Over zandwegen en langs baobabs

Na een dagje bijkomen van de klim, klimmen we lekker door. We nemen voorlopig afscheid van de hoofdweg en nemen de afslag naar de T8. Dit is nog steeds een rijksweg, maar op de eerste 70 km na, tot Chunya waar wij overnachten, is hij niet verhard. En het is maar goed ook dat die eerste fietsdag over verharde weg gaat, want we mogen eerst weer flink omhoog.

Het landschap wordt beduidend minder groen, maar blijft prachtig mooi. Boven aangekomen volgen we een hele tijd de rand van de bergen, die steil naar beneden duikelen. In de diepte lijkt het landschap niet heel erg te verschillen met waar wij fietsen.

We verlaten het asfalt zodra we de bebouwde kom van Chunya uit rijden. We zijn er al vrij snel achter dat de kwaliteit van de onverharde weg voor verbetering vatbaar is. Veel stenen en her en der wasbord of los zand. Natuurlijk kan het erger, maar lekker fietst het niet, bovendien ben je alleen maar op de weg aan het letten. Na 61 km fietsen houden we ermee op voor vandaag. Even resetten. Anderen die deze weg gereden hebben raadden hem aan, maar tot nu toe zien we er de lol niet van in. Nog 397 km onverhard te gaan tot het asfalt weer begint.

We hadden het in het dorp waar we overnachtten al gezien, in dit gebied wonen mensen die nog in traditionele kledij rondlopen. Meestal zijn dit dan de vrouwen, maar hier zijn het de mannen. Het is een bijeenraapsel van moderne en traditionele elementen. Standaard zijn een stok en ringen rond de enkels en armen, vaak vergezeld van rubberen kaplaarzen. Een meneer die we onderweg tegen komen wil graag op de foto, maar dan moet hij wel even zijn vier riemen goed doen.

Gelukkig is het wegdek op de tweede fietsdag van behoorlijke kwaliteit. Na 92 km bereiken we Ilungu. Ik lig wat achter en word door Wilchard en de volledige kinderschare van het dorp welkom geheten. Terwijl we wachten op de vrouw van het hotel spelen we kinderopvang. Ze hebben van plastic zakjes en wat touwtjes twee ballen gemaakt, en Wilchard voetbalt een bal de lucht in, ik gooi de andere zo hoog mogelijk. Degene die de bal vangt komt hem terugbrengen en vergeet voor even zijn of haar angst. Want de Tanzaniaanse kinderen vinden die mzungu’s superinteressant, maar ook enorm eng. Af en toe blijft er eens eentje staan, maar de meesten rennen hard weg als we echt dichtbij komen.

De kamer is, net zoals gisteren, enorm basic. 3 bij 3 meter met een smal tweepersoons- of breed eenpersoons bed. De douche (een bak water) en het toilet (van het type hurk) delen we met de overige gasten. Het kost ons de kop niet. Gisteren €1,89, vandaag €2,65. Voor twee personen dus. Net zoals er weinig keuze is in de kamer, valt er ook weinig te kiezen wat betreft eten. We vallen vaak terug op de Tanzaniaanse klassieker chipsi mayai, een aardappelomelet. Officieel eet je hem met een tandenstoker, maar wij vragen gewoon om een lepel of vork. En mochten de aardappeltjes nog niet voorgebakken zijn, dan is er altijd nog rijst met bonen en een groentenprutje. Ook hier zijn we geen kapitalen kwijt: de chipsi doet 2000 shilling ofwel 80 cent, rijst-plus de helft daarvan.

Fietsdag drie, wat zullen we er eens van zeggen. Aan de pluskant zijn de eerste vijfentwintig kilometer prima: goed wegdek en niet te steil zodat omlaag lekker gaat en omhoog niets voorstelt. De resterende vijftig zijn van beduidend mindere kwaliteit. We hotsen en klotsen dus verder, en vijftien van die kilometers worden we vergezeld door steekvliegen. En niet een paar, kan ik melden. Ik heb nog nooit zo hard gefietst op zo’n beroerd wegdek. Net voor Rungwa, onze stop voor vandaag, steken we een bruggetje over en zie ik in de droge rivierbedding olifantenkeutels liggen. Morgen fietsen we langs Rungwa National Park af, benieuwd of we nog wild gaan zien.

Degenen die zich nu verheugen op foto’s van giraffen, zebra’s en wellicht een olifant of twee moet ik teleurstellen. Het wegdek is heel fatsoenlijk, de vliegen zijn af en toe aanwezig maar meestal niet en zeker niet in grote aantallen, en dat laatste geldt in extremere mate voor het wild uit Rungwa National Park. We zien wat apen oversteken en overrijden bijna een chameleon, maar daar blijft het bij.

We besluiten om vandaag vroeg te vertrekken en Itigi te bereiken. 109 km moet te doen zijn, maar het hangt uiteindelijk helemaal af van de kwaliteit van de weg. De eerste 70 km is die goed, maar de laatste 40 worden we getrakteerd op lange stukken wasbord. Maar we halen het, 10 uur na vertrek rijden we Itigi binnen. De reden dat we vandaag zo’n lange afstand afleggen is heel eenvoudig: meerdere mensen hebben ons gemeld dat er vanaf hier weer asfalt ligt, en daar zijn we wel weer aan toe.

