Veul veulens

Eerst maar, voor ik het weer vergeet, het linkje naar de cijfers per land. Hier kun je ze bekijken. Belangrijk feit: door de bevolkingsgroei is Kazachstan nu, vergeleken met twee jaar geleden, een stuk dichter bevolkt: 6,88 inwoners per vierkante kilometer (het waren er 6,74). Alleen Namibië en Botswana zijn, van alle landen waar we doorheen gefietst zijn, nog leger.

En leeg is het. Vanuit Kapchagay volgen we eerst een dag highway 3. Niet al te veel verkeer dat met meestal drie rijbanen meer dan genoeg ruimte heeft en dus goed afstand houdt, en goed wegdek. We volgen in eerste instantie nog de noordoever van het meer en zien aan de overkant de witte toppen van de bergen aan de voet waarvan we een paar dagen geleden nog fietsten. Als we de andere kant uit kijken zien we vooral het gras op de Kazachse steppe, besprenkeld met bloemen.

Ook nu ontbijten en lunchen we weer onderweg. En iedere keer als we ergens stoppen komen mensen een praatje maken. Zelfs met de recente wederopstanding van Ajax roept Gallandiya toch met name herinneringen op aan Van Basten en Gullit.

Zo halverwege de geplande kilometers van vandaag mogen we een stukje omhoog. Boven aangekomen lijkt het af en toe alsof we in een windowsscreensaver rijden: groene glooiende heuveltjes met her en der een boompje. In de verte piept een besneeuwde bergtop boven de horizon uit.

Aangekomen in Sary-Ozek komen we al snel tot de conclusie dat het goed was dat we een rustdag hadden in Kapchagay en niet hier. Het is een klein dorp waar niet veel te beleven valt. We vinden het dan ook prima om de volgende dag weer op tijd te vertrekken. Alleen, het regent. Gelukkig is het alweer droog tegen de tijd dat onze thermosflessen gevuld zijn met heet water. Maar we zijn nog geen kilometer onderweg, of het begint weer. Net genoeg om niet leuk te zijn. We trekken de ontbijtstop een eind naar voren en genieten op een bankje onder een afdakje van ons brood met jam. Opeens gaat de deur van het huis waar het afdak aan vast zit open. Een vrouw brengt haar twee kleine kinderen naar school en kijkt ons verbaasd aan. Er zitten een minuut of twee tussen instappen in de auto en wegrijden. Al snel blijkt waarom. Manlief komt eens polshoogte nemen. Hij is vast gebeld. Na het gebruikelijke Otkuda mogen we rustig blijven zitten. Hij komt zelfs nog een prullenbak brengen als we zoekend om ons heen kijken naar een plek voor het afval, en met een fles water om onze handen te wassen. Hopelijk is hij net zo zorgzaam voor vrouw en kinderen.

Inmiddels is het droog geworden en de lucht blauw, dus we stappen weer op de fiets. Vandaag staat in het teken van een langzame klim en een snelle afdaling. Na 20 km min of meer vlak, gaan we gedurende een kilometer of 45 heel langzaam omhoog, met 1-2%. Met wind in de rug merk je het amper. Alleen de laatste 4 km zijn wat steiler. De snelweg van gisteren is afgebogen naar het noorden, en wij fietsen op een lekker rustig provinciaal weggetje. Het landschap is in eerste instantie een voortzetting van gisteren. Groene weides, boompjes en her en der een witte top.

Op de top is het tijd voor lunch. We gaan achter een heuveltje zitten. Inmiddels is het flink harder gaan waaien en de voorheen blauwe lucht is grijs. Onze fietsen, aan de kant van de weg, bewegen in de wind. Bij iedere auto die langs komt zie je de verwondering op het gezicht van de chauffeur zodra hij de fietsen ziet. Als hij ons op tijd ziet wordt er gezwaaid, maar regelmatig zijn ze de hoek al om als ze beseffen wat ze gezien hebben. Dan wordt er nog even getoeterd.

