Het gaat ons niet voor de wind

Olifanten. Heel veel olifanten. Het park dat we bezoeken heet niet voor niets Addo Elephant Park en we huren voor twee dagen een auto om ze te tellen. Het eerste uur in het park zien we met name wrattenzwijnen, heel veel wrattenzwijnen. En dan met name families: mams, paps en een jonkie of twee. Ze zijn übercute met hun gedribbel, omhoog gestoken staartjes en punkkapseltjes.

Na een tijdje zien we onze eerste olifant in de verte. En ietsje verderop weer één. Vervolgens mogen we, schijtlijsters dat we zijn, op de rem en in zijn achteruit als er eentje van een klein groepje besluit onze kant op te komen. Hij ziet er absoluut niet kwaad uit of zo en er is niets aan de hand, maar ze zijn toch wel heel groot van dichtbij.

De trend zet zich voort als we bij een waterpoeltje een groepje auto’s zien staan. De kudu en twee wrattenzwijntjes willen ook wel wat drinken maar daar is pa olifant het niet mee eens. Met een schijnaanval en woest getrompetter jaagt hij ze weg. Van de auto’s heeft hij blijkbaar geen last want wij mogen met zijn allen blijven staan. Er staat een hele groep olifanten, alle leeftijden zijn vertegenwoordigd, en ietsje later komt er een nieuwe groep aangewandeld. Een geweldig gezicht.

Daar blijft het vandaag niet bij, en het bouwt mooi op. Als we ietsje later bij een schuilplaats uit de auto mogen hebben we zicht op een andere waterpoel. In eerste instantie zijn er alleen een kudu en een schildpad, maar dan komen er drie olifanten uit het struikgewas. Grappig om te zien hoe zo’n enorm beest zo lang onzichtbaar kan blijven. Ietsje later komt van links een enorme mannetjesolifant aanzetten, gevolgd door een groepje vrouwtjes, pubers, tieners en kleuters. En ook van recht vooruit komt een grote groep aangewandeld. Uiteindelijk zijn er wel een stuk of veertig, op zo’n 15 meter afstand.

Weer drie kilometer verderop zien we de laatste jumbo’s van vandaag, maar dit is wel heel bijzonder. In een poel liggen vier olifanten te badderen. Het zijn alle vier jonge mannetjes die hun krachten wel even met elkaar willen meten. Er wordt druk slurfje gedrukt.

Een van de nevenproducten van olifanten is olifantenstront. In het park mag je hier niet overheen rijden omdat deze, met een beetje hulp van de mestkever, vruchtbare grondstoffen levert voor de beplanting. Het is grappig om te zien hoe zo’n kever te werk gaat. Hij vormt de mest tot stevige ballen en die kan hij dan weer vervoeren. Hij klautert bovenop zo’n bal en laat zich met zijn kop naar beneden op de grond zakken, achterpootjes in de lucht tegen het balletje aan. Vervolgens begint hij op zijn voorpoten te lopen en duwt hij de bal vooruit. Soms is het een éénmansklus, maar we zien ook een aantal groepsinspanningen. Wat het er voor deze beestjes niet gemakkelijker op maakt is, dat Addo nu niet bepaald vlak is.

Verder zien we struisvogels, elanden, zebra’s, een paar buffels, schildpadden en twee stokstaartjes. Je begrijpt het al, we hebben een prima dag.

We overnachten in de buurt van het park en de volgende dag wagen we een nieuwe poging. Gisteren was het te warm voor de leeuwen, gaat het vandaag lukken?

We weten in ieder geval waar we het gisteren naar onze zin hadden, dus daar beginnen we de dag. Bij de Spekboom Schuilplaats is niets te zien als we aankomen, maar na niet al te lang wachten zien we weer wat kuddes naderen. Dit keer doet een van de twee de waterpoel aan, de andere loopt door.

Wij besluiten na een tijdje naar het olifantenzwembad te rijden om te kijken of daar wat te doen is. Onderweg moeten we al geregeld stoppen om olifanten te laten oversteken die dezelfde richting uit gaan, maar zelfs dat kan ons niet voorbereiden op wat we bij die poel aantreffen. Het staat tjakkievol met olifanten, de ene kudde is nog niet het water uit of de volgende kondigt zich weer aan. Dit keer dus niet alleen een paar puberende jonkies die hun krachten willen meten, maar ook enorme volwassen mannetjes. In het water lijkt druk gepaard te worden, alhoewel we soms ook mannetjes elkaar zien beklimmen om elkaar te bewijzen wie de baas is. Overal is wel wat te zien. Als een jonkie niet uit zichzelf op de kant kan komen duwt mama hem naar boven. Heel lief hoe ze elkaar helpen. Uiteindelijk brengen we hier het gros van de dag door. We krijgen elders vast nog wel leeuwen te zien. Of niet, maar dan pakken ze ons deze geweldige belevenis in ieder geval niet meer af.

