Back to the future

Ik weet niet waarom Michael J. Fox zo moeilijk deed met zijn DeLorean, want ook met een fiets kun je prima tijdreizen. In Thailand is het nu geen 2017, maar 2560. Na boeddha, dat dan wel. 

Op de tweede rustdag in Chiang Mai word ik opgehaald voor een kookworkshop bij Trichada the cookery home, waar ik onder begeleiding van Oui een vijftal heerlijke gerechten maak: seafood laab, gai pad med mamuang, tom kaa gai, panang curry en khao niew ma muang. Oftewel een pittige salade met zeevruchten, geroerbakte kip met cashewnoten, soep van kip in kokosmelk, panang curry (een rode curry) en mango met kleefrijst. De kleefrijst maken we trouwens blauw door een eetbaar bloemetje mee te koken in de kokosmelk. De laab is mijn favoriet van vandaag, en ik kan iedereen die naar Chiang Mai gaat de kookworkshop van Trichada van harte aanbevelen.

Wilchard bezoekt ondertussen de markt. Die bestaat hier uit een aantal delen, dus hij is er wel even zoet mee. 

Na twee rustdagen vinden we het weer tijd om op de fiets te stappen. We fietsen via kleinere weggetjes de stad uit en rijden de laatste 30 km over de grote weg naar Chiang Dao. Langzaam rijden we de bergen in.

Het hotelletje waar we bij uitkomen wordt gerund door moeder en zoon. We willen graag eerder ontbijten dan de officiële tijden, en dat is gelukkig geen probleem. Als we om zeven uur aankloppen staat moeders al in de keuken een eitje te bakken. Terwijl we dat oppeuzelen babbelt ze lekker over het niet nemen van verantwoordelijkheid en het altijd te laat komen van de Thai. Het klinkt vrij algemeen, maar als om half 8 zoonlief op komt draven en zich verontschuldigt dat hij te laat is om het ontbijt voor ons klaar te maken, vermoeden we toch dat ze een specifiek persoon in gedachten had. 

We draaien al snel weg van de hoofdweg, zowel horizontaal, naar rechts, als verticaal, fors omhoog. Gelukkig duurt dat maar even en worden we daarna flink beloond. Niet zozeer met een afdaling, maar met de natuur om ons heen. We zijn nu toch wel echt in het berggebied aanbeland. Aan alle kanten rekt de aarde zich uit naar de hemel, en de toppen blijven verborgen in laaghangende wolkenflarden. Wij fietsen grotendeels door een dal. Eerst nog over een viercijferweg, dan over een smal weggetje dat onverhard wordt. Het is hier geweldig fraai, en de enige mensen die we tegen komen zijn de boeren die in de pomelogaarden werken. 

Een auto van links laat ons netjes voor gaan, en opeens is de vallei op en mogen we klimmen. Of beter, duwen. Onverhard 14% is te veel gevraagd, en omdat alle bagage achter op onze fietsen zit komt het voorwiel bijna los van de grond. 

Na een net zo steile afdaling stoppen we bij een winkeltje om wat te drinken. We blijken in een Karen dorp te zijn, en de oudere vrouwen lopen nog in klederdracht rond. 

Hier draaien we ook weer een viercijferweg op. En waarschijnlijk heeft toen iemand gedacht dat het nog wel steiler mag als het verhard is, want we mogen met 16% naar boven. Als ik sta uit te hijgen kan ik wel genieten van een mooi uitzicht. 

De rest van de dag moeten we in eerste instantie nog omhoog, maar gelukkig niet meer zo fors. Bovendien valt 8% best wel mee als je er net 16 hebt gehad. Ieder nadeel heb zijn voordeel, of zoiets. En dan mogen we naar beneden, en zijn de laatste 30 km vlak over een heel goede weg met de wind in de rug. Easypeasy fietsen.

Een blik op de kaart in combinatie met het hoogteprofiel leert trouwens dat, als we links waren gegaan bij die auto, we ons de zware klimmen plus 5 kilometer hadden bespaard. Maar dan waren we ook niet in het Karen dorpje geweest en hadden we de uitzichten gemist.