Na de lunch hoeven we alleen nog maar bergaf. Erg relaxed. De weg is nog steeds prima en de hellingshoek niet al te steil dus het is een mooie afdaling. Na de laatste bocht rijden we de vallei in waar het dorp in ligt waar we willen overnachten. Het lijkt wel alsof we in een andere wereld terecht zijn gekomen. De toch al sterke wind zwelt aan tot stormkracht, aan de hemel pakken zich donkere wolken samen en achter ons zien we regen naderen. Een spectaculair gezicht, en door de talloze fotostops doen we bijna twee keer zo lang als nodig over de laatste kilometers. Gelukkig regent het niet en hebben we wind mee.

Basshi, waar we eindigen, heeft alleen hotels en homestays omdat dit de plek is om Altyn-Emel National Park binnen te gaan. Wij besluiten over te slaan omdat we niet zo’n zin hebben in kamperen. We hadden vantevoren bedacht ter plekke voor een dag vervoer te zoeken, maar vinden het veel fijner om door die geweldige landschappen te fietsen. Natuurlijk zoeken we wel een plek voor de nacht. Het enige hotel blijkt vol, en de overloopplek ziet er niet erg interessant uit. Op straat vragen we twee mannen of ze een hotel weten. Kom maar mee, gebaart de ene, en ietsje verderop lopen we het erf van een huis op. Zij hebben naast hun eigen huis een gastenverblijf gebouwd dat er prima uit ziet en waar onze fietsen binnen mogen, dus die slaapplaats is snel gevonden. Voor het avondeten krijgen we plov (rijst met wortel en vlees), salade, thee, brood, snoepjes en koekjes. Voor het ontbijt worden de plov en salade vervangen door gebakken eieren en pap.

Wellicht schuilen er achter nog meer poorten homestays, maar die van ons is prima en we zijn de enige gasten. In de nacht blijft de wind huilen. Volgens het weerbericht zou hij tegen drieën moeten gaan liggen, maar hij blaast maar door. Eindelijk, tegen vijven, neemt hij af, en als het licht is is de hemel strakblauw. Minder interessant, maar een stuk fijner om te fietsen. Het waait trouwens nog steeds fors, maar hij is niet gedraaid dus we hebben hem nog steeds in de rug.

In eerste instantie volgen we de vallei waarin we gisteren afgedaald zijn. Ook vandaag mogen we eerst heel langzaam omhoog en daarna wat sneller naar beneden, en ook vandaag merken we niks van de stijging door de wind in de rug. De toppen van de bergen aan onze linkerhand zijn wit, we vermoeden van gisteren. Het ziet er in ieder geval erg fraai uit.

De afdaling is mooi en slingert tussen heuvels door. De grond heeft wat roodtinten en is licht begroeid met gras. Af en toe zien we een herder met zijn kudde, nog minder vaak passeert een auto.

De laatste twintig kilometer is het drukker. Onze bestemming is Zharkent, een stadje net voor de grens met China. Die grens gaan wij overigens niet over, maar omdat dit een wat grotere plaats is zitten er hotels en een markt, een prima plek voor een rustdag. Bovendien is onze jam op, dus die moeten we aanvullen.

En dat aanvullen lukt wel. De vorige pot was perzikenjam, en die heeft de oude dame op de markt ook, alleen past die nooit in het plastic doosje waarin hij overgegoten moet worden. De frambozenjam zit in een kleiner potje, dus die wordt het dit keer. Ze heeft ook nog zelfgemaakte ingelegde salades, maar die slaan we even over. Ze wil maar wat graag kletsen, en blijft het gewoon proberen, ook al probeert de overbuurman haar in haar enthousiasme te remmen door te melden dat we geen Russisch spreken.

Sowieso willen op de markt weer veel mensen een woordje wisselen. Mensen genoeg, want het is er druk, maar daardoor ook gezellig. We eten ook wat op de markt, lopen een rondje rondom de oude moskee en vinden het weer welletjes voor vandaag.

