The hills are alive

In Kamphaeng Phet blijven we een dagje. Het is een leuk provinciestadje met een relaxte sfeer, we hebben een leuk hotelletje en, ook niet onbelangrijk, de tempelruïnes die er staan hebben een plek gekregen op de UNESCO werelderfgoedlijst. 

Het zijn inderdaad ruïnes, maar hele mooie. Bij de tempels in het stadje zelf kun je je nog voorstellen hoe het er vroeger uitgezien moet hebben. Er staan ook nog wat boeddha’s en er is zo goed als niemand. De grootste verzameling tempels ligt net buiten de stad, tussen de bomen, erg sfeervol. Het is mooi om de resten zo verscholen te zien staan met her en der het restant van een boeddha of een olifant en je kunt er heerlijk wandelen in de schaduw.

De ochtend dat we verder fietsen vragen we ons visum voor Myanmar aan. Dit kan online en is heel gemakkelijk. Binnen een dag krijg je het visum per mail toegestuurd. Helaas zit het ons niet mee. Het is dinsdag, net na het weekend en de maandag was een nationale feestdag in Myanmar, dus de site moet waarschijnlijk nog op gang komen. We besluiten te vertrekken en het in de volgende plaats opnieuw te proberen.

We fietsen noordwaarts, naar Tak, deels over een rustige viercijferweg en deels over smalle weggetjes langs de rivier de Ping. De viercijferweg is prima en praktisch, want hier zitten supermarktjes en plekken om wat te eten. De eigenaresse van een winkeltje waar we wat te drinken kopen geeft ons wat stukjes pomelo. Terwijl wij die lekker op zitten te smikkelen heeft ze in het geniep nóg een pomelo schoongemaakt. Ach, ze groeien bij ons achter in de tuin, gebaart ze, eet maar lekker op.

De smalle weggetjes langs de rivier zijn mooier om te fietsen. Wat betreft hoeveelheid verkeer is er amper verschil, maar zo’n grote brede weg waarbij de vluchtstrook en beide weghelften zijn afgezet met streepjes voelt zo georganiseerd. De kleinere wegen zijn meestal ook gewoon geasfalteerd, op sommige stukken na, maar vaak is het gewoon goede gravel. En vinden we het weggetje te slecht, dan kijken we op onze gps of er een alternatief is. Tot nu toe zijn er geen bergen, dus dan is een omweggetje altijd wel voorhanden. Dit verklaart ook meteen waarom er nu relatief veel fietsfoto’s met gravelwegen zijn terwijl we op een dag maximaal 5% onverhard rijden, die vinden we namelijk mooi en dan neem je automatisch meer foto’s. 

In Tak proberen we het visum nog een paar keer aan te vragen, maar zonder succes.

Trouwens, voor degenen die zich menen te herinneren dat onze fietsvakanties ooit in Myanmar zijn begonnen, even een opfriscursus. Wilchard vertrok in 2000 een week na onze allereerste afspraak samen met Harrie naar Myanmar, om er te gaan fietsen. Hij kwam enorm enthousiast terug, en in 2001 vertrokken we samen. Ik was toen nog meer van het wandelen dan van het fietsen, maar volgens Wilchard was alles zo goed als vlak en die paar heuveltjes die we tegen zouden komen stelden niets voor. Als je wat vaart zette als je het ene heuveltje af reed, kwam je het volgende heuveltje met een beetje bijtrappen gemakkelijk weer op. 

In Meiktila kochten we onze fietsjes, echte Chinese hero’s, gemaakt voor de Chinese markt. Geen versnellingen, met springveren zadels en zo klein dat mijn knieën mijn oren raakten, want de gemiddelde Chinees of Birmees is niet zo groot. Geen probleem, want het was zo goed als vlak. En bij die paar heuveltjes hoefde ik alleen maar mee te trappen. Inmiddels weet ik dat heuvels en bergen achteraf altijd meevallen en dat Wilchard een klimmer is. Ik had het beter aan Harrie kunnen vragen. Om een lang verhaal kort te maken:  we zijn met fiets en al een bus ingestapt, die ons naar Bagan bracht. Daar hebben we de fietsen weer verkocht. We hebben een geweldige vakantie gehad, maar van fietsen is het niet gekomen. En blijkbaar heeft het lot iets anders voor ons in petto, want ook nu lukt het niet.

Onderweg hebben we allebei afzonderlijk ook al een alternatief bedacht, dus als we uiteindelijk besluiten om het erbij te laten weten we ook al wat we dan wel gaan doen: via Chang Mai richting het noorden, en dan via Chiang Khong naar Laos en daar zuidwaarts naar Vientiane. Dat betekent waarschijnlijk wel her en der een stevige klim, maar de route is veelbelovend.

