How are you How are you HOW ARE YOU!!!!!

In Lusaka hebben we een afspraak met een Zuid-Afrikaans stel dat ook in de whatsapp groep zit. Daarnaast zijn Peter en Colleen vrienden van Mark en Liz, leden van Warmshowers bij wie we in april in Knysna gelogeerd hebben. Zij fietsen zuidwaarts, wij noordwaarts en dit is dus een mooi moment om ervaringen uit te wisselen, een fotootje op te sturen naar Mark en Liz en gewoon wat te kletsen.

Lusaka uit valt gelukkig erg mee. Ik probeer de route in een stad altijd zo uit te zetten dat we hoofdwegen volgen (meestal niet al te veel afslagen en grotere kans op verkeerslichten) maar niet die hoofdwegen waarvan ik inschat dat ze superdruk zijn. Ook nu valt het verkeer enorm mee, dus ofwel we hebben een prima route, ofwel gewoon geluk. Af en toe waan je je trouwens in China. Er wordt fors gebouwd in Lusaka, en op alle grote bouwpercelen hangen Chinese borden. Er verrijst zelfs een casino in de vorm van een Chinese pagoda met de welluidende naam The Great Wall. En die Chinezen moeten ook ergens eten en slapen, dus de borden van redelijk wat hotels en restaurants zijn voorzien van een Chinees onderschrift.

Het is sinds de dag voor Lusaka minder mooi weer. Geen blauw te zien, minder warm en af en toe een spatje regen. Nog steeds prima om te fietsen, maar wat lastiger bij bergop en bergaf. Bergop zweet je je suf, bergaf is het met 17 graden zonder zon toch behoorlijk fris.

En dat bergop bergaf is geen uitzondering meer. We gaan serieus de bergen in. Geen hooggebergte of zo, maar wel voortdurend op en neer. De ene dag meer op, de andere dag meer neer. Het landschap wordt daarmee ook een stuk interessanter. De heuvels zijn bedekt met bomen, en die hebben een beetje herfsttinten.

Hier ten oosten van Lusaka passeren we regelmatig een bebouwde kom. De ene keer zijn dat drie hutjes, de andere keer tien, en soms is er een winkeltje.

Altijd zijn er kinderen, veel kinderen. En waar alle volwassenen hier netjes ‘how are you’ vragen in het voorbijgaan, volgen de kinderen hun ouders. Alleen weten de jongsten niet wat ze zeggen, dus dat betekent meestal dat we, bij het passeren van een dorp, opeens een horde kleuters richting weg zien sprinten die allemaal howareyouhowareyouhowareyouhowareyo roepen. Of howarehowarehowarehowarehowarehoware, afhankelijk van hoe goed ze naar paps en mams geluisterd hebben. En je kunt zo vaak ‘Fine, thank you’ terugroepen als je wilt, want aangezien het na-apen is hebben de jongsten geen idee wat ze roepen, dus dat kan zo tien minuten duren als je bij het winkeltje wat te drinken hebt gekocht. Enorm schattig. Ik heb medelijden met de ouders, want volgens mij duurt het weken eer de adrenaline uit die kinderlichaampjes verdwenen is. Ze zijn trouwens niet bang, die Zambiaanse kinderen. Waar de peuters en kleuters van Centraal-Azië zich verscholen achter moeders rokken en die uit Zuid-Oostazië wegrenden of begonnen te huilen, krijgen we hier netjes een handje als we stoppen en naar ze toe lopen. Zelfs als mams niet in de buurt is. Meteen gevolgd door howareyouhowareyouhowareyou.

Ook kennen we hier weer het fenomeen meerennende kinderen. Soms voel je je net de rattenvanger van Hamelen, alhoewel het er hier zelden meer, eerder minder worden. Ze gaan namelijk ofwel naar school (dan zijn ze allemaal in één keer weg) of naar huis, en in dat laatste geval haken ze een voor een af zodra ze hun huis bereikt hebben. Twee kilometer met 10,4 km per uur lichtjes bergop is geen probleem op blote voeten, slippertjes of plastic schoentjes.

We kruisen de Luangwa rivier, die de grens tussen Mozambique en Zambia vormt. De wind neemt af, de zon komt tevoorschijn en we hoeven, zelfs het eerste uurtje, geen jasje meer aan. Aan de overkant staat een groot bord. Geen vuren, houtskool en stroperij. Wat die houtskool betreft (en de daarmee gepaard gaande ontbossing) heeft Zambia nog een lange weg te gaan. Iedereen kookt op houtskool of hout. Ons theewater heeft regelmatig een rooksmaak.

