Rubber, rubber en nog meer rubber

Mijn verjaardag begint rustig. Uitslapen, basic ontbijtje bij het hotel en een bezoekje aan de markt met als afsluiter een Thaise koffie in een koffietentje op de hoek. Dan het echte werk: een heerlijk ontbijt van tropisch fruit, yoghurt en muesli vergezeld van koffie (Wilchard) en cappuccino (ik). Dat is toch even genieten.

We drentelen nog wat rond en verder doen we niet veel meer. We zitten op de overgang van het regenseizoen naar het droge weer en het is bloedheet. Op de fiets is het ook warm maar heb je rijwind, die je in de stad node mist. Ach, je moet toch wat te wensen hebben. Aan het einde van de dag gaan we de straat weer op en ontdekken we een tweede, grotere markt. Daarmee is ook het plan om heel vroeg te vertrekken het raam uit, want zo aan het einde van de dag is er niet veel te beleven. Hij ziet er wel veelbelovend uit, dus morgenochtend eerst nog een rondje markt voor we op de fiets stappen. 
Ook in Trang weer streetart. Niet veel, maar toch even leuk. 

Na het geplande bezoekje markt rijden we noordwaarts, Trang uit. En ontdekken we het schepijs. In sommige diepvrieskisten liggen geen voorverpakte ijsjes, maar staan bakken (vast geen Italiaans) schepijs. De limoensmaak is al snel favoriet en verslaafd en verfrist fietsen we verder.  

Het eerste deel van de route leidt langs een nationaal park, de tweede helft gaat er dwars doorheen. 

Naast twee reservoirs en heel veel bomen telt dit park ook wat heuvels. Geen hele hoge, wel hele steile. Prima te doen bij 25 graden, maar wat minder bij 40. Gelukkig zijn het er maar drie, en mogen we daarna verkoeling zoeken in een huisje met airco. Denken we. Maar we eindigen in een dorp waar pas vanaf 5 uur electriciteit is, terwijl de zon al vanaf 6 uur ’s ochtends genadeloos staat te branden. De temperatuur in de kamers kan zich om 3 uur dan ook meten met die in de houtskoolfabriek in Kuala Sepetang, en we besluiten om heel vroeg te eten en de komst van de elektriciteit in een restaurantje af te wachten. 
In de ochtend fietsen we rond kwart over zes terug het nationaal park in. De eerste 7 km kennen we, daarna nemen we een andere afslag. Vandaag gelukkig maar één bergje, minder lang maar wel net zo steil als die van gisteren, dat we op mogen als de zon nog niet helemaal wakker is. Verder rijden we over rustige wegen, smalle weggetjes en paadjes. 

Opeens zien we rook uit een gebouw komen. Zou het? Het blijkt inderdaad een houtskoolfabriek te zijn. Hier worden geen mangrovebomen, maar rubberbomen verkoold. De omstandigheden waaronder dit gebeurt zijn een wereld van verschil met die in Maleisië. Er staan een soort karren waarmee het hout vervoerd wordt, de deuren naar de ovens zijn zodanig groot dat die karren er gewoon in kunnen rijden. Heel wat minder gesleep dus. Verder zien we rubberen overalls en douches. En een wasmachine, maar waar die voor gebruikt wordt?

We vervolgen onze weg tot we bij een winkeltje annex latexverzamelpunt komen waar we als de verloren zonen worden binnengehaald. We krijgen water en zoetigheid, en met veel trots laten ze zien waar nu eigenlijk die magnetron voor wordt gebruikt die we op ieder verzamelpunt zien staan. Het is eigenlijk superlogisch: vooraf wordt een bepaalde hoeveelheid latex op een schaaltje gegoten en afgewogen, het schaaltje gaat de magnetron in en wordt verhit, waarna het vocht verdampt is en het geheel opnieuw wordt gewogen. Een beetje verdunnen om de opbrengst te verhogen heeft dus geen zin, je krijgt betaald op basis van droog gewicht.

Net voordat we in Thung Song zijn zien we op de gps dat de route verdacht veel kringeltjes vertoont. We zien ook wat bergen, dus we moeten kiezen: de route volgen of toch maar de doorgaande weg die ons wel naar Thung Song zal brengen maar via een grote en waarschijnlijk drukke 2-nummer weg? We besluiten af te slaan en hebben geen moment spijt. De kronkels blijken tussen rubberbomen door te lopen en niet steil omhoog, en via een fraai pad slingeren we tussen de bergen door Thung Song binnen. 