In de ochtend kopen we nog even vers brood en bewegen we ons weer van China af. We gaan zuidwaarts en we vliegen vooruit: bijna geen wind, niet al te warm, goede weg en bovenal vlak. In no time hebben we er 40 km op zitten en drinken we in een bushokje ons eerste theetje. De talloze kleine vliegjes vormen wel een nadeel van de relatieve windstilte, dus heel lang rusten we niet.

Het wordt later en daarmee warmer, de thermometer van mijn fietscomputer geeft 38 graden aan. Daar komt nog bij dat grote delen van de weg inmiddels bestaan uit het betere patchwork, en dat we met een heel laag percentage stijgen, dus we rijden nog steeds flink door maar het kost wat meer moeite. Vandaag is onze eerste kennismaking met de Kazachse steppe. Voor een dag (of twee) is het best wel indrukwekkend, dat grote niets, maar ik moet er niet aan denken twee of drie weken door dit landschap te fietsen. Als we in Chundzha aankomen hebben we de dik 8 liter drinken (fris en thee) die we bij ons hebben op en nog steeds dorst.

We fietsen verder zuidwaarts, en hebben een kort dagje van 55 km voor de boeg. Het begint met dezelfde steppe als die waar we gisteren mee eindigden. Aan de horizon, ver weg, rijzen witte toppen omhoog. Wit, sneeuw, dus hoog, maar zo in de verte vallen ze helemaal weg. Onderweg zien we een huisje of drie, een beeld van een kameel en een kudde paarden. Ieder kwartier passeert er een auto, altijd met een zwaaiende arm uit het raam (als hij ons inhaalt) of een duimpje of zwaaiende hand voor de voorruit (als hij ons tegemoet komt). Van de personenauto’s zijn 3 van de 5 van het type Audi 100. Mocht je er ooit een gehad hebben, dan is de kans groot dat hij nu in Kazachstan rondrijdt.

Na de steppe dalen we af. En gaan we omhoog. We zitten in het gebied waar verschillende canyons liggen, en we moeten aan de overkant van Temerlik canyon zijn. De afdaling is kort, de stijging ietsje langer en af en toe ook iets steiler dan vantevoren verwacht. Niet heel spannend, maar genoeg om gutsend van het zweet boven te komen. Ook vandaag is het warm.

De laatste kilometers zijn vlak en we hebben zowaar wind mee. Alleen, het blijken niet de laatste kilometers te zijn. Het hotel dat op de kaart staat blijkt niet te bestaan. Wel zitten er wat winkeltjes zodat we wat kunnen eten en drinken en het vocht in de flessen die op de fiets zitten aan kunnen vullen. Broodnodig, want we hebben geen zin om te kamperen en de volgende plaats met hotels zit 35 km en bijna 700 hoogtemeters verderop. En we weten zeker dat we in ieder geval de eerste vijf kilometer wind tegen hebben, want we moeten een stukje terug.

Zodra we weer op het punt zijn waar we eerder zijn afgeslagen, begint de klim. Door de langere lunchpauze en het aangevuld vocht gaat die eenvoudiger dan ik voor de lunch verwacht zou hebben. De eerste paar kilometer golven we naar boven, daarna hebben we een stijging van een procent of vijf. Op de top staan wat yurts waar kimiz (gefermenteerde paardenmelk) en kurut (gedroogde yoghurt balletjes) verkocht worden. Die laatste ruiken een beetje naar bedorven yoghurt en zijn heel zout, waardoor ze hier erg geliefd zijn bij een biertje. Een vrachtwagenchauffeur vindt waarschijnlijk dat ik wel een pilsje verdiend heb, want hij draait zijn truck mijn richting uit en reikt me een net gekocht balletje aan. Superlief, en bovendien heb ik met twee kleine hapjes meteen mijn vandaag opgelopen zouttekort aangevuld.

In Kegen slapen we in dezelfde kamer als twee jaar geleden. Dat zal wel niet de laatste keer zijn, want vanaf nu volgen we een hele tijd grofweg dezelfde route. En Kegen is ook meteen voorlopig onze laatste overnachting in Kazachstan, want er staat ons weer een grensovergang te wachten.

