Terug in warmer oorden

En wat is het heerlijk om weer op de fiets te zitten! Als we vertrekken is het 13 graden, geen handschoenen nodig dus. Wilchard doet zelfs geen fietsjasje aan. We rijden vandaag naar Jianchuan, waar we eerder waren. Dat betekent dat het eerste en laatste deel van de route bekend terrein zijn, en de middelste 15 km nieuw. We weten dus dat het lang maar geleidelijk omhoog gaat, maar onze spieren zijn het gelukkig nog niet verleerd.

Het nieuwe stuk is het mooiste fietsen, over een rustige weg langs landbouwvelden en door dorpjes. Ook vandaag zien we weer veel vrouwen in traditionele kleding: op weg naar het werk, op een marktje of gewoon kletsend langs de kant van de weg. Het is weer ni hao, en dat wordt met een brede glimlach geretourneerd.

Een kilometer of tien voor Jianchuan komen ons twee fietsers tegemoet. Leendertjan en Rose blijken Nederlanders te zijn, uit Den Bosch. En alsof dat nog niet toevallig genoeg is wonen ze sinds anderhalf jaar in de Jheronimustoren, waar wij ook gewoond hebben. Wat een klein wereldje!

In Jianchuan zelf komen we twee Nederlanders tegen uit Goirle, die een maand een rondje fietsen vanuit Dali. Zij rijden zelfstandig maar met ondersteuning van AWOL, een Nederlandse organisatie in fietsreizen die wat basiszaken voor je regelt en een routeboekje met info over hotels, restaurantjes en bezienswaardigheden. Begin en eind van je reis liggen vast, alles ertussenin kun je zelf bepalen. We drinken samen wat en komen erachter dat ze in Shangri-la gesproken hebben met Mariëlle en Martijn, twee Nederlandse fietsers met wie we via whatsapp al een tijdje contact hebben. De eigenaresse van AWOL kennen we ook. Inderdaad een kleine wereld.

We zitten weer wat hoger dan gisteren, dus het is ook wat frisser. Maar, goed nieuws: nog steeds geen handschoenenweer! En bovendien zit de klim van vandaag, die niet eens zoveel voorstelt, in de eerste 23 km, dus dan kunnen we mooi op temperatuur komen. We volgen grotendeels de G214, en als je de kilometerpaaltjes ziet besef je pas goed hoe enorm dit land is: de totale lengte van de weg is 3.256 km. Ook hier geldt dat er inmiddels een nieuwe snelweg is, dus het is lekker rustig, op her en der wat plaatselijk vrachtverkeer na, dat overigens netjes rijdt. Er wordt hier behoorlijk wat gelandbouwd in maatwerkkassen: plastic recht op de grond, een beetje zoals bij ons de asperges.

Na de klim mogen we datzelfde eind ook weer omlaag, en daarna fietsen we bijna als vanzelf. Met een windje in de rug en vals plat naar beneden is 30 km/uur geen uitzondering, we vliegen vooruit. We rijden richting het Erhai meer dat bij Dali ligt, waar we eerder waren, maar als we de geplande bestemming van vandaag bereikt hebben kijken we elkaar eens aan. We zitten nog vol energie, het is pas twaalf uur en het stadje is er een van dertien in een dozijn, dus wat doen we? Een blik op de kaart levert antwoord. We gaan hier lunchen, rijden morgen een andere route en kunnen dan vandaag nog een kilometer of veertig doorrijden met meerdere hotels onderweg.

Met de nieuwe route volgen we het Erhai meer een tijdje. En hier wordt het ook opeens drukker, met toeristen. Toeristen op scooters, toeristen in auto’s en toeristen in touringcars. Chinese toeristen. En dat betekent ook dat de poses in leuke jurkjes terug zijn. Geen uitgebreide fotoreportage met bruidsjurken en beroepsfotografen dit keer, maar wel in je rood-wit gestipte jurkje op de motorkap van een witte hummer. Ook leuk.

Het eerste stadje waar we doorheen rijden ligt net van de toeristenroute af, maar is erg fraai. De ommuurde huizen geven nog steeds niets prijs van het leven van de bewoners, maar zijn weer mooi beschilderd.

In het plaatsje waar we uiteindelijk een hotel opzoeken is een historische straat, maar ouder dan een jaar of 5 zijn de meeste huizen niet. Gebouwd in de traditionele stijl en gevuld met winkeltjes, restaurantjes en hotels. Niet lelijk, maar toch. Ook wel weer grappig om te zien, trouwens. Je kunt een brommer huren (stijl Engelse vlag is het populairst), maar ook een cabrio of andere kekkie auto (hummer of zo) en zelfs een fiets, alhoewel die laatste niet heel populair lijkt. De meeste hotels liggen aan de waterkant en hebben daar attributen opgesteld waarmee je leuke foto’s kunt maken. Denk aan schilderijenlijsten, schommels en een soort ring waar je in kunt gaan zitten. Het is geen unique selling point, want ze hebben het bijna allemaal, maar overduidelijk wel een sellingpoint.