We vinden een hotel tegenover het station. Aan de andere kant van het spoor staan behoorlijk wat treinen in niet al te beste staat. We vogelen uit hoe er te komen en het blijken verlaten treintoestellen en locomotieven te zijn, waar soms de bomen doorheen groeien. Mooi om tussendoor te lopen.

Aan de kant waar we het terrein verlaten zit een remise waar wat mensen aan het werk zijn. We zwaaien vriendelijk en lopen snel door.

Als we ’s avonds een hapje willen eten komen we toevallig uit bij de avondmarkt. Een smalle straat is aan beide kanten omgeven met eetkraampjes. Het lijkt er wel op alsof 99% van de klanten komt afhalen: op hun brommer rijden ze de kraampjes af, en er zijn weinig plekken waar je ook kunt zitten om iets te eten. Uiteindelijk belanden we in een klein tentje waar Wilchard een soepje eet en ik de kip met Thaise basilicum. Het is heerlijk, maar ik zie ook meteen dat ik vergeten ben om te melden dat hij mi phed (niet spicy) mag. Gelukkig is hij heerlijk en niet te pittig, maar de meegebakken pepertjes laat ik toch grotendeels liggen.

De route loopt verder langs het spoor, dat dan weer links, dan weer rechts langs ons kedengedengt (als Guus eenmaal in je hoofd zit krijg je hem er moeilijk uit). Het is zaterdag en om kwart over zes ’s ochtends zijn er al behoorlijk wat fietsers op de weg. Sommige alleen, maar ook behoorlijk wat in clubverband. Hard gaat het allemaal niet, voorlopig zullen we weinig Thaise namen horen bij de tour. 

Bij een café waar wat fietsers zitten houden we pauze. Hier helaas geen appeltaart of rijstevlaai, wel bapao met een balletje varkensgehakt en een eitje. Ik had het niet verwacht, maar het smaakt me prima zo om zeven uur ’s ochtends. We kletsen wat met het beetje Engels dat we delen en rijden verder.

Afrekenen mogen we niet van een van de fietsers, en 30 meter verderop staat hij bij een stalletje een portie rijst met gefrituurde kip voor ons te kopen. We krijgen allebei een portie mee in een zakje, die we anderhalf uur later opsmikkelen naast het spoor. Het smaakt ons goed, ook al is het pas tien voor negen.

5 Minuten later passeren we een wat, een boeddhistische tempel, waar wat te doen lijkt op basis van het geluid dat wordt geproduceerd. Nader onderzoek leert dat een honderdtal monniken bezig is met een ceremonie, waar ook behoorlijk wat Thai op af komen.

We fietsen verder langs het spoor, van station naar station en komen op plaatsen waar we nooit zijn geweest. We remmen af, wordt het koffie of thee? We hebben dorst dus nemen we er twee. Vrij naar Guus. Hangt hij al? Kedengedeng oehoe.

De wegen zijn fraai en uitzonderlijk rustig. Behalve als we een dorpje door moeten waar markt is, dan is er even een hoop te doen. Verder zien we af en toe een tegemoetkomende brommer en her en der een auto en passeren er een paar treinen, en dat was het wel wat gemotoriseerd vervoer betreft. Natuurlijk zien we ook vandaag weer ontelbaar veel rubberbomen, maar daar zijn we voorlopig nog niet op uitgekeken.

Als we stoppen om wat te drinken zien we activiteit bij de buren. We vermoeden een houtskoolfabriek, maar het blijkt een rubberenmatjesfabrikant. De rubber wordt in dunne matten geperst en daarna door bakken vocht gehaald. Wat het precies is weten we niet, maar het ruikt een beetje naar ammoniak. Vervolgens gaan de matten op een groot rek, en worden met rek en al grote ovens ingereden, waar ze langzaam van wit naar bruin verkleuren. 