Terug in Port Elizabeth heeft Merryl een heerlijk maal voor ons bereid en kletsen we wat. Het is een gezellige avond en het is dan ook jammer dat de man met de hamer al vroeg langs komt. Gelukkig is het niet zo erg als gisteren. Toen brak de receptionist halverwege zijn uitleg van wat er te doen was, zijn verhaal af met de wijze woorden ‘maar ik zie dat jullie over vijf minuten in slaap vallen. Dus hier is de sleutel, en welterusten’. Dat had hij perfect ingeschat.

Als we, terwijl we Port Elizabeth uit fietsen, bij een verkeerslicht staan te wachten, zien we een stel op een tandem. Ietsje verderop staan ze op ons te wachten. Ze wonen in Port Elizabeth en zijn geïnteresseerd in onze plannen. Als ze horen dat we uit Nederland komen moet zij even kwijt dat ze daar ene mevrouw Emmink kent. Of wij… Gelukkig begrijpt haar man dat Nederland wel klein is, maar niet klein genoeg om alle andere inwoners te kennen.

De route van vandaag is bekend terrein. Onder een blauwe hemel rijden we terug naar Jeffreys Baai. We gaan namelijk weer westwaarts, maar buigen na Jeffreys Baai af naar noord-west, waar we nog niet zijn geweest. Het is grappig om in een stad aan te komen waar je de weg al kent, zo vaak gebeurt ons dat niet.

Na Jeffreys Baai nemen we de iets noordelijker gelegen R62 om terug naar het westen te fietsen. Dit is geen grote snelweg en daarmee meteen een stuk rustiger. En dat is maar goed ook, want er zijn flink wat wegwerkzaamheden aan de gang die als volgt worden uitgevoerd. Sluit over een kilometer of zes één weghelft af. Zet aan het begin en aan het einde iemand neer die ervoor zorgt dat het verkeer telkens vanaf één kant tegelijk de andere weghelft mag gebruiken. Voeg hier een collega aan toe tegen de verveling en om ervoor te zorgen dat ze niet voortdurend bezig zijn op hun mobiel. Zet dan aan beide kanten een meter of 200 voor de afgesloten weghelft iemand neer met een rode vlag die aankomende automobilisten kan waarschuwen zodat ze op tijd stoppen. Herhaal het hele circus een kilometer of tien verderop.

Voor fietsers zijn die wegwerkzaamheden niet zo’n probleem, wij mogen gewoon door. Bij het passeren van die paar auto’s waarmee we de weg vandaag delen gaan we wel even aan de kant.

Het landschap verandert. Het fynbos is grotendeels verdwenen en de oceaan helemaal. We fietsen tussen twee bergruggetjes door, en links en rechts van de weg wordt vee gehouden in weides met een dun laagje gras. Dorpen zijn er niet, hooguit af en toe een clustertje boerderijen.

We eindigen vandaag in Kareedouw. Onze airbnb zit aan de rand van het dorp op een boerderij. De kippen, varkens, koeien en geiten kom je in Nederland ook tegen, de struisvogel niet. De eigenaar had zes van die bolletjes veren op poten, maar door de droogte is er nog maar één over. Die kunnen wij mooi vanuit ons bed zien staan.

Verder rijden we. Het weer is fraai, het landschap prachtig, de weg goed. We gaan steeds omhoog en dan weer omlaag, maar meer omhoog dan omlaag, dus we stijgen langzaam.

Net na Joubertina slaan we rechtsaf, een gravelweg op. Na zeven kilometer ligt de airbnb waar we een dagje extra blijven. Maar eerst moeten we er zien te komen. De eerdere gravelweg waar we op reden was van super kwaliteit. Deze is niet enorm slecht, maar bij vlagen wel met losse steentjes. Dat is niet zo’n probleem als je maar een klein beetje omhoog hoeft, maar wij moeten fors omhoog met stukken van 10-11%. Door die steentjes schuif je af en toe weg. Wilchard kan blijven fietsen, ik niet. Duwen dus. Maar we komen er allebei. Genoeg activiteit voor vandaag.

