Terug in Thailand 

De  eerste dag in Thailand doen we wat we in Laos niet konden: shoppen. Eerst de moetjes.  Een van de schroefjes waarmee mijn achterste tas aan het frame hangt is brak en laat regelmatig los. Met behulp van een extra spanband kunnen we alles bij elkaar houden maar ideaal is het niet.  Nieuwe schroefjes dus.  In Laos konden we de juiste soort en maat niet vinden en hier is het ook regelmatig ‘no, don’t have’, maar iedereen probeert ons wel verder te helpen. Het is alleen een beetje jammer dat ze zelf geen idee hebben waar die schroefjes verkrijgbaar zijn. Uiteindelijk lukt het gelukkig toch,  dus de belangrijkste missie is geslaagd. 

De nice to have is een nieuwe telefoon.  Ik stel net wat meer eisen aan het ding dan dat ik eerder in Nederland deed, en dan wordt voortdurend wachten en regelmatig opnieuw opstarten toch wel irritant. Geïnspireerd door alle reclames alhier en het lezen van reviews wordt het de Oppo F5. Dé selfie phone van het moment. Met kunstmatige intelligentie kan hij mij er nóg mooier uit laten zien, wat natuurlijk sowieso al bijna onmogelijk is. En enigszins tegenstrijdig met capture the real you, hun slogan. Maar ik ben er superblij mee, en daar gaat het om. 

Op de terugweg passeren we een hal waar een boel kindergeluid uit vandaan komt.  Het onderzoeken waard. De jaarlijkse clubkampioenschappen taekwondo  blijken aan de gang te zijn, en de laagste gewichtsklasses zijn aan de beurt. De jeugd dus. Ze mogen elkaar alleen raken op het middenrif en hoofd, en op het middenrif en de helm zitten sensoren zodat de stand automatisch wordt bijgehouden. Er worden ook nog om andere, voor ons onduidelijke, redenen punten uitgedeeld en dan wordt de wedstrijd even stilgelegd zodat de score met het handje kan worden bijgesteld. De winnaar krijgt een medaille, een diploma en een knuffelbeest. Het kan niet op. 

Op onze tweede dag in Nong Khiaw lopen we naar Sala Kaeo Kou. Dit is een park met beelden die ontsproten zijn aan het brein van een lokale sjamaan. Het is een mengsel van boeddhistische en hindoeïstische heiligen en goden. En denk vooral niet aan kleine beeldjes. Ze zijn enorm. Hele bussen schoolklassen worden aangevoerd,  en onder de uitroep “hello shake hand” weet een groot deel van hen ons te vinden. 

Op weg ernaartoe volgen we voor een groot deel de Mekong, en daarmee komen we ook op de markt, bij de promenade en bij wat tempels uit. Bij de pier worden vrachtbootjes volgeladen met dozen,  bestemd voor de Laotiaanse markt.  De winterschilder kan daar weer aan de slag,  want een hele vrachtwagen met verfroller wordt overgeladen. Die dozen zijn niet zo zwaar, dus ze mogen naar beneden over een glijbaan die niet zou misstaan bij Te Land Ter Zee En In De Lucht. Het leven komt hier wat later op gang dan in Laos,  want het is nog rustig op straat.  Het enige wat ons aan kerst herinnert is een mevrouw op de markt die haar driejarige zoontje jingle bells probeert bij te brengen.  Oh, en natuurlijk de kerstmutsen die hier behoorlijk populair zijn.

Het is bewolkt en wat minder warm als we naar Udon Thani fietsen. Het is even wennen, dat vlakke, onze gemiddelde snelheid ligt op 21 km. Als het gladde asfalt van een viercijferweg onder ons doorzoeft tenminste. Aangezien ik de route heb uitgezet is het een mix van wegen vandaag. Supergoede viercijferweg, prima geencijferweg en behoorlijke stukken onverhard. Dat laatste is hier trouwens ook echt anders dan in Laos. Zodra je daar het asfalt verliet kreeg je paden met veel stenen,  niet zo fijn fietsen. Hier is onverhard in zijn algemeenheid een goede gravelweg, en dat rijdt heerlijk. De bladeren van de bomen langs die wegen hebben een rode herfstkleur van het stof.  Onze tassen ook. 

Onderweg druppelt het wat en net nadat we ingecheckt hebben in een hotel begint het echt te regenen. We weten bijna niet meer wat het is. De laatste keer dat het regende was op Penang in Maleisië, zo’n 2 1/2 maand geleden. Maar al snel herinneren we ons weer dat we geen fan zijn. We blijven een dagje extra in Udon Thani, zodat we hopelijk droog verder kunnen fietsen. 

Dat is inderdaad het geval, we hebben ’s middags zelfs een blauw luchtje. We volgen 40 km highway 2. Niet echt boeiend fietsen,  maar gelukkig wordt het vrij snel nadat we er vanaf draaien beter.  En ook minder vlak. Het lijkt een beetje op Zuid-Limburg, maar dan met fris groen suikerriet en bruingele rijstvelden. OK vooruit, eigenlijk lijkt het helemaal niet,  maar het glooit wel. Niet spannend of zo en al helemaal niet steil, maar even omschakelen als in je hoofd zit dat het vlak zou wezen. 