Na een soepje te hebben gegeten vinden we een hotel in Ban Song. We hebben natuurlijk altijd onze fietsen bij ons die we veilig willen stallen, maar dat is zelden een probleem. Heel soms komen ze in een aparte opslagruimte, maar meestal, zoals hier, gaan ze mee op de kamer. Soms betekent dat dat ze een trap op gedragen moeten worden of dat we wat moeten schuiven met meubels om nog uit bed te kunnen, maar hier hebben we een balzaal tot onze beschikking. Begane grond en een oprit voor rolstoelen, dus we kunnen ze bepakt naar binnen rijden. Erg relaxed.

Vandaag hebben we trouwens een mijlpaal bereikt! De eerste maar zeker niet de laatste 10.000 km zitten erop. 

Inmiddels hebben we alweer wat meer gefietst in Thailand, maar in de foto staan de kilometers van dat moment.

In de ochtend blijven we het spoor volgen. Weer rustige wegen, en weer een rubberfabriek. Dit keer veel kleinschaliger, gewoon bij een huis. Achter het huis rubberbomen en rekjes om matjes op te laten drogen, naast het huis een oven en voor het huis een plek om matjes te rollen. De vloeibare latex wordt in een groot blik gegoten en het schuim wordt eraf geschraapt. De latex stolt en als het een beetje gelatine-achtig is wordt het blik omgedraaid en slaan ze de latex in matjevorm. Die matjes worden weer door een pers gehaald en daarna worden ze te drogen gehangen om uiteindelijk de oven in te gaan. Wij vermoeden dat die matjes een halfproduct zijn, maar onze gedeelde taal reikt niet ver genoeg om dat helder te krijgen. 

We eindigen heel toepasselijk tussen de rubberbomen in Wiang. Daar staan wat huisjes, en in een van die gebouwtjes nemen wij onze intrek.

Als we de straat oversteken lopen we zo een tempelterrein op. Hier zijn de voorbereidingen voor een van de vele ceremonies op 26 oktober, als Bhumibol wordt gecremeerd, al aan de gang. Bhumibol is de koning van Thailand die vorig jaar op 13 oktober is overleden. Het jaar van rouw is voorbij, van 25 tot en met 29 oktober is er nog een officiële rouwperiode waarin allerlei plechtigheden plaatsvinden. Dit kan je trouwens niet ontgaan als je in Thailand bent. Overal hangen posters van de koning met zwartwitte linten. De daadwerkelijke crematie vindt plaats in Bangkok, maar overal in het land zijn plechtigheden, zo ook hier.

De tempel is al wat ouder en buitengewoon fraai. Er zijn ook wat Thaise toeristen. Naast de monnikenverblijven en de nieuwe gebedsruimtes is er ook een ommuurd deel met de oudere gebouwen. Hier veel stenen en vergulde boeddha’s, een wat en enkele stupa’s. We lopen en kijken rond tot het begint te regenen.

Vanuit Wiang rijden we verder noordwaarts, weer richting kust. Waar aan de westkust van Maleisië veel garnalen gepeld werden, zijn krabben hier een belangrijke inkomstenbron. Hele families zitten bakken vol krabben te ontleden, terwijl in de kamer ernaast de vallen waarin ze worden gevangen worden gerepareerd.

Onderweg eten we weer een kom noedelsoep. Zeker voor Wilchard is dat vaste prik, ik wil nog wel eens iets anders uitzoeken. De soep zelf is absoluut niet pittig en gemaakt van een heldere bouillon, maar op tafel staan vissaus, suiker, azijn en gedroogde pepertjes om hem helemaal naar jouw smaak klaar te maken. In de soep zitten naast noedels ook varkensvlees en visballetjes, en op tafel staan vaak taugé, Thaise basilicum en lenteuitjes. Een prima maaltijd tijdens het fietsen dus.

Bij een van onze drinkstops willen we tussen de palmbomen door het strand op lopen. Dat duurt iets langer dan verwacht. Iemand heeft zijn aap de palmbomen ingestuurd om kokosnoten te oogsten, en af en toe komt er eentje naar beneden gezeild. We moeten dus even wachten. Zo’n kokosnoot komt met een snelheid van 80 kilometer naar beneden, geen pretje om die op je hoofd te krijgen, zelfs niet als je je fietshelm nog op hebt. Volgens een Britse verzekeraar overlijden er jaarlijks 150 mensen omdat ze geraakt worden door zo’n vallende kokosnoot. 

