geen zonsondergang. Het is toch even zoeken hoe de Tajieken met de ramadan om gaan. We eten weer soep waar we de schenkel, die je standaard meekrijgt, uit weg laten, brood en een salade van tomaten en komkommer, vergezeld van thee. Vocht en zout, dus dat is een goede aanvulling. Het hotel wordt gerund door drie vrouwen, en helaas wordt een stereotiep bevestigd: waar de mannen vaak opkijken van de riem die onze ketting vervangt, wordt hier de achteruitkijkspiegel gebruikt om te controleren of het haar goed zit.

’s Ochtends worden we om kwart over vijf uitgezwaaid door tweederde van het personeel. Kom daar maar eens om bij Van der Valk. De eerste 17 km volgen we nog steeds diezelfde rivier. Na een kort maar pittig klimmetje worden we bovenaan ‘beloond’ met weer een de weg overstekende stroom smeltwater. Als we oversteken merken we waarom de opel astra die ons tegemoet kwam zo treuzelde: het is kniediep en de stroming is behoorlijk. En voor ons geldt ook nog dat zo ’s ochtends vroeg, zonder zonnetje, het best even duurt voor onze tenen ontdooid zijn.

Na die 17 km, waarin we nog en keer door dieper water moeten omdat de brug het een paar jaar geleden heeft begeven, slaan we rechtsaf, de bergen in. We moeten namelijk de Sagirdasht pas over die op 3252 meter ligt. Een klim van dik 1600 meter over 28 km, over onverharde weg. Daarna mogen we ook weer 32 km naar beneden, ook onverhard, maar laten we eerst maar eens boven komen. 
Na een kilometer of 2 komen we bij een dorpje. Aan de weg staan wat kleuters die zoals wel vaker hello hello roepen. Wat dit bijzonder maakt is dat, als we hello teruggeroepen hebben, een kinderstem of 30 hello, hello begint te roepen. De rest van het dorp is niet snel genoeg bij de weg, maar wil wel van zich laten horen. Heel schattig.

Drie kilometer na het dorp dient hindernis 3 zich aan. Ook hier heeft de brug het begeven, maar dat is waarschijnlijk vannacht gebeurd, aangezien ze nog bezig zijn de alternatieve oplossing te bouwen. Een helft van de brug heeft losgelaten, waardoor je nu wel vanaf de rivier naar de andere oever kunt, maar niet van de ene naar de andere oever. De oplossing is een nieuw weggetje dat bij de rivier uitkomt waar je dan de brug op kunt, maar daar heeft het verkeer de eerste uren niets aan. Aan de overkant staan 4 jeeps rustig te wachten, een alternatief is er toch niet. Voor wandelaars en fietsers hoeft de nieuwe weg niet af te zijn. Nadat we onze tassen van de fietsen hebben gehaald worden fietsen en tassen handig naar de overkant gebracht, en wij worden ook op de brug geholpen. Fijn dat we wel door kunnen, want ons enige alternatief zou een andere route zijn waarvoor we helemaal naar Dushanbe moeten.

Als we door willen fietsen weet een van de helpers te melden dat de doorgaande weg is afgesloten, maar dat we via een alternatieve weg naar rechts ook op de pas kunnen komen. Goed dat hij het even meldt, want die steen op de weg die blijkbaar betekent dat de weg is afgesloten hadden wij anders waarschijnlijk aangezien voor een gewone steen op de weg, er liggen er wel meer. Die alternatieve route had ik al op maps.me gezien, maar die snijdt 7 km af van de lengte en niets van de hoogte, waardoor het stijgingspercentage verder omhoog gaat. Bovendien lijken mijn benen vandaag van pap en lijkt het wegdek van de alternatieve route belabberd. Kortom, wat nu. 

Wilchard heeft een goed idee. Hij loopt terug naar de brug om te kijken of een van de wachtende jeeps wat wil bijverdienen. Dat blijkt het geval. De fietsen gaan op het dak, wij en de bagage erin, chauffie trekt nog even een schoon shirt aan en kamt zijn haren, en we kunnen. Onderweg naar boven wordt al snel duidelijk dat we een goede beslissing genomen hebben. De hellinkjes zijn soms 10% plus, en het wegdek is inderdaad veelal beroerd.

