Zout en zoet, maar gelukkig geen zure of bittere dagen

Aan de Thaise kust, ten zuidwesten van Bangkok, wordt zeezout gewonnen. Ondiepe bekkens worden gevuld met zeewater, en dan mag de zon zijn werk doen. Als al het water is verdampt, hou je zout over. Dit wordt verzameld en naar fabrieken gebracht waar het wordt schoongemaakt voordat het wordt verpakt.

Die zoutgronden met hoopjes zout lijken ons fotografisch erg mooi en onze route loopt er niet geheel toevallig tussendoor, dus we vertrekken op tijd en met hoge verwachtingen. En wat denk je: niks, noppes, nada, njet. Wel zoutgronden, heel veel zoutgronden, maar de winning start hier, niet onlogisch, pas in het droge seizoen. En ook al heeft het de afgelopen drie weken maar één keer geregend, het regenseizoen is officieel nog niet voorbij.

Gelukkig is de route evengoed erg mooi. De zoutpannen strekken zich uit aan weerszijden van de doorgaande weg. Maar ik besteed niet voor niks behoorlijk wat tijd aan de route, dus we rijden ook een heel eind binnendoor tussen de bekkens. De daadwerkelijke zoutwinning zien we dus niet, de voorbereiding wel. Sommige bekkens zijn al volgepompt met zeewater, en dan duurt het nog een maand eer het zout ‘geoogst’ kan worden. Andere bekkens worden letterlijk platgewalst: kleine walsjes effenen de bodem, zodat het zout later eenvoudiger verzameld kan worden. Overal staan grote houten schuren, waar het zout verzameld wordt voordat het wordt opgehaald. Op sommige plaatsen ligt nog wat en bij één schuur wordt zelfs een vrachtwagen volgeladen, maar hoe dat nu zit?

Ons hotel ligt midden tussen de zoutvelden. We eten dan ook op tijd, want hiervoor moeten we nog naar Ban Laem fietsen, twee kilometer verderop, en we fietsen liever niet in het donker. Voor anderhalve euro de man eten we een enorm bord gebakken rijst met kip en een gebakken eitje, en twee bolletjes limoenijs toe. Dat pakken ze ons niet meer af.

De zoutvelden uit hebben we een korte fietsdag. We ontbijten dus eerst eens uitgebreid. Nou ja, uitgebreid … Wij zijn niet zo van de Thaise ontbijtjes en als er in de buurt een 7Eleven zit dan nemen we daar meestal een tosti ham/kaas met wat te drinken. En dat vullen we later op de ochtend aan met cake en fruit. Zo ook vandaag. Via de 7Eleven in Ban Laem rijden we 20 km binnendoor naar de Tham Khao Luang grotten in Phetchaburi. 

Om er te komen kun je onderaan de berg instappen in een tuktuk. Nu is het maar 400 meter en niet eens echt steil, dus dat stukje lopen we wel. De 400 meter eindigen bij nog een parkeerplaats, en ik krijg het gevoel dat ze hier een mooie gelduitdezakklopper verzonnen hebben.

De grotten zelf zijn mooi, alhoewel de electrische zaag die gebruikt wordt bij de werkzaamheden aan een tempeltje in de grot de sfeer enigszins drukt. Op foto’s van de grot die je op internet tegen komt valt altijd een mooie straal zonlicht door het gat in het dak van de grot. Dat zal vandaag vast ook het geval zijn aangezien de zon schijnt, maar dan wel op een ander tijdstip.

Phetchaburi is een leuk provinciestadje. Het maakt zich vandaag op voor Loy Krathong. Tijdens dit festival, op de dag van de volle maan van de twaalfde maanmaand, wordt het einde van het regenseizoen gevierd. De watergeesten worden geëerd door ontelbare lichtjes op het water. De afgelopen dagen werden al overal kaarsjes met crèpepapier in de vorm van een bloem verkocht, en vandaag komen daar wat uitgebreidere varianten bij. Mijn favoriet: prinsessenpoppen.

Het feest wordt ’s avonds gevierd, dan zie je die lichtjes ook wat beter. Op het tempelterrein is een grote braderie, en in de tempel zelf zit een monnik temidden van ananassen, hele stammen met bananen en heel veel bloemen te bidden. Zijn gebed wordt over het terrein verspreid met wat luidsprekers. Er is ook een bandje, en het is toch een beetje een vreemde gewaarwording om een monnik tussen een cover van Alanis Morriset (in your head) heen te horen prevelen. 
Er is overal genoeg te eten en te drinken en als je per ongeluk je kaarsje op de keukentafel hebt laten staan kun je hier een nieuw kopen. Via trappen loop je vervolgens naar de rivier, waar je je kaarsje te water kunt laten. Ze hebben er echt wel aandacht aan besteed. In het water ligt een grote lichtgevende bloem en er staan grote kaarsen waar je je eigen kaarsje aan aan kunt steken. Er is zelfs een klein gootje dat afloopt naar de rivier en waar water doorheen stroomt, waardoor je je eigen gekochte bouwsel op een ludieke manier te water kunt laten. De maker heeft geoefend bij Te Land, Ter Zee en In De Lucht. Helaas stroomt het water in het gootje zodanig snel, dat de kaarsjes al gedoofd zijn voor ze de rivier bereiken. De pret is er niet minder om. Ik heb trouwens zelden zoveel meisjes in frozenjurkjes bij elkaar gezien.