Naast dat grote bord staat een nog groter bord dat meldt dat de weg is opgeknapt met oa een donatie van de EU. Geen idee of de Zambianen dit hebben uitbesteed aan de Chinezen, maar de weg is een genot om op te rijden. Superglad asfalt, en dat komt goed uit want bij de rivier weg betekent bergop.

Opeens worden we tegengehouden door een Zambiaan die zijn fiets aan de kant van de weg heeft gelegd. En zo ontstaat het volgende gesprek.

‘Lion’. Hij wijst

Wij zien niets, maar hij beseft dat het geen leeuw is.

‘Tiger’. Hij wijst weer.

Er komt een auto voorbij en in de greppel ietsje verderop zien we een kop omhoog komen.

‘Leopard!’, roepen we.

‘Yes, leopard’.

Als hij daarna zijn katapult pakt en een steen naar de luipaard schiet in de hoop dat die vertrekt, vragen we hem vriendelijk dat niet meer te doen. De luipaard is ook niet zo’n katapultfan, aan het gegrom te horen. Er komen nog twee wandelaars, we gaan een stukje terug en proberen een auto of vrachtwagen aan te houden. Alles rijdt hard voorbij. Uiteindelijk stopt er een busje met wat toeristen, en de chauffeur wil wel langzaam tussen ons en de luipaard in rijden zodat we door kunnen. Geen foto’s (je bent op zo’n moment echt niet met fotograferen bezig), maar wel een mooi verhaal. De rest van de dag komen we regelmatig mensen tegen die ons vragen of we de luipaard gezien hebben. Ofwel omdat ze er zelf langs zijn gefietst, ofwel omdat ze hem vanuit de auto gezien hebben.

Ten westen van Lusaka zagen we onderweg minder dorpjes maar was er behoorlijk wat te doen in de plaatsen waar we overnachtten. Hier zijn de plaatsen waar we overnachten wat minder groot, maar is er onderweg wat meer te zien. Zo ook het fenomeen muizen op een stokje. Het dieet van de mensen hier is nu niet bepaald voedzaam of gevarieerd te noemen. Het hoofdbestanddeel is nshima. Denk aardappelpuree maar wat vaster en gemaakt van maïsmeel. In een restaurantje krijg je er kip/rund/vis/geit bij en wat groenten. Met je hand pak je een beetje nshima en daarmee pak je dan wat van de overige ingrediënten. Ik heb het een paar keer gegeten en het is behoorlijk smakeloos, dus ter compensatie gaat er een flinke berg zout door het eten. Om toch wat proteïnen binnen te krijgen die betaalbaar zijn, eten ze hier dus muis. Mocht je onderweg trek krijgen, dan kun je ze van een van de verkopers langs de weg kopen. Wij slaan over.

We passeren behoorlijk wat gebouwtjes waar meel gemalen wordt. Dat gaat dan in grote zakken achterop de fiets naar het dichtstbijzijnde grotere dorp, waar het ofwel op de markt verkocht wordt ofwel aan een groothandel. We stoppen een paar keer bij een meelmalerij. Als Wilchard naar binnen gaat om foto’s te maken blijf ik bij de fietsen. Het is grappig om te zien wat er dan gebeurt als het gebouwtje in een dorp staat. Vanuit alle kanten stromen giechelende kinderen toe. Die naar binnen stormen en even later nog harder giechelend naar buiten komen. Eentje valt om van het lachen, en twee meisjes houden elkaar vast en staan minstens een halve minuut op en neer te springen. Er wordt druk gezwaaid en gehowareyoud als we wegrijden.

In Katete nemen we voor het eerst in lange tijd weer een rustdag. Dit is ook de eerste overnachting na Lusaka in een plaatsje waar wat te doen is. We slapen bij Tiko Lodge, een plek die zich inzet voor betere voeding en onderwijs in de dorpen rondom Katete. Alle inkomsten vloeien terug in de gemeenschap.

Ik besluit om gewoon helemaal niets te doen, Wilchard gaat achterop de brommer van Jellesani, een van de personeelsleden, naar twee dorpen in de omgeving. Het was de bedoeling om met de fiets te gaan, maar Jellesani heeft vandaag de beschikking over de brommer van zijn broer en kan die kans natuurlijk niet laten schieten. Het is een echte Skygo. Uit China, want volgens Jellesani komt alles hier uit China.

De eerste stop is 100 meter verderop, bij een lagere school. Het is allemaal vrij basic, maar de kinderen krijgen wel echt les en er is lesmateriaal.