Ook de volgende dag doen we rustig aan. We maken een wandeling naar wat rotsen met rotstekeningen. De tekeningen vinden we niet, maar het is lekker wandelen. En verder heb ik een geweldig uitzicht vanaf de hangmat waarin ik wat lees en deze blog aanvul.

Joubertina uit gaat natuurlijk over diezelfde gravelweg. Gelukkig grotendeels omlaag en dus op de fiets, ontzettend blij met onze goede remmen. De stukjes omhoog duw ik weer, Wilchard fietst.

De eerste zeven kilometer gaan dus langzaam. Vervolgens krijgen we er elf die behoorlijk vlot gaan en dan steekt de wind op. En helaas niet lekker in de rug maar recht van voren. Geen idee met hoeveel kilometer per uur, maar als we 2% naar beneden gaan halen we met fors bijtrappen 11 km per uur. En ik zeg we maar ik bedoel Wilchard, ik blijf steken op 9. De lucht is blauw waar we fietsen, maar aan de kust is het bewolkt. Dat weten we omdat de wolken door die wind de bergen over gestuwd worden. Het lijkt wel zo’n filmpje dat versneld wordt afgespeeld, zo vlot komen ze onze kant op. Als ze de weg naderen voel je de temperatuur dalen.

Het is een vermoeiende dag, maar wel in een geweldig landschap. Bovendien rijden we van Misgund via Ongelegen en Haarlem naar Avontuur, dus dat is sowieso al leuk.

10 km voor Uniondale, ons eindpunt, slaan we rechtsaf. Het fietst meteen wat gemakkelijker nu we de wind niet meer van voren hebben en al snel krijgen we een extra cadeautje. We dalen namelijk af door een fraaie kloof, waardoor we de wind helemaal niet meer voelen. Een passend einde bij een mooie fietsdag.

De volgende dag houden we de eerste kilometers de weg nog beter in de gaten dan anders. Het verhaal gaat namelijk dat op deze weg in de jaren 60 een auto-ongeluk is gebeurd waarbij een jonge vrouw, Maria, de verloofde van de chauffeur, om het leven kwam. Nadien hebben verschillende mensen hier een liftster opgepikt, en telkens als ze haar nadat ze was ingestapt wilden vragen waar ze heen moest, was ze verdwenen. Wij zien geen Maria met opgestoken duimpje langs de kant van de weg staan, maar onze bagagedragers zijn natuurlijk sowieso al in gebruik. Bovendien is de wind bepaald niet gedraaid of gaan liggen, dus op extra gewicht zitten we niet te wachten.

Vandaag is onze mooiste fietsdag tot nu toe. We rijden over een erg rustige weg naar De Rust. In het eerste uur leggen we op deze goede asfaltweg niet veel meer kilometers af dan gisteren op de gravelweg. Nu niet vanwege de beroerde wegkwaliteit, maar omdat we weet ik niet hoe vaak moeten stoppen voor foto’s. Het landschap alleen is al mooi, maar de wolkenpartijen erboven stelen de show.

Bovendien blijken er her en der struisvogels gehouden te worden, en omdat ze gewend zijn aan mensen schrikken ze niet van twee fotograferende fietsers.

Nadat we met fors veel vaart naar beneden zijn gereden, onder een grijze wolk waar geen regen uitvalt door, slaan we linksaf en hebben we de wind weer recht van voren. Maar na gisteren weten we dat dit geen ramp is als je je er maar niet druk over maakt. Bovendien zijn we zo aan het genieten van het landschap dat we hem bijna vergeten. Het sleutelwoord is wel bijna, want hij kost behoorlijk wat extra energie.

Het is dan ook fijn om de volgende dag een kort dagje te hebben. Niet alleen is de afstand maar 35 km, ook blijken we amper omhoog te gaan en is de wind gaan liggen. Het is alweer een tijdje geleden dat we zo gemakkelijk hebben gefietst, en om half elf rijden we Oudtshoorn alweer binnen. En onderweg zijn we dan zelfs twee keer gestopt voor een kopje koffie.

3 thoughts on “Het gaat ons niet voor de wind

  1. Wat mooi allemaal. Ik ben weer thuis in ZA!
    Blijf genieten, fotograferen en bloggen, I love it all!

  2. Mijn god wat mooi!! Die olifanten, struisvogels, wolkenpartijen en dat uitzicht geweldig! Genieten!! Groeten uit Helden!

  3. Wat bijzonder mooie foto`s om stil van te worden. Jullie zien nog eens wat en met de conditie zit het ook wel goed.
    Ik geniet er van hoe fijn dat jullie het hebben.

Comments are closed.