We gaan wat eten, en als we net ons bord khao pad (de Thaise nasi) besteld hebben, zien we aan de overkant van de weg een witneus op een fiets met fietstassen. We roepen hard hello, en ze draait onze richting uit. Ze blijkt ons helemaal niet gehoord te hebben maar was al van plan om in hetzelfde restaurantje wat te gaan eten, dus dat is puur toeval. We kletsen en eten samen wat, en ze vindt nog een kamer in ons hotel. Zij heeft wel een visum voor Myanmar en slaat morgen linksaf richting grens, terwijl wij de andere kant uit fietsen. Ze heeft haast, want over een dag of vijf komt haar moeder aan in Yangon om 10 dagen met haar mee te fietsen. Superleuk, maar het is eigenlijk een dag of 7 fietsen naar Yangon en onderweg is er ook nog wel wat te zien, dus er moeten keuzes gemaakt worden. Ik kan haar in ieder geval voorzien van de gpx bestanden van de route zoals wij hem wilden fietsen en vertellen welke stukken wij vervoer zouden zoeken als we niet voldoende tijd zouden hebben. Heb ik dat stuk niet helemaal voor niks voorbereid.

We rijden naar Sukhothai, nog een UNESCO site. Om er te komen rijden we ten noorden van de snelweg, en we kunnen al zien dat de omgeving anders wordt. Veel rijst, heuvels op de achtergrond en woningen op palen. De tempels zijn ook in Sukhothai verdeeld over verschillende gebieden, en de weg en daarmee onze route loopt er dwars doorheen. Wat we zien belooft veel goeds voor de volgende dag, wanneer we de site willen bezoeken.

De volgende ochtend zijn we blij dat we niet gepland hebben om voor dag en dauw op te staan om de tempels bij zonsopkomst te bezoeken. Het regent namelijk, en de zon komt echt niet door dat wolkendek heen. Na een geweldig ontbijt lopen we naar de tempels. We zijn de enigen. Nou ja, niet de enige bezoekers, maar wel de enigen te voet. De rest is óf met een tourbus, óf heeft een fietsje gehuurd. Echt iedereen zit hier op een armzalig fietsje dat veel te laag is. Weer zijn we blij met onze eigen fietsen, zelfs al zitten we er niet op.

Sukhothai is echt geweldig. De tempels zijn vervallen maar je kunt je nog wel een beeld vormen van hoe ze eruit hebben gezien. Wij beperken ons tot het centrale en het noordelijke gedeelte, waarmee we een uur of vier zoet zijn. Er staan nog veel boeddha’s, en alhoewel je hier duidelijk kunt zien dat deze plaats deel uitmaakt van een culturele rondreis, is het niet druk. Het gros van de bezoekers is er zelfstandig, en dat valt niet op. En de groepen worden door hun gids door het complex heen geloodst dus die zijn er ook niet al te lang. Even wachten is vaak genoeg om een plek helemaal voor jezelf te hebben. Behalve als een groep Italianen bedenkt dat ze allemaal afzonderlijk met boeddha op de foto willen, dan duurt het wat langer.

Als we ’s avonds zitten te eten hoor ik aan het tafeltje naast ons Nederlands. Dat is op zich niet zo opvallend, maar wat wel vreemd is is dat ik de woorden Sary Tash en Murghab meen te horen. Die liggen toch echt in Centraal-Azië. Als ik kijk zie ik twee fitte, bruin gekleurde vijftigers met witte handen (fietshandschoentjes!) zitten. Harrie en Dianne zitten in het staartje van hun fietsreis, die in januari in Nederland begon en over drie weken in Bangkok eindigt. Ook voor hen was de Pamir Highway het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt van de reis tot nu toe, en het is leuk om verhalen uit te wisselen en te horen hoe zij de tocht beleefd hebben. Als het restaurantje sluit wisselen we gegevens uit en nemen we afscheid. Zij blijven nog even in Sukhothai, wij vertrekken de volgende ochtend richting Chang Mai, dat we over vier dagen verwachten te bereiken.

En zo beroerd als het weer gisterochtend was, zo mooi is het als we op de fiets stappen. En daarmee ook meteen warm. Rond een uur of tien tikt de thermometer de 36 graden aan. De paar heuveltjes die we onderweg op moeten kosten dan ook behoorlijk wat zweetdruppels, maar gelukkig kunnen we een deel van de route in de schaduw van de bomen afleggen.

De weg gaat verder noordwaarts, richting Chiang Mai, waar we drie dagen later aankomen. Chang Mai ligt al in de bergen, dus onderweg is het inmiddels niet meer vlak. Het grootste deel van de heuveltje is van het type Myanmar (als je flink doortrapt naar beneden kom je bijna vanzelf weer boven), een paar keer mogen we aan de bak. Uitgezonderd de Cameron Highlands hebben we na Sumatra geen bergen meer gehad, dus het is weer even wennen om langer achter elkaar te klimmen, maar het landschap verandert mee en wordt er bepaald niet vervelender op.