Via rustige wegen fietsen we verder noordwaarts. We naderen het gebied van de klongs, smalle kanalen en riviertjes die verbonden zijn met de grote rivieren in het zuiden van Centraal Thailand. In dit geval met de Mae Klong. 

Voordat we er zijn passeren we weer enkele houtskoolfabrieken. Deze lijken wel op die in Maleisië, maar er zijn ook verschillen. In de fabriekjes zien we regelmatig tempeltjes, en op één plek staat naast de houtskoolovens een grote televisie. Een vreemd gezicht, maar wij vermoeden dat de werklui hier gedeeltelijk bij de fabriekjes wonen, en dan is de afleiding van GTST waarschijnlijk bijzonder welkom.  

Bij de grootste fabriek van het setje branden alle ovens en hebben ze de deuren dicht gemaakt met plastic zeilen. Door de kieren komt een minimale hoeveelheid frisse lucht binnen, en de rook slaat op je adem en je ogen. Iedereen die zich nog afvraagt of dat wel gezond is, werken in zo’n houtskoolfabriek, raden we aan om 20 seconden in die fabriek te blijven. 

Onze tweede stop van vandaag is op een bijzondere markt. De Mae Klong Railway Market, de naam zegt het al, wordt doormidden gesplitst door een spoorlijn. De markt was er al voordat het spoor werd aangelegd. Toen de route bekend werd wilden de marktkooplui niet verkassen. En daardoor loopt nu dwars door de markt een spoorlijn waar 6 keer per dag een trein over dendert. Als de trein nadert wordt alle koopwaar net genoeg aan de kant getrokken zodat de trein door kan, en zodra hij voorbij is wordt alles weer snel terug gelegd. Helaas komt er geen trein als wij er zijn, maar we kunnen ons goed voorstellen hoe dat in zijn werk gaat.

De route eindigt in Amphawa, recht aan de Mae Klong. Hier wordt ieder weekend een drijvende markt gehouden, en omdat Bangkok maar 80 km verderop ligt is deze erg populair bij mensen uit Bangkok. 

Op een drijvende markt zitten de kooplui in bootjes van waaruit ze hun spullen verkopen aan de mensen aan de kant. Op deze markt zijn wel nog wat bootjes, maar niet al te veel. En de marktkooplui zijn grotendeels vervangen door koks, want op bijna ieder bootje is een bbq aanwezig waarop seafood wordt gegrild. De oevers van de klong bestaan uit looppaden vol vooral Thaise toeristen, en in de winkels die langs die paden liggen kun je eten, t-shirts en nog meer eten kopen. En dan vooral zoetigheid.

Wij lopen wat rond en nemen wat custardtaartjes als voorgerecht. Het hoofdgerecht is gebakken rijst en pad thai (een typisch Thais noedelgerecht), en ik sluit af met gefrituurde visballetjes. Een uitgebalanceerde maaltijd. 

Het is grappig om zo’n attractie te bezoeken en vooral ook om te zien wat je allemaal kunt eten, maar na een uur of twee hebben we het wel gezien. We moeten even bijkomen van de drukte. Als je met de bus uit metropool Bangkok komt stelt die massa mensen niets voor, maar wij hebben net rustig over het platteland gefietst en dan is het even schakelen.

De drijvende markt in Tha Kha is een ochtendmarkt en ligt een kilometer of 10 fietsen van de Mae Klong af. Ook hier zie je toeristen, maar het is veel kleinschaliger. Dit is ook nog gewoon een markt die door de mensen in de omgeving gebruikt wordt, en je ziet dan ook geen t-shirts of andere souvenirs, maar groenten, snacks en maaltijden. Oh, en een kekkie fietsenwinkel. Het stikt er van de Thaise fietsers, en daar is iemand handig op ingesprongen. 

Er hangt een enorm relaxte sfeer. De bootkooplui varen af en aan. In het midden van de klong stoppen af en toe twee bootjes om de laatste roddels uit te wisselen. Twee monniken lijken een dagje vrij te hebben om met hun familie door te brengen en doen gezellig mee met de selfiesrage. De drukke markt in Amphawa lijkt ver weg.

Net buiten de markt zitten een paar fabriekjes waar ze nu eens geen houtskool maar palmsuiker maken. Vantevoren is sap van bepaalde palmbomen verzameld. Dit wordt verhit zodat je een soort caramel krijgt, en daarna een tijdje door elkaar gemengd. Door het mengen koelt de caramel af en wordt hij dikker, waarna hij overgegoten wordt in blikken. 