Dat asfalt laat nog 25 km op zich wachten, maar dan kunnen we voorlopig afscheid nemen van wasbord en hobbelige gravelwegen met stukken los zand. Eindelijk wordt al onze energie weer omgezet in een voorwaartse beweging, en dat is maar goed ook want het waait fors. Maar zelfs dan kost dat heel veel minder inspanning. In twee dagen rijden we naar Singida, en op de tweede dag waait het zo hard dat ik af en toe af moet stappen omdat een windvlaag vat krijgt op mijn fiets. We zouden het waarschijnlijk ook wel in één dag kunnen halen, maar we merken dat we vermoeid zijn en bovendien hebben we geen haast.

Singida is een leuk plaatsje met een mooie markt waar we vooral bij eten. Chipsi mayai is heerlijk, maar wat afwisseling is ook fijn. Maar eerlijk is eerlijk, op de tweede avond zitten we weer achter de aardappelomelet, zo goed bevalt hij.

We fietsen noordwaarts. Dit ligt niet op de route, maar hier willen we twee dagen safari’s doen, een bezoek brengen aan een stam en aan een meer waar zout gewonnen wordt. Daarna terug naar Singida om de weg richting Rwanda in te slaan. Het loopt anders. De wind die ons naar Singida toe parten speelde komt nu in zo’n beetje dezelfde snelheid recht van voren. We kruipen vooruit. Na 8 km, waar we anderhalf uur over doen, puffen we uit tegen de vangrail. Leuk is anders. We kijken elkaar aan. Allebei hebben we geen zin om de resterende 84 kilometers zo door te rijden, los van het feit dat we die nooit gaan halen voor het donker is en we niet weten of we eerder een hotel tegen gaan komen. Wat doen we? Zoeken we vervoer of ….? We besluiten om te draaien, koffie te drinken in Singida en vandaag alvast verder westwaarts tot Mwanza te fietsen. Bijkomend voordeel? Wind mee!

Ook langs deze weg zien we mensen in hun traditionele kleding. En dan niet af en toe, maar bijzonder regelmatig. Kletsend, lopend of op de fiets, en dit keer zijn er ook wat vrouwen met zware armbanden om hun enkels en armen en heel veel kettingen. Het zijn geen maasai, maar tot welke stam ze dan wel behoren weten we niet. In een dorpje wil één van hen met mij op de foto. Hij gebaart het terwijl ik zit, maar als ik opsta heeft hij een probleem. Dat kan hij echter oplossen: als hij op het bankje gaat staan waar ik op zat is hij net wat groter. De rest van het dorp moet er hartelijk om lachen.

Onderweg eten we regelmatig een kruising tussen een oliebol en een poffertje. Vaak zijn ze eerder gebakken, maar vandaag hebben we geluk en krijgen we ze vers van het vuur.

We zien hier opeens regelmatig baobabs. Soms alleen, maar vaker in groepjes bij elkaar.

Op dit deel van onze route hebben we een mix aan hotelletjes, maar wel steeds met eigen badkamer. Ons eten bestaat uit rijst met bonen en kip, en minimaal één keer per dag chipsi mayai. We zijn officieel verslaafd.

De weg naar Mwanza is niet heel spannend, maar wel gemakkelijk fietsen. Geen noemenswaardige hoogteverschillen en de wind de meeste tijd in de rug. We zien steeds meer herders met een behoorlijk grote kudde koeien, soms aangevuld met wat geiten.

8 thoughts on “Over zandwegen en langs baobabs

  1. Ik ben weer helemaal bij. Wat hb ik genoten en met Google maps erbij gevolgd waar jullie zijn. Wat een prachtige verhalen en mooie foto’s. Genieten dus.
    Ben benieuwd hoe jullie verder gaan naar Rwanda. Ik ben zelf natuurlijk als toerist ooit in de bekende parken in Tanzania geweest. Wat een grote verschillen tussen de landen en hun bevolking en het landschap. Wat zullen jullie een conditie hebben. Ben benieuwd hoe de chipsi majay smaakt. Wat zit daar doorheen?

  2. Heerlijk weer om te lezen! En die foto’s weer, prachtig!
    En die volgepakte fiets van die man, indrukwekkend! Jammer van die wind tegen en slecht wegdek! Maar ja jullie moeten verder toch! Weer veel succes en vooral genieten! Groeten uit Helden!

  3. Jullie hebben wel goede bewaking van de kinderen als ik dat zo zie.
    Wat weer prachtige foto`s ook de portret foto`s

    1. Wilchard en Wendy
      Wat een super mooie foto`s en lieve kindjes die jullie onderweg tegen komen.
      Petje af dat jullie de moed hebben met zoveel km in de benen, over zo’n slechte weg te fietsen knap hoor,wij blijven jullie volgen.
      Heel veel groeten Martien en Thea.

Comments are closed.