De laatste dag is echter andere koek. Ik heb een mooie route uitgestippeld: goede wegen en twee keer flink klimmen, maar wel goed te doen. De eerste 28 kilometer laten we in anderhalf uur achter ons. We komen langzaam steeds hoger, een nationaal park in. 

Over de drie kilometer daarna doen we dik twee uur. Ik had wel gezien dat we in die afstand 250 meter omhoog moesten, maar niet ver genoeg ingezoomd waardoor die twee forse afdalingen (en dus twee keer extra klimmen) me waren ontgaan. 16%, wat het minimale stijgingspercentage is, is ook Wilchard te veel, dus dat wordt duwen. En aangezien de afdalingen van een zelfde orde zijn, gaan ook die erg langzaam. Natuurlijk begint het ook nog te regenen. Lekker verkoelend, maar de weg wordt daardoor gladder en mijn zicht minder omdat mijn bril dicht loopt. Het is zwaar, loodzwaar, maar we weten dat er een eind aan komt en wonder boven wonder worden we allebei niet chagrijnig. 

Wel besluiten we de afslag naar de snelweg te nemen omdat we nog een heel eind moeten naar Chiang Mai en we op deze manier geen klimmetjes meer hebben. Onderweg stoppen we even bij de snelwegpolitie. Die verwelkomen hier fietsers met een echt rustpunt, waar je in de schaduw kunt zitten en wat water kunt drinken of je banden oppompen. Er is een toilet en wifi, en je kunt er zelfs overnachten mocht dat nodig zijn. Een geweldige service.

Na de snelweg volgen nog 20 km over een soort dijkje langs de rivier de Ping, en pas de laatste drie kilometer hebben we het idee dat we in een stad rijden. Chiang Mai neemt met dik 200.000 inwoners de zevende plek in van grootste steden van Thailand, maar dat zou je zo niet zeggen. 

We trakteren onszelf weer op een hotel met zwembad en rusten lekker uit. We beginnen de dag met een duik in het koele water en een uitgebreid ontbijt, en dan gaan we shoppen. Op naar de Decathlon en een fotozaak. We krijgen nieuwe kleren en de nieuwe lens voor Wilchards camera is net uitgekomen. De Decathlon is wat minder geslaagd (enkel een korte broek), maar al in de eerste fotozaak hebben we geluk met de lens. Al met al een heerlijk rustig dagje.

9 thoughts on “The hills are alive

  1. Het is weer geweldig om jullie te volgen, ook weer mooie foto s en Wendy je moet beslist een boek gaan schrijven fantastisch!!!!

    Groet Jan Hendriks

  2. Oooh, wat heb ik weer genoten van het verslag en de foto’s. En deze keer kon ik me er alles bij voorstellen. Wat is Thailand geweldig he? Eet lekker, geniet van alles en vooral van dit samen mogen doen. Pak een avondmarkt in Chang Mai mee en als jullie tijd hebben: de dierentuin vonden Yente en ik geweldig, bezoek dan ook vooral de panda’s.

  3. Weer ‘n heerlijk verslag en geweldige foto’s! Leuk dat je daar ook een westerling tegenkomt met dezelfde wensen, heerlijk fietsen in een geweldige cultuur!
    Fiets nog lekker en geniet, ook van het geweldige eten!!!
    Groeten vanuit Helden!!

  4. In één woord geweldige. Prachtige foto’s en jullie maar genieten van het heerlijke eten.
    Trap ze verder vanuit een donker grauw nat ‘s-Hertogenbosch.

  5. Man oh man, wat prachtig toch weer. Ik volg jullie wel hoor, maar reageer nooit(soms via de app!), maar nu kom ik Sary Tash tegen. Daar was ik met Loek enkel jaren geleden en deed me denken aan Lord of the Rings! Magnifieke uitzichten zoals jullie ze zo veel zien. Geniet verder.

  6. Wat weer super mooie foto`s en ook erg leuk westerse mensen te ontmoeten met het zelfde doel.
    En dan een ontbijt met lekkere kaas dat is smullen zo te zien.
    Geniet er maar van.

  7. Hoi Wilchard en Wendy. Ik volg nog steeds geboeid jullie verslagen. Myanmar roept natuurlijk veel herinneringen op. hopelijk krijgen jullie .geen problemen met politieke onrust Een aantal jaren geleden ben ik met Jan V. in Sukhuthan geweest, Je zult het misschien niet geloven, maar ik ben daar op een avond ontzettend dronken geworden van de heerlijke cocktails. Ik durf me daar niet meer te laten zien.
    Ciao, ciao, Harrie

Comments are closed.