Na een overnachting in Fang hebben we een gemakkelijk fietsdagje voor de boeg. 30 kilometer en zo goed als vlak. Dat is maar goed ook, want het weer zit vandaag niet mee. Het is donker en grijs en af en toe valt er een druppel. 22 graden voelt helemaal niet zo lekker warm aan als je al lange tijd dertig plus gewend bent. Ik begrijp opeens ook de mensen hier die bij dertig graden een trui aan hebben. We vertrekken als het droog is en besluiten niet binnendoor te fietsen maar de grote weg aan te houden. Mocht het nodig zijn, dan biedt die wat meer mogelijkheden om te schuilen. Gelukkig blijkt die maatregel overbodig, maar we zijn nog geen kwartier in ons hotel in Thaton of het begint behoorlijk te regenen. Tegenover ons hotel vertrekken de bootjes naar Chiang Rai, en als ik een groep een bootje in zie stappen ben ik blij dat wij op zo’n moment kunnen wachten tot het beter weer is. 

We zitten inmiddels bijna in Myanmar. We lopen over een smal weggetje door een buitenwijk naar de grens, die bestaat uit een wit-rode paal over de weg. Wij mogen hier niet over, zelfs als we wel een visum zouden hebben, dus we maken rechtsomkeert. In het hotel leren we dat de Thaise en Birmese grenswachten het goed met elkaar kunnen vinden en regelmatig een kaartje leggen. Om wat bij te verdienen doen de Birmese douaniers de was voor die uit Thailand. Onder de Thaise prijs, dus win-win voor beide kanten.

We lopen nog een bergje op. Onderweg passeren we boeddhabeelden en aan het einde van de weg staat een stupa, een boeddhistisch heiligdom waarin heiligheden worden bewaard. Dat is trouwens verrassend vaak een haar van Boeddha, het is een wonder dat die niet kaal is geworden. De Thaise tempels kunnen ons niet echt bekoren, en ook deze krijgt van ons geen schoonheidsprijs. 

Op naar Mae Salong. Volgens de reisgidsen moeten we dan heel steil omhoog. Volgens het hoogteprofiel lijkt dat mee te vallen, het is alleen wat langer stijgen. We gaan het zien.

Na een kilometer of 15 zien we een touringcar staan, gevolgd door een bordje van de ATWB. Long Neck Karen staat erop. Blijkbaar zit hier een dorp waarvan de vrouwen ringen rond hun nek dragen. Ze beginnen met één. Door het gewicht worden hun schouders en ruggenwervel ingedrukt, waardoor het lijkt alsof de nek langer wordt. Zodra er ruimte is wordt er een nieuwe ring toegevoegd. Het is een traditie waar ik meerdere verklaringen voor kan vinden: schoonheidsideaal, bescherming tegen tijgers (maar waarom de man dan niet) en een manier om de vrouwen onaantrekkelijk te maken voor andere stammen. Hoe dan ook, deze substam van de Karen is gevlucht uit Myanmar en wordt, net als veel andere uit Myanmar gevluchte stammen, geduld maar krijgt geen officiële status. Daardoor hebben ze geen recht op voorzieningen en mogen ze niet werken. Wellicht is het ‘vrije’ wil om die ringen te plaatsen, maar voor veel Karen is het alleen maar mogelijk om in hun levensonderhoud te voorzien door in de toeristenindustrie te werken. 

Wilchard wil even kijken, ik sla over. Terwijl ik op een soort plateautje zit te wachten totdat hij terug is, komt er een pick-up aanrijden met Akha vrouwen in klederdracht. Ze zijn in opperbeste stemming en er wordt veel gelachen. Waarschijnlijk levert zo’n dagje figureren toch behoorlijk wat op. 

Wilchards bezoek is erg relaxed. Je betaalt entree, en daarna mag je het dorp in. Dat bestaat voornamelijk uit souvenirsstalletjes, maar de sfeer is prettig. Als je iets wilt kopen kan dat, graag zelfs, maar je wordt niet gepusht.

Na deze rustpauze begint de klim. Eerst rustig, maar allengs steiler. Hij duurt 20 km en we eindigen dik 600 meter hoger dan dat we vanochtend begonnen zijn. Valt mee, zul je denken, maar tot twee keer toe dalen we ook weer flink, waardoor we uiteindelijk zo’n 1100 meter klimmen. In 20 km. En 7 van die 20 dalen we. Kortom, we mogen flink aan de bak en de reisgids heeft gelijk.

Als we op het punt staan aan de laatste klim te beginnen heb ik er zin in, we zijn er immers bijna, nog maar 4 km. ‘We can do it’, roep ik dan ook enthousiast. Iets te optimistisch, het blijkt meer een ‘I can duw it’. Weer tikken we hele stukken de 14% aan. Maar we halen het en vinden een mooi hotelletje met een room with a view. We besluiten wel om de route voor de komende dagen aan te passen, zodat we niet weer een zelfde inspanning hoeven uit te oefenen.