Er zitten zo langs zee regelmatig hotelletjes, dus als we vinden dat we genoeg gefietst hebben rijden we het strand op. Letterlijk. Want daar zit de deur naar ons huisje. We verwisselen onze fietskleren snel voor zwemkledij, steken de 60 meter strand over en nemen een verfrissende duik. Alhoewel, verfrissend? Het water is lauwwarm, aangezien het behoorlijk lang ondiep blijft. Ik douche me hier met water van een lagere temperatuur. 

Wilchard bestelt voor het avondeten tom yam, en zegt erbij dat hij deze pittig-zure soep niet al te pittig wil hebben. Nu zijn wij wel benieuwd naar de pittige variant. Op een pittigheidsschaal die van 1 tot 10 loopt scoort deze namelijk een 11. Het lichaamsvocht dat hij onderweg niet is verloren met zweten stroomt over zijn gezicht. Maar, en dat moet gezegd worden, hij is wel heerlijk, en dit gerecht is dan ook een blijvertje.

Bangkokkianen maken in het weekend graag een uitstapje, maar dit is zodanig ver en slecht bereikbaar dat er maar weinig hotels zijn. Het is ook nog eens maandag, dus naast ons huisje is er nog één bezet. Lekker rustig, en er loopt niemand in de weg bij de zonsondergang die geweldig mooi is.

We rijden weg onder een bewolkte hemel, en de eerste paar uur blijft het wat dreigend. Als de zon aan kracht heeft gewonnen komt de blauwe lucht weer tevoorschijn en zo vervolgen we onze route. 

Het waait vandaag een stuk harder, wat je ook terugziet in zee. Het golft wat meer en het water heeft een andere kleur, donkerder en wat groenig. We rijden langs een strand dat al een tijdje aangekondigd staat. We hadden bedacht dat we hier vast wel een hotel kunnen vinden. Nou, dat is gemakkelijk genoeg, er zijn er meer dan voldoende. Maar het strand is volgebouwd met hotels en restaurantjes, en na gisteren zijn we verwend. We rijden dan ook een kilometer of 3 verder waar een dorpje zit. Wel wat meer bebouwing, maar amper hotels. Ook hier lopen we vanuit onze kamer zo de zee in, die wat dieper en daarmee minder warm is. Heerlijk, wat een luxe.

Als we terug zijn op de kamer vallen de eerste druppels. Tegen zonsondergang is het weer droog, dus we gaan naar het dorp om wat te eten te zoeken. We lopen de pier even op om nog wat foto’s te maken, maar al snel stortbakt de regen naar beneden.

Een mooi moment om wat te eten, en tussen de buien door lopen we terug naar ons hotel.

9 thoughts on “Rubber, rubber en nog meer rubber

  1. Ha Wendy, nog gefeliciteerd met je verjaardag en al 10.000 km, knap hoor.
    En met al dat eten wat jullie doen, worden jullie er niet dikker op!!
    Nog veel km fietsplezier vanuit een koud en regenachtig DB.
    Waren afgelopen week in Napels met mooi weer, dus weer even wennen hier. Groetjes.

  2. Wat weer ’n GEWELDIG verhaal en wat mooi daar, die foto’s van die luchten en van alles! Daar is het wel super wat eten en accomodatie betreft zo te lezen! 10000 km + heel veel groeten weer!
    Ben laat het tablet was stuk!!!!

  3. Vanaf Ternate nog van harte gefeliciteerd. Toevallig hebben wij het gisteren nog over jullie gehad. Geniet verder…

  4. Hoi Wendy, gefeliciteerd met je verjaardag. Maak er iets moois van, helaas geen wijnproeverij

  5. Wat hoge bomen, maar die vangen veel wind en veel schaduw.
    En die luchten super mooi.
    Je verhaal er om heen is ook weer speciaal.
    Die vele km die gaan jullie nog wel maken .Groetjes Mam en Huub

  6. Wow, al dik 10.000 km …. ik was al zo trots op onze 5000 voor dit jaar, volgend jaar dan toch maar n motor eronder vrees ik ?
    Fijn dat je regelmatig even lekker in de zee kunt zwemmen met die temperatuur daar, is jullie alle twee ook wel aan te zien, jullie zien er supergoed uit !
    Groetjes, C & C

Comments are closed.