Eindelijk noordwaarts

Na een dagje lekker niksen in Montagu stappen we weer op onze fiets. En dat is nodig ook, want in Montagu hebben ze heerlijk gebak, weten we inmiddels uit ervaring, en dat moet er weer afgefietst worden. Nou, van de route moeten we het wat calorieënverbranding betreft vandaag niet hebben. En de twee dagen erna ook niet. We zien nog wel veel druivenstruiken, maar fietsen langzaam de bergen uit. Bovendien hebben we twee van de drie dagen wind mee, wat sinds Port Elisabeth niet meer is voorgekomen.

We rijden eindelijk noordwaarts, richting de grens met Namibië. Na eerst naar het oosten en daarna weer westwaarts te zijn gereden, waren we in Worcester nog maar 100 km verwijderd van het vliegveld waarop we in maart landden.

We zijn niet enorm gecharmeerd van de Zuid-Afrikaanse moderne architectuur. Vierkante blokkendozen en winkelcentra en ze zijn allemaal redelijk inwisselbaar. Dat geldt niet voor de traditionele oude gebouwen. In Tulbagh zijn er veel bewaard gebleven.

Ook hier een spar, maar die slaan we even over. Het is einde maand en dat betekent dat de lonen zijn uitbetaald. Dat kun je al zien aan de lange rijen bij de betaalautomaten, maar de rij voor de kassa bij de spar slaat alles. Het lijkt de Efteling wel. Wilchard wil nog naar de kapper, maar als hij ziet dat hij nummer 16 in de rij is stelt hij dat nog maar even uit.

Wat de eerste dagen noordwaarts echt anders is, is de hoeveelheid groen. Na bijna anderhalve maand gefietst te hebben in een gebied met een enorm watertekort, zien we nu zelfs een bord langs de weg staan met de melding dat de dammen voor 53% vol zitten. En dat kun je ook zien. De druivenstruiken zien er een stuk beter uit en in de berm groeit zelfs gras.

Van Tulbagh naar Citrusdal is dik 100 km inclusief een pasje, en we besluiten die dag op te splitsen met een stop in Porterville. Hier wonen redelijk wat rastafari’s en het lijkt alsof ze allemaal voor de spar hangen. Hier gelukkig geen lange rijen en we kunnen gewoon boodschappen doen. Bij de kapper moet Wilchard wel even wachten, maar dat is niet op andere klanten maar op de kapper die ergens een kippetje aan het eten is.

Na Porterville is het gedaan met de wind mee en met het vlakke. Op en neer glooit het landschap, en wij doen lekker mee. Weidse landschappen met links aan de horizon bergen en rechts ook maar dichterbij. Overal landbouwgebied. Het is hier herfst en er is geoogst, maar zolang de zon er is hebben die kale velden schitterende geeltinten.

Tegen de middag bedekt een wolkendek de blauwe hemel en mogen we de Piekenierspas over. Aan de andere kant ligt Citrusdal, onze eindbestemming van vandaag. Eerder zijn we een groepje fietsers tegen gekomen dat, georganiseerd en met volgwagen, onderweg is van Harare naar Kaapstad. De ondersteuning in de volgwagen waarschuwde ons dat we aan deze pas wel een forse dobber zouden hebben, maar het valt reuze mee. Als Wilchard boven op mij staat te wachten stopt een auto en krijgt hij een energiedrankje toegestopt. Aan de duimpjes uit het raam hadden we al opgemaakt dat het gros van de automobilisten het met de vrouw in de volgwagen eens is.

Naar beneden is een feest. Er zijn namelijk weer wegwerkzaamheden, maar we vermoeden dat ze alleen de paaltjes nog hoeven weg te halen. Over nieuw gelegd maar al opgedroogd asfalt zwieren we naar beneden over twee nog afgesloten rijstroken, de rest van het verkeer mag over de andere rijstrook.

Als we verder fietsen verdwijnen de bergen aan weerszijden langzaam helemaal. Dat betekent absoluut niet dat het vlak wordt, maar het is nergens steil. We zien ook meteen waar de naam Citrusdal vandaan komt. Overal staan sinaasappelbomen, en in de boerderijwinkel en bij het tankstation kun je kistjes vol kopen.