Als we weer op de doorgaande weg zitten wil chauffie stoppen, omdat we er al zouden zijn. Dat is niet zo, dus we laten hem nog een kilometer of 3 doorrijden. 2 Kilometer voor de pas stappen we uit. En chauffie probeert nog wat extra’s te bedingen. Dat was niet de afspraak, en na wat op en neer gebakkelei is duidelijk dat hij het gewoon probeerde en neemt hij met een lach afscheid. 

Die laatste twee kilometer fietsen we vrij eenvoudig naar boven. De weg is stukken beter, en dat merk je. Hier ligt ook nog wat sneeuw. Dat smeltwater moet tenslotte ergens vandaan komen. 

Zodra we de pas over zijn lijkt het alsof we in een andere wereld zijn aanbeland. Er ligt veel meer sneeuw, en waar de andere kant groene weilanden had zijn het hier kale rotspartijen. De smeltende sneeuw is aan het begin een smal stroompje, en wordt steeds breder. Het raast naar beneden, en wij fietsen er langsaf. Mooi, niet te geloven. We doen dan ook een uur of 5 over de afdaling. Enerzijds omdat naar beneden op onverhard ook niet hard gaat, maar vooral omdat we vaak stoppen voor foto’s.

In Qal’ai Khumb, het eindpunt van vandaag, zoeken we de homestay weer op waar we in 2012 hebben overnacht. Wij zijn de enige gasten, en besluiten om hier ook te eten. De homestay ligt aan de kolkende rivier die wij vandaag gevolgd zijn en waarvan we het ontstaan hebben kunnen zien, en we eten op het terras aan het water. 
Hier nemen we weer een rustdag. We slapen lekker uit, doen de was en nemen uitgebreid de tijd voor ons ontbijt op het terras (op de foto het tweede balkonnetje, en de heren van het reiscafé moeten op de wasdraad letten).

We besluiten om de Panj, de grensrivier met Afghanistan waar ons riviertje 100 meter verderop in uitkomt, een stukje te volgen. Te voet en stroomafwaarts, aangezien we er de komende week of 2 per fiets stroomopwaarts langs zullen fietsen. De weg aan de Tajiekse kant, waar wij lopen, is verhard en redelijk breed, in Afghanistan is het een smal pad dat in de rotsachtige bergwand is uitgehakt. Het lijkt erop alsof ze een tweede pad aan het uithakken zijn. Dit houdt namelijk op bij twee mannen die met een pikhouweel bezig zijn rotsen weg te hakken. Je mag dan af en toe wel balen van de wegwerkzaamheden in Nederland, maar ze duren daar wel korter. Een voordeel hier is wel: geen files.

Het lijkt erop alsof niet heel Tajikistan aan de Ramadan doet. In een wegrestaurant waar ook wat vrachtwagenchauffeurs zitten, kunnen we een kopje thee krijgen, en lunchen lukt in een van de restaurantjes van het dorp. Dat is fijn, want dat betekent waarschijnlijk dat we de komende tijd ook her en der wel wat te eten kunnen krijgen. 

De rest van de middag brengen we op het terras door, met een zak chips, wat te drinken en onze e-readers. Het is tenslotte een rustdag.

Als we de volgende ochtend wakker worden miezert het. We volgen de rivier de Panj stroomopwaarts. Omhoog dus. De weg is deels verhard, een meevaller, maar het weer zit de rest van de dag ook niet mee. Soms miezer, maar af en toe ook een flinke bui. We kunnen in ieder geval tijdens één van die buien schuilen in een koeienstal. Hij is niet verlaten, een deurtje verderop staat ook een koe te schuilen en haar zussen lopen lekker te grazen.

Gelukkig is het ook vaak droog en schijnt af en toe de zon. Al die verschillende weertypes in dit dramatisch mooie landschap leveren wel mooie beelden.