De blauwe lucht zet de volgende dag ook nog door, de glooiing neemt af en we stuiten op een optocht. Het is sportdag vandaag, en dat betekent een verkleedpartij. We zien majorettes voorbijkomen, een joekskapel (blaaskapel voor de niet-Limburgers), meisjes in verschillende leeftijdscategorieën op hoge hakken en met veel te veel make-up en kleine kinderen verkleed als dokter,  verpleegster, soldaat, politieman en Spiderman. De gezichtsuitdrukking van de meeste vijftienjarige meiden laat zien dat ze eigenlijk wel wat beters te doen hebben maar hier niet onderuit konden. 

Vandaag ook weer suikerriet, maar deze wordt afgewisseld door tapioca, pandan en hier en daar een palm.  We steken een stuwmeer over waar flink gevist wordt. Aan de overkant kun je goed ruiken dat dat redelijk succesvol is, want daar staan de stalletjes met veelal gedroogde vis op een rij. 

Kalasin, waar de route eindigt, is een leuk plaatsje, maar veel ondernemen we niet. Er is een vijver met hardlooproute eromheen, en onder het genot van een biertje op een terras kijken we toe hoe anderen zich in het zweet werken. 

Verder op de route verandert het landschap weer.  De pandan, palmen en tapioca zijn volledig overgenomen door rijststoppels, en van het suikerriet is ook niet meer veel te bekennen. Het landschap wordt vooral bepaald door bruintinten,  maar gelukkig wel met een blauwe lucht. 

Het is grappig om te zien hoe een omgeving verandert.  In Maleisië ging er geen dag voorbij zonder dat we een watervaraan zagen, daarna hebben we ze niet meer gezien.  In Thailand liggen er weer heel veel platgetreden slangen op de weg, die dachten dat dat wel een lekker plekje was om van het zonnetje te genieten. Die zijn we verder dan weer zo goed als niet tegen gekomen. En in Laos werden er heel veel zwarte varkentjes gehouden die gewoon langs de weg lopen. Dat we die in Maleisië niet zagen is logisch, dat land heeft een flinke moslimmeerderheid en dus minder behoefte aan varkensvlees, maar in Thailand bevat ieder vierde gerecht varken. Zomaar wat zaken waar wij onze gedachten over laten gaan terwijl we over de wegen peddelen. 
Alhoewel het eerder vliegen is dan peddelen. Inmiddels weten we namelijk wat een voordeel is van een lengteroute in vergelijking met een lusroute: als je wind mee hebt, heb je dat ook de hele dag.  Wilchard rijdt in mijn slipstream en haalt op een gegeven moment, zonder te trappen, 28 km per uur. 

Oudejaarsavond gaat ongemerkt voorbij. Tenminste, op alle nieuwjaarswensen na. Natuurlijk wensen wij ook iedereen een geweldig mooi 2018 toe, waarin alles uitkomt wat je te wensen hebt. Op 1 ding na dan, zelf te kiezen, omdat er altijd wat te wensen over moet blijven. 

Hier in Thailand worden de tempels op nieuwjaarsdag druk bezocht. De parkeerplaatsen zijn overvol met brommers en iedereen heeft schalen eten en flessen drinken bij zich, als gift voor het klooster. 

Na ons standaard Thais ontbijtje (tosti van de 7-eleven)  fietsen we op de eerste dag van 2018 naar Phimai. Het weer is heerlijk maar de velden liggen er verlaten bij. Ook op dit deel van de route wordt met name rijst verbouwd, en die is al geoogst. 

In de middag bezoeken we het tempelcomplex in Phimai. En we hebben meteen een meevaller, want vanwege de feestdagen hoeven we niet te betalen. Wel worden we verzocht onze naam plus geslacht op te schrijven op de grote lijst. Tenminste, groot is de lijst met Thaise namen.  Die met buitenlanders is verrassend klein, wij zijn nummer 4 en 5. Uiteindelijk weten ze dus alleen het totale aantal bezoekers plus de verdeling man/vrouw en Thai/niet-Thai. Ik ben benieuwd wat ze met de informatie doen, of is dat mijn westerse inslag? 

Het is grappig om over het tempelcomplex te lopen en te zien welke verboden genegeerd worden.  Zo mag je én niet op het gras lopen én niet eten op het complex, maar klaarblijkelijk valt je picknickkleedje uitrollen en daar je pannen met eten op uitstallen daar niet onder. Niemand die er om maalt. We lopen over het gras naar de tempel. Niet omdat we persé een verbod met voeten willen treden,  maar omdat dat de enige manier is om er te komen. 

13 thoughts on “Terug in Thailand 

  1. Hoi Wilchard,

    Mijn vraag : welk merk banden hebben jullie op de fiets, want die zijn erg goed begreep ik ( 2 x lek ) ? Schwalbe ?????

    Gr
    Marcel

Comments are closed.