De weerapp geeft aan dat het fors gaat waaien, maar die verandert in de nacht wel vaker van mening. Nu maar hopen dat dat ook nu het geval is, want Karakol, de volgende bestemming, ligt dik 130 km verderop. De vorige keer hebben we dat (in omgekeerde richting) ook gedaan, dus we weten dat het kan.

Als we om half zeven weg rijden blijkt de weerapp het gisteren bij het juiste eind te hebben gehad. Het waait enorm hard, en we hebben hem dit keer niet bepaald in de rug. De eerste 15 km hebben we nog enigszins vaart, maar de laatste 10 voor de grens bestaat de weg uit redelijke tot slechte gravel omdat ze begonnen zijn aan een nieuwe weg. Dat was twee jaar geleden ook het geval, maar het geld was op, dus hij is nog niet af.

Bij de grens worden we tegengehouden bij de slagboom. Paspoorten. Die worden grondig doorgespit, en als we ook ons exitformulier hebben laten zien gaat de slagboom open. We worden welkom geheten door vier militairen. Openen die tassen. Dat herinneren we ons ook nog van de vorige keer, het is een drugscontrole. Wilchards controle lijkt op die van de vorige keer: tassen open, blik op inhoud, tassen dicht. Alhoewel dat ook te maken kan hebben met de zak vuile was die bovenop gebonden zit. Bij mij is het een ander verhaal. Alles maar dan ook alles moet ik uit mijn rackpack halen. De la-vache-qui-rit kaasjes worden één voor één uit het doosje gehaald, aan het zout wordt geroken en bevreemd kijken ze naar de tampons die in het zijvak van de mmedicijntas zitten. Gelukkig vragen ze niet waar ze voor dienen, want mijn Russisch is niet zo goed dat ik dat gemakkelijk uit kan leggen. Enfin, zoals verwacht is alles in orde en mag ik mijn tas weer inpakken. De twee fietstassen aan weerszijden van mijn fiets geloven ze wel. Dan nog de douanier met de stempeltjes, de vier-ogencontroleur die checkt dat de douanier die twee meter verderop in zijn hok zit ook echt die stempeltjes gezet heeft en we mogen door.

Op naar de Kirgiezen. Waar we geen formuliertje hoeven in te vullen, ook weer een stempeltje krijgen en alleen aan een nieuwsgierige meneer uit hoeven te leggen wat de GPS en het kompas op de fietsbel zijn. Wilchard wil zelf de slagboom omhoog duwen, maar dat is niet de bedoeling. Sjtraf (boete) zegt hij lachend, om vervolgens aan te duiden dat we bij de volgende slagboom gewoon rechts eromheen door het gras kunnen lopen. Vijf minuten later staan we in Kirgizië.

En het is maar goed dat het niet al te lang duurt, want het waait nog steeds hard en de weg is inmiddels verhard maar kenmerkt zich door gaten en patchwork. Onze kilometerteller geeft geregeld aan dat onze gemiddelde snelheid op 6-7 km per uur ligt.

Een paar kilometer verderop mogen we rechtsaf. Eerst maar even ontbijten bij een riviertje dat iets lager ligt dan de weg, zodat we enigszins uit de wind zitten, en dan de fiets weer op. Het landschap is prachtig, maar we kunnen er door het weer en de kwaliteit van de weg niet echt van genieten, alle aandacht zit op de weg.

Doordat we gedraaid zijn hebben we de wind niet meer constant van voren maar worden we opzij geblazen, en we hebben weer gravel waardoor onze snelheid slechts ietsje hoger ligt dan voor het ontbijt. Als we om half twaalf, na 5 uur onderweg te zijn, nog maar net 40 km gereden hebben, kijken we elkaar eens aan. Zo gaan we Karakol vandaag niet halen…

Maar net nadat we onze alternatieven (liften, mogelijke homestay op 70 km en kamperen) op een rijtje hebben gezet, zwakt de wind ietsje af en wordt de ondergrond beter. Als dan ook nog sporadisch asfalt verschijnt, hopen we weer dat we het gaan halen. Of in ieder geval de grote weg, waar wat meer verkeer rijdt.