Wij zitten niet aan het water. Simpelweg omdat we de straat waar die hotels in zitten niet met de fiets in mochten (afgezet met paaltjes), en we dus het eerste het beste hotel aan de doorgaande weg gekozen hebben. Een familiebedrijf. De dochter doet de receptie, mams en paps proberen om de beurt voorbijrijdende auto’s te interesseren voor een slaapplaats of parkeerplek. Als we in het zitje voor onze kamer zitten komt de dochter naar boven met voor ieder een gestoomde maiskolf. Goed voor fietsers!

In het stadje is bijna iedere bewoner wel bereid om op de foto te gaan. Het is hier wel toeristisch, maar blijkbaar vragen de Chinese toeristen niet om een foto van iemand anders. De enige keer dat we ze ook een foto van een plaatselijke bewoner in klederdracht zien maken, is als ze er zelf ook op staan.

Voordeel van de aangepaste route, is dat we vandaag minder hoogtemeters te gaan hebben. Nog 15 km langs het meer terwijl de zon opkomt, dan in 7 km zo’n 250 meter omhoog en de overige 44 km cruisen we naar beneden, langs valleien met vooral druiventeelt. Tot een kilometer voor het einde, als mijn band opeens begint te hobbelen. Een dikke vette spijker. Voordeel is dan wel dat je niet lang naar het gat hoeft te zoeken. Onderweg wisselen we de binnenband, op de hotelkamer plak ik de kapotte band, de spijker is er aan beide kanten doorheen gegaan.

Binchuan blijkt een saai stadje. Het meest opvallende is de plas urine die, als we in de ochtend weg willen, voor onze deur ligt. Wij verdenken de hotelpoedel …

Er komt voorlopig nog even geen einde aan de druiven. De eerste 10 km in een brede vallei met veel bebouwing en dus ook meer verkeer dan we gewend zijn, de tweede 10 km in de dalen tussen de heuvels waardoor we langzaam stijgen. Nog even een klim en 25 km zo goed als vlak, en we zijn in Hedian. Het kan zowaar nog saaier dan Binchuan.

Maar gelukkig is de route die we volgen weer enorm mooi. Het eerste stukje is nog vlak, met voor de verandering bomen langs de weg.

Hier maken we ook weer kennis met de Indiase manier om korenaren los te krijgen van de halm, alhoewel ze aan ons niet veel hebben. Ook in China leggen ze namelijk de hele plant op de weg, in de hoop dat het verkeer het werk doet. Wilchard heft natuurlijk gelijk weer zijn lijfspreuk aan: uit gouden korenaren, schiep God de Erpenaren, en uit het restant de rest van het land. Ik fiets wat harder door.

Sowieso rijdt er enorm weinig verkeer over deze geweldig fijne weg. Het windje in de rug en lang omlaag helpen mee in het oordeel, maar het is heerlijk fietsen.

We eindigen, na stiekem toch weer wat bergop, in Shiyang. Dit was, net als eerdere overnachtingsplekken, een van de plekken op de oude thee-paarden-route. Alleen is dit plaatsje wat minder toeristisch ontwikkeld. Het is fantastisch mooi weer als we aankomen, ons hotel heeft een binnenpleintje waar je wat kunt eten en drinken, en we beginnen de middag dus met lunch en, voor het eerst in lange tijd, een biertje. Wat kan dat toch lekker zijn als het zo warm is.

Het stadje zelf maakt niet extreem veel indruk als je al meer van deze stadjes gezien hebt, maar er is wel leven. Op straat, niet in de Confusciaanse tempel, dus die skippen we. Op het plein voor de tempel hebben zich groepjes verzameld die kaarten en go spelen. Één van de mannen wijst op Wilchard zijn kuiten en knikt bewonderend. Kwestie van fietsen, meneer. En aanleg natuurlijk.

De weg gaat verder, net zo fraai maar helaas niet meer omlaag. Gelukkig hebben we de windkracht-heel-veel van vandaag grotendeels in de rug, want het is een lange dag met veel hoogtemeters. We eindigen in Xinhua, aan een meer. Een klein dorpje, maar hier in de buurt ligt een gebied dat door de marketeers vergeleken wordt met Bryce Canyon. Vandaag was het de hele dag wat dreigend en bewolkt, niet ideaal om de kleuren van de rotsen goed uit te laten komen, maar als het weer morgen beter is, gaan we eens een kijkje nemen.