Afgelopen nacht heeft het flink gestormd. Dat kun je wel zien ook, de regenwolken zijn weggeblazen en het is blauw met wat schapenwolken. 10 kilometer op de route blijkt de storm wat meer schade te hebben aangericht. De eerste landslide bestaat uit kiezels. De vrachtwagen die ervoor staat kan niet door, maar er heeft al iemand een smal paadje gemaakt en onze fietsen passen prima. Iets verderop komen we de chauffeur van de vrachtwagen tegen, die ons weet te vertellen dat het verderop erger is en dat de weg daar ook voor ons is geblokkeerd. Een kilometer verderop is het inderdaad raak. Er zijn veel kleine kiezels en modder naar beneden gekomen. Gelukkig is dit een belangrijke verkeersader, aangezien hij de verbinding vormt tussen het westen en het oosten van het land, dus op strategische punten staan shovels klaar, in afwachting van werkzaamheden. Eentje is er al aan de slag. We wachten dus maar even, en een uurtje later is de weg weer vrij.

We volgen nog steeds de Panj, maar met mooi weer ziet alles er anders uit. 

We overnachten weer in een homestay, bij mensen thuis dus, in Rushan. We komen de eigenaar, Mubarak, al meteen tegen als we de doorgaande weg afrijden. Hij is de koeien naar de stal aan het leiden, maar helpt ons tussen de bedrijven door.

De gastvrijheid van de eigenaar en zijn vrouw, de overladen tafel en het mooie plekje doen ons besluiten een dagje extra te blijven. We lopen het dorp even in maar zijn snel uitgekeken, en brengen de rest van de dag al lezend door in de tuin.

 

Vanuit Rushan fietsen we 65 km naar Khorog. Volgens de Lonely Planet over decent asphalt, volgens ons over een stuk betere weg maar nog steeds her en der slecht. En waarom? Geen idee. Tijd om dat westerse trekje om overal een verklaring voor te zoeken los te laten, want die zal ik regelmatig niet krijgen.

Onderweg besluiten we de route aan te passen. Er zijn vanuit Khorog, het eindpunt van vandaag, 2 routes over de Pamir terug naar Kirgizië: via de Wakhan corridor en dan steil omhoog over onverharde weg, of de Pamir Highway blijven volgen die wat minder steil omhoog gaat en asfalt heeft (kwaliteit redelijk). Ons oorspronkelijke plan was de Wakhan, maar na de afgelopen dagen beseffen we dat we dat waarschijnlijk niet halen, dus kiezen we voor het alternatief. Zo gemakkelijk gaat dat, ik denk dat de beslissing nog geen 30 seconden geduurd heeft.

In Khorog belanden we in een heuse file. Nou ja, 20 stilstaande auto’s op een rij, dat noemen wij tegenwoordig dus file. Het is even schrikken, zoveel mensen, winkeltjes, restaurantjes. Dat zijn we niet meer gewend. Grappig, hoe snel dat gaat. Het went echter ook weer heel snel. We eten wat, lopen over de markt, drinken wat, gaan naar de vvv voor info over homestays op de nieuwe route en eten een ijsje of 3. En na een week geen internet hebben we weer contact met het thuisfront. Fijn te horen dat daar ook alles goed gaat.

19 thoughts on “Werk aan de winkel voor de Chinezen

  1. Wat prachtig weer Wilchard en Wendy. En heel anders met sneeuw en regen maar misschien nog wel mooier. Grappig, Wij hebben in dezelfde homestay in QAl Ai Khumb overnacht. Pamir Highway wordt veel bezocht door fietsers. Respect is niet misselijk maar je krijgt er de meest prachtige ‘schilderijen’ voor terug. Fiets ze. Groetjes Bart en Jacqueline

    1. Hoi, wij hadden eigenlijk verwacht meer fietsers te zien. Tot nu toe (en we fietsen morgen al naar Osh) zijn er dat niet meer dan ruim 10 misschien. We zien meer motorrijders. Wel heel leuk dat jullie hier zo kort geleden nog geweest zijn!

Comments are closed.