De situatie in het dorp is een stuk schrijnender. Waar in Botswana de overheid zorgt voor gratis onderwijs voor alle kinderen, is dat hier zeker niet het geval. Van de 156 kinderen die op de basisschool zitten zijn er maar 52. De ouders van de overigen hebben geen geld dus houden ze hun kinderen thuis. De ouders van die 52 hebben trouwens ook geen geld, maar betalen gewoon niet. Één van de zaken die betaald moet worden van dat geld is het salaris van de leraren. Die nu dus dreigen ermee te stoppen, want ook zij moeten eten. Wat het helemaal triest maakt is de school zelf. Het is wel een gebouwtje met een dak, maar lesmateriaal en een bord ontbreken. Op een balk heeft iemand met krijt het alfabet opgeschreven, op een blaadje papier tegen de muur staan een bal, een schildpad en een slang met hun Engelse naam. Dat was het. Dus zelfs als je je kind naar school kunt sturen is de toegevoegde waarde vrijwel nihil.

In het tweede dorp weet de lerares te vertellen dat ze gestopt is met lesgeven omdat ze al tijden geen salaris krijgt. De maat is voor haar vol. Jellesani maakt in zowel het eerste als het tweede dorp de afspraak dat ze zo snel mogelijk langs komen om in een gesprek met leraren en ouders te kijken naar een oplossing. Maar heel eerlijk gezegd hebben de mensen al amper te eten, een maaltijd bestaat hier uit kale nshima, twee keer per dag. Dus waar moet dat geld vandaan komen?

Winkeltjes met fabriekseten zijn er in beide dorpen niet. Ze eten wat ze verbouwen. Nu zou dat prima zijn, als ze wat te verbouwen hadden, maar het is nshima wat de klok slaat. In de ochtend, middag en avond. Zonder iets erbij. Tenminste in het eerste dorp, waar ze natuurlijke mest gebruiken. In het tweede dorp is zo goed als niets te eten. Hier zijn ze overgegaan op kunstmest, maar die werkt niet zo goed. Met als gevolg dat er net genoeg nshima is om in leven te blijven. Niet alleen niet voedzaam en gevarieerd, maar ook nog eens veel te weinig.

Op de terugweg stoppen ze ook nog bij een middelbare school. Hier nette lokalen en goede lesboeken. De vakken komen grofweg overeen met die in Nederland. Daarnaast staan eten en voeding, mode en stoffen en huishoudkunde op het programma. In de biologieles zijn ze bezig met het menselijk lichaam. Jellesani heeft zelf vier kinderen, meer is niet te betalen. Hij wil ze namelijk ook naar de middelbare school sturen en dat kost 1000 kwatcha per kind per drie maanden. Zo’n $400 per jaar. Een fors percentage van iemands inkomsten, die volgens de CIA gemiddeld (!) $4.000 per jaar bedragen.

Wilchard komt er ook achter dat het WK voetbal educatieve waarde heeft. Jellesani had namelijk in een atlas even opgezocht waar Engeland en Kroatië nu eigenlijk liggen. Hij had zelf al uitgezocht dat England en United Kingdom hetzelfde is, maar Kroatië stond echt niet in zijn atlas. Maar even uitgelegd dat hij moet zoeken naar Joegoslavië of in een nieuwere atlas moet kijken.

Naast Tiko Lodge ligt het St. Francis Hospital, in 1949 opgericht door een gezamenlijke inspanning van de Anglicaanse en Katholieke kerk. Dit zijn nog steeds de belangrijkste geldschieters, en ook de Zambiaanse overheid draagt inmiddels zijn steentje bij. Tot een paar jaar geleden was dit het beste ziekenhuis in Zambia, maar nadat een deel van de apparatuur is verplaatst naar Lusaka is de kennis nog aanwezig maar de praktische uitvoering van verschillende behandelingen niet. Als je in het ziekenhuis terecht komt word je ingedeeld op één van zeven zalen, waar je dan met een persoon of 30 ligt. Door de flinke bevolkingsgroei liggen vooral de zalen voor vrouwen en kinderen vol. Daarnaast wordt het malariaspreekuur druk bezocht, daar zitten wel 40 mensen te wachten. Een bordje wijst je naar de High Cost OPD. Navraag leert dat dit bedoeld is voor mensen met geld. Voor 150 kwatcha (12 euro) per dag kom je op een kleinere zaal te liggen en is er 24/7 een dokter in de buurt.

’s Avonds heeft Elke, de directeur van Tiko, een rechter en iemand die in de rechtbank vertaalt te eten. Ze is bang dat het een saaie avond wordt en omdat ze ons verdenkt van sprankelende conversatie heeft ze gevraagd of wij aanschuiven. Geen probleem, dat doen we graag. Het gesprek komt wat traag op gang, maar uiteindelijk is het een interessante avond. De rechter komt uit een arm mijnwerkersgezin, maar paps was zijn tijd ver vooruit. Alle 15 kinderen moesten naar school en mochten studeren, ongeacht geslacht, en de lijst beroepen is indrukwekkend. Zij is uiteindelijk rechter geworden, en weet over veel aspecten van het leven in Zambia wat te vertellen. En dat doet ze dan ook. De aidsepidemie uit de jaren 90 met zijn sociaal-economische gevolgen, oude tradities en hun belang, de voedingsproblematiek en het belang van de extended family in de Zambiaanse samenleving passeren de revue. Ze is enorm intelligent en goed geïnformeerd, maar staat niet heel erg open voor de mening van Elke. De vertaler komt er niet tussen, die houdt zich maar op de achtergrond.

Nog anderhalve dag fietsen we in Zambia, daarna steken we de grens met ons vijfde Afrikaanse land alweer over. Op een zondag rijden we Malawi binnen. Zowel aan de Zambiaanse als aan de Malawi kant is het feest in de kerk. Er wordt gezongen en gedanst. Verstaan kan ik het niet, maar het raakt me diep.

Het is ook weer even zoeken wat te eten. We zien zo snel geen restaurantjes, maar wel heel veel plekken waar ze aardappeltjes aan het frituren zijn. Je kunt er een schep kool doorheen mengen en een theelepeltje sambal. Dat laatste laten we achterwege.

Als we richting Lilongwe fietsen zien we dat we in onze zoektocht naar een eetplek de verkeerde kant zijn uitgelopen. Het menu lijkt identiek aan dat van Zambia: nshima/rijst/frietjes met kip/vis/rund/geit.

In Malawi is het een stuk drukker. Rondom de dorpen lopen veel meer mensen op straat, en de fietstaxi’s die je in Zambia regelmatig zag zijn hier massaal aanwezig. Ze onderscheiden zich van de fietsen die goederen vervoeren door het kussentje op de bagagedrager. En er zijn heel veel meer dorpen. Houtskool zien en ruiken we amper, dus het zal me benieuwen waar ze hier mee koken.

Het gros van de kinderen roept nog steeds hello of how are you of staat stilletjes te zwaaien. Als je terugzwaait krijg je een brede glimlach als beloning. Hoe verder we van de grens wegfietsen, hoe meer we daarnaast gimme horen. Gimme bottle, gimme kwatcha, gimme money. Gimme phone komt zelfs voorbij. Gimme a man after midnight niet, maar ik weet wel waar ABBA ooit inspiratie heeft opgedaan. De jongsten lijken niet echt een idee te hebben van wat ze roepen. Er doen allerhande theorieën de ronde waarom dit fenomeen zich juist in Malawi voordoet (ook Rwanda schijnt de gimme te hebben). De meest voorkomende is dat er zoveel NGO’s zijn die dingen geven zonder een inspanning te verwachten, dat de kinderen denken dat iedere blanke sinterklaas is. Geen idee wat de reden is, maar het is in ieder geval een verandering ten opzichte van de voorgaande landen. Prima te hebben trouwens, totdat ze al gimmiënd naast je fiets blijven rennen. No is nog niet behandeld op school.

Het waait op weg naar Lilongwe, en in de dorpen kun je dat het beste zien. Daar wordt het zand hoog opgeblazen, het is een stoffige bedoening. De wind komt helaas schuin van voren, waardoor deze tocht van 110 km weinig hoogtemeters kent maar toch de hele dag in beslag neemt.

6 thoughts on “How are you How are you HOW ARE YOU!!!!!

  1. Groeten uit een heel warm ’s Hertogenbosch. Boeiend verhaal en mooie foto’s. En jammer maar helaas zijn er nog steeds arme Afrikaantjes.

  2. Wat een mooie foto’s weer en wat mooi erbij geschreven. Leuk om te lezen.

    Groetjes,

    Marga

  3. Inderdaad een indrukwekkend stukje Afrika.
    In Den Bosch begint het ook een beetje herfstachtig uit te zien. Verdorde weides en bermen en veel bladverlies van de bomen. Maar we genieten in de toren van de koele vloer.
    Veel fietsplezier.

  4. Wat mooi zo’n app! En dat mensen jullie dan uitnodigen, sjiek!
    Waar jullie nu zijn is het wel op sommige plaatsen armoe troef!
    Wel weer indrukwekkend en mooie foto’s, super!
    Weer succes gewenst verder, en geniet! Gr.

  5. Wat een bijzonder verhaal.
    die muizen leken me ook niet zo lekker ,maar ik wist dat ze op het menu stonden
    gezien bij 3 op reis.
    Geniet nog van die mooie reizen.

Comments are closed.