Voorlopig fietsen we nergens heen, tijd voor een welverdiende rustdag. Op straat kun je goed zien dat we in de streek van de bergstammen zijn aangeland. Verschillende klederdrachten passeren de revue. Bovendien is er opeens veel Chinees. Chinese gezichten, maar ook klanken, schrift en eten. Dat is in dit geval niet vanwege de Chinese toeristen, maar vanwege de ontstaansgeschiedenis van Mae Salong. Het dorp wordt namelijk grotendeels bewoond door nakomelingen van gevluchte kuomintang strijders. Even een opfriscursus: In 1911 kwam de kuomintang, een politieke partij, aan de macht in China. In eerste instantie met steun van de Sovjet-Unie, maar daar kwam snel een eind aan nadat Chiang Kai-check partijleider werd. Hij moest niets van communisten hebben en ontketende een heksenjacht. Toen Mao in 1949 aan de macht kwam waren de rollen omgedraaid en moest de kuomintang vluchten. Via Myanmar kwam een groep in Thailand terecht, en zij stichtten Mae Salong. 

Het berggebied hier is ook uitermate geschikt voor thee. Het lijkt alsof verschillende families thee verbouwen. Hier geen uitgestrekte plantages, maar stukken berghelling waar thee geplant is, en verschillende kleine fabriekjes waar de thee wordt gedroogd.

De bergen uit fietsen blijkt nog niet zo gemakkelijk. Naar beneden met +16% en flink wat bochten betekent flink bijremmen en langzaam naar beneden, en natuurlijk mogen we ook weer een stukje met 14% omhoog. De laatste 20 kilometers zijn gelukkig wel heel relaxed. Voor het eerst sinds voor mijn gevoel tijden kunnen we zonder bij te remmen afdalen, en het allerlaatste deel is zowaar vlak. Op de achtergrond verheffen zich de bergen die we op hadden gemoeten als we de route niet hadden aangepast, en ik ben blij met de wijziging. De temperatuur stijgt ook weer, en aan het einde van de dag is de hemel weer blauw. Heerlijk, de trui kan weer even de tas in.

En dan beginnen we aan onze voorlopig laatste fietsdag in Thailand. Relatief vlak rijden we naar Chiang Khong, de grensplaats met Laos. Het is nog even mistig, wat er mooi uit ziet, maar gelukkig breekt later de zon door. Het is namelijk wel heel mooi zo met die mist, maar met 24 graden niet warm genoeg voor onze kledingkeuze. Tenminste, dat vinden wij.

Als we in Chiang Khong aankomen vinden we een mooi guesthouse. Onze kamer heeft een privéterras aan de Mekong, en aan de overkant kunnen we Laos al zien liggen. Aangezien ons visum nog een paar dagen geldig is besluiten we om nog een dag in Thailand te blijven alvorens de bergen van Laos te trotseren. En dan is dit zeker geen beroerde locatie.

7 thoughts on “Back to the future

  1. Met veel plezier weer je verslag gelezen,mooie foto’s, groetjes. Heel veel mooie kilometers in Myanmar.

  2. Wat geniet ik toch steeds van jullie verhalen. Geweldig hoe je schrijft of je het zelf beleeft. Adembenemend!

  3. Wat schitterende foto`s ik kan er erg van genieten.
    Wat een conditie hebben jullie, na wat rusten op naar Laos.
    Daar zal het zeker ook genieten zijn.

  4. Wat mooi allemaal weer, en, Wendy, petje af, zo knap dat je t allemaal kunt volhouden, we doen t je niet na.
    We zijn heel benieuwd wat jullie in Myanmar allemaal gaan beleven.
    Gr. Cees en Coby

  5. Mooi zo’n kookworkshop met blauwe rijst, te gek ! Zag er heerlijk uit!
    En die vrouwen met die ringen zoiets zien wij alleen op tv , gaaf!
    Geniet nog even in Thailand en dan op naar het volgende avontuur, ik kijk er weer naar uit! Heel veel groeten van tante Tien.
    Zijn weer heeeel mooie foto’s!

  6. jullie reizen nu waarvandaan wij ook Laos zijn binnengegaan !
    weer ff lekker genoten van jullie verslag en foto’s !
    gr. vanuit Kohima.
    liefs xxx ton en john

  7. Genieten van deze prachtige foto’s en verhaal.
    Op naar Myanmar. Ben benieuwd hoe het daar is.
    Groeten vanuit een koud, grijs en mistig DB.

Comments are closed.