Het is grappig om te zien dat zo’n weg heel andere berijders heeft, afhankelijk van het seizoen. De vorige keer was het wat lokaal verkeer op weg van Kirgizië naar Karakol of vice versa maar overheersten de toeristen in overlandvarianten en op motoren. Nu zien we één busje en één jeep met toeristen, en vooral veel voorbereiding op de zomer. We delen de weg met vrachtwagens met yurts, trekkers met erachter een soort pipowagen die in de weilanden kunnen staan en vooral heel veel kuddes. Schapen, koeien en paarden. En het is lente, dus veul, heel veul veulentjes.

Dan, een bordje. Wegwerkzaamheden. Het hangt er ofwel al heel lang, ofwel het is tweedehands, want we hebben wel eens nieuwere gezien. Het hangt er waarschijnlijk al heel lang, maar hier hebben ze wel doorgewerkt: 35 km superglad wegdek begroet ons, in de verste verte is geen wegwerkzaamheid meer te bekennen. Wat een genot, en precies wat we nodig hebben.

De laatste dertig kilometer zijn niet fijn fietsen. Niet alleen merken we onze vermoeidheid, maar ook krijgen we nog wat korte klimmetjes en rijden de Kirgiezen beduidend minder relaxed dan de Kazachen. Er is gelukkig wel een brede harde berm waarnaar je, indien nodig, kunt uitwijken. Tenminste, als fietser. De talloze plukjes veren op het wegdek voorspellen niet veel goeds voor de kraaien die we om ons heen horen.

Van de vorige keer herinneren we ons nog het slechte wegdek net voor Karakol, maar daar is blijkbaar een verbetervoorstel voor ingediend dat ze hebben opgepakt, want we krijgen nog een stuk omleiding over slechte weg voor onze kiezen. We weten nu wel dat we ons hotel voor het donker zeker gaan halen, dat voelt toch anders dan wanneer we dit stuk veertig kilometer eerder gehad zouden hebben.

En onze homestay is prima. De fietsen kunnen op de binnenplaats want, zo wijst ze, er is een waakhond. Dat blijkt een lieve loebes. Wel groot, weinig waak. Maar de biljarttafel die in een schuurtje staat wordt nooit gebruikt, dus daar kunnen de fietsen bij. Er wordt meteen thee gezet die wordt geserveerd met zelfgebakken brood en zelfgemaakte bramenjam, en we weten dat we hier wel een paar dagen kunnen blijven.

6 thoughts on “Veul veulens”

  1. Wow, Kirgizië, het hoge bergland. Ook zulke prachtige herinneringen aan. En jullie komen er alweer. Goede keuze. En flink doorgrappen dus over slechte wegen. Ik miste een foto van de veul, heel veul veulens!

  2. Ik krijg soms gewoon pijn in mijn kuiten van het lezen alleen al … De foto’s met dreigende luchten zijn echt geweldig om te zien. Bedankt dat ik de avonturen weer mocht meebeleven, comfortabel vanaf mijn bureaustoel 😉

  3. Geweldig die donkere luchten!! Soms lijkt het of jullie alleen op de wereld zijn! Zo mooi die uitgestrektheid! Ik kan me voorstellen dat jullie enorm genieten, ondanks soms slecht wegdek dat nemen jullie dan maar voor lief!!
    Geen keus!! Weer lieve groeten vanuit Helden!!

  4. Supermooie foto’s .Wat een doorzetters zijn jullie, maar dat wist ik wel anders waren jullie niet zo ver gekomen.

  5. Wat een bikkels zijn jullie, doorzetters! Ondanks alle onzekerheden onderweg en voedsel waar je misschien hier je tanden niet in zou hebben gezet, gaan jullie gewoon door. Die verģezichten zijn ongelofelijk, maar wat een afstanden, wat een land. Fijn om weer op de hoogte te zijn en die screensaver zet ik op mn pc 🙂

Comments are closed.