Het is vandaag een fietsdagje gecombineerd met sightseeing, want we komen ook nog langs een supermooi klein tempeltje dat helemaal omwikkeld is door een boom. Binnenin staat een mooie gouden boeddha. Dit tempeltje staat op een plek waar in langvervlogen tijden de Birmezen definitief verslagen zijn door de Thai, en om dat te gedenken is er een standbeeld neergezet voor de bevelhebber en in lijn daarmee een paar tientallen beelden van kickboxers. In combinatie met de tempel komen ze wat vreemd over, maar dat mag de pret niet drukken.

We rijden een tijdje binnendoor over smalle weggetjes die door met name palmplantages slingeren. Het waait vandaag weer fors, en regelmatig komt er een palmblad naar beneden suizen. Terug op de viercijferweg hebben we de wind een hele tijd in de rug, dus dat is lekker gemakkelijk fietsen. 

Vanuit Photharam rijden we in een dagje naar Kanchanaburi. Tot Photharam reden we richting Bangkok, en alhoewel het, zeker op de wegen zonder nummer, nooit druk was, kon je aan het aantal medeweggebruikers wel merken dat de staddichtheid toenam. Nu draaien we weer van Bangkok weg, en het wordt meteen weer rustiger. 

Het regenseizoen is dan wel uitgezwaaid, maar afgelopen nacht is er flink wat water naar beneden gekomen. Het eerste uurtje op de fiets miezert het nog, de rest van de route houden we het gelukkig droog. Het is grijs, en om te fietsen zijn de 25 graden heerlijk, maar met een zonnetje ziet de wereld er net wat vrolijker uit. We volgen vandaag de Mae Klong, en de wat-dichtheid is enorm. Het lijkt wel alsof er maximaal 2 kilometer bij iedereen vandaan een wat moet zitten. Bovendien heeft de Thaise overheid geïnvesteerd in fitnessapparatuur. Geregeld zien we een setje ijzeren gevaartes bij elkaar staan, vaak bij een wat, en soms worden ze zelfs gebruikt!

Op een kilometer of 20 voor Kanchanaburi zien we aan onze linkerhand opeens een enorm tempelcomplex oprijzen. We rijden er even heen, en beklimmen de 150 treden naar boven. Op de heuvel staan een aantal tempels en een enorme boeddha. Voor de aanwezige Thai is het een combinatie van toeristisch uitje en heilige plaats. Er worden heel wat gouden blaadjes op boeddhabeelden geplakt, en nog meer selfies gemaakt.

Misschien zegt Kanchanaburi je niets, maar de brug over de Kwai hopelijk wel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is door de Japanners de Birma spoorlijn aangelegd, 415 km rails die Thailand met Myanmar (toen nog Birma) moest verbinden, en de desbetreffende brug was daar onderdeel van. De Britten hadden eerder al soortgelijke plannen, maar hebben die afgeblazen omdat het simpelweg te moeilijk zou zijn vanwege het terrein dat doorkruist moest worden. De Japanners hadden echter toegang tot een redelijk onuitputtelijke bron arbeiders. Enerzijds krijgsgevangen soldaten die ze van elders uit Azië lieten overbrengen, anderzijds mensen uit de landen die ze veroverd hadden en die aan het begin met valse beloftes werden gelokt en later gedwongen. De krijgsgevangenen kwamen uit Australië, Amerika, Engeland en Nederland. De mensen uit de regio met name uit Myanmar en Maleisië.
Van de krijgsgevangenen zijn de aantallen redelijk bekend, van de Aziaten kan slechts een schatting worden gemaakt omdat er over hen niets is vastgelegd. Wel is bekend dat zij onder nog zwaardere omstandigheden moesten werken dan de krijgsgevangenen. Van de grofweg 60.000 krijgsgevangenen hebben 12.621 hun gevangenschap niet overleefd, onder wie 2.782 Nederlanders. Een conservatieve schatting zegt dat van de minimaal 180.000 Aziaten 50% is overleden voor de Japanse overgave. 

We bezoeken eerst de brug, en de volgende dag het spoorwegmuseum en de begraafplaats. De aantallen zijn al indrukwekkend, maar de persoonlijke verhalen en voorwerpen brengen het weer terug naar een menselijk niveau en laten een diepe indruk achter. We hebben echt even nodig om dit bezoek te verwerken.

4 thoughts on “Zout en zoet, maar gelukkig geen zure of bittere dagen

  1. Dat zal wel heeeel mooi zijn geweest, die lichtjes op het water! En die bootjes, zooo kleurrijk. En die dame in dat harnas was ook leuk,,
    Ik verbaas mij iedere keer erover wat jullie allemaal zien!!
    Weer veel groetjes van Tien.

  2. Kleurrijke foto’s van de floating market en natuurlijk hebben jullie nog fitness apparatuur nodig na al die lekkere taartjes!
    Fiets ze met veel plezier.

  3. Weer schitterende foto`s als ik zo de foto`s zie, zijn er heel wat indrukken te verwerken.Fiets ze nog .

Comments are closed.