We rijden verder, en na Clanwilliam rijden we het grote niets in. Eindeloze eindeloos lege landschappen met soms wat stenen of bergen. De enige begroeiing die we zien zijn lage struikjes, een soort hei. In augustus, het voorjaar hier, schijnt alles in bloei te staan in ontelbare felle kleuren. Dat kun je je nu helemaal niet voorstellen.

Geen bomen betekent ook geen schaduw, maar om de 10-20 km is er een plek met overkapte zitjes. De eerste paar weken werden ze aangekondigd door een bordje met een boom en daaronder een bankje. Inmiddels is de boom vervangen door een overkapping, ook op het bord. Vroeg in de ochtend met laagstaande zon werpen die hun schaduw een meter of tien het veld in en heb je er niets aan. Alles is wel uitgestrekt, maar ook eigendom van iemand en daarmee afgezet, dus die schaduw is dan onbereikbaar. Tegen de tijd dat het heet wordt staat de zon echter prima en kunnen we in iets minder hete temperatuur wat drinken. Hier geen padstallen meer, maar met het hete water in de thermosfles en vantevoren gekochte koekjes/chocola/bananencake hebben we een prima koffiestop. En bij gebrek aan bankjes, stoppen we gewoon op een ander mooi plekje.

Met het landschap verandert ook het weer. We zijn de afgelopen week onze dagen steeds begonnen met een jasje omdat het anders simpelweg te koud is, maar dat is nu niet meer nodig. De frisse wind waardoor het later op de dag behaaglijk bleef in de zon heeft plaatsgemaakt voor een föhn op standje 10, dus afkoelen doen we niet meer echt. Hard gaat het ook niet met zo’n tegenwind. Als we ergens stoppen leggen we onze fietsen neer omdat ze anders nogal vervaarlijk staan te wiebelen in de wind. In onze kopjes doen we wat minder water zodat de wind geen vat krijgt op de koffie en dan nog lijkt het een golfslagbad. We beginnen zo vroeg mogelijk met fietsen (om vijf over zeven is het licht genoeg) omdat de wind vanaf een uur of 10 opsteekt en het zo ’s ochtends vroeg ook nog prima is van temperatuur, maar vanaf 10 uur gaat het tempo drastisch naar beneden. Ze zeggen hier dat zo’n wind meestal een vooraankondiging is van regen, en in Kamieskroon valt zowaar wat water naar beneden.

Die paar druppels betekenen ook meteen het einde van de harde wind en de hoge temperaturen. Onder laaghangende wolken rijden we Kamieskroon uit en weer een compleet ander landschap in. Meer bergen en veel rotsachtiger. Om iedere bocht hebben we weer een ander uitzicht. Vandaag passeren we ook weer een mijlpaal, de 20.000 km.

Springbok is de laatste plaats die we in Zuid-Afrika aandoen. Na een aantal dorpjes met supermarkten waar we prima boodschappen konden doen maar zonder luxe, hier opeens een Checkers met een heuse visafdeling en een goede selectie kant-en-klaar maaltijden. Helemaal blij word ik ervan. En die goed gesorteerde supermarkten komen goed van pas, want Namibië is erg dun bevolkt dus we slaan hier even wat dingen in die we de eerste week over de grens niet kunnen krijgen.

7 thoughts on “Eindelijk noordwaarts

  1. Ik heb weer volop genoten van de verhalen en prachtige foto’s!
    Geniet van Namibië, ik kijk er naar uit!

  2. Heerlijk wat een prachtig verhaal weer. Zo mooi dat elke dag weer een verrassing brengt. Mooie landschappen weer ook aan de west kant van Z.A. Geniet lekker!

  3. Heel erg fraai zijn de foto`s weer en ook de mooie wolken partijen.
    Knap die 20.000 km daar doen wij 4 jaar over.

  4. Wat een vergezichten en die wolkenpartijen, prachtig! Wat zullen jullie genieten! Proficiat, 20000 km!
    Groeten uit Helden!!

  5. Mooi stukje Zuid-Afrika.
    Ben benieuwd naar Namibië.
    Groeten uit een bijna tropisch DB.

  6. Over Springbok gesproken, bestel vooral het drankje met die naam ook even! Daarna niet meer fietsen, trouwens